Terug

2012_CBS_11010 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 3 bijzondere voorwaarden - Silverstones bvba, Van Vaerenberghstraat 18 bus 2, 2600 Berchem-Antwerpen. Dossiernummer: AN2012/517/AV - Kennisneming

college van burgemeester en schepenen
vr 26/10/2012 - 09:00 digitaal
Kennis genomen

Samenstelling

Aanwezig

Patrick Janssens, burgemeester; Robert Voorhamme, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Marc Van Peel, schepen; Luc Bungeneers, schepen; Leen Verbist, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Guy Lauwers, schepen; Güler Turan, schepen; Serge Muyters, waarnemend korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Patrick Janssens, burgemeester
2012_CBS_11010 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 3 bijzondere voorwaarden - Silverstones bvba, Van Vaerenberghstraat 18 bus 2, 2600 Berchem-Antwerpen. Dossiernummer: AN2012/517/AV - Kennisneming 2012_CBS_11010 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 3 bijzondere voorwaarden - Silverstones bvba, Van Vaerenberghstraat 18 bus 2, 2600 Berchem-Antwerpen. Dossiernummer: AN2012/517/AV - Kennisneming

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 4 § 1 van Vlarem I bepaalt dat het college akte moet nemen van meldingen van klasse 3-inrichtingen.

Aanleiding en context

Meldingen van klasse 3-inrichtingen worden conform de wetgeving aan het college bekendgemaakt. De melding opgenomen als bijlage werd op de dienst milieuvergunningen binnengebracht en geregistreerd.

Argumentatie

De volgende melding van klasse 3-inrichting(en) werd volledig en ontvankelijk bevonden zodat van deze melding akte kan worden genomen zoals voorzien in de Vlarem-procedure.

Juridische grond

Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder voorafgaande en schriftelijke vergunning of melding een als hinderlijk ingedeelde inrichting klasse 1, 2 of 3 mag exploiteren of veranderen.
Artikel 4 § 2 van het milieuvergunningendecreet bepaalt dat niemand zonder daarvan vooraf melding te hebben gemaakt, een inrichting die tot de klasse 3 behoort, mag exploiteren of veranderen.
Artikel 20 van het milieuvergunningendecreet en artikel 3.3.0.2 van Vlarem II bepalen dat aan inrichtingen van klasse 3 bijzondere vergunningswaarden kunnen worden opgelegd.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college neemt akte van de klasse 3-inrichting zoals vermeld in het verslag van de dienst milieuvergunningen dat werd opgenomen als bijlage.

Artikel 2

Het college beslist dat de exploitant volgende algemene en sectorale voorwaarden dient na te leven:

algemene milieuvoorwaarden – algemeen

hoofdstuk 4.1, 4.7, 4.9 en bijlagen 4.1.9.1.6, 4.1.9.2.3.1, 4.1.9.2.3.2, 4.1.9.2.3.4 en 4.8;

algemene milieuvoorwaarden – geluid

hoofdstuk 4.5 en bijlage 2.2.1, 2.2.2, 4.5.1, 4.5.2, 4.5.3, 4.5.4, 4.5.5 en 4.5.6;

algemene milieuvoorwaarden – oppervlaktewater

hoofdstuk 4.2 en bijlagen 4.2.5.1,  4.2.5.2 en 4.2.5.4;

garages, parkeerplaatsen en herstellingswerkplaatsen voor motorvoertuigen

hoofdstuk 5.15;

bedrijfsafvalwaters

afdeling 5.3.2 + bijlage 5.3.2;

opslag van gevaarlijke stoffen – ondergrondse en bovengrondse houders

afdeling 5.17.1 en bijlage 5.17.1;

opslag van gevaarlijke stoffen – bovengrondse houders

afdeling 5.17.3 en bijlagen 5.17.2 tot 5.17.4 en bijlagen- 5.17.7.

Artikel 3

Het college beslist dat de exploitant volgende bijzondere voorwaarden dient na te leven:

1. een stedenbouwkundige vergunning dient bekomen te worden voordat de exploitatie kan

worden aangevat;

2. indien de stedenbouwkundige vergunning werd bekomen, gelden volgende

exploitatievoorwaarden:

  • de openingsuren dienen beperkt te worden van 09.00 uur – 15.00 uur. Op deze manier kan voorkomen worden dat het verkeer naar de carwash interfereert met het spitsverkeer in de ochtend en avond ten gevolge van nabijgelegen scholen en rusthuizen;
  • de exploitant stelt een reeks maatregelen voor die zullen worden toegepast om hinder op de openbare weg als gevolg van de uitbating van de carwash, zowel binnen als buiten de openingsuren, te voorkomen;
  • wachtende klanten mogen zich nooit opstellen op de rijbaan. Ook na reiniging blijven de wagens opgesteld in de bedrijfsruimte;
  • tijdens het gebruik van de hogedrukreiniger en de stofzuiger moet de toegangspoort gesloten blijven om de geluidsoverdracht naar de openbare weg te beperken;
  • er moet tevens een drooginstallatie aanwezig zijn zodat de auto's steeds droog buiten komen om ijzelvorming te voorkomen in de winterperiode.
  • de gebruikte zepen, shampoos en waxen moeten minimum 90% biologisch afbreekbaar zijn;
  • gevaarlijke producten moeten opgeslagen worden boven een voldoende grote inkuiping of opvangbak;
  • de exploitant houdt een register bij aan de hand waarvan hij kan aantonen dat alle gevaarlijke bedrijfsafvalstoffen opgehaald werden door een erkende ophaler;
  • de exploitant houdt een register bij aan de hand waarvan hij kan aantonen hoeveel wagens er gewassen worden.

Artikel 4

Dit besluit heeft in principe geen financiële gevolgen voor de stad of het OCMW.