Terug

2012_CBS_04059 - Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (GRUP) A13/E34 tussen verkeerswisselaars Antwerpen-Oost en Ranst - Consultatienota plan-MER. Advies - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 20/04/2012 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Robert Voorhamme, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Marc Van Peel, schepen; Luc Bungeneers, schepen; Guy Lauwers, schepen; Güler Turan, schepen; Leen Verbist, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Patrick Janssens, burgemeester; Eddy Baelemans, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris
2012_CBS_04059 - Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (GRUP) A13/E34 tussen verkeerswisselaars Antwerpen-Oost en Ranst - Consultatienota plan-MER. Advies - Goedkeuring 2012_CBS_04059 - Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (GRUP) A13/E34 tussen verkeerswisselaars Antwerpen-Oost en Ranst - Consultatienota plan-MER. Advies - Goedkeuring

Motivering

Inspraak

De consultatienota ligt ter inzage van het publiek van 13 maart 2012 tot en met 30 april 2012 op de districtshuizen van Ekeren, Merksem, Deurne, Borgerhout, Berchem en Antwerpen en tevens op Den Bell.

Binnen deze periode kan iedereen opmerkingen geven over deze nota rond de gewenste inhoud van de milieubeoordeling, in het bijzonder over de milieueffecten die ermee samenhangen, de manier waarop deze effecten bestudeerd worden en de te bestuderen alternatieven.

Het is de bedoeling dat uit deze inspraakronde bruikbare ideeën komen om het onderzoek in de milieubeoordeling te verbeteren en/of te vervolledigen.

Aanleiding en context

Het traject van de A13/E34 tussen de aansluiting met de Antwerpse ring en de verkeerswisselaar Ranst is één van de meest complexe en zwaarst belaste hoofdwegen in Vlaanderen.

Uit een tactische studie, uitgevoerd in 2008-2009 over de mobiliteitsproblematiek op en rond de E313, komt naar voren dat, ongeacht de geplande investeringen in alternatieve modi en begeleidingsmaatregelen, er nog steeds structurele capaciteitsproblemen blijven ontstaan. Infrastructuurgebonden maatregelen zijn derhalve noodzakelijk, en dit prioritair op het meest gecongesteerde segment, met name het wegvak R1-Ranst van de A13/E34.

Om deze infrastructuurmaatregelen mogelijk te maken is een bestemmingswijziging nodig en hiervoor dient een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (GRUP) opgemaakt te worden, inclusief een plan-MER.

In het kader van deze plan-MER-procedure werd door de initiatiefnemer, het Agentschap Wegen en Verkeer van de Vlaamse overheid, een consultatienota opgemaakt die informatie geeft over de doelstellingen, reikwijdte en detailleringsgraad van het voorgenomen plan.

Op 12 maart 2012 heeft stadsontwikkeling/ruimte&mobiliteit/ruimtelijk beleid via brief (VIP14 001-2012-015880) de vraag gekregen om advies over de consultatienota te bezorgen aan de dienst MER (milieueffectrapportage)/Vlaamse overheid.

Argumentatie

Het college vraagt dat in het plan-MER alle redelijkerwijze in beschouwing te nemen alternatieven worden onderzocht, zoals bepaald in artikel 4.1.1§1 7° van het Decreet Algemene Bepalingen inzake Milieubeleid (DABM).

Het project omvat de infrastructurele uitbouw van het wegvak van de A13/E34 tussen R1 en de verkeerswisselaar te Ranst. De doelstelling is een structurele en optimale doorstroming te bekomen.

1. Basisalternatief

Er wordt slechts één basisalternatief onderzocht. Er wordt daarbij een onderscheid gemaakt tussen:

  • een eindbeeld dat veronderstelt dat alle projecten uit het Masterplan 2020, in het bijzonder de A102 en R11bis, gerealiseerd zijn;
  • een tussentijds scenario in geval structurele maatregelen aan de A13/E34 zouden voorzien worden vooraleer de A102 en R11bis gerealiseerd zijn.

Het eindbeeld gaat verder eveneens uit van de realisatie van het nieuwe bedrijventerrein Wommelgem-Ranst met een ontsluiting via een nieuw aan te leggen aansluitingscomplex naar de A13/E34 ter hoogte van de servicezone Q8. Ook de aanleg van een sneltram in combinatie met een park&ride (P&R) wordt verondersteld. Dit eindbeeld ziet er als volgt uit:

  • 2 x 3 rijstroken + spitsstroken tussen R1 en Wommelgem;
  • 2 x 5 rijstroken + pechstroken tussen Wommelgem en verkeerswisselaar Ranst;
  • 2 x 3 rijstroken + pechstroken op E313 (tot maximaal 500 meter voorbij verkeerswisselaar Ranst).

In dit eindbeeld verdwijnt eveneens het op- en afrittencomplex te Wommelgem. Dit wordt vervangen door een uitwisselingscomplex tussen A13/E34 en A102/R11bis.

In het tussentijds scenario worden volgende maatregelen voorzien:

  • 2 x 3 rijstroken + spitsstroken tussen R1 en Wommelgem;
  • 2 x 4 rijstroken + pechstroken tussen Wommelgem en verkeerswisselaar Ranst.

Dit scenario moet gelezen worden als een tussentijdse inrichting van de snelweginfrastructuur die nodig is voor de realisatie van het eindbeeld. De snelweg wordt in dit tussentijds scenario met andere woorden reeds voldoende verbreed voor de realisatie van het eindbeeld.

Algemene opmerking

De tactische studie, waar in de nota voor publieke consultatie naar verwezen wordt, dateert van voor de beslissing van de Vlaamse regering van 29 september 2010 (Masterplan 2020). Conclusies uit die studie zijn dan ook voorbijgestreefd en niet actueel.

De nota voor publieke consultatie geeft weer (hoofdstuk 11, pagina 81 ev) hoe het verkeersplanologisch concept van het basisalternatief tot stand is gekomen en welke alternatieven daarbij in overweging zijn genomen. Het is echter net de bedoeling van een plan-MER om verschillende alternatieven te onderzoeken.

Het college vraagt dan ook uitdrukkelijk dat de hiernavolgende elementen, varianten en alternatieven in het onderzoek worden opgenomen. Daarbij dringt het college er op aan om te werken met duidelijke varianten en de verschillende varianten niet door elkaar te mengen.

Ontsluiting kernen in oostelijke corridor

In het eindbeeld verdwijnen de op- en afritten aan Wommelgem, die momenteel hoge verkeersintensiteiten kennen (pagina 101). Er worden geen aansluitingen meer voorzien op de E313 tussen R1 en Ranst, tenzij het gesloten systeem aan het bestaande servicestation Q8 dat ook het bedrijventerrein Wommelgem-Ranst, in het kader van het bedrijventerrein ENA, ontsluit.

De impact van het verdwijnen van deze aansluiting op de ontsluiting van de woon- en werkgebieden in de oostelijke corridor moet onderzocht worden. Daarbij moeten ook de verkeersstromen van en naar de MAKRO-vestiging en het Shopping Center Wijnegem in rekening worden gebracht.

Bijkomend moet onderzocht worden of er varianten mogelijk zijn om de oostelijke corridor toch te ontsluiten vanaf de E313, bijvoorbeeld een open systeem aan Q8 en bedrijventerrein ENA of een andere combinatie van modaliteiten in Wommelgem (in plaats van een volwaardige uitwisseling in alle richtingen).

Ook de variant met parallelwegen moet verder onderzocht worden. In deze variant moet minstens onderzocht worden of de ontsluiting van het bestaande bedrijventerrein in Wommelgem, de MAKRO-vestiging en het Shopping Center Wijnegem via deze parallelweg(en) kan verlopen en op die manier de woonwijken van Wommelgem en Wijnegem kunnen ontlast worden.

Het onderzoek moet eveneens uitgebreid worden met volgende onderzoeksvragen: bieden de op- en afritten op de R11bis en A102 zoals voorzien in de lopende streefbeeldstudie logische, veilige en leesbare ontsluitingen voor de oostelijke corridor en wat is de impact van het verschuiven van de op- en afritten op het lokale wegennet en op de rol van de op- en afrit op de Singel (in Borgerhout)?

Park&Ride

Het aantal parkeerplaatsen op de P&R Q8/ENA wordt in de nota voor publieke consultatie bepaald aan de hand van de resterende ruimte na het voorzien van het servicestation en blijkt over een 300-tal parkeerplaatsen te gaan (pagina 47). Daarnaast is een potentie van 600 plaatsen uit het verleden gebleken (pagina 80).

Met de ambitieuze uitgangspunten uit het Masterplan 2020 ligt de doelstelling echter hoger. De grootte van de P&R moet onderzocht worden vanuit de multimodale aanpak en de ambitieuze modal split uit het Masterplan 2020. Dit onderzoek moet gebaseerd zijn op de potenties om de overstap naar openbaar vervoer hier te maximaliseren en rekening houden met het verdwijnen van op- en afritten te Wijnegem (met de huidige P&R).

Knoop E34/E313

Vandaag kan zowel vracht- als personenverkeer gebruik maken van het rond punt in Wommelgem om een terugkeerbeweging op het hoofdwegennet te maken. Deze beweging dient onder meer om uitwisseling tussen E34 en E313 mogelijk te maken die vandaag niet voorzien is in knoop Ranst. In het eindbeeld zal dit niet meer mogelijk zijn, maar de terugkeerbeweging wordt wel mogelijk gemaakt ter hoogte van de servicezone Q8.

Het college vraagt om eveneens het uitbouwen van de aansluiting van E34 en E313, waarbij terugdraaibewegingen mogelijk worden gemaakt tussen beide snelwegen, als variant te onderzoeken. Daarbij moet ook de impact van deze ingreep op het onderliggende wegennet onderzocht worden.

Knoop E313/R1

Veel problemen vandaag ontstaan in de knoop E313/R1, zowel naar congestie als naar verkeersveiligheid. Deze problemen zijn gedeeltelijk te wijten aan de aansluiting van de E313 op de Singel (pagina 71 en 102). Een variant die de aansluiting van E313 met Singel (in Borgerhout) afsluit en onmogelijk maakt, moet worden onderzocht. Onder meer de effecten van deze ingreep op de ontsluiting van de oostelijke corridor moeten onderzocht worden. Dit onderzoek moet getrapt gebeuren: wat zijn de effecten van het schrappen van de aansluiting in beide richtingen, van het schrappen van enkel de oprit en van het schrappen van enkel de afrit?

Uit de nota voor publieke consultatie blijkt ook dat de problemen op de knoop E313/R1 zowel naar congestie als naar verkeersveiligheid ontstaan vanwege de vormgeving en inrichting van deze knoop. Verder gaat de nota ervan uit dat de wijzigingen aan de knoop ten gevolge de Oosterweelverbinding nog niet gekend zijn en dat de plan-MER dus zal uitgaan van de huidige toestand om geen hypotheek op de plannen voor de Oosterweelverbinding te creëren (pagina 50). De Oosterweelverbinding wordt echter momenteel verder uitgewerkt door BAM. Afstemming met de aanpassingen die BAM voorziet in functie van de Oosterweelverbinding is nodig in deze plan-MER. Deze aanpassingen moeten mee onderzocht worden in dit plan-MER.

Omwille van de huidige redenen van congestie en verkeersveiligheid moeten bovendien ook alternatieven die een herstructurering van deze knoop inhouden mee bekeken worden. De doorstromingsproblematiek ter hoogte van de knoop R1 met E313, staduitwaarts, is het gevolg van onder andere zichtbeperking, weefbewegingen (die voor ernstige verkeersremming zorgen) en verschil in verkeerstype (vrachtwagen - auto, stadsverkeer - snelwegrijder). Deze combinatie van factoren op een kort wegsegment, zoals beschreven in de nota voor publieke consultatie, zorgt voor een bottleneck die een terugslag veroorzaakt op de doorstroming van de ring. Het concept “Keep your lane” kan hier een oplossing voor bieden en moet dan ook onderzocht worden voor het wegdeel van R1 tot aan de afrit in Wommelgem, zowel in de huidige als in de nieuwe situatie.

Er moet specifieke aandacht in de plan-MER gaan naar de leefbaarheidsproblematiek rond de knoop van de E313, meer bepaald met betrekking tot de aanwezigheid van een aantal belangrijke hoogbouwlocaties, de tuinwijk en parkgebieden  (zowel bestaande als geplande). Het college vraagt dat milderende maatregelen (geluidsschermen, wegdek, …, zie ook verder de opmerking met betrekking tot de discipline geluid) onderzocht worden in elk scenario, ook in de nulvariant.

Het college vraagt eveneens om te onderzoeken of de langzaam verkeersverbindingen in en rond de knoop mee kunnen opgelost worden in het project. Het gaat hierbij onder meer over de parkverbinding en het ringfietspad.

Ondertunneling A13/E34 tussen R1 en Wommelgem

De districtsraad van Deurne adviseerde in zitting van 22 oktober 2009 (jaarnummer 1204) het college van burgemeester en schepenen van de stad Antwerpen om aan de Vlaamse regering te vragen de optie te onderzoeken om een tunnel aan te leggen tussen het rondpunt van Wommelgem en de aansluiting op de R1. Het college vraagt dan ook om een ondertunneling van de E313, vertrekkende van de R1 richting het knooppunt te Ranst, als uitvoeringsvariant te onderzoeken.  

2. Interagerende plannen en projecten

Het gemeentelijk RUP “Ruggeveld-Silsburg” werd op 26 maart 2009 goedgekeurd door de deputatie van de provincieraad van Antwerpen. In dit RUP wordt de zone ten noorden en ten zuiden van de E313 herbestemd tot parkgebied met plaats voor sport en spel. De invulling van het park werd na een wedstrijd uitgewerkt door Maxwan Architects (in samenwerking met Karres en Brands landschapsarchitecten, Ten-Ten en Goudappel Coffeng) in een masterplan. Met dit plan heeft het stadsbestuur grote ambities voor deze open ruimte. Nu de zone herbestemd is en de nodige onteigeningen werden uitgevoerd is de weg vrij om het Park Groot Schijn te realiseren. In totaal 83ha zullen gefaseerd worden aangelegd. Het eerste bestek werd ondertussen gepubliceerd en de aanvang van de werken voor de eerste fase is voorzien in augustus 2012. De barrièrewerking van de infrastructuurwerken aan A13/E34 en de impact op landschap / fauna / mens voor het Park Groot Schijn (als ontmoetings- en verblijfsruimte) moeten dan ook onderzocht worden. De geplande onderdoorgang om de 2 parkhelften te verbinden mag niet gehypothekeerd worden.

Het is onduidelijk welk gebied het uiteindelijke GRUP zal omvatten. Wordt het plangebied beperkt tot het gedeelte Wommelgem-Ranst of zal het ook het deel R1-Wommelgem omvatten? Kan het onderzoek in het kader van deze plan-MER bevestigen dat er geen bestemmingswijzigingen zijn in Antwerpen, gelet op het beslist beleid om de wegzate hier niet te verbreden?

3. Verkeerskundige analyse

Multimodale analyse

Het Masterplan 2020 stelt een multimodale aanpak voorop voor de mobiliteitsproblemen van de Antwerpse regio en gaat uit van een ambitieuze modal split van maximaal 50% autoverplaatsingen in de Antwerpse agglomeratie. Het E313-project kadert in dit Masterplan 2020. Het multimodale aspect als gedeeltelijke oplossing voor de verkeersdruk en de rol van het openbaar vervoer wordt onderbelicht in de nota.

Het college vraagt om deze multimodale aanpak mee te nemen in het onderzoek.

Onder meer de impact van de realisatie van de sneltram naar Wommelgem in tussentijdse en naar Ranst in uiteindelijke fase en de sneltram naar Malle moet daarbij onderzocht worden. Vanuit duurzaam ruimtegebruik en een duurzame modal split kan bijvoorbeeld ook de variante om direct de tramverlenging naar Ranst te realiseren onderzocht worden. Hierdoor is er geen nood meer aan snelbussen op de E313 en kunnen de huidige 3 rijstroken + spitsstrook volstaan. Een verbreding is dan maar noodzakelijk bij de realisatie van de A102/R11bis.

Effecten van snelheidsverlaging

De Antwerpse agglomeratie is dermate verstedelijkt dat snelheidsverlaging naast nuttig en noodzakelijk in functie van verkeersveiligheid, ook wenselijk is in functie van geluid en lucht en dus de volksgezondheid in het algemeen. Er is een aanbod aan openbaar vervoer aanwezig en de gestelde modal shift kan hier bereikt worden. Het college vraagt dan ook om de effecten van een snelheidsverlaging in de stedelijke agglomeratie te onderzoeken.

Andere ontwikkelingsscenario’s / exploitatievarianten

Het verkeerskundig onderzoek spitst zich vooral toe op het bepalen van de intensiteiten en het gewenste afwikkelingsregime. Bijkomend moeten volgende onderzoeksvragen gesteld worden:

  • wat zijn de potenties van dynamische signalisatie, waarvoor de infrastructuur reeds aanwezig is (de mogelijkheden voor het weergeven van gedifferentieerde boodschappen in functie van de actuele intensiteiten, de weergave van rijtijden voor tracé-alternatieven en modi-alternatieven zoals de sneltram, kunnen bijvoorbeeld onderzocht worden);
  • in het Vlaams regeerakkoord is bovendien de ambitie voor het invoeren van een kilometerheffing opgenomen, dit dient in het plan-MER te worden meegenomen.

4. Opmerkingen effectenonderzoek

De concrete uitwerking van het onderzoek is (klassiek) voor een plan-MER eerder vaag en kan in deze zin moeilijk ingeschat worden.

Voor de discipline mens dienen ook de aspecten gezondheid en veiligheid onderzocht te worden.

Pagina 100 punt 14.2.5.2.: er zijn gebreken in de methodologie van het plan-MER wat betreft afweging van de impact op het archeologisch bodemarchief. Enkel de Centrale Archeologische Inventaris is vermeld. Ook de bevoegde instanties moeten geconsulteerd worden, zodat er een volledig beeld kan verkregen worden van de potentiële archeologische waarden.

Geluid

Met betrekking tot deze discipline moet in het plan-MER A13/E34 bijkomend aandacht worden besteed aan de problematiek ter hoogte van de Tuinwijk in Borgerhout. Voor nieuwe ontwikkelingen en anticiperend op de normstelling voor Europa zou er moeten gestreefd worden naar een situatie waarbij de etmaalwaarde niet boven 60 dB uitstijgt en de nachtwaarde onder de 50 dB blijft. Er moet onderzocht worden welke milderende maatregelen noodzakelijk zijn om dit streven te realiseren.

Aan de A13/E34 liggen ook het bestaande park Rivierenhof en het geplande Park Groot Schijn. Deze parkgebieden zijn gebieden waar stilte gewenst is. Het college vraagt dan ook om de effecten van geluid op deze parken te onderzoeken.

5. Detailopmerkingen

Pagina 29: volgens het schema op deze pagina wordt het ontwerp-plan-MER niet besproken met de adviesverlenende instanties en overheden. Dit is echter wel aangewezen. Ook is het hier belangrijk om te kijken naar de samenhang met het ruimtelijk veiligheidsrapport (RVR) voor het bedrijventerrein Wommelgem-Ranst.

Pagina 30: het GRUP Oosterweelverbinding zal herzien worden (plan-MER momenteel in opmaak) om een tunneloplossing mogelijk te maken.

Pagina 31: de MOZO studie is wel vermeld maar wordt niet gebruikt.

Pagina 36: het behoud van de volgende fietsverbindingen in de omgeving van en kruisend met de E313 moet als een harde randvoorwaarde beschouwd worden: fietspaden Hoogveld en Uilenbaan, fietsverbinding tussen Wommelgem en Wijnegem en langs Q8. Ook de verbinding Cornelissenlaan dient als een harde randvoorwaarde beschouwd te worden.

Pagina 85: “ vanaf Wommelgem tot de knoop met de R1 volstaan 4 rijstroken in beide rijrichtingen. Dit segment wordt uitgerust met pechhavens, geen pechstroken.” + pagina 88 “A13/E34: 4 rijstroken tussen Ranst en Wommelgem naar Antwerpen bij realisatie A102” Dit mag geen voorziene uitbreiding ten opzichte van de 2x3 + spitsstroken of de continue ingebruikname van de vierde rijstrook inhouden. Wat is de ruimtelijke impact van deze pechhavens?

Pagina 88: alle uitgangspunten (zoals verhoogde modal split en km-heffing voor vrachtverkeer) zijn essentieel onderdeel van het toekomstscenario.

Pagina 105: geen visuele verstoring omwille van de verbreding, maar het knooppunt Wommelgem (turbine-oplossing) zal in de uiteindelijke fase in de hoogte worden voorzien. Dit dient dus wel meegenomen te worden in het onderzoek. Het college vraagt om een oplossing te onderzoeken die maximaal ondergronds wordt voorzien.

Juridische grond

Decreet van 27 april 2007 houdende wijziging van titel IV van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en van artikel 36ter van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu.

Besluit van de Vlaamse regering van 18 april 2008 betreffende het integratiespoor voor de milieueffectrapportage over een ruimtelijk uitvoeringsplan.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college keurt het advies over de consultatienota, voor het in opmaak zijnde plan-MER “A13/E34 tussen de verkeerswisselaars Antwerpen-Oost en Ranst”, goed.

Artikel 2

Dit besluit heeft in principe voor de stad geen financiële gevolgen.

Bijlagen

  • bijlage01_BAM_aansluitingscomplex-E34-E313-R1.pdf
  • bijlage02_parkverbinding.pdf