Met het gemeenteraadsbesluit van 20 maart 2000 (jaarnummer 619) en met collegebesluit van 16 maart 2000 (jaarnummer 3984) werden de bevoegdheden van de districten bepaald. Met het collegebesluit van 9 oktober 2002 (jaarnummer 11543) en het gemeenteraadsbesluit van 21 oktober 2002 (jaarnummer 2307) werden een aantal bevoegdheden van de districtsbesturen verder verfijnd.
Het college besliste op 16 maart 2000 (jaarnummer 3984) zijn bevoegdheid over lokaal cultuurbeleid over te dragen aan de districtscolleges.
Op 13 juli 2001 keurde het Vlaamse parlement het decreet houdende het stimuleren van een kwalitatief en integraal lokaal cultuurbeleid goed. In uitvoering van het decreet lokaal cultuurbeleid werd voor het eerst een geïntegreerd stedelijk cultuurbeleidsplan opgesteld voor de periode 2008-2013. Hier zijn de beleidsplannen van de cultuurcentra, de bibliotheken en de districten opgenomen (gemeenteraad, 12 november 2007, jaarnummer 2394).
Het gaat om een strategische nota waarin voor de beleidsperiode 2008-2013 strategische doelstellingen uitgewerkt zijn tot op het niveau van tijdsgebonden operationele doelstellingen. Voor de uitvoering worden deze operationele doelstellingen jaarlijks uitgewerkt in acties en projecten, vastgelegd in de jaarlijkse actieplannen. Een jaarverslag evalueert in hoeverre deze acties bereikt werden.
Op 25 februari 2008 keurde de gemeenteraad (jaarnummer 318) de hervorming goed van de bestaande vzw’s financieel beheer van de cultuurcentra naar vzw’s lokaal cultuurbeleid per district. Voor de nieuwe vzw’s werd een nieuw statuut en een nieuwe samenwerkingsovereenkomst met de stad goedgekeurd (jaarnummer 318).
In het kader van het decreet lokaal cultuurbeleid dienen de stad en haar districten jaarlijks een actieplan lokaal cultuurbeleid op te maken. Als de stad het actieplan lokaal cultuurbeleid 2013 tijdig binnenbrengt bij de Vlaamse Gemeenschap kan een subsidie voor de uitvoering van het lokale cultuurbeleid worden toegekend, de zogenaamde 1 euro-subsidie voor gemeenschapsvormende projecten.
Op 24 januari 2011 keurde de gemeenteraad (jaarnummer 42) een wijziging van de samenwerkingsovereenkomsten goed. Het gewijzigde artikel (artikel 3g) bepaalt dat vanaf nu de actieplannen ter goedkeuring worden voorgelegd voor 1 januari (in plaats van 1 november) en dat ze na goedkeuring door de algemene vergadering enkel nog ter kennisgeving worden voorgelegd aan de gemeenteraad (jaarnummer 42).
In het kader van het decreet op het lokaal cultuurbeleid werd er voor de periode 2008-2013 een convenant ondertekend tussen de Vlaamse Overheid en de stad Antwerpen met betrekking tot de werking en betoelaging van de cultuurcentra en culturele ontmoetingscentra (gemeenteraad, 28 april 2008, jaarnummer 801). Jaarlijks dienen de Antwerpse cultuurcentra en culturele ontmoetingscentra een geactualiseerd en goedgekeurd actieplan te bezorgen aan de administratie van de Vlaamse overheid, zoals bepaald in artikels 8 en 12 van het convenant.
Sinds 2010 gaat het om een geïntegreerd actieplan voor de cultuurcentra, bibliotheken en districten/cultuurantennes.
In een algemene inleiding wordt een stedelijk overzicht gegeven: de grote lijnen en het kader - vanuit een stedelijk standpunt - waarbinnen het verhaal van de districten zich afspeelt.
In hoofdstukken één tot en met negen schrijft elk district zijn eigen verhaal. Een verhaal van eigenheid, diversiteit en keuzes. Specifieke acties worden opgesomd in een overzichtstabel die het hoofdstuk van elk district afsluit. Na de negen districtshoofdstukken volgen dan een aantal technische hoofdstukken over de inzet van financiële middelen, personeel en infrastructuur.
De verschillende onderdelen van het document worden door de verschillende bevoegde organen goedgekeurd.
Het districtscollege keurt het geïntegreerde actieplan lokaal cultuurbeleid 2013 voor Wilrijk goed.
Het districtscollege beslist om het geïntegreerd actieplan 2013 ter kennisneming voor te leggen aan de districtsraad.