Terug

2012_CBS_03885 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Provar bvba, Terbekehofdreef 71, 2610 Wilrijk-Antwerpen. Dossiernummer: AN2012/87/AV - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 20/04/2012 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Robert Voorhamme, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Marc Van Peel, schepen; Luc Bungeneers, schepen; Guy Lauwers, schepen; Güler Turan, schepen; Leen Verbist, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Patrick Janssens, burgemeester; Eddy Baelemans, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris
2012_CBS_03885 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Provar bvba, Terbekehofdreef 71, 2610 Wilrijk-Antwerpen. Dossiernummer: AN2012/87/AV - Goedkeuring 2012_CBS_03885 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Provar bvba, Terbekehofdreef 71, 2610 Wilrijk-Antwerpen. Dossiernummer: AN2012/87/AV - Goedkeuring

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 36, 4° van Vlarem I bepaalt dat het college een uitspraak dient te doen over een milieuvergunningsaanvraag klasse 2.

Aanleiding en context

Aanvrager: Provar bvba - Binnenhof 12 - 2930 Brasschaat. De aanvraag omvat een schrijnwerkerij met lakkerij, die zich toespitst op het vervaardigen van keukens.

Argumentatie

Het college beslist op basis van het verslag van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd.

Juridische grond

Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder vergunning of melding een hinderlijke inrichting mag exploiteren.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college beslist een milieuvergunning klasse 2 goed te keuren aan Provar bvba, Binnenhof 12, 2930 Brasschaat voor de inrichting gelegen op het adres: Terbekehofdreef 71, 2610 Wilrijk-Antwerpen. De vergunning heeft als voorwerp de exploitatie, na verandering, van een schrijnwerkerij met lakkerij die zich toespitst op het vervaardigen van keukens.

Artikel 2

Het college wijst erop dat voor de exploitant de volgende algemene en sectorale voorwaarden van toepassing zijn:

V01

V109

algemene milieuvoorwaarden - algemeen - hoofdstukken 4.1, 4.6, 4.7, 4.9 en bijlagen 4.1.9.1.6, 4.1.9.2.3.1, 4.1.9.2.3.2, 4.1.9.2.3.4 en 4.8;

V02

algemene milieuvoorwaarden - geluid - hoofdstuk 4.5 en bijlage 2.2.1, 2.2.2, 4.5.1, 4.5.2, 4.5.3, 4.5.4, 4.5.5 en 4.5.6;

V03

algemene milieuvoorwaarden - oppervlaktewater - hoofdstuk 4.2 en bijlagen 4.2.5.1, 4.2.5.2 en 4.2.5.4;

V26

bedrijfsafvalwaters - afdeling 5.3.2 + bijlage 5.3.2;

V27

bedekkingsmiddelen (verven, vernissen, inkten, emails, metaalpoeders en analoge producten, afbijt en beitsmiddelen), kleurstoffen en pigmenten - algemenen bepalingen - afdeling 5.4.1;

V38

gassen - gemeenschappelijke bepalingen - afdeling 5.16.1 en bijlage 5.16.5;

V40

gassen - koelinrichtingen/compressoren - afdeling 5.16.3;

V46A

opslag van gevaarlijke stoffen - ondergrondse en bovengrondse houders - afdeling 5.17.1 en bijlage 5.17.1;

V46C

opslag van gevaarlijke stoffen - bovengrondse houders - afdeling 5.17.3 en bijlagen 5.17.2 tot 5.17.4 en bijlagen- 5.17.7;

V59

hout - algemeen - afdeling 5.19.1;

V107A

niet in rubriek 2 en 28 begrepen verbrandingsinrichtingen - algemene bepalingen en immissiecontroleprocedures - afdeling 5.43.1 + 5.43.4;

V107D

niet in rubriek 2 en 28 begrepen verbrandingsinrichtingen - stookinstallaties, met uitzondering van gasturbines en stoom- en gasturbine-installaties - kleine stookinstallaties (300kw-5mw) - subafdeling 5.43.2.3.

Artikel 3

Het college beslist dat de exploitant de volgende bijzondere voorwaarden en brandweervoorwaarden dient na te leven:

1 Bijzondere voorwaarden:

De bovengrondse houders (mazout) en de bijhorende stookinstallatie dienen ofwel officieel buiten gebruik gesteld, verwijderd ofwel gemeld bij onze dienst. De attesten van buiten gebruik-stelling of verwijdering dienen over gemaakt te worden aan onze dienst, voor 30 juni 2012;

De exploitant dient eveneens het reservoir van 12 m³ afvalwater te laten ophalen door een erkend verwerker in plaats van te lozen op de riolering.

 2 Brandweervoorwaarden:

B1

Onafhankelijk van de verplichtingen aan de houder van de milieuvergunning opgelegd via de vigerende milieureglementering alsmede via het milieuvergunningsbesluit, en onverminderd de maatregelen ter voorkoming en bestrijding van brand, door de houder van de milieuvergunning te treffen in uitvoering van de algemene en sectorale milieuvoorwaarden, dient de houder van de milieuvergunning reeds te voorzien in de hierna vermelde blusmiddelen voor eerste tussenkomst:

S2

Snelblustoestellen van minstens 6 kg poeder type ABC dienen goed verdeeld aangebracht à rato van 1 per 150 m² (binnenruimte). Voor de oppervlakten kleiner dan 300 m² dienen er in elk geval minstens twee toestellen aanwezig te zijn. Er mogen nochtans gedeeltelijk mobiele bluseenheden of snelblustoestellen van een ander type aangewend worden op de plaatsen waar zij meer aangewezen zijn, voor zover de aangebrachte blusmiddelen minstens evenwaardig zijn aan de bovenvermelde.

S3

Snelblustoestellen van minstens 6 kg poeder type ABC dienen goed verdeeld aangebracht bij elk punt met verhoogd risico zoals bijvoorbeeld pompen, compressoren, lasposten, belangrijke elektriciteitsborden, enz… In de inrichting moeten in elk geval minstens 2 toestellen aanwezig zijn. Er mogen snelblustoestellen van een ander type aangewend worden op de plaatsen waar zij meer aangewezen zijn, voor zover de aangebrachte blusmiddelen minstens evenwaardig zijn aan de bovenvermelde.

 H1

Muurhaspels met axiale voeding (conform NBN EN 671-1) aangesloten via een aangepaste leiding op de openbare waterbedeling of ander gelijkwaardig voedingssysteem, dienen op oordeelkundige gekozen plaatsen opgesteld zodanig dat elk punt van de inrichting kan bespoten worden. Hun aantal wordt zodanig bepaald dat de af te leggen afstand vanaf om het even welk punt tot het dichtst bijgelegen toestel niet meer bedraagt dan de lengte van de gebruikte haspels. De haspels dienen gevoed met een leiding onder druk zodanig dat het debiet bij de minst bedeelde haspel gelijk is aan of groter dan 24 liter per minuut. De leidingen voor bluswater dienen vervaardigd in staal of in een metaal dat minstens dezelfde waarborgen biedt. De waterlevering moet te allen tijde, ook tijdens vorstperiodes, gewaarborgd zijn.

H3

Er dient op een strategisch goed gekozen plaats voorzien in minstens één bestendig onder voldoende druk staand bovengronds hydrant, type BH100 conform de desbetreffende Belgische Norm NBN S21-019, voorzien van afsluiters op de uitgeefkanten van 70 mm diameter, aangesloten op het net van de openbare watervoorziening op een leiding van minstens 150 mm diameter door middel van een voldoende grote metalen buis en zijn nominaal debiet aan water leverend zonder dat enige vorm van voorafgaande bediening is vereist.

Artikel 4

Het college beslist dat de milieuvergunning ingaat op 20 april 2012 en eindigt op 15 oktober 2018, de termijn van de lopende vergunning.

Artikel 5

Dit besluit heeft in principe voor de stad geen financiële gevolgen.