Terug

2012_CBS_09265 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 3 bijzondere voorwaarden - Interbuild nv - Noorderplaats 2-4-6 - Ellermanstraat 5-7-9-11 - 2000 Antwerpen. Dossiernummer AN2012/342/JW - Kennisneming

college van burgemeester en schepenen
vr 07/09/2012 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Kennis genomen

Samenstelling

Aanwezig

Patrick Janssens, burgemeester; Robert Voorhamme, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Marc Van Peel, schepen; Luc Bungeneers, schepen; Guy Lauwers, schepen; Güler Turan, schepen; Leen Verbist, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Lucien Van Beylen, vervangend korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Patrick Janssens, burgemeester
2012_CBS_09265 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 3 bijzondere voorwaarden - Interbuild nv - Noorderplaats 2-4-6 - Ellermanstraat 5-7-9-11 - 2000 Antwerpen. Dossiernummer AN2012/342/JW - Kennisneming 2012_CBS_09265 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 3 bijzondere voorwaarden - Interbuild nv - Noorderplaats 2-4-6 - Ellermanstraat 5-7-9-11 - 2000 Antwerpen. Dossiernummer AN2012/342/JW - Kennisneming

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 4 § 1 van Vlarem I bepaalt dat het college akte moet nemen van meldingen van klasse 3-inrichtingen.

Aanleiding en context

Meldingen van klasse 3-inrichtingen worden conform de wetgeving aan het college bekendgemaakt. De melding opgenomen als bijlage werd op de dienst milieuvergunningen binnengebracht en geregistreerd.

Argumentatie

De volgende melding van klasse 3-inrichting(en) werd volledig en ontvankelijk bevonden zodat van deze melding akte kan worden genomen zoals voorzien in de Vlarem-procedure.

Juridische grond

Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder voorafgaande en schriftelijke vergunning of melding een als hinderlijk ingedeelde inrichting klasse 1, 2 of 3 mag exploiteren of veranderen.
Artikel 4 § 2 van het milieuvergunningendecreet bepaalt dat niemand zonder daarvan vooraf melding te hebben gemaakt, een inrichting die tot de klasse 3 behoort, mag exploiteren of veranderen.
Artikel 20 van het milieuvergunningendecreet en artikel 3.3.0.2 van Vlarem II bepalen dat aan inrichtingen van klasse 3 bijzondere vergunningswaarden kunnen worden opgelegd.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college neemt akte van de klasse 3-inrichting zoals vermeld in het verslag van de dienst milieuvergunningen dat werd opgenomen als bijlage.

Artikel 2

Het college wijst erop dat de volgende algemene en sectorale voorwaarden van toepassing zijn:

algemene milieuvoorwaarden – algemeen

hoofdstuk 4.1, 4.7, 4.9 en bijlagen 4.1.9.1.6, 4.1.9.2.3.1, 4.1.9.2.3.2, 4.1.9.2.3.4 en 4.8;

algemene milieuvoorwaarden – geluid

hoofdstuk 4.5  en bijlagen 2.2.1, 2.2.2, 4.5.1, 4.5.2 ,4.5.3, 4.5.4, 4.5.5 en 4.5.6;

algemene milieuvoorwaarden – oppervlaktewater

hoofdstuk 4.2  en bijlagen 4.2.5.1, 4.2.5.2 en 4.2.5.4;

gassen - gemeenschappelijke bepalingen

afdeling 5.16.1 en bijlage 5.16.5;

gassen - opslagplaatsen in verplaatsbare recipiënten

afdeling 5.16.5. en bijlagen 5.16.1 en 5.16.2;

opslag van gevaarlijke stoffen / ondergrondse en bovengrondse houders

afdeling 5.17.1, en bijlage 5.17.1;

opslag van gevaarlijke stoffen: bovengrondse houders

afdeling 5.17.3 en bijlagen 5.17.2 tot 5.17.4 en bijlage 5.17.7;

winning van grondwater

hoofdstuk 5.53 en bijlage 5.53.1.

Artikel 3

Het college beslist dat de exploitant de volgende bijzondere voorwaarden moet naleven:

  • het bevestigen van de afvoerleiding aan de brug dient zo te gebeuren dat er geen risico op breuk of vallen bestaat. De leiding wordt periodiek gecontroleerd om na te gaan of ze nog goed bevestigd is;
  • een klip/klim melding wordt gemaakt voor het uitvoeren van de ondergrondse kruising van de openbare weg om conflicten met bestaande leidingen te vermijden;
  • de exploitant houdt rekening met het feit dat de kaaimuren van het Asiadok een beschermd monument zijn;
  • de exploitant moet opletten voor de ondergrondse kaaimuurelementen van het Asiadok. Deze ondergrondse kaaimuurinstallaties kunnen zich tot diverse meters landinwaarts bevinden. Als werken moeten worden uitgevoerd in de omgeving of werken moeten worden uitgevoerd die een invloed kunnen hebben op de kaaimuren, moet hiervoor eerst toestemming verleend worden door de dienst Natte Infrastructuur. Inlichtingen over de kaaimuren kan men bekomen bij dezelfde dienst, de contactpersoon is ingenieur Johan Bogaerts (T +32 3 229 68 30- F +32 3 229 68 41);
  • er mag geen water langs de kaaimuur stromen. De afvoerbuis dient tot onder de waterlijn geplaatst te worden;
  • alle delen die uit het voorvlak van de kaaimuur steken dienen beschermd te worden door middel van een fendering of dergelijke;
  • de exploitant houdt rekening met de concessionaris en zijn activiteiten gelegen in de zuidoostelijke hoek van het Asiadok. De concessionaris mag geen hinder van de constructie en de lozing ondervinden.
  • ofwel wordt er gewerkt met een retourbemaling waarbij een deel van het opgepompte water aan de kant van de platanen terug in de oppervlakkige grondlagen wordt gebracht. Het water infiltreert langzaam en de bomen krijgen de kans om een deel van dit retourwater op te nemen.

Ofwel wordt er een bevloeiing voorzien voor de platanen die binnen de invloedszone van de boorputten staan (tot 40 meter afstand).

Retourbemaling of bevloeiing dienen enkel te werken tijdens het groeiseizoen.

 

Artikel 4

Dit besluit heeft in principe voor de stad geen financiële gevolgen.