Het project betreft in eerste fase de intunneling van de R11 ter hoogte van de start- en landingsbaan van de luchthaven van Antwerpen.
In tweede fase worden dan obstakelvrije veiligheidszones aangelegd ten oosten van de start- en landingsbaan van de luchthaven van Antwerpen, ter hoogte van de ingetunnelde R11.
De luchthaven is volgens de International Civil Organisation (ICAO) geklassificeerd als categorie 3C. Om veiligheidsredenen legt de ICAO een aantal verplichtingen op en doet zij bijkomende aanbevelingen over de obstakelvrije ruimtes rond de start- en landingsbaan. Deze dienen om te vermijden dat vliegtuigen die naast of voorbij de start- en landingsbaan terechtkomen te zware averij zouden oplopen. Een obstakel is een object dat boven de veiligheidsvlakken die voor de luchthaven werden gedefinieerd, uitsteekt. Voorbij de landingsdrempel of het baaneinde (aan de R11 valt de landingsdrempel samen met het baaneinde) dient een baanstrook (runway strip) van 150 m aan weerszijden van de as van de startbaan aanwezig te zijn en 60 m van de landingsdrempel. De baanstrook moet niet dezelfde verharding hebben als de start- en landingsbaan, maar moet wel voldoende draagkracht hebben om de schade aan de vliegtuigen, passagiers en lading tot een minimum te beperken.
Aan het einde van elke baanstrook dient een uitloopstrook of een Runway End Safety Area (RESA) aangelegd die tot doel heeft landende of opstijgende vliegtuigen die in de probleem komen een hindernisvrije uitloop te bezorgen. Ook de RESA dient niet dezelfde verharding te hebben als de start- en landingsbaan. Belangrijk is dat de RESA zodanig uitgerust is dat de schade beperkt is aan vliegtuigen die gebruik maken van de RESA en vliegtuigen afremt en de RESA steeds berijdbaar is voor brandweer- en reddingswagens. De verplichte RESA, gelegen in het verlengde van de baanstrook bedraagt 90 x 90 m. ICAO beveelt aan om, waar mogelijk, een RESA te voorzien van 240 m lengte en 150 m breedte. Ter gelegenheid van de werken dient maximaal met deze aanbeveling rekening gehouden te worden. De werken dienen zodanig uitgevoerd dat de aanbevolen RESA meteen wordt gerealiseerd of dat de mogelijkheden voor realisatie worden opengehouden. Omdat de realisatie van een RESA 240 m x 150 m deels zou gebeuren in het habitatrichtlijngebied, is beslist om de maximale RESA te realiseren tot aan het habitatrichtlijngebied.
Momenteel beschikt de luchthaven over een derogatie. Dat houdt in dat de luchthaven werkt onder een uitzonderingsregime op voorwaarde dat de nodige maatregelen genomen worden om de RESA te realiseren. Intussen dienen de nodige maatregelen worden genomen om een voldoende veiligheidsniveau te handhaven. Hiertoe werd een veiligheidsplan voor de luchthaven opgemaakt. De exploitant van de luchthaven heeft een deadline gekregen van februari 2013, datum waarop een oplossing in uitvoering moet zijn. Om dat te halen is het noodzakelijk dat dit jaar kan gestart worden met de intunneling van de R11 ter hoogte van de luchthaven.
In dit dossier wordt een ontheffing gevraagd van de MER-plicht voor rubriek 13 van bijlage II van het MER-besluit van 10 december 2004 omtrent de uitvoering van de rechtdoorvariant, die eertijds uitvoerig werd behandeld in een plan-MER, goedgekeurd op 10 mei 2007 door de dienst Mer van de Vlaamse Overheid. In dit plan-MER werd voor 3 varianten voor de realisatie van de baanstrook en de RESA tot op projectniveau onderzocht of er mogelijke aanzienlijke milieueffecten te verwachten zijn en welke maatregelen kunnen genomen worden om de hinder voor mens en milieu te milderen. Het plan-MER gaf in haar conclusie inzake de realisatie van de baanstrook en de RESA aan dat globaal variant 1 – de rechtdoorvariant die het project uitmaakt van dit ontheffingsdossier - het best scoort.
De vraag om advies werd voorgelegd aan de betrokken diensten, de ingediende opmerkingen werden verwerkt in een eindadvies dat is opgenomen in de collegiale brief gericht aan de dienst Milieueffectrapportagebeheer.
Decreet houdende de algemene bepalingen milieubeleid (kortweg DABM) + bijlage(n).
Decreet van de Vlaamse regering van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid.
Besluit van de Vlaamse regering van 10 december 2004 houdende vaststelling van de categorieën van projecten onderworpen aan milieueffectrapportage zogenaamd MER-besluit uit 2004.
Besluit van de Vlaamse regering van 12 oktober 2007 betreffende de milieueffectrapportage over plannen en programma's.
Omzendbrief LNE/2007 (1 december 2007) - Milieueffectbeoordeling van plannen en programma's.
Het college neemt kennis van het ontheffingsdossier ondertunneling R11 ter hoogte van de luchthaven.
Het college keurt de collegiale brief goed aan de dienst Milieueffectrapportagebeheer.