De districtsraadsleden hebben het recht vragen te stellen aan het uitvoerend bestuur.
Het districtscollege neemt kennis van de gestelde vragen en beantwoordt deze binnen de vooropgestelde termijn.
Volgens de artikels 32 en 276 van het Gemeentedecreet hebben de districtsraadsleden het recht om aan het districtscollege mondelinge en schriftelijke vragen te stellen.
Artikel 58 van het Basisreglement bestuurlijke organisatie stad Antwerpen regelt de procedure voor het stellen van vragen voor raadsleden aan het uitvoerend bestuur. Op schriftelijke vragen wordt schriftelijk geantwoord. Is het antwoord 30 dagen na ontvangst van de vraag niet gegeven, dan wordt de vraag automatisch terug geagendeerd op de eerstvolgende raad. De vraag krijgt dan het statuut van een mondelinge vraag en wordt onmiddellijk ter zitting beantwoord. Indien de vraag echter voor de zitting werd beantwoord, wordt ze alsnog van de agenda afgevoerd.
Het districtscollege neemt kennis van de volgende schriftelijke vragen:
Het districtscollege neem er kennis van dat: