Artikel 57 § 3, 4° van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005 stelt dat het college bevoegd is voor het voeren van de gunningsprocedure, de gunning en de uitvoering van overheidsopdrachten.
Voor de opdracht 'Vernieuwen binnenplein De Branderij' werd openbare aanbesteding GAC/2012/1443 uitgeschreven. Op 16 november 2012 dienden de volgende firma’s een offerte in:
Inzake de kwalitatieve selectie werden alle inschrijvers geschikt bevonden.
De offertes werden door de gemeenschappelijke aankoopcentrale administratief nagezien. De offertes van de volgende inschrijvers werden onregelmatig bevonden, omdat de documenten van artikel 30, tweede lid, 1° en 2° van het Koninklijk Besluit van 25 januari 2001 betreffende de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen, niet bij de inschrijving werden gevoegd:
Tevens werd de offerte van de firma Verbruggen bvba onregelmatig bevonden. De firma voegde bij haar inschrijving een begeleidende nota met enkele opmerkingen. Uit de opmerking 'alle bestrating voorzien voor opvoegen met voegsysteem', kon de exacte intentie door het bestuur niet worden afgeleid. Op 28 november 2012 vroeg het bestuur verduidelijking aan de firma. Per kerende antwoordde de firma dat ze er bij de inschrijving van uit is gegaan dat de totaal aan te leggen oppervlakte moet ingevoegd worden. De inschrijver vult aan 'Echter de meetstaat vermeldt 40,4 lopende meters. De aan te leggen bestrating bedraagt 478,70 m². De door ons opgegeven eenheidsprijs is te interpreteren als prijs per m².'. Uit deze aanvulling maakt het bestuur op dat de bieding technisch niet conform is. Immers, het technisch lastenboek schrijft voor dat het voegwerk voor de totale oppervlakte vervat moet zitten in post 19 (verharding met betontegels). Te dezen blijkt dat de inschrijver deze prijs niet heeft opgenomen in post 19, maar verwerkt heeft in post 18 (voegbevestigingssysteem voor bestratingen), welke een ander type voeg betreft voor toepassing ten belope van 40,4 lopende meters. In toepassing van artikel 110 §§ 2 en 3 en artikel 89 van het Koninklijk Besluit van 8 januari 1996, is elke offerte nietig wegens afwijking van de essentiële besteksbepalingen, zoals prijzen, termijnen en technische specificaties. In toepassing van artikel 112 § 4 van hetzelfde besluit, verwerpt het bestuur de offerte tevens als onregelmatig omdat in casu blijkt dat de inschrijver voor post 18 noch een eenheidsprijs, noch een forfaitaire prijs opgaf, wat komt vast te staan na haar verduidelijking.
Post 01.03.11d (werken in regie - materialen) werd door het bestuur opgevat als voorbehouden som. Het bedrag van deze post werd voor alle inschrijvingen op 1.500 euro gebracht.
De regelmatige inschrijvingen worden ten gevolge van bovenstaande argumentatie als volgt definitief gerangschikt:
In toepassing van artikel 15 van de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten, dient de opdracht bij openbare aanbesteding toegewezen te worden aan de inschrijver die de laagste regelmatige offerte indiende. Voor het bepalen van de laagste regelmatige offerte, houdt de bevoegde overheid rekening met de aangeboden prijzen en met de andere berekenbare gegevens die met zekerheid haar uitgaven zullen verhogen.
In toepassing van artikel 16 van het Koninklijk Besluit van 8 januari 1996, gaat de aanbestedende overheid op grond van de inlichtingen betreffende de eigen situatie van iedere aannemer en van de inlichtingen en documenten die nodig zijn voor de beoordeling van de financiële, economische en technische minimumeisen overeenkomstig de artikelen 17 tot 20ter van hetzelfde besluit over tot de kwalitatieve selectie van de inschrijvers.
In toepassing van artikel 110 paragrafen 2 en 3 van het Koninklijk Besluit van 8 januari 1996, kan de aanbestedende overheid - en dit onverminderd de nietigheid van elke offerte wegens afwijking van de essentiële besteksbepalingen zoals deze opgsomd in artikel 89 van hetzelfde besluit - offertes als onregelmatig en derhalve onbestaande beschouwen, indien zij abnormale prijzen bevatten, enig voorbehoud inhouden, of bestanddelen bevatten die niet met de werkelijkheid overeenstemmen.
In toepassing van artikel 111 van het Koninklijk Besluit van 8 januari 1996, verbetert de aanbestedende overheid de rekenfouten en de kennelijk materiële fouten in de offertes, zonder dat zij voor niet ontdekte fouten aansprakelijk is.
Het college keurt de gunning goed voor het vernieuwen van het binnenplein De Branderij, op basis van bestek GAC/2012/1443, aan V.M.B. nv, Aven Ackers 13, 9130 Verrebroek, met ondernemingsnummer 0441.864.494 voor een bedrag van 49.719,34 euro inclusief btw.
De stadsontvanger verleent zijn visum en regelt de financiële aspecten als volgt:
| Omschrijving | Bedrag | Boekingsadres | Bestelbon |
| Vernieuwen binnenplein De Branderij | 54.691,27 EUR inclusief btw en herzieningen | budgetplaats: 5190100000 budgetpositie: 221 functiegebied: SDCS120102A00000 subsidie: SUB_NR fonds: INTERN begrotingsprogramma: 510100750 budgetperiode: 1300 mits goedkeuring van de budgetten door de hogere overheid |
4005056056 |