Terug

2012_CBS_13144 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Museum van Hedendaagse Kunst Antwerpen vzw - Leuvenstraat 32 - 2000 Antwerpen. Dossiernummer AN2012/569/IB - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 21/12/2012 - 09:00 digitaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Patrick Janssens, burgemeester; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Marc Van Peel, schepen; Luc Bungeneers, schepen; Guy Lauwers, schepen; Güler Turan, schepen; Leen Verbist, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Robert Voorhamme, schepen; Serge Muyters, waarnemend korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Patrick Janssens, burgemeester
2012_CBS_13144 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Museum van Hedendaagse Kunst Antwerpen vzw - Leuvenstraat 32 - 2000 Antwerpen. Dossiernummer AN2012/569/IB - Goedkeuring 2012_CBS_13144 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Museum van Hedendaagse Kunst Antwerpen vzw - Leuvenstraat 32 - 2000 Antwerpen. Dossiernummer AN2012/569/IB - Goedkeuring

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 36,4° van Vlarem I bepaalt dat het college een uitspraak dient te doen over een milieuvergunningsaanvraag klasse 2.

Aanleiding en context

Aanvrager: Museum van Hedendaagse Kunst Antwerpen vzw - Leuvenstraat 32 - 2000 Antwerpen. De aanvraag omvat de verdere exploitatie van een museum met kunstdepot en werkatelier.

Argumentatie

Het college beslist op basis van het verslag van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd.

Juridische grond

Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder vergunning of melding een hinderlijk inrichting mag exploiteren.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college beslist een milieuvergunning klasse 2 goed te keuren aan Museum van Hedendaagse Kunst Antwerpen vzw - Leuvenstraat 32 - 2000 Antwerpen, voor de inrichting gelegen op het zelfde adres. De vergunning heeft als voorwerp: de verdere exploitatie van een museum met kunstdepot en werkatelier.

Artikel 2

Het college wijst erop dat voor de exploitant de volgende algemene en sectorale voorwaarden van toepassing zijn:

algemene milieuvoorwaarden - algemeen

hoofdstuk 4.1,4.7,4.9 en bijlagen 4.1.9.1.6, 4.1.9.2.3.1,4.1.9.2.3.2, 4.1.9.2.3.4 en 4.8;

algemene milieuvoorwaarden - geluid

hoofdstuk 4.5 en bijlage 2.2.1, 2.2.2, 4.5.1,4.5.2,4.5.3, 4.5.4,4.5.5 en 4.5.6;

algemene milieuvoorwaarden - lucht

hoofdstuk 4.4 en bijlagen 4.4.1 tot 4.4.6. en hoofdstuk 4.10;

algemene milieuvoorwaarden - licht

hoofdstuk 4.6

elektriciteit

hoofdstuk 5.12;

garages en parkeerplaatsen

hoofdstuk 5.15;

gassen - algemeen

afdeling 5.16 en 5.16.1;

gassen - compressoren / koelinrichtingen

afdeling 5.16 en 5.16.3;

gevaarlijke producten – algemeen

hoofdstuk 5.17 en 5.17.1;

hout – algemeen

hoofdstuk 5.19 en hoofdstuk 5.19.1;

verbrandingsinrichtingen – algemene

hoofdstuk 5.43, 5.43.1 en 5.43.4;

verbrandingsinrichtingen – kleine stookinstallaties

hoofdstuk 5.43 subafdeling 4.43.2.3.

 

Artikel 3

Het college beslist dat de exploitant de volgende brandweervoorwaarden dient na te leven:

B1
Onafhankelijk van de verplichtingen aan de houder van de milieuvergunning opgelegd via de vigerende milieureglementering alsmede via het milieuvergunningsbesluit, en onverminderd de maatregelen ter voorkoming en bestrijding van brand, door de houder van de milieuvergunning te treffen in uitvoering van de algemene en sectorale milieuvoorwaarden, dient de houder van de milieuvergunning reeds te voorzien in de hierna vermelde blusmiddelen voor eerste tussenkomst:
S1
Er dienen minstens twee snelblustoestellen van minstens 6 kg poeder type ABC te worden aangebracht.
Er mogen snelblustoestellen van een ander type aangewend worden op de plaats waar zij meer aangewezen zijn, voor zover de aangebrachte blusmiddelen minstens evenwaardig zijn aan de bovenvermelde.
S2
Snelblustoestellen van minstens 6 kg poeder type ABC dienen goed verdeeld aangebracht à rato van 1 per 150 m² (binnenruimte). Voor de oppervlakten kleiner dan 300 m² dienen er in elk geval minstens twee toestellen aanwezig te zijn.
Er mogen nochtans gedeeltelijk mobiele bluseenheden of snelblustoestellen van een ander type aangewend worden op de plaatsen waar zij meer aangewezen zijn, voor zover de aangebrachte blusmiddelen minstens evenwaardig zijn aan de bovenvermelde.
H1
Muurhaspels met axiale voeding (conform NBN EN 671-1) aangesloten via een aangepaste leiding op de openbare waterbedeling of ander gelijkwaardig voedingssysteem, dienen op oordeelkundige gekozen plaatsen opgesteld zodanig dat elk punt van de inrichting kan bespoten worden.
Hun aantal wordt zodanig bepaald dat de af te leggen afstand vanaf om het even welk punt tot het dichtst bijgelegen toestel niet meer bedraagt dan de lengte van de gebruikte haspels.
De haspels dienen gevoed met een leiding onder druk zodanig dat het debiet bij de minst bedeelde haspel gelijk is aan of groter dan 24 liter per minuut.
De leidingen voor bluswater dienen vervaardigd in staal of in een metaal dat minstens dezelfde waarborgen biedt.
De waterlevering moet te allen tijde, ook tijdens vorstperiodes, gewaarborgd zijn.

Artikel 4

Het college beslist dat de milieuvergunning ingaat op 21 december 2012 en eindigt op 21 december 2032.

Artikel 5

Dit besluit heeft in principe geen financiële gevolgen voor de stad of het OCMW.