Terug

2012_CBS_08488 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 3 bijzondere voorwaarden - Zusters van Onze-Lieve-Vrouwstraat 4 - 2170 Merksem-Antwerpen. Dossiernummer AN2012/371/JV - Kennisneming

college van burgemeester en schepenen
vr 17/08/2012 - 09:00 digitaal
Kennis genomen

Samenstelling

Aanwezig

Patrick Janssens, burgemeester; Robert Voorhamme, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Marc Van Peel, schepen; Luc Bungeneers, schepen; Guy Lauwers, schepen; Güler Turan, schepen; Leen Verbist, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, waarnemend korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Patrick Janssens, burgemeester
2012_CBS_08488 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 3 bijzondere voorwaarden - Zusters van Onze-Lieve-Vrouwstraat 4 - 2170 Merksem-Antwerpen. Dossiernummer AN2012/371/JV - Kennisneming 2012_CBS_08488 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 3 bijzondere voorwaarden - Zusters van Onze-Lieve-Vrouwstraat 4 - 2170 Merksem-Antwerpen. Dossiernummer AN2012/371/JV - Kennisneming

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 4 § 1 van Vlarem I bepaalt dat het college akte moet nemen van meldingen van klasse 3-inrichtingen.

Aanleiding en context

Meldingen van klasse 3-inrichtingen worden, conform de wetgeving, aan het college bekendgemaakt. De melding opgenomen als bijlage werd op de dienst milieuvergunningen binnengebracht en geregistreerd.

Argumentatie

De volgende melding van klasse 3-inrichting(en) werd volledig en ontvankelijk bevonden zodat van deze melding akte kan worden genomen zoals voorzien in de Vlarem-procedure.

Juridische grond

Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder voorafgaande en schriftelijke vergunning of melding een als hinderlijk ingedeelde inrichting klasse 1, 2 of 3 mag exploiteren of veranderen.
Artikel 4 § 2 van het milieuvergunningendecreet bepaalt dat niemand zonder daarvan vooraf melding te hebben gemaakt, een inrichting die tot de klasse 3 behoort, mag exploiteren of veranderen.
Artikel 20 van het milieuvergunningendecreet en artikel 3.3.0.2 van Vlarem II bepalen dat aan inrichtingen van klasse 3 bijzondere vergunningswaarden kunnen worden opgelegd.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college neemt akte van de klasse 3-inrichting zoals vermeld in het verslag van de dienst milieuvergunningen dat werd opgenomen als bijlage.

Artikel 2

Het college wijst erop dat volgende algemene en sectorale voorwaarden van toepassing zijn:

algemene milieuvoorwaarden – algemeen

hoofdstuk 4.1, 4.7, 4.9 en bijlagen 4.1.9.1.6, 4.1.9.2.3.1, 4.1.9.2.3.2, 4.1.9.2.3.4 en 4.8;

algemene milieuvoorwaarden – geluid

hoofdstuk 4.5 en bijlagen 2.2.1, 2.2.2, 4.5.1, 4.5.2, 4.5.3, 4.5.4, 4.5.5 en 4.5.6;

standaardgarages en – carrosseriebedrijven

hoofdstuk 5bis.0 en 5bis.15.5.

Artikel 3

Het college beslist dat volgende bijzondere voorwaarden van toepassing zijn:

- er mogen geen activiteiten plaatsvinden op de openbare weg die het verkeer kunnen hinderen:

   o    het laden en lossen van geaccidenteerde voertuigen gebeurt steeds op het terrein van de exploitant;

   o    op het terrein moet voldoende parkeerplaats zijn voor wachtende en afgehandelde voertuigen;

- gevaarlijke producten worden opgeslagen boven een voldoende grote inkuiping of opvangbak;

- de werkplaats wordt voorzien van een vloeistofdichte vloer.

Artikel 4

Dit besluit heeft in principe voor de stad geen financiële gevolgen.