Terug

2013_CBS_00362 - Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Hoogspanningslijn Zandvliet-Lillo-Liefkenshoek - Plan-MER. Advies kennisgevingsdossier - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 18/01/2013 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Liesbeth Homans, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, waarnemend korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2013_CBS_00362 - Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Hoogspanningslijn Zandvliet-Lillo-Liefkenshoek - Plan-MER. Advies kennisgevingsdossier - Goedkeuring 2013_CBS_00362 - Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Hoogspanningslijn Zandvliet-Lillo-Liefkenshoek - Plan-MER. Advies kennisgevingsdossier - Goedkeuring

Motivering

Gekoppelde besluiten

Regelgeving: bevoegdheid

De bevoegdheid van het college om het openbaar onderzoek te organiseren en advies te verlenen is gebaseerd op artikel 4.2.8. §4 en 4.2.11. §1 van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid.

Inspraak

Het kennisgevingsdossier ligt ter inzage van het publiek van 23 november 2012 tot en met 22 januari 2013 in het districtshuis van Berendrecht-Zandvliet-Lillo en bij stadsontwikkeling/ruimte & mobiliteit/ruimtelijk beleid (Francis Wellesplein 1, 2018 Antwerpen). 

Binnen deze periode kan iedereen opmerkingen geven over de nota rond de gewenste inhoud van de milieubeoordeling, in het bijzonder over de milieueffecten die ermee samenhangen, de manier waarop deze effecten bestudeerd worden en de te bestuderen alternatieven. 

Het is de bedoeling dat uit deze inspraakronde bruikbare ideeën komen om het onderzoek in de milieubeoordeling te verbeteren en/of te vervolledigen.

Aanleiding en context

23 januari 2009

Jaarnummer 863

het college beslist opmerkingen over te maken in de vorm van een bezwaarschrift voor het ontwerp gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Hoogspanningslijn Lillo-Zandvliet’.

16 februari 2009

Jaarnummer 250

de gemeenteraad bekrachtigt advies over het ontwerp gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (GRUP) ‘Hoogspanningslijn Lillo-Zandvliet’.

2 oktober 2009

 

de Vlaamse regering keurt de definitieve vaststelling voor het GRUP Hoogspanningslijn Lillo-Zandvliet goed.

29 juni 2011

Nr. 214.254

de Raad van State vernietigt het besluit van de Vlaamse regering voor wat betreft het tracé van de hoogspanningsleiding. De bestemming van het begin- en eindpunt is wel geldig.

Op 16 februari 2009 (jaarnummer 250) bekrachtigde de gemeenteraad het advies over het ontwerp-GRUP ‘Hoogspanningslijn Lillo-Zandvliet’. Dit advies bevatte volgende opmerkingen:

  • het GRUP past binnen het ruimer project voor de bevoorrading van een deel van het zeehavengebied Antwerpen (rechteroever) en voor de versterking van het Belgische elektriciteitsnetwerk (netwerkvorming);
  • kaart 3 met de ‘Bestaande feitelijke toestand: andere plannen’ toont dat de contour van het hoogspanningsstation Zandvliet deels overlapt met het VEN ‘Slikken en schorren langsheen de Schelde’.
    De stad vraagt om:
    A. een correcte inplanting van het station te tekenen indien het om een foutieve weergave zou gaan;
    B. de natuurlijke waarden van het VEN te respecteren;      
  • verder wordt volgende aanvulling in de toelichtingsnota gesuggereerd: de beschermde Witte Molen of Eenhoorn Lillo, die nu niet is opgenomen in de tabel van het juridisch kader;
  • tot slot wordt volgend aandachtspunt voor de uitvoering van het RUP meegegeven: voor de werken aan het onderstation ter hoogte van Lillo is er een mogelijke overlapping met de werken aan de Liefkenshoekspoortunnel waar recent de stedenbouwkundige vergunning is voor afgeleverd.

Op 29 juni 2011 vernietigde de Raad van State het besluit van 2 oktober 2009 van de Vlaamse regering houdende de definitieve vaststelling van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Hoogspanningslijn Lillo-Zandvliet’ in zoverre het tracé van de hoogspanningslijn wordt vastgesteld.

Dit betekent dat de bestemming van het begin- en eindpunt wel geldig is, maar het tracé van de hoogspanningslijn niet. De uitspraak kwam er na een verzoekschrift van de nv Oiltanking Stolthaven Antwerp (OTSA), een bedrijf dat wordt gevat door het in het GRUP in overdruk opgenomen tracé voor de hoogspanningslijn.

Per brief van 13 november 2012 werd de stad Antwerpen gevraagd om de kennisgevingsnota voor de plan-MER ‘GRUP Hoogspanningslijn Zandvliet-Lillo-Liefkenshoek’ ter inzage te leggen en om advies over de kennisgeving te bezorgen aan de dienst MER (milieueffectrapportage) van de Vlaamse overheid. 

In het kader van de versterking van het Belgische elektriciteitsnetwerk en de noodzaak om de bevoorrading van gans België en in het bijzonder het zeehavengebied van Antwerpen te verzekeren, voorziet Elia Asset nv de aanleg van een nieuwe hoogspanningslijn (380 kV) tussen de bestaande hoogspanningsstations te Zandvliet en Lillo en, via de oversteek van de Schelde, verder naar Liefkenshoek. Vanaf Liefkenshoek zal op de linkeroever verder aangesloten worden op een bestaande 150kV lijn die hiervoor opgewaardeerd wordt naar 380 kV tot het hoogspanningsstation Mercator (gelegen in Kruibeke).

Door de sterke economische expansie van de haven in de afgelopen decennia zijn de huidige verbindingen verzadigd. Tevens is het niet meer mogelijk om bijkomende productie-eenheden in de haven aan te sluiten, noch op rechter- noch op linkeroever.

Met de versterking van de as tussen Zandvliet en Mercator via een nieuw aansluitingspunt met transformatie van 380kV naar 150kV in Lillo, wordt ook de verbinding met Nederland versterkt en de bevoorradingszekerheid veilig gesteld op momenten van een tekort aan Belgische productiecapaciteit. 

Tenslotte vereist ook de aanzienlijke toename van variabele fluxen op het Belgische en Europese elektriciteitsnet wegens het volatiele karakter van de hernieuwbare elektriciteitsproductie en de nucleaire uitstap in België en Duitsland, een verdere versterking van het 380kV Belgische elektriciteitsnet.

Om deze infrastructuurmaatregelen mogelijk te maken is een bestemmingswijziging nodig en hiervoor dient een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (GRUP) opgemaakt te worden, inclusief een plan-MER. 

In het kader van deze plan-MER-procedure werd door de initiatiefnemer, Elia Asset nv, een consultatienota opgemaakt die informatie geeft over de doelstellingen, reikwijdte en detailleringsgraad van het voorgenomen plan.

Argumentatie

Het project omvat de aanleg van een nieuwe hoogspanningslijn tussen Zandvliet en Liefkenshoek waarvoor nieuwe masten en portieken nodig zijn. De totale lengte bedraagt ongeveer 11,4 km. 

In de voorliggende kennisgeving worden drie mogelijke tracés beschreven:

  • basistracé: een nieuwe hoogspanningslijn vanaf het hoogspanningsstation Zandvliet naar Lillo, met een oversteek aan de Schelde ter hoogte van de Liefkenshoektunnel naar Liefkenshoek. Ter hoogte van Lillo wordt een nieuw hoogspanningsstation voorzien.
  • alternatief 1: een hoogspanningslijn over een lengte van 4,3 km ten westen van de Scheldelaan van het bedrijf Solvay tot aan het hoogspanningsstation Lillo, gebundeld met de bestaande, bovengrondse 150kV verbinding.
  • alternatief 2: recuperatie van het bestaande 150 kV-traject tussen Solvay en Lillo over een lengte van ca. 3,2 km tot aan het hoogspanningsstation Lillo. Deze bestaande verbinding wordt ondergronds aangelegd. 

Algemene opmerkingen

  • het is niet duidelijk met welke tussenafstanden de masten geplaatst worden. Evenmin is duidelijk welke hoogte deze masten hebben en hoe hoog de spanningsleidingen hangen. Het gebrek aan informatie over de afstand tussen masten onderling en de hoogte van leidingen maakt de beoordeling van de visuele en ruimtelijke impact ter hoogte van Lillo op de omgeving moeilijk.
  • gevraagd wordt om de intekening van de tracés op meer recente kaartbladen aan te duiden en actuele informatie te gebruiken. De gebruikte en verouderde kaarten tonen bijvoorbeeld niet het Deurganckdok.
  • de opgenomen tracés liggen op zeer korte afstand van elkaar. Het noordelijke tracé is voor alle drie de opgenomen scenario’s gelijk. Voor het zuidelijke deel, vanaf Solvay,  verloopt het tracé langs de oostelijke of de westelijke zijde van de Scheldelaan. De plan-MER dient voldoende alternatieven met een grotere ruimtelijke spreiding te onderzoeken, opdat een vergelijking kan gemaakt worden. 

Opmerkingen op de juridische en beleidsmatige randvoorwaarden

  • de doelstellingen voor de haven in het strategisch Ruimtelijk Structuurplan Antwerpen worden vermeld. Gevraagd wordt om ook het beeld van de zachte ruggengraat op te nemen, met in het bijzonder het programma voor het havenpark waarvoor het de bedoeling is om de ontwikkeling van een aaneengesloten parkstructuur te garanderen langs en binnen het havengebied, dat de rol van de havenbuffers versterkt en gelinkt is aan het grotere landschapsproject voor de polders in het noorden.
  • het masterplan Lillo werd in oktober 2010 door het college van burgemeester en schepenen goedgekeurd. Het masterplan heeft, naast een dijkverhoging ten gevolge van het Sigmaplan en de herlokalisatie van de jachthaven zoals vermeld in de kennisgeving, als ambitie om de cultuurhistorische betekenis van Lillo te versterken.
  • het GRUP ‘Liefkenshoek spoortunnel’ ontbreekt bij de opsomming van de ruimtelijke uitvoeringsplannen.
  • er wordt best rekening gehouden met de op 8 november 2012 door de administrateur-generaal vastgestelde inventaris van het bouwkundig erfgoed. 

Opmerkingen voor de discipline bodem en grondwater

  • bij de referentiesituatie voor het bodemgebruik is weergegeven dat de aanleg van de nieuwe leiding gebeurt in het Antwerps havengebied, waar het voornaamste bodemgebruik de industriële activiteiten zijn. Vooral voor de alternatieven 1 en 2 geldt bijkomend ook dat zij voor een groot deel ten westen van de Scheldelaan lopen en dus ingrijpen op bodemgebruik met groen, natuur en natuurontwikkeling.
  • bij de inplanting van ondergrondse scenario’s of masten voor bovengrondse leidingen dient rekening gehouden te worden met de aanwezige ondergrondse leidingenstroken. 

Opmerkingen voor de discipline fauna en flora

  • de beschreven situatie voor de Potpolder Lillo is ondertussen gewijzigd in het kader van de ontpoldering van dit gebied en het realiseren van de Sigmadijk.
  • de geplande leidingenstrook bevindt zich in een erkend natuurreservaat. Het noorden van het tracé is gelegen in ‘Groot Buitenschoor en Galgenschoor’. Moet hiervoor het beheersplan worden aangepast?
  • welke impact hebben de verschillende tracés op de doelstelling van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen om maximum 5% ecologische infrastructuur af te bakenen in Vlaamse havengebieden? In welke verhouding staat het mogelijk verlies tot de beschikbare ecologische infrastructuur? 

Opmerkingen voor de discipline landschap, bouwkundig erfgoed en archeologie

  • de beschermde windmolen ‘den Eenhoorn ‘ ligt zeer dicht bij het basistracé. Wat is de visuele impact van de geplande infrastructuur op deze molen? De werking van de molen moet steeds gewaarborgd worden. Naast de nodige afstand tot de molen is voor het functioneren van de molen dus ook de beschikbare hoogte van belang.
  • de stad Antwerpen vraagt om bij de plaatsing van de masten zo min mogelijk de cultuurhistorische waarden van Lillo en de molen ‘den Eenhoorn’ te schaden door een afstand tot dit erfgoed te bewaren opdat de beleving niet wordt verstoord door de geplande infrastructuur.
  • het belang van de archeologische site van fort Lillo dient hier te worden onderstreept. De archeologische site van het fort strekt zich verder uit dan wat nu waarneembaar is op het terrein. Het fort is vanuit cultuurhistorisch en recreatief standpunt het belangrijkste Scheldefort van de stad. Zij vormt niet alleen een onderdeel van de Staats-Spaanse linies (gelegen in Oost-en West-Vlaanderen en Zeeland tot aan stad Antwerpen), maar zij is tevens een schakelfort voor de Fortengordels rond Antwerpen. Binnen het Europees project ‘Forten en Linies in Grensbreed Perspectief’ (2009-2013), werd de herwaardering van forten en de cultuurhistorische en recreatieve ontsluiting ervan, als belangrijke waarde vooropgesteld. De visuele impact van het basistracé met bovengrondse masten dient dan ook steeds te worden afgetoetst aan de beleving van het fort vanuit cultuurhistorisch, recreatief en toeristisch standpunt,
  • in het bijzonder voor de ondergrondse tracé-variant is het belangrijk de gevolgen op vlak van archeologie duidelijk in beeld te brengen. Bij de aanleg ervan dient, afhankelijk van de diepte, rekening gehouden te worden met archeologisch vooronderzoek. De exacte positie van het ondergrondse tracé is ter hoogte van fort Lillo echter niet duidelijk. Volgens het Archeologiedecreet wordt het in situ-behoud steeds vooropgesteld. Indien geen andere alternatieven kunnen worden gevolgd, dient overgegaan te worden tot archeologisch onderzoek.

 Opmerkingen voor de discipline mens – ruimtelijke aspecten en hinder

  • de recreatieve functie die Lillo vervult is niet in de kennisgeving opgenomen. Nochtans worden er jaarlijks verschillende evenementen georganiseerd die duizenden bezoekers aantrekken. De overzetboot tussen Lillo en Doel vervoert in de periode tussen Pasen en eind september ruim 45.000 personen (in 2008 waren er dit bv. 47.000). Het college vraagt dan ook om hiermee rekening te houden.
  • het aantal woningen binnen de 98m voor alternatief 1 beperkt is tot 3. Voor het basistracé en voor alternatief 2 zijn het er 0.Het gebruikte schaalniveau laat een nauwkeurige intekening van de tracés niet toe. Verder detailonderzoek moet uitmaken of er daadwerkelijk zo weinig woningen binnen de perimeter staan.
  • het college vraagt in het belang van de economische betekenis van de haven de garantie op een vlotte doorstroming van het weg- en scheepvaartverkeer tijdens de voorbereidings- en uitvoeringswerken. In het bijzonder geldt dit voor bouwwerken langs de Scheldelaan, voor een kruising van de Schelde en ter hoogte van het sluizencomplex.
  • in welke mate is bij de bepaling van de tracés rekening gehouden met recent gebouwde en of stedenbouwkundig vergunde windturbines? Het is nodig ook hiervoor de meest actuele informatie te gebruiken.
  • het aspect industriële veiligheid komt te weinig aan bod. Is een Ruimtelijk Veiligheidsrapport (RVR) nodig ? Zo  niet, op welke manier wordt het veiligheidsaspect in relatie met de omliggende bedrijvigheid onderzocht. Heeft de inplanting van een hoogspanningsleiding invloed op de veiligheidsvoorwaarden waaraan de nabijgelegen bedrijven moeten voldoen?

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

Juridische grond

Titel IV van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid bepaalt de voorwaarden en procedure voor de opmaak van een plan-MER.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college beslist het advies voor het kennisgevingsdossier van de plan-MER ‘Hoogspanningslijn Zandvliet-Lillo-Liefkenshoek’ goed te keuren:

Het project omvat de aanleg van een nieuwe hoogspanningslijn tussen Zandvliet en Liefkenshoek waarvoor nieuwe masten en portieken nodig zijn. De totale lengte bedraagt ongeveer 11,4 km. 

In de voorliggende kennisgeving worden drie mogelijke tracés beschreven:

  • basistracé: een nieuwe hoogspanningslijn vanaf het hoogspanningsstation Zandvliet naar Lillo, met een oversteek aan de Schelde ter hoogte van de Liefkenshoektunnel naar Liefkenshoek. Ter hoogte van Lillo wordt een nieuw hoogspanningsstation voorzien.
  • alternatief 1: een hoogspanningslijn over een lengte van 4,3 km ten westen van de Scheldelaan van het bedrijf Solvay tot aan het hoogspanningsstation Lillo, gebundeld met de bestaande, bovengrondse 150kV verbinding.
  • alternatief 2: recuperatie van het bestaande 150 kV-traject tussen Solvay en Lillo over een lengte van ca. 3,2 km tot aan het hoogspanningsstation Lillo. Deze bestaande verbinding wordt ondergronds aangelegd.

Algemene opmerkingen

  • het is niet duidelijk met welke tussenafstanden de masten geplaatst worden. Evenmin is duidelijk welke hoogte deze masten hebben en hoe hoog de spanningsleidingen hangen. Het gebrek aan informatie over de afstand tussen masten onderling en de hoogte van leidingen maakt de beoordeling van de visuele en ruimtelijke impact ter hoogte van Lillo op de omgeving moeilijk.
  • gevraagd wordt om de intekening van de tracés op meer recente kaartbladen aan te duiden en actuele informatie te gebruiken. De gebruikte en verouderde kaarten tonen bijvoorbeeld niet het Deurganckdok.
  • de opgenomen tracés liggen op zeer korte afstand van elkaar. Het noordelijke tracé is voor alle drie de opgenomen scenario’s gelijk. Voor het zuidelijke deel, vanaf Solvay,  verloopt het tracé langs de oostelijke of de westelijke zijde van de Scheldelaan. De plan-MER dient voldoende alternatieven met een grotere ruimtelijke spreiding te onderzoeken, opdat een vergelijking kan gemaakt worden. 

Opmerkingen op de juridische en beleidsmatige randvoorwaarden

  • de doelstellingen voor de haven in het strategisch Ruimtelijk Structuurplan Antwerpen worden vermeld. Gevraagd wordt om ook het beeld van de zachte ruggengraat op te nemen, met in het bijzonder het programma voor het havenpark waarvoor het de bedoeling is om de ontwikkeling van een aaneengesloten parkstructuur te garanderen langs en binnen het Havengebied, dat de rol van de havenbuffers versterkt en gelinkt is aan het grotere landschapsproject voor de polders in het noorden.
  • het masterplan Lillo werd in oktober 2010 door het college van burgemeester en schepenen goedgekeurd. Het masterplan heeft, naast een dijkverhoging ten gevolge van het Sigmaplan en de herlokalisatie van de jachthaven zoals vermeld in de kennisgeving, als ambitie om de cultuurhistorische betekenis van Lillo te versterken.
  • het GRUP ‘Liefkenshoek spoortunnel’ ontbreekt bij de opsomming van de ruimtelijke uitvoeringsplannen.
  • er wordt best rekening gehouden met de op 8 november 2012 door de administrateur-generaal vastgestelde inventaris van het bouwkundig erfgoed. 

Opmerkingen voor de discipline bodem en grondwater

  • bij de referentiesituatie voor het bodemgebruik is weergegeven dat de aanleg van de nieuwe leiding gebeurt in het Antwerps havengebied, waar het voornaamste bodemgebruik de industriële activiteiten zijn. Vooral voor de alternatieven 1 en 2 geldt bijkomend ook dat zij voor een groot deel ten westen van de Scheldelaan lopen en dus ingrijpen op bodemgebruik met groen, natuur en natuurontwikkeling.
  • bij de inplanting van ondergrondse scenario’s of masten voor bovengrondse leidingen dient rekening gehouden te worden met de aanwezige ondergrondse leidingenstroken. 

Opmerkingen voor de discipline fauna en flora

  • de beschreven situatie voor de Potpolder Lillo is ondertussen gewijzigd in het kader van de ontpoldering van dit gebied en het realiseren van de Sigmadijk.
  • de geplande leidingenstrook bevindt zich in een erkend natuurreservaat. Het noorden van het tracé is gelegen in ‘Groot Buitenschoor en Galgenschoor’. Moet hiervoor het beheersplan worden aangepast?
  • Welke impact hebben de verschillende tracés op de doelstelling van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen wm maximum 5% ecologische infrastructuur af te bakenen in Vlaamse havengebieden? In welke verhouding staat het mogelijk verlies tot de beschikbare ecologische infrastructuur? 

Opmerkingen voor de discipline landschap, bouwkundig erfgoed en archeologie

  • de beschermde windmolen ‘den Eenhoorn ‘ ligt zeer dicht bij het basistracé. Wat is de visuele impact van de geplande infrastructuur op deze molen? De werking van de molen moet steeds gewaarborgd worden. Naast de nodige afstand tot de molen is voor het functioneren van de molen dus ook de beschikbare hoogte van belang.
  • de stad Antwerpen vraagt om bij de plaatsing van de masten zo min mogelijk de cultuurhistorische waarden van Lillo en de molen ‘den Eenhoorn’ te schaden door een afstand tot dit erfgoed te bewaren opdat de beleving niet wordt verstoord door de geplande infrastructuur.
  • het belang van de archeologische site van fort Lillo dient hier te worden onderstreept. De archeologische site van het fort strekt zich verder uit dan wat nu waarneembaar is op het terrein. Het fort is vanuit cultuurhistorisch en recreatief standpunt het belangrijkste Scheldefort van de stad. Zij vormt niet alleen een onderdeel van de Staats-Spaanse linies (gelegen in Oost-en West-Vlaanderen en Zeeland tot aan stad Antwerpen), maar zij is tevens een schakelfort voor de Fortengordels rond Antwerpen. Binnen het Europees project ‘Forten en Linies in Grensbreed Perspectief’ (2009-2013), werd de herwaardering van forten en de cultuurhistorische en recreatieve ontsluiting ervan, als belangrijke waarde vooropgesteld. De visuele impact van het basistracé met bovengrondse masten dient dan ook steeds te worden afgetoetst aan de beleving van het fort vanuit cultuurhistorisch, recreatief en toeristisch standpunt,
  • in het bijzonder voor de ondergrondse tracé-variant is het belangrijk de gevolgen op vlak van archeologie duidelijk in beeld te brengen. Bij de aanleg ervan dient, afhankelijk van de diepte, rekening gehouden te worden met archeologisch vooronderzoek. De exacte positie van het ondergrondse tracé is ter hoogte van fort Lillo echter niet duidelijk. Volgens het Archeologiedecreet wordt het in situ-behoud steeds vooropgesteld. Indien geen andere alternatieven kunnen worden gevolgd, dient overgegaan te worden tot archeologisch onderzoek.

Opmerkingen voor de discipline mens – ruimtelijke aspecten en hinder

  • de recreatieve functie die Lillo vervult is niet in de kennisgeving opgenomen. Nochtans worden er jaarlijks verschillende evenementen georganiseerd die duizenden bezoekers aantrekken. De overzetboot tussen Lillo en Doel vervoert in de periode tussen Pasen en eind september ruim 45.000 personen (in 2008 waren er dit bv. 47.000). Het college vraagt dan ook om hiermee rekening te houden.
  • het aantal woningen binnen de 98m voor alternatief 1 beperkt is tot 3. Voor het basistracé en voor alternatief 2 zijn het er 0.Het gebruikte schaalniveau laat een nauwkeurige intekening van de tracés niet toe. Verder detailonderzoek moet uitmaken of er daadwerkelijk zo weinig woningen binnen de perimeter staan.
  • het college vraagt in het belang van de economische betekenis van de haven de garantie op een vlotte doorstroming van het weg- en scheepvaartverkeer tijdens de voorbereidings- en uitvoeringswerken. In het bijzonder geldt dit voor bouwwerken langs de Scheldelaan, voor een kruising van de Schelde en ter hoogte van het sluizencomplex.
  • in welke mate is bij de bepaling van de tracés rekening gehouden met recent gebouwde en of stedenbouwkundig vergunde windturbines? Het is nodig ook hiervoor de meest actuele informatie te gebruiken.
  • het aspect industriële veiligheid komt te weinig aan bod. Is een Ruimtelijk Veiligheidsrapport nodig ? Zo  niet, op welke manier wordt het veiligheidsaspect in relatie met de omliggende bedrijvigheid onderzocht. Heeft de inplanting van een hoogspanningsleiding invloed op de veiligheidsvoorwaarden waaraan de nabijgelegen bedrijven moeten voldoen?

Artikel 2

Het college neemt kennis van en gaat akkoord met het ontwerp van advies van het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen dat op maandag 21 januari 2013 ter goedkeuring aan het directiecomité van het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen wordt voorgelegd.

Artikel 3

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen voor de stad of het OCMW.

Bijlagen

  • Ontwerpadvies Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen.docx