Terug

2012_CBS_04328 - Duurzame ontwikkeling - Resultaten impactstudie klimaatplan - Kennisneming

college van burgemeester en schepenen
vr 27/04/2012 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Robert Voorhamme, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Marc Van Peel, schepen; Luc Bungeneers, schepen; Guy Lauwers, schepen; Güler Turan, schepen; Leen Verbist, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Patrick Janssens, burgemeester; Philip Heylen, schepen

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris
2012_CBS_04328 - Duurzame ontwikkeling - Resultaten impactstudie klimaatplan - Kennisneming 2012_CBS_04328 - Duurzame ontwikkeling - Resultaten impactstudie klimaatplan - Kennisneming

Motivering

Gekoppelde besluiten

Aanleiding en context

Op 27 juni 2011 (jaarnummer 920) werd het klimaatplan Antwerpen samen met de beleidsnota “Antwerpen, duurzame stad voor iedereen” door de gemeenteraad goedgekeurd. Dit klimaatplan bestaat uit de stedelijke visie op klimaatverandering, een CO2-nulmeting en een opsomming van de maatregelen binnen 7 domeinen. Deze maatregelen geven aan waar de stad Antwerpen de komende 10 jaar op wil inzetten om in 2020 de totale stedelijke CO2-uitstoot met 20% en de uitstoot van de stedelijke organisatie met 50% te reduceren ten opzichte van 2005.

Op 26 augustus 2011 (jaarnummer 13020) keurde het college de gunning aan VITO nv goed voor een impactberekening van de acties uit het klimaatplan. De opdracht hield in het effect tegen 2020 van de besliste maatregelen door te rekenen en indien nodig aanvullende maatregelen voor te stellen.

Argumentatie

De resultaten van de impactstudie kunnen als volgt samengevat worden.

Uitgangspunt van de impactstudie was de CO2-nulmeting die in het kader van het klimaatplan Antwerpen opgemaakt werd. Daarnaast werd uitgegaan van de verschillende beleidsplannen en -nota’s waarin acties zijn gedefinieerd die een impact hebben op de CO2-uitstoot van het stedelijke grondgebied en de stedelijke organisatie.

Binnen het stedelijk grondgebied Antwerpen werd onderscheid gemaakt tussen volgende bronnen van CO2:

  • industrie (niet-ETS) (emissions trading scheme); 
  • tertiaire sector; 
  • residentiële sector; 
  • mobiliteit en transport (exclusief internationale zeevaart en luchtvaart); 
  • lokale energieproductie; 
  • stedelijke organisatie: stedelijke diensten (incl. gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen, OCMW/Zorgbedrijf, stedelijk onderwijs), openbare verlichting, haventuigen en stedelijke vloot.

De CO2-uitstoot omvat zowel de directe CO2-emissies uit bronnen die zich op het stedelijk grondgebied Antwerpen bevinden (scope 1 emissies), als de indirecte CO2-emissies ten gevolge van het gebruik van, bijvoorbeeld, elektriciteit binnen het stedelijk grondgebied Antwerpen maar die buiten het stedelijk grondgebied geproduceerd werd (scope 2 emissies).

1. Gecorrigeerde CO2-nulmeting en maximum CO2-plafond

De bestaande nulmeting voor 2005 (en 2007) werd door de opdrachtnemer VITO verfijnd en aangevuld met specifiekere gegevens. De CO2-uitstoot op het stedelijk grondgebied Antwerpen bedroeg in 2005 ca. 4.178 kton. De CO2-uitstoot van de stedelijke organisatie bedroeg in dat jaar ca. 122 kton.

Gegeven de CO2-reductiedoelstelling van -20% ten opzichte van 2005 bedraagt de CO2-uitstoot in 2020 maximaal 3.342 kton op het stedelijk grondgebied Antwerpen. Gegeven CO2-reductiedoelstelling van -50% ten opzichte van 2005, mag de CO2-uitstoot in 2020 nog maximum 61 kton zijn voor de stedelijke organisatie.

2. Referentiescenario 2020: autonome evolutie en impact beslist beleid

Bij de berekening van de prognose voor 2020 (het referentiescenario) werd rekening gehouden met de autonome evolutie van de CO2-uitstoot tussen 2005 en 2020 (groei bevolking, groei economie …) en de impact van beslist Vlaams en federaal beleid op deze uitstoot. Ook de acties die in het kader van het klimaatplan Antwerpen goedgekeurd werden, zijn in het referentiescenario mee doorgerekend. Waar mogelijk werd uitgegaan van gegevensbronnen op schaalniveau van het stedelijk grondgebied Antwerpen, zoals bijvoorbeeld de evolutie van de voertuigkilometers uit het Masterplan Antwerpen of de evolutie van het aantal huishoudens in Antwerpen volgens de studiedienst van de Vlaamse regering.

Het referentiescenario komt tot de volgende uitkomst in 2020:

  • de CO2-uitstoot op het stedelijk grondgebied Antwerpen bedraagt in 2020 ca. 3.922 kton. Er wordt dus een reductie van 6% gerealiseerd ten opzichte van 2005. Er blijft een kloof van ca. 580 kton CO2 ten opzichte van het maximale CO2-plafond in 2020;
  • de CO2-uitstoot van de stedelijke organisatie bedraagt in 2020 ca. 71 kton. Er wordt dus een reductie van 42% ten opzichte van 2005 gerealiseerd. Er blijft een kloof van 10 kton CO2 ten opzichte van het maximale CO2-plafond in 2020;
  • in 2020 kan ca. 9% van de elektriciteitsvraag op het stedelijk grondgebied Antwerpen met lokale elektriciteitsproductie (inclusief warmtekrachtkoppeling) worden ingevuld, ten opzichte van ca. 2% in 2005. De lokale hernieuwbare elektriciteitsproductie (exclusief warmtekrachtkoppeling) bedraagt in 2020 ca. 335 GWh of ca. 7% van de totale elektriciteitsvraag op het stedelijk grondgebied Antwerpen.

3. Bijkomend CO2-reductiepotentieel tegen 2020: selectie en doorrekening van maatregelen

Om een idee te krijgen van de mogelijke bijkomende maatregelen en het bijkomend CO2-reductiepotentieel op het stedelijk grondgebied Antwerpen werd een overlegronde met een aantal experten van de stedelijke diensten georganiseerd. Bijkomende maatregelen werden met open vizier opgelijst om daarna de maatregelen te selecteren waarvoor een implementatie tegen 2020 realistisch geacht wordt. Het merendeel van de geselecteerde, bijkomende maatregelen is gericht op verbetering van de energie-efficiëntie. Deze maatregelen realiseren ca. 79% van de totale CO2-reductie. De grootste bijkomende energiebesparing en CO2-reductie kan gerealiseerd worden door de residentiële sector en de tertiaire sector. Deze sectoren nemen, respectievelijk 48% en 29% van de bijkomende CO2-reductie voor hun rekening. De industriële sector neemt ca. 10% van de totale CO2-reductie voor zijn rekening, de transportsector ca. 8% en de stedelijke diensten ca. 5%.

Concreet gaat het om volgende maatregelen:

  • residentieel: dak-, muur- en vloerisolatie, betere beglazing, efficiëntere ketel, geo- en luchtwarmtepompen en pelletketels;
  • tertiair: isolatie, zonwerende beglazing, mechanische ventilatie met warmterecuperatie of natuurlijke ventilatie, compressiekoelmachine en ventilo-convectoren voor verwarming en koeling, zonneboilers, plaatsen van efficiëntere verwarmingsinstallaties, brandstofomschakeling naar aardgas, biomassa of installatie van een grondgekoppelde warmtepomp, relighting, minder koeling, passieve koeling en freecooling, efficiëntere kantoorapparatuur, groene ICT, plaatsing van groene WKK (warmtekrachtkoppeling) (bv. bio-olie), verder verlagen van het energieprestatiepeil van nieuwe gebouwen;
  • industrie: WKK en ketels op biomassa;
  • mobiliteit en transport: modal shift woonwerkverkeer volgens STOP-principe en reductie aantal voertuigkilometers;
  • stedelijke organisatie: 1 gebouwbeheersysteem alle gebouwen; ontluchters en vuilafscheiders centrale verwarming; BEO (boorgatenergieopslag) en warmtepompen; spaardouchekoppen; isoleren pompen, kraanhuizen en appendages; inspuiten spouwmuren; zoldervloerisolatie; zonwering + witte EPDM rubber + raamfolie; spanningsverlagers of inklikarmaturen; aanwezigheidsdetectie op ventilatie en verlichting in toiletten en kleedkamers; energiezuinige renovaties (OCMW/Zorgbedrijf, patrimoniumonderhoud); elektriciteitsbesparing op ICT door free chilling van server rooms (Den Bell, Digipolis Antwerpen I & II).

Na inzet van alle maatregelen uit het referentiescenario en alle bijkomende maatregelen kunnen tegen 2020 volgende resultaten bereikt worden:

  • de CO2-uitstoot op het stedelijk grondgebied Antwerpen bedraagt in 2020 ca. 3.626 kton. Bijgevolg wordt een totale CO2-reductie van 13% gerealiseerd ten opzichte van 2005. De totale jaarlijkse besparing die met het ganse pakket van bijkomende maatregelen kan gerealiseerd worden, bedraagt ca. 2,2 miljoen euro;
  • de CO2-uitstoot van de stedelijke organisatie (stedelijke diensten en vloot) bedraagt in 2020 ca. 57 kton. Bijgevolg wordt een CO2-reductie van 53% gerealiseerd ten opzichte van de nulmeting in 2005. De totale jaarlijkse kost van het ganse pakket van bijkomende maatregelen van de stedelijke diensten bedraagt ongeveer 71.000 euro.

In totaal leveren deze bijkomende maatregelen een jaarlijkse besparing van ruim 2 miljoen euro. De vermelde investeringen, kosten, besparingen en emissies zijn ramingen gebaseerd op algemene assumpties. Concrete bedragen zullen steeds op projectbasis in detail berekend dienen te worden.

4. Conclusies en aanbevelingen

Als algemene conclusie geldt dat het huidige besliste beleid op federaal, Vlaams en lokaal niveau en de geïnventariseerde mogelijke bijkomende maatregelen in Antwerpen nog niet voldoende zijn om de vooropgestelde CO2-reductiedoelstellingen tegen 2020 te realiseren. De stad Antwerpen, maar ook andere actoren, dienen een mix of een set van bijkomende maatregelen en instrumenten in te zetten opdat de sectoren de verdergaande energiebesparingen realiseren en de vereiste investeringen plaatsvinden.

De opdrachtnemer formuleert naast de maatregelene opgesomd onder punt 3 een aantal instrumenten om de vooropgestelde doelstellingen te realiseren:

  • wat de instrumenten voor de residentiële en tertiaire sector betreft, kan de effectiviteit van de bestaande instrumenten verhoogd worden door, bijvoorbeeld, de keuze van het instrument af te stemmen op het profiel van de gebouwgebruiker/eigenaar of op de kosteneffectiviteit van maatregelen;
  • de stad Antwerpen kan via sociale regulering en financiële instrumenten zijn bewoners sensibiliseren en aanzetten tot energiezuiniger gedrag;
  • gegeven de investeringen die nodig zijn om een verregaande energiebesparing of CO2-reductie te realiseren, moet er specifieke en voldoende aandacht zijn voor de sociaal zwakkere groepen en de problematiek huurder versus verhuurder;
  • specifiek voor de tertiaire sector is het wegwerken van de bestaande lacunes in kennis en databeschikbaarheid van groot belang. Hiervoor dient onderzoek te gebeuren naar de specifieke energieverbruiken en gebouwkenmerken per subsector binnen het stedelijk grondgebied Antwerpen. Dit laat toe om de impact en kostprijs van CO2-reductiemaatregelen met een grotere betrouwbaarheid te kunnen bepalen en, op zijn beurt, de beleidsuitvoerende instrumenten beter af te stemmen op de te dichten CO2-kloof;
  • achterblijver in het bereiken van CO2-reducties blijft, zelfs na optimalisatie van de vloot en invoering van elektrische mobiliteit, het gemotoriseerd vervoer van personen en vracht.

Om de twee jaar (voor de even jaren) wordt de emissie-inventaris van de stad geactualiseerd om de evolutie richting doelstelling in kaart te brengen. De actualisatie van de emissie-inventaris met de cijfers voor het jaar 2010 zal dit jaar afgerond worden. In het kader van haar engagement in de Burgemeestersconvenant is de stad verplicht om tweejaarlijks een actualisatie van haar duurzaam energieactieplan (klimaatplan) op te maken en bij de Europese Unie in te dienen. Ten laatste bij de eerstvolgende actualisatie kunnen de door de opdrachtnemer geïnventariseerde bijkomende maatregelen opgenomen worden.

Beleidsdoelstellingen

De stad zet een geïntegreerd en getoetst milieubeleid in om te werken aan een betere leefomgeving in de stad
De stad neemt milieu, energie en natuur consequent mee in haar beleidsplanning
De stad werkt een algemeen milieubeleidsplan en gedetailleerde thematische deelplannen uit die aangeven hoe tijdens deze legislatuur het streven naar een gezonde, leefbare ecocity wordt waargemaakt.
04 - Leefmilieu
Evolueren naar een klimaatneutrale en ecologisch duurzame werking

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college neemt kennis van de inhoud van de impactstudie klimaatplan.

Artikel 2

Dit besluit heeft in principe voor de stad geen financiële gevolgen.

Artikel 3

Het college geeft opdracht aan: 

Dienst Taak
Stadsontwikkeling / Energie en Milieu Antwerpen om samen met de betrokken diensten de haalbaarheid en de opportuniteit van de voorgestelde bijkomende maatregelen te onderzoeken ten laatste tegen de eerstvolgende actualisatie van het klimaatplan.

Bijlagen

  • Eindrapport_klimaatacties_Antwerpen_27022012.pdf