In de nacht van 14 op 15 augustus 1942 vond onder Duitse bezetting een eerste razzia plaats in Antwerpen. Met de hulp van de stedelijke overheid en de politie werden die nacht ongeveer 845 Joden opgepakt en overgebracht naar de Dossinkazerne in Mechelen en vandaar gedeporteerd naar uitroeiingskampen. In de weken die volgden, waren er nog drie razzia’s in Antwerpen. Tijdens deze razzia’s werden in totaal ongeveer 4.000 personen opgepakt.
In 2007 bood de burgemeester namens het stadsbestuur zijn excuses aan voor de rol die de Antwerpse autoriteiten in de Tweede Wereldoorlog hadden gespeeld in de Jodenvervolging.
Op 15 augustus 2012 vond in het stadhuis een herdenking van de razzia’s plaats en werd een voorlopige gedenkplaat onthuld.
Door het beschermd UNESCO-statuut van het stadhuis werd door de bedrijfseenheid stadsontwikkeling aan het agentschap van onroerend erfgoed Vlaanderen het akkoord gevraagd over de exacte plaats voor het gedenkteken.
Er wordt voorgesteld om een gedenkteken aan te brengen op de zuil ter hoogte van de Raadzaal en het Salon op het Schoon Verdiep.
Het historisch belang van en de medewerking van de stedelijke autoriteiten aan de razzia’s, verantwoordt het plaatsen van een officieel gedenkteken in het stadhuis.
.
De gemeenteraad keurt eenparig het volgende besluit goed.
De gemeenteraad keurt het plaatsen van het gedenkteken, dat herinnert aan de razzia's, goed.
De gemeenteraad beslist de gedenkplaat aan te brengen op de zuil ter hoogte van de Raadzaal en het Salon op het Schoon Verdiep.