Terug

2012_CBS_09266 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Z-Safety & Services nv, Schijnpoortweg 127b, 2170 Merksem-Antwerpen. Dossiernummer AN2012/304/PV - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 07/09/2012 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Patrick Janssens, burgemeester; Robert Voorhamme, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Marc Van Peel, schepen; Luc Bungeneers, schepen; Guy Lauwers, schepen; Güler Turan, schepen; Leen Verbist, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Lucien Van Beylen, vervangend korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Patrick Janssens, burgemeester
2012_CBS_09266 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Z-Safety & Services nv, Schijnpoortweg 127b, 2170 Merksem-Antwerpen. Dossiernummer AN2012/304/PV - Goedkeuring 2012_CBS_09266 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Z-Safety & Services nv, Schijnpoortweg 127b, 2170 Merksem-Antwerpen. Dossiernummer AN2012/304/PV - Goedkeuring

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 36,4° van Vlarem I bepaalt dat het college een uitspraak dient te doen over een milieuvergunningsaanvraag klasse 2.

Aanleiding en context

Aanvrager: Z-Safety & Services nv, Meerkensstraat 61, 3650 Dilsen. De aanvraag omvat een inrichting voor onderhoud en reiniging van beschermingsmiddelen, onderhoud gasdetectiesystemen, afvullen ademlucht, magazijn.

Argumentatie

Het college beslist op basis van het verslag van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd.

Juridische grond

Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder vergunning of melding een hinderlijk inrichting mag exploiteren.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college beslist een milieuvergunning klasse 2 goed te keuren aan Z-Safety & Services nv, Meerkensstraat 61, 3650 Dilsen, voor de inrichting gelegen te 2170 Merksem-Antwerpen, Schijnpoortweg 127b. De vergunning heeft als voorwerp de exploitatie van een inrichting voor onderhoud en reiniging van beschermingsmiddelen, onderhoud van gasdetectiesystemen, afvullen van ademlucht, een magazijn.

Artikel 2

Het college wijst erop dat de volgende algemene en sectorale voorwaarden van toepassing zijn:

Algemene voorwaarden:

algemene milieuvoorwaarden - algemeen - hoofdstuk 4.1, 4.7, 4.9 en bijlagen 4.1.9.1.6, 4.1.9.2.3.1, 4.1.9.2.3.2, 4.1.9.2.3.4 en 4.8;
algemene milieuvoorwaarden - geluid - hoofdstuk 4.5 en bijlagen 2.2.1, 2.2.2, 4.5.1, 4.5.2,4.5.3, 4.5.4, 4.5.5 en 4.5.6;
algemene milieuvoorwaarden – lucht - hoofdstuk 4.4 en bijlagen 4.4.1 tot 4.4.6. en hoofdstuk 4.10;
algemene milieuvoorwaarden – licht - hoofdstuk 4.6;
algemene milieuvoorwaarden - oppervlaktewater - hoofdstuk 4.2 en bijlagen 4.2.5.1, 4.2.5.2 en 4.2.5.4.

Sectorale voorwaarden:

elektriciteit - hoofdstuk 5.12;
garages, parkeerplaatsen en herstellingswerkplaatsen voor motorvoertuigen - hoofdstuk 5.15;
gassen - gemeenschappelijke bepalingen - afdeling 5.16.1 en bijlage 5.16.5;
gassen - koelinrichtingen / compressoren - afdeling 5.16.3;
gassen - industrieel vullen van verplaatsbare recipiënten en LPG-stations -algemene bepalingen - afdeling 5.16.4.1;
gassen - industrieel vullen van verplaatsbare recipiënten en LPG-stations- verplaatsbare recipiënten - afdeling 5.16.4.2;
gassen - opslagplaatsen in verplaatsbare recipiënten - afdeling 5.16.5. en bijlagen 5.16.1 en 5.16.2;
opslag van gevaarlijke stoffen / ondergrondse en bovengrondse houders - afdeling 5.17.1, en bijlage 5.17.1;
opslag van gevaarlijke stoffen / bovengrondse houders - afdeling 5.17.3 en bijlagen 5.17.2 tot 5.17.4 en bijlage 5.17.7;
niet in rubriek 2 en 28 begrepen verbrandingsinrichtingen - algemene bepalingen en immissiecontroleprocedures - afdeling 5.43.1 + 5.43.4;
niet in rubriek 2 en 28 begrepen verbrandingsinrichtingen - stookinstallaties, met uitzondering van gasturbines en stoom- en gasturbine-installaties - kleine stookinstallaties (300 kW – 5 MW) - subafdeling 5.43.2.3.

 

Artikel 3

Het college beslist dat de exploitant de volgende bijzondere- en brandweervoorwaarden dient na te leven:

Bijzondere voorwaarden:

  • een aangepast uitvoeringsplan dient binnen 3 maanden na het verlenen van de vergunning bezorgd te worden aan de dienst milieuvergunningen van stad Antwerpen. Uit het plan moet blijken dat de afstandsregels voor de opslag van gassen en de opslag van gevaarlijke vloeistoffen gerespecteerd worden;
  • de nodige interventiemiddelen dienen beschikbaar te zijn in de ruimtes waar gevaarlijke stoffen opgeslagen worden.

Brandweervoorwaarden:

onafhankelijk van de verplichtingen aan de houder van de milieuvergunning opgelegd via de vigerende milieureglementering alsmede via het milieuvergunningsbesluit, en onverminderd de maatregelen ter voorkoming en bestrijding van brand, door de houder van de milieuvergunning te treffen in uitvoering van de algemene en sectorale milieuvoorwaarden, dient de houder van de milieuvergunning reeds te voorzien in de hierna vermelde blusmiddelen voor eerste tussenkomst:

  • snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur 6 kg poeder type ABC - dienen goed verdeeld aangebracht à rato van 1 toestel per 150 m² (binnenruimte). Voor brandcompartimenten kleiner dan 300 m² dienen er in elk geval minstens twee toestellen aanwezig te zijn. Er mogen nochtans gedeeltelijk mobiele bluseenheden of snelblustoestellen van een ander type aangewend worden op de plaatsen waar zij meer aangewezen zijn, voor zover de aangebrachte blusmiddelen minstens eenzelfde bluseenheid conform NBN EN 3-7 bezitten en evenwaardig zijn aan de bovenvermelde;
  • muurhaspels met axiale voeding (conform NBN EN 671-1) aangesloten via een aangepaste leiding op de openbare waterbedeling of ander gelijkwaardig voedingssysteem, dienen op oordeelkundig gekozen plaatsen opgesteld zodanig dat elk punt van de inrichting kan bespoten worden. Hun aantal wordt zodanig bepaald dat de af te leggen afstand vanaf om het even welk punt tot het dichtst bijgelegen toestel niet meer bedraagt dan de lengte van de gebruikte haspels. De haspels dienen gevoed met een leiding onder druk zodanig dat het debiet bij de minst bedeelde haspel gelijk is aan of groter dan 24 liter per minuut. De leidingen voor bluswater dienen vervaardigd in staal of in een metaal dat minstens dezelfde waarborgen biedt. De geplaatste muurhaspels dienen voorzien van een vergrendeling derwijze dat men het afsluitmondstuk niet kan verwijderen zonder het openen van een handbediende afsluiter op de watertoevoer. De waterlevering moet te allen tijde, ook tijdens vorstperiode, gewaarborgd zijn;
  • één bovengrondse hydrant BH 100, conform NBN S 21.019, maar met afsluiters op beide uitgeefkanten van 70 mm Ø dient voorzien. De voeding gebeurt rechtstreeks op het net van de openbare waterbedeling, door een leiding waarvan de minimale binnendiameter 150 mm bedraagt. De aansluiting op het voedingsnet dient zodanig te zijn dat het maximum debiet onmiddellijk beschikbaar is bij gebruik van de hydrant.

Artikel 4

Het college beslist dat de milieuvergunning ingaat op 7 september 2012 en eindigt op 7 september 2032.

Artikel 5

Dit besluit heeft in principe voor de stad geen financiële gevolgen.