Het stadsbestuur van Antwerpen vindt een verkeersveilige en leefbare stad prioritair. In het bestuursakkoord 2007-2012 engageerde het bestuur zich in zijn mobiliteitsbeleid te vertrekken van het stop-principe. Daarbij geeft de stad Antwerpen - in deze volgorde - prioriteit aan stappers, trappers, openbaar vervoer en privaat (auto)vervoer.
Op 1 februari 2008 (jaarnummer 1155) keurde het college de organisatie van een eerste Antwerpse Staten-Generaal van de Verkeersveiligheid goed.
Op 4 juni 2010 (jaarnummer 6687) keurde het college de organisatie van de tweejaarlijkse evaluatie van de Staten-Generaal van de Verkeersveiligheid op 22 juni 2010 goed.
Op 20 april 2012 (jaarnummer 4058) keurde het college de organisatie van de tweejaarlijkse evaluatie van de Staten-Generaal van de Verkeersveiligheid op 26 april 2012 goed.
In mei 2012 richtte het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen een werkgroep op met het oog op het in kaart brengen en verbeteren van de veiligheid van het woon-werkverkeer in het Antwerpse havengebied. Volgende partijen werden betrokken: stad Antwerpen, lokale politie Antwerpen, provincie Antwerpen, Belgisch Instituut voor de Verkeersveiligheid (BIVV), Vlaamse Stichting Verkeerskunde (VSV), VOKA - Grootindustrie, Alfaport Antwerpen, Vereniging van Industriële Bedrijven in Noord-Antwerpen (VIBNA), BASF en Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen. De betrokken partijen stelden dat bijkomende activiteiten moeten uitgevoerd worden om een verbetering van de veiligheid voor het woon-werkverkeer te verkrijgen. Analyses hebben aangegeven dat vooral fietsongevallen in het woon-werkverkeer aanleiding geven tot veel werkverlet. Bijgevolg werd voorgesteld om de nadruk van acties in eerste instantie te leggen op woon-werkverkeer per fiets.
Het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen wil de intenties van de betrokken partijen om samen te werken met het oog op het verbeteren van de veiligheid van het woon-werkverkeer in het Antwerpse havengebied formaliseren. Hiervoor maakte het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen een intentieverklaring op.
Het is de overtuiging van de betrokken partijen dat de uitvoering van een gecoördineerd actieprogramma een bijdrage kan leveren tot het verbeteren van de veiligheid van het woon-werkverkeer. Deze intentieverklaring is een uitdrukking van de wil tot samenwerking tussen de partijen en is gericht op het weergeven van de verschillende activiteiten die onder deze samenwerking vallen. Aan de hand van een specifieke sensibiliseringscampagne en een specifiek actieprogramma willen de partijen een verbetering van de veiligheid voor fietsers in het woon-werkverkeer bereiken. Het uitvoeren van de acties in deze intentieverklaring wil in de eerste plaats geen promotie voor fietsgebruik nastreven, maar is vooral gericht op het behouden van bestaande fietsaandelen en het veiliger maken van het woon-werkverkeer. Secundair kan deze intentieverklaring natuurlijk wel resulteren in een uitgebreider fietsgebruik.
De intentieverklaring bevat een actieprogramma op volgende terreinen:
In de eerste fase zal de nadruk gelegd worden op het uitwerken van Actie 1, Actie 3, Actie 4, Actie 6 en Actie 7. Het uitvoeren van Acties 2 en 5 zal worden geëvalueerd na de finalisering van Acties 3, 4, 6 en 7. Dit neemt niet weg dat de voorbereiding voor Acties 2 en 5 reeds van bij de aanvang van de intentieverklaring zal starten. Tijdens het eerste werkingsjaar zal de voortgang op de acties worden geëvalueerd en zullen gesprekken gevoerd worden om in een financiering van Acties 2 en 5 te voorzien.
Het college beslist de intentieverklaring van de stad Antwerpen met het oog op een samenwerking in het kader van veilig woon-werkverkeer in het Antwerpse havengebied, ter goedkeuring aan de gemeenteraad voor te leggen.