De bevoegdheid van het college om het openbaar onderzoek te organiseren en advies te verlenen is gebaseerd op artikel 4.2.8. §4 en 4.2.11. §1 van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid.
Het kennisgevingsdossier ligt ter inzage van het publiek van 23 november 2012 tot en met 22 januari 2013 in het districtshuis van Berendrecht-Zandvliet-Lillo en bij stadsontwikkeling/ruimte & mobiliteit/ruimtelijk beleid (Francis Wellesplein 1, 2018 Antwerpen).
Binnen deze periode kan iedereen opmerkingen geven over de nota rond de gewenste inhoud van de milieubeoordeling, in het bijzonder over de milieueffecten die ermee samenhangen, de manier waarop deze effecten bestudeerd worden en de te bestuderen alternatieven.
Het is de bedoeling dat uit deze inspraakronde bruikbare ideeën komen om het onderzoek in de milieubeoordeling te verbeteren en/of te vervolledigen.
|
23 januari 2009 |
Jaarnummer 863 |
het college beslist opmerkingen over te maken in de vorm van een bezwaarschrift voor het ontwerp gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Hoogspanningslijn Lillo-Zandvliet’. |
|
16 februari 2009 |
Jaarnummer 250 |
de gemeenteraad bekrachtigt advies over het ontwerp gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (GRUP) ‘Hoogspanningslijn Lillo-Zandvliet’. |
|
2 oktober 2009 |
|
de Vlaamse regering keurt de definitieve vaststelling voor het GRUP Hoogspanningslijn Lillo-Zandvliet goed. |
|
29 juni 2011 |
Nr. 214.254 |
de Raad van State vernietigt het besluit van de Vlaamse regering voor wat betreft het tracé van de hoogspanningsleiding. De bestemming van het begin- en eindpunt is wel geldig. |
Op 16 februari 2009 (jaarnummer 250) bekrachtigde de gemeenteraad het advies over het ontwerp-GRUP ‘Hoogspanningslijn Lillo-Zandvliet’. Dit advies bevatte volgende opmerkingen:
Op 29 juni 2011 vernietigde de Raad van State het besluit van 2 oktober 2009 van de Vlaamse regering houdende de definitieve vaststelling van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Hoogspanningslijn Lillo-Zandvliet’ in zoverre het tracé van de hoogspanningslijn wordt vastgesteld.
Dit betekent dat de bestemming van het begin- en eindpunt wel geldig is, maar het tracé van de hoogspanningslijn niet. De uitspraak kwam er na een verzoekschrift van de nv Oiltanking Stolthaven Antwerp (OTSA), een bedrijf dat wordt gevat door het in het GRUP in overdruk opgenomen tracé voor de hoogspanningslijn.
Per brief van 13 november 2012 werd de stad Antwerpen gevraagd om de kennisgevingsnota voor de plan-MER ‘GRUP Hoogspanningslijn Zandvliet-Lillo-Liefkenshoek’ ter inzage te leggen en om advies over de kennisgeving te bezorgen aan de dienst MER (milieueffectrapportage) van de Vlaamse overheid.
In het kader van de versterking van het Belgische elektriciteitsnetwerk en de noodzaak om de bevoorrading van gans België en in het bijzonder het zeehavengebied van Antwerpen te verzekeren, voorziet Elia Asset nv de aanleg van een nieuwe hoogspanningslijn (380 kV) tussen de bestaande hoogspanningsstations te Zandvliet en Lillo en, via de oversteek van de Schelde, verder naar Liefkenshoek. Vanaf Liefkenshoek zal op de linkeroever verder aangesloten worden op een bestaande 150kV lijn die hiervoor opgewaardeerd wordt naar 380 kV tot het hoogspanningsstation Mercator (gelegen in Kruibeke).
Door de sterke economische expansie van de haven in de afgelopen decennia zijn de huidige verbindingen verzadigd. Tevens is het niet meer mogelijk om bijkomende productie-eenheden in de haven aan te sluiten, noch op rechter- noch op linkeroever.
Met de versterking van de as tussen Zandvliet en Mercator via een nieuw aansluitingspunt met transformatie van 380kV naar 150kV in Lillo, wordt ook de verbinding met Nederland versterkt en de bevoorradingszekerheid veilig gesteld op momenten van een tekort aan Belgische productiecapaciteit.
Tenslotte vereist ook de aanzienlijke toename van variabele fluxen op het Belgische en Europese elektriciteitsnet wegens het volatiele karakter van de hernieuwbare elektriciteitsproductie en de nucleaire uitstap in België en Duitsland, een verdere versterking van het 380kV Belgische elektriciteitsnet.
Om deze infrastructuurmaatregelen mogelijk te maken is een bestemmingswijziging nodig en hiervoor dient een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (GRUP) opgemaakt te worden, inclusief een plan-MER.
In het kader van deze plan-MER-procedure werd door de initiatiefnemer, Elia Asset nv, een consultatienota opgemaakt die informatie geeft over de doelstellingen, reikwijdte en detailleringsgraad van het voorgenomen plan.
Het project omvat de aanleg van een nieuwe hoogspanningslijn tussen Zandvliet en Liefkenshoek waarvoor nieuwe masten en portieken nodig zijn. De totale lengte bedraagt ongeveer 11,4 km.
In de voorliggende kennisgeving worden drie mogelijke tracés beschreven:
Algemene opmerkingen
Opmerkingen op de juridische en beleidsmatige randvoorwaarden
Opmerkingen voor de discipline bodem en grondwater
Opmerkingen voor de discipline fauna en flora
Opmerkingen voor de discipline landschap, bouwkundig erfgoed en archeologie
Opmerkingen voor de discipline mens – ruimtelijke aspecten en hinder
.
Titel IV van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid bepaalt de voorwaarden en procedure voor de opmaak van een plan-MER.
Het college beslist het advies voor het kennisgevingsdossier van de plan-MER ‘Hoogspanningslijn Zandvliet-Lillo-Liefkenshoek’ goed te keuren:
Het project omvat de aanleg van een nieuwe hoogspanningslijn tussen Zandvliet en Liefkenshoek waarvoor nieuwe masten en portieken nodig zijn. De totale lengte bedraagt ongeveer 11,4 km.
In de voorliggende kennisgeving worden drie mogelijke tracés beschreven:
Algemene opmerkingen
Opmerkingen op de juridische en beleidsmatige randvoorwaarden
Opmerkingen voor de discipline bodem en grondwater
Opmerkingen voor de discipline fauna en flora
Opmerkingen voor de discipline landschap, bouwkundig erfgoed en archeologie
Opmerkingen voor de discipline mens – ruimtelijke aspecten en hinder
Het college neemt kennis van en gaat akkoord met het ontwerp van advies van het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen dat op maandag 21 januari 2013 ter goedkeuring aan het directiecomité van het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen wordt voorgelegd.