Terug

2012_CBS_03087 - Aanvraag stedenbouwkundige vergunning. Reguliere procedure - 201292 - district Wilrijk - Jozef Cuyversstraat 30 - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 30/03/2012 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Robert Voorhamme, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Luc Bungeneers, schepen; Guy Lauwers, schepen; Güler Turan, schepen; Leen Verbist, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Patrick Janssens, burgemeester; Philip Heylen, schepen; Marc Van Peel, schepen; Serge Muyters, hoofdcommissaris van politie, vervangend korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris
2012_CBS_03087 - Aanvraag stedenbouwkundige vergunning. Reguliere procedure - 201292 - district Wilrijk - Jozef Cuyversstraat 30 - Goedkeuring 2012_CBS_03087 - Aanvraag stedenbouwkundige vergunning. Reguliere procedure - 201292 - district Wilrijk - Jozef Cuyversstraat 30 - Goedkeuring

Motivering

Onderzoek

Ja

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 4.7.12. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat het college bevoegd is om de beslissing te nemen over een aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning.

Aanleiding en context

Aanvrager: Opdenbergh
De aanvraag omvat: verbouwen van een eengezinswoning
Dossiernummer: ZWI/B//201292

Argumentatie

Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college conform artikel 4.7.17 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening kennis van het verslag van de gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd.

Juridische grond

De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en zijn uitvoeringsbesluiten.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college sluit zich integraal aan bij:
  • het verslag van de gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie.

Artikel 2

Het college beslist de stedenbouwkundige vergunning goed te keuren en af te leveren aan de aanvrager, die ertoe gehouden is:
  1. de voorgevel niet te schilderen;
  2. de voortuin niet meer te verharden dan strikt noodzakelijk voor de toegang tot het gebouw en de rest van de oppervlakte groen en onverhard aan te leggen;
  3. het nieuwe platte dak aan te leggen als een extensief groendak;
  4. voor de nieuwe bouwlaag een minimale vrije hoogte van 2,60 meter tussen afgewerkte vloer en plafond te realiseren;

Artikel 3

Dit besluit heeft in principe voor de stad geen financiële gevolgen.

Bijlagen