Terug

2012_CBS_04660 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Aveve nv - Vaartkaai 30 - 2170 Merksem-Antwerpen. Dossiernummer AN2012/49/JW - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 11/05/2012 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Robert Voorhamme, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Marc Van Peel, schepen; Luc Bungeneers, schepen; Guy Lauwers, schepen; Güler Turan, schepen; Leen Verbist, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Patrick Janssens, burgemeester; Philip Heylen, schepen; Eddy Baelemans, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris
2012_CBS_04660 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Aveve nv - Vaartkaai 30 - 2170 Merksem-Antwerpen. Dossiernummer AN2012/49/JW - Goedkeuring 2012_CBS_04660 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Aveve nv - Vaartkaai 30 - 2170 Merksem-Antwerpen. Dossiernummer AN2012/49/JW - Goedkeuring

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 36,4° van Vlarem I bepaalt dat het college een uitspraak dient te doen over een milieuvergunningsaanvraag klasse 2.

Aanleiding en context

Aanvrager: Aveve nv - Minderbroedersstraat 8 - 3000 Leuven. De aanvraag omvat het mengen en verpakken van bloem voor menselijke consumptie.

Argumentatie

Het college beslist op basis van het verslag van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd.

Juridische grond

Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder vergunning of melding een hinderlijk inrichting mag exploiteren.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college beslist een milieuvergunning, zoals geformuleerd in de argumentatie, goed te keuren aan Aveve nv, Minderbroedersstraat 8, 3000 Leuven, voor de inrichting gelegen te Vaartkaai 30, 2170 Merksem-Antwerpen. De vergunning heeft als voorwerp het exploiteren van een inrichting voor het mengen en verpakken van bloem voor menselijke consumptie.

Artikel 2

Het college wijst erop dat de volgende algemene en sectorale voorwaarden van toepassing zijn:

Algemene en sectorale voorwaarden:

 

V01

algemene milieuvoorwaarden (hoofdstuk 4.1);

V02

algemene milieuvoorwaarden, geluid (hoofdstuk 4.5);

V03

algemene milieuvoorwaarden, oppervlaktewater (hoofdstuk 4.2);

V05

algemene milieuvoorwaarden, lucht, hoofdstuk 4.4 (beheersing van luchtverontreiniging);

V109

algemene milieuvoorwaarden, licht (hoofdstuk 4.6);

V35

elektriciteit (hoofdstuk 5.12);

V37

garages en parkeerplaatsen (hoofdstuk 5.15);

V38

gassen, algemeen (hoofdstuk 5.16, afdeling 5.16.1);

V44

gassen, opslagplaatsen in verplaatsbare recipiënten (hoofdstuk 5.16, afdeling 5.16.5);

V63

kunststoffen (hoofdstuk 5.23);

V77

papier (hoofdstuk 5.33);

V83

voedingsnijverheid algemeen (hoofdstuk 5.45, afdeling 5.45.1);

V107A

verbrandingsinrichtingen - algemene bepalingen (hoofdstuk 5.43, Afdeling en 5.43.1 en 5.43.4);

V107D

verbrandingsinrichtingen - kleine stookinstallaties (hoofdstuk 5.43, subafdeling 5.43.2.3).

Artikel 3

Het college beslist dat de exploitant de volgende bijzondere- en brandweervoorwaarden dient na te leven:

Bijzondere voorwaarden:

  • De exploitant maakt voor het vrachtverkeer gebruik van een aan- en afvoerroute waarbij de woonwijk wordt ontzien;
  • De grondstoffensilo’s dienen minstens uitgerust te zijn met stoffilters, met een voorziening om overvulling te voorkomen en met een explosieluik;
  • Op basis van de kennis en de ervaringen met betrekking tot het voorkomen van stofexplosies in de 2 reeds vergunde installaties van AVEVE in de Eugeen Meeusstraat te Merksem worden er procedures en instructies opgesteld met betrekking tot het voorkomen van brand en stofexplosies in de nieuwe productie-installatie en deze procedures en instructies worden strikt toegepast en op regelmatige basis geëvalueerd op effectiviteit.

 Brandweervoorwaarden:

B1

Onafhankelijk van de verplichtingen aan de houder van de milieuvergunning opgelegd via de vigerende milieureglementering alsmede via het milieuvergunningsbesluit, en onverminderd de maatregelen ter voorkoming en bestrijding van brand, door de houder van de milieuvergunning te treffen in uitvoering van de algemene en sectorale milieuvoorwaarden, dient de houder van de milieuvergunning reeds te voorzien in de hierna vermelde blusmiddelen voor eerste tussenkomst:

S1

Er dienen minstens twee snelblustoestellen van minstens 6 kg poeder type ABC te worden aangebracht.

Er mogen snelblustoestellen van een ander type aangewend worden op de plaats waar zij meer aangewezen zijn, voor zover de aangebrachte blusmiddelen minstens evenwaardig zijn aan de bovenvermelde.

S23

Snelblustoestellen van minstens 6 kg poeder type ABC dienen goed verdeeld aangebracht à rato van 1 per 150 m² (binnenruimte) en tevens bij elk punt met verhoogd risico zoals bijvoorbeeld pompen, compressoren, lasposten, belangrijke elektriciteitsborden, enz… In de inrichting moeten in elk geval minstens 2 toestellen aanwezig zijn.

Er mogen nochtans gedeeltelijk mobiele bluseenheden of snelblustoestellen van een ander type aangewend worden op de plaatsen waar zij meer aangewezen zijn, voor zover de aangebrachte blusmiddelen minstens evenwaardig zijn aan de bovenvermelde.

S9

Een snelblustoestel van 5 kg CO2 dient aangebracht aan de hoogspanningscabine.

H1

Muurhaspels met axiale voeding (conform NBN EN 671-1) aangesloten via een aangepaste leiding op de openbare waterbedeling of ander gelijkwaardig voedingssysteem, dienen op oordeelkundige gekozen plaatsen opgesteld zodanig dat elk punt van de inrichting kan bespoten worden.

Hun aantal wordt zodanig bepaald dat de af te leggen afstand vanaf om het even welk punt tot het dichtst bijgelegen toestel niet meer bedraagt dan de lengte van de gebruikte haspels.

De haspels dienen gevoed met een leiding onder druk zodanig dat het debiet bij de minst bedeelde haspel gelijk is aan of groter dan 24 liter per minuut.

De leidingen voor bluswater dienen vervaardigd in staal of in een metaal dat minstens dezelfde waarborgen biedt.

De waterlevering moet te allen tijde, ook tijdens vorstperiodes, gewaarborgd zijn.

H3

Er dient op een strategisch goed gekozen plaats voorzien in minstens één bestendig onder voldoende druk staand bovengronds hydrant, type BH100 conform de desbetreffende Belgische Norm NBN S21-019, voorzien van afsluiters op de uitgeefkanten van 70 mm diameter, aangesloten op het net van de openbare watervoorziening op een leiding van minstens 150 mm diameter door middel van een voldoende grote metalen buis en zijn nominaal debiet aan water leverend zonder dat enige vorm van voorafgaande bediening is vereist.

Artikel 4

Het college beslist dat de milieuvergunning ingaat op 11 mei 2012 en eindigt op 11 mei 2032.

Artikel 5

Dit besluit heeft in principe voor de stad geen financiële gevolgen.