Terug

2012_CBS_12841 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Sumitomo Warehouse (Europe) GmbH, Fotografielaan 37-39, 2610 Wilrijk-Antwerpen. Dossiernummer: AN2012/566/AV - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 14/12/2012 - 09:00 digitaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Patrick Janssens, burgemeester; Robert Voorhamme, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Marc Van Peel, schepen; Luc Bungeneers, schepen; Guy Lauwers, schepen; Güler Turan, schepen; Leen Verbist, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, waarnemend korpschef; Patrick Van Hoof, plaatsvervangend korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Patrick Janssens, burgemeester
2012_CBS_12841 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Sumitomo Warehouse (Europe) GmbH, Fotografielaan 37-39, 2610 Wilrijk-Antwerpen. Dossiernummer: AN2012/566/AV - Goedkeuring 2012_CBS_12841 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Sumitomo Warehouse (Europe) GmbH, Fotografielaan 37-39, 2610 Wilrijk-Antwerpen. Dossiernummer: AN2012/566/AV - Goedkeuring

Motivering

Gekoppelde besluiten

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 36, 4° van Vlarem I bepaalt dat het college een uitspraak dient te doen over een milieuvergunningsaanvraag klasse 2.

Aanleiding en context

Aanvrager: Sumitomo Warehouse (Europe) GmbH - Fotografielaan 37 - 2610 Wilrijk-Antwerpen. De aanvraag omvat de verdere exploitatie van een opslagmagazijn voor niet-gevaarlijke goederen.

Argumentatie

Het college beslist op basis van het verslag van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd.

Juridische grond

Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder vergunning of melding een hinderlijke inrichting mag exploiteren.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college beslist een milieuvergunning klasse 2 goed te keuren aan Sumitomo Warehouse (Europe) GmbH, Fotografielaan 37, 2610 Wilrijk-Antwerpen, voor de inrichting gelegen op het adres: Fotografielaan 37-39, 2610 Wilrijk-Antwerpen. De vergunning heeft als voorwerp: de verdere exploitatie van een opslagmagazijn voor niet-gevaarlijke goederen.

Artikel 2

Het college wijst erop dat voor de exploitant de volgende algemene en sectorale voorwaarden van toepassing zijn:

algemene milieuvoorwaarden - algemeen

hoofdstuk 4.1,4.7,4.9 en bijlagen 4.1.9.1.6, 4.1.9.2.3.1,4.1.9.2.3.2, 4.1.9.2.3.4 en 4.8;

algemene milieuvoorwaarden - geluid

hoofdstuk 4.5 en bijlage 2.2.1, 2.2.2, 4.5.1,4.5.2,4.5.3, 4.5.4,4.5.5 en 4.5.6;

algemene milieuvoorwaarden - lucht

hoofdstuk 4.4 en bijlagen 4.4.1 tot 4.4.6. en hoofdstuk 4.10;

bedekkingsmiddelen (verven, vernissen, inkten, emails, metaalpoedes en analoge producten, afbijt en beitsmiddelen), kleurstoffen en pigmenten - algemene bepalingen

afdeling 5.4.1;

biociden

hoofdstuk 5.5;

elektriciteit

hoofdstuk 5.12;

gassen - gemeenschappelijke bepalingen

afdeling 5.16.1 en bijlage 5.16.5;

gassen - koelinrichtingen / compressoren

afdeling 5.16.3;

hout - algemeen

afdeling 5.19.1;

kleurstoffen en pigmenten

hoofdstuk 5.21 en hoofdstuk 5.4;

kunststoffen

hoofdstuk 5.23;

textiel

hoofdstuk 5.41;

niet in rubriek 2 en 28 begrepen verbrandingsinrichtingen - algemene bepalingen en imissiecontroleprocedures

afdeling 5.43.1 + 5.43.4;

 

niet in rubriek 2 en 28 begrepen verbrandingsinrichtingen - stookinstallaties, met uitzondering van gasturbines en stoom- en gasturbine-installaties - kleine stookinstallaties (300 kW-5 MW)

subafdeling 5.43.2.3.

 

Artikel 3

Het college beslist dat de exploitant de volgende bijzondere voorwaarden en brandweervoorwaarden dient na te leven:

1. Bijzondere voorwaarden:

  • het voorstel om het bufferen van een deel van het regenwater mogelijk te maken, dient gerealiseerd te worden binnen de 2 jaar na het verlenen van de milieuvergunning;
  • de exploitant zoekt uit of deze mazouttank correct buiten dienst werd genomen en bezorgt hiervan het bewijs aan de dienst milieuvergunningen. Het attest dient binnen de drie maanden bezorgd te worden.

2. Brandweervoorwaarden:

Onafhankelijk van de verplichtingen aan de houder van de milieuvergunning opgelegd via de vigerende milieureglementering alsmede via het milieuvergunningsbesluit, en onverminderd de maatregelen ter voorkoming en bestrijding van brand, door de houder van de milieuvergunning te treffen in uitvoering van de algemene en sectorale milieuvoorwaarden, dient de houder van de milieuvergunning reeds te voorzien in de hierna vermelde blusmiddelen voor eerste tussenkomst:

a) Bluswatervoorzieningen buiten het magazijn

a) 1. Primair bluswater

Rondom de inrichting dienen, op onderlinge afstanden van circa 80 meter, bovengrondse hydranten, van het type BH 100, volgens de norm NBN S 21.019 geplaatst te worden, welke mogen aangesloten worden, met een aansluiting van het directe type op een leiding van minimaal 150 mm hetzij op het net van de openbare waterleiding, hetzij in eigen beheer gevoed, met een onmiddellijke beschikbaar debiet van tenminste 3 600 lpm, gedurende tenminste 2 uur (debiet over twee bovengrondse hydranten type BH100).

De uitgeefkanten van 70 mm doorsnede dienen bijkomend met gepaste afsluitkranen te worden uitgerust. De bewijsvoering van het vereiste debiet is ten laste van de eigenaar/exploitant en dient op eenvoudige vraag voorgelegd te kunnen worden. Voor wat betreft de openbare waterleiding kan een debietmeting aangevraagd worden bij de waterleverancier.

 a) 2. Secundair bluswater

Men dient over een secundaire bluswatervoorziening te beschikken onder de vorm van een watervoorraad, waarvan de minimale capaciteit 600 m³ bedraagt.

De secundaire bluswatervoorziening kan op enkele honderden meters ver (richtlijn 400 meter) van het gebouw liggen, maar niet te ver zodat het water nog met een eenvoudige opstelling bestaande uit een haler en een blusser tot aan het industriegebouw kan worden gebracht. Hiervoor dient een opstelplaats voor de voertuigen van de brandweer voorzien.

De secundaire bluswatervoorziening kan worden voorzien op niveau van een bedrijventerrein. Een gemeenschappelijke waterbuffer, kan dus afhankelijk van de ligging hiervan en de garantie van de beschikbaarheid ervan, een nuttig gegeven zijn.

b) Bluswatervoorzieningen binnen het magazijn

Muurhaspels met axiale voeding (conform NBN EN 671-1) + muurhydrant (volgens de norm NBN 571 en voorzien van vaste koppelstukken doormeter 45 mm volgens KB van 30 januari 1975) met gemeenschappelijke watertoevoer met een binnendiarneter van tenminste 70 mm dienen op oordeelkundig gekozen plaatsen opgesteld zodanig dat elk punt van de inrichting kan bespoten worden.

Hun aantal wordt zodanig bepaald dat de af te leggen afstand vanaf om het even welk punt tot het dichtst bijgelegen toestel niet meer bedraagt dan de lengte van de gebruikte haspels. De haspels dienen gevoed met een leiding onder druk zodanig dat het debiet bij de minst bedeelde haspel gelijk is aan of groter dan 24 liter per minuut.

De leidingen voor bluswater dienen vervaardigd in staal of in een metaal dat minstens dezelfde waarborgen biedt. De geplaatste muurhaspels dienen voorzien van een vergrendeling derwijze dat men het afsluitmondstuk niet kan verwijderen zonder het openen van een handbediende afsluiter op de watertoevoer.

c) Snelblustoestellen

Snelblustoestellen van minstens een bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur 6 kg poeder type ABC - dienen aangebracht op volgende plaatsen:

- nabij poorten en toegangen

- nabij de muurhaspels

- stookplaats

- lokaal met verhoogd risico

Verder dient men de overige snelblustoestellen van minstens een bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur 6 kg poeder type ABC - doelmatig te verdelen over de inrichting tot men in totaal over 1 toestel per 150 m² beschikt. 

Maximaal de helft van de snelblustoestellen van tenminste een bluseenheid conform NBN EN 3-7 mag vervangen worden door voldoende aantal mobiele blusapparaten van tenminste 10 bluseenheden conform NBN EN 3-7 en NBN EN 1866, opdat het minimum aantal bluseenheden bereikt wordt.

Er mogen nochtans gedeeltelijk mobiele bluseenheden of snelblustoestellen van een ander type aangewend worden op de plaatsen waar zij meer aangewezen zijn, voor zover de aangebrachte blusmiddelen minstens eenzelfde bluseenheid conform NBN EN 3-7 bezitten en evenwaardig zijn aan de bovenvermelde.

Snelblustoestellen van het type 5 kg CO2 - 1/2 bluseenheid conform NBN EN 3-7 - dienen in overtal aangebracht op volgende plaatsen:

- nabij de toegang tot de hoogspanningscabine / transformatoren

- in de omgeving van elk belangrijk elektriciteitsbord

- nabij de acculaders

Artikel 4

Het college beslist dat de milieuvergunning ingaat op 14 december 2012 en eindigt op 14 december 2032.

Artikel 5

Dit besluit heeft in principe geen financiële gevolgen voor de stad of het OCMW.