Op zondag 18 juni 2011 organiseerde de stedelijke dienst Stedelijk Wijkoverleg, in samenwerking met AG Stadsplanning en de private ontwikkelaar, een informatie- en participatiemoment rond het winnende wedstrijdontwerp voor de toekomstige woonwijk Nieuw Zuid. Bewoners uit de omliggende wijken, geïnteresseerde burgers en kopers konden het wedstrijdontwerp bekijken, vragen stellen aan de projectleiders van zowel AG Stadsplanning als de projectontwikkelaar, en hun mening kenbaar maken in vier gesprekstafels die volgende thema’s behandelden:
- invulling van het nieuwe park;
- mobiliteit in en rond het park;
- functies in de woonwijk;
- mobiliteit in de woonwijk.
Er namen een 200-tal mensen deel aan dit participatiemoment.
Samengevat leverde dit voor de verschillende thema’s volgende resultaten op:
Invulling van het nieuwe park
Wat betreft de sfeer van het park verkiezen de bewoners een wild bos, met veel grote bomen en een centraal grasplein.
Er moet ruimte zijn voor sport- en spel, maar liefst niet omheind en gescheiden van de ligweide. Meest voorkomende suggestie qua sport is een Finse looppiste, voetbal en bmx.
Verder vormt water een belangrijk element in het park. Er is een sterke voorkeur voor een waterspeeltuin (zoals in Park Spoor Noord) en een zwemvijver of gewone vijver. Daarnaast worden fonteinen ook meerdere malen aangehaald.
Qua functies in het park worden ook een barbecueplek, een laagdrempelige horecafunctie, een speeltuin, voldoende zitbanken en openbare toiletten herhaaldelijk vermeld.
Mobiliteit in en rond het park
Doorheen het park moeten degelijke wandelpaden aangelegd worden in natuurlijke materialen. Er moet op toegezien worden dat de paden ’s avonds goed verlicht worden, omwille van de veiligheid. De wandelpaden moeten kriskras in een spinnenwebpatroon worden aangelegd en ook een verbinding maken met de Hobokense Polder.
Ook aan functionele fietspaden is er nood, maar dan afgescheiden van de wandelpaden. Daarnaast is er ruimte voor gezamenlijke trage fiets- en wandelpaden. Verder is het ook belangrijk een doorgaande fiets- en wandelverbinding aan te leggen aan de rand van het park, tussen Singel en Scheldekaaien. Functionele fietsverbindingen tussen Zuidstation/ringfietspad/fietserstunnel/ Petroleum Zuid/Scheldekaaien door het park wordt veel aangehaald. Aansluitend moet er een verbinding zijn met het fietspad op de Leien/Montignystraat/Bolivarplaats en de gedempte Zuiderdokken.
De bewoners vragen veilige toegangen vanuit de bestaande wijken Brederode en Zuid naar het park. In dit kader moet de oversteekbaarheid van de Singel herbekeken worden. Ook moet er een verbinding tussen de bestaande wijken en Nieuw Zuid gevormd worden.
Toegankelijkheid voor mindervaliden van het park en de verschillende functies is een belangrijk aandachtspunt.
Functies in de woonwijk
Qua functies in de wijk worden er door de bewoners zowel suggesties gegeven qua publieke gebouwen (scholen, sporthal, zwembad, cultureel centrum), openbare ruimte (water, groen, speelruimte, kinderboerderij) en commerciële functies (cinema, supermarkt, serviceflats).
Daarnaast vinden de bewoners het belangrijk dat de nieuwe wijk op een ecologische manier wordt gebouwd (groendaken, verantwoorde materiaalkeuze, ...)
Mobiliteit in de woonwijk
De tram op de kaaien wordt positief onthaald als ontsluiting van de wijk.
De meeste bewoners zijn niet enthousiast over het voorgestelde stratenpatroon: ze vinden dit te strak en willen liever een indeling zoals op het bestaande Zuid.
Ontsluiting van de wijk voor privaat vervoer zien ze liever niet via de Bolivarplaats en Jan van Gentstraat, maar beter via de Ring en Scheldekaaien. Er kwam verder de vraag of de aansluiting Ring-Scheldekaaien kan afgesloten worden voor verkeer tijdens voetbalwedstrijden. De woonwijk zelf zien ze liever voorbehouden voor lokaal verkeer. De hoofdstraat moet herbekeken worden (verkeersremmers).
Voor fietsers en voetgangers willen de bewoners de ontsluiting wel voorzien via de Gentplaats en Jan van Gentstraat (via achterkant parking Justitiepaleis). Verder werd gevraagd om de toegangen tot het park voor fietsers en voetgangers te optimaliseren. Bereikbaarheid vanuit de nieuwe woonwijk moet gemaximaliseerd worden. Er wordt gevraagd om enkel aangelegde fietspaden te voorzien in de hoofdstraat, voldoende fietsenstallingen te voorzien en ook Velo-stations. Het nieuwe gebouw op het einde van de Zuiderdokken in het wedstrijdontwerp belemmert de doorgang voor voetgangers en fietsers tussen bestaande en nieuwe woonwijk.
Er wordt vooral voorgesteld te werken met parkeerclusters. Parkeercluster moeten op maximum 400 à 500 meter (5 minuten wandelen) van de woning geplaatst worden, minimum 2 plaatsen per woning. Daarnaast moeten er ook parkeerplaatsen bovengronds voorzien worden voor mindervaliden, ter hoogte van de Scheldekaaien en het nieuwe park.
|
Orgaan |
Datum |
Jaarnummer |
Onderwerp |
|
college |
19 mei 2009 |
6829 |
Beslissing tot opmaak van een ruimtelijk uitvoeringsplan en randvoorwaarden voor de toekomstige ontwikkeling voor projectgebied Nieuw Zuid. |
|
raad van bestuur |
16 juli 2010 |
|
Goedkeuring samenwerkingsovereenkomst met Ontwikkeling Nieuw Zuid nv. |
|
college |
1 april 2011 |
3407 |
Goedkeuring projectdefinitie voor de ontwerpwedstrijd Masterplan Nieuw Zuid. |
|
raad van bestuur |
15 juli 2011 |
|
Goedkeuring laureaat voor toewijzing van de opdracht Masterplan Nieuw Zuid |
Ontwikkeling Nieuw Zuid nv koopt gronden in projectgebied Nieuw Zuid
Op 1 april 2010 ondertekent de private ontwikkelaar Ontwikkeling Nieuw Zuid nv de aankoopovereenkomst voor gronden van het Fonds voor Spoorweginfrastructuur gelegen aan de Ledeganckkaai. Deze gronden vallen binnen de contour van het projectgebied Nieuw Zuid waarvoor het college op 19 mei 2009 randvoorwaarden voor de toekomstige ontwikkeling heeft vastgelegd.
Samenwerkingsafspraken tussen AG Stadsplanning Antwerpen en Ontwikkeling Nieuw Zuid nv
De opdracht voor de opmaak van het Masterplan Nieuw Zuid is een initiatief van de private ontwikkelaar. Met het oog op het realiseren van een kwalitatief project, sloot Ontwikkeling Nieuw Zuid nv een samenwerkingsovereenkomst met AG Stadsplanning voor onder meer de inhoudelijke begeleiding en kwaliteitsbewaking tijdens de opmaak van het Masterplan Nieuw Zuid.
Opdracht Masterplan Nieuw Zuid: opmaak en besluitvorming
Op 1 april 2011 keurde het college de projectdefinitie voor de opmaak van het Masterplan Nieuw Zuid goed.
Aangezien een ontwikkeling van de gronden van de private ontwikkelaar steeds in relatie met toekomstige omliggende projecten moet gebeuren, werd de private ontwikkelaar gevraagd om in het opdrachtgebied voor het Masterplan Nieuw Zuid het projectgebied Nieuw Zuid, de kaaizone ter hoogte van Nieuw Zuid en Konijnenwei op te nemen.
De ontwerpopdracht is tweeledig en bestaat uit volgende onderdelen:
1. de opmaak van een masterplan voor het plangebied Nieuw Zuid;
2. de opmaak van een stadsontwerp voor het projectgebied Nieuw Zuid.
In het kader van de samenwerkingsafspraken met de private ontwikkelaar zijn ook de nodige besluitvormingsmomenten gedefinieerd, waaronder een goedkeuring door de stad Antwerpen van tussentijdse ontwerpproducten aangaande het masterplan voor plangebied Nieuw Zuid en het stadsontwerp voor projectgebied Nieuw Zuid.
De ontwikkeling van Nieuw Zuid ambieert een state-of-the-art project te zijn waarin de ruimtelijke ontwikkeling van het gebied tegelijk een hefboom is voor de duurzame ontwikkeling van de stad. De ontwikkeling van nieuwe wijken is een belangrijk instrument om vandaag te bouwen aan de duurzame stad van morgen. Zo maakt de stad haar ambities uit de beleidsnota ‘Antwerpen, duurzame stad voor iedereen’ waar en toont ze zich als grootste centrumstad als een trekker in de verduurzaming van de stedelijke leefomgeving.
Vanaf de start van het project Nieuw Zuid is duurzaamheid als een overkoepelend thema meegenomen in de visievorming rond meerdere thema's. In het concept masterplan/stadsontwerp zijn belangrijke aanzetten opgenomen om het duurzaamheidsthema op Nieuw Zuid concreet gestalte te geven, waaronder de introductie van wadi's (buffer- en infiltratievoorzieningn voor hemelwater), het compact bouwen, valorisatie van aanwezig groen, en het streven naar CO2-neutraliteit. In de uitwerking naar het definitief masterplan/stadsontwerp dienen deze aanzetten verder uitgewerkt en verankerd te worden.
Toelichting krachtlijnen uit het concept masterplan/stadsontwerp Nieuw Zuid
Het concept masterplan/stadsontwerp Nieuw Zuid van Studio Associato Secchi-Viganò beantwoordt in grote lijnen aan de ambities, doelstellingen en randvoorwaarden uit de projectdefinitie.
Thematisch kunnen volgende krachtlijnen uit het concept masterplan/stadsontwerp Nieuw Zuid worden gedestilleerd.
Aan het college wordt gevraagd deze krachtlijnen van het concept masterplan/stadsontwerp Nieuw Zuid goed te keuren als basis voor de verdere uitwerking naar een definitief masterplan/stadsontwerp.
Bebouwde ruimte en programma
- Voor de opbouw van de wijk in het projectgebied wordt het concept van de ‘striga’ voorgesteld. De ‘striga’ definieert een aantal vaste maten en een bepaalde ontwikkelingsfasering, en moet fungeren als het kader waarbinnen gedurende de gefaseerde ontwikkeling aan bepaalde randvoorwaarden moet worden voldaan. Het concept van de 'striga' levert een bepaalde structuur op hoofdlijnen aan de ontwikkeling, maar laat tegelijk ook ruimte voor variatie en aanpassing.
- Binnen het projectgebied wordt de wijkstructuur van de striga’s zoveel mogelijk geënt op de vandaag aanwezige wegenstructuur in het gebied. Belangrijk in de wijkstructuur zijn de vele verbindingen door middel van de woonerven en paden tussen de kaaizone en het grote park aan de andere zijde van de woonwijk. Deze structuur wordt gekoppeld aan het blauwgroene netwerk in en rond de wijk.
- Doorheen de bebouwing in het projectgebied moet een sociale en programmatorische mix tot stand komen. Het in de projectdefinitie opgenomen bebouwd programma wordt voorzien.
- Gegeven de tekorten in de omliggende wijken qua kinderdagverblijven en basisscholen wordt in eerste ontwikkelingsfasen van striga 1 en 2 minstens 1 basisschool en 1 kinderdagverblijf voorzien.
- Uitzichten, lichtinval en relatie met publiek en privaat domein worden als belangrijke kwaliteiten en randvoorwaarden meegenomen in de bebouwingsvoorstellen.
- Het concept masterplan geeft in zijn voorstel van hoogbouw uitdrukking aan de ambitie van het strategisch Ruimtelijk Structuurplan Antwerpen (s-RSA) om kwalitatieve hoogbouwaccenten te leggen die de Antwerpse skyline in het zuiden vervolledigen. De woontorens worden verspreid in de wijk ingeplant en maken deel uit van het weefsel.
Mobiliteit
- Er wordt geopteerd voor een tramlijn op de kaaien, dit vanuit argumenten betreffende leesbaarheid, doorstroming, beperking ruimtelijke barrièrewerking in de wijk en combinatie met een wijkverzamelweg. Een tram in combinatie met de Nieuwe Singel vervolledigt op termijn het openbaar vervoersconcept. In het kader van duurzame mobiliteit wordt het openbaar vervoer best zo vroeg als mogelijk in de ontwikkelingsfasering van Nieuw Zuid voorzien. In afwachting van de komst van de tram wordt een hoogwaardige busverbinding voorgesteld.
- De wegenstructuur binnen de woonwijk is gerelateerd aan het voorgestelde ruimtelijk ontwikkelingsconcept van de striga, en bevat een hoofdstraat parallel met de kaaiweg en quasi loodrecht daarop een aantal woonerven en paden. De variatie in statuut van deze verschillende infrastructuuronderdelen verhoogt de leesbaarheid van de wijk.
- Door middel van de binnenstraat, woonerven, paden en de publieke ruimten daaraan gekoppeld, kent de nieuwe woonwijk een grote doorwaadbaarheid voor langzaam verkeer.
- Het concept masterplan bevat een voorstel tot compacteren van de zuidelijke infrastructuurknoop waarbij binnen het plangebied de nuttige ruimte voor een andere invulling dan infrastructuur wordt vergroot en een aantal infrastructuurarmen kunnen worden gerecupereerd als langzaam verkeerverbindingen. Er wordt met het oog op het zoveel mogelijk vrijwaren van het grote park ook geopteerd om de Nieuwe Singel aan de rand van het plangebied, tegen het treinspoor, te situeren. Deze voorstellen worden als positief gewaardeerd voor de ontwikkeling van het plangebied Nieuw Zuid, doch zijn onder voorbehoud van de resultaten van verder infrastructureel onderzoek naar Knoop Zuid door de Vlaamse overheid.
Groen, water en publieke ruimte
- De bestaande groenelementen in het projectgebied zijn geïnventariseerd en worden gevaloriseerd door ze zoveel als mogelijk te koppelen aan de nieuwe open ruimte structuur in de wijk. Ook open infiltratievoorzieningen van wadi’s maken deel uit van dit fijnmazig groenblauwe netwerk dat zowel de biodiversiteit als de doorwaadbaarheid van het gebied voor langzaam verkeer verhoogt.
- Via een strategie van ‘pre-verdissement’ zal reeds van bij aanvang van de ontwikkeling een bepaalde groenkwaliteit op de site voorzien worden. Op de gehele site worden in het begin van de realisatie van de wijk grote delen van de gewenste groenstructuur aangeplant zodat deze al kan groeien in afwachting van de volgende ontwikkelingsfasen.
- Op een groter schaalniveau wordt gekozen voor een verbindende landschapsstructuur waarin zowel Nieuw Zuid als Knoop Zuid zijn opgenomen. De groenstructuren van het bermenlandschap van de Groene Singel lopen door tussen de bebouwingstrips in de woonwijk, delen van de bestaande infrastructuur worden na compactering van Knoop Zuid hergebruikt als langzaam verkeerverbindingen naar Kiel en Hoboken, en waar mogelijk worden hemelwaterbuffer- en infiltratievoorzieningen zichtbaar gemaakt als verbindend element tussen de woonwijk en het bermenlandschap van de Groene Singel.
- Er wordt binnen het plangebied een totaal van 33 ha groene ruimte voorzien, waarmee wordt voldaan aan de in de projectdefinitie opgenomen open ruimte vraag.
- De nieuwe topografie in het gebied is ingegeven door enerzijds een afstemming op de in het Masterplan Scheldekaaien voorziene verhoging van de kaaizone, en anderzijds een behoud van het aanwezige reliëf daar waar groenstructuren worden behouden. Dit resulteert in een gevarieerde open ruimte in de woonwijk, met hoger en lager gelegen delen.
Energie, bodem, afval, geluid en lucht
- Vanuit de ambitie een efficiënte en hindervrije afvalinzameling in de wijk te hebben, wordt een ondergronds brengsysteem (sorteerstraatjes) in Nieuw Zuid voorzien.
- Via het recupereren van de voor de clusterparkings uitgegraven grond als ophogingsmateriaal van de hoger gelegen delen in de wijk wordt een grondbalans in evenwicht nagestreefd.
- De keuze om op energievlak naar een CO2-neutrale wijk te gaan is in overeenstemming met de ambities van de stad. Er worden verschillende scenario’s wat betreft de energieprestatie van gebouwen en de introductie van een collectief warmtenet onderzocht. In het licht van de nagestreefde CO2-neutraliteit is het belangrijk de energievraag te minimaliseren en de beschikbare energie zo efficiënt als mogelijk aan te wenden. De meest aangewezen keuze is bijgevolg deze voor passiefbouw en een gelijktijdig met de vastgoedontwikkeling gefaseerde uitbouw van het collectief warmtenet.
- Onderzoek naar de geluidsniveaus in het plangebied stelt verschillende remediërende ingrepen voor, zowel wat betreft maatregelen aan de bron, in het overdrachtsgebied als bij de ontvanger.
Ontwikkelingsstrategie en aanwezige bebouwing
- Gelet op de uitgebreide schaal en aanzienlijke realisatietijd van de gehele ontwikkeling van het plangebied wordt gezocht naar een flexibele ontwikkelingsstrategie. Het concept masterplan/stadsontwerp brengt een aantal tijdslijnen in beeld waarmee rekening te houden is in de ontwikkeling van Nieuw Zuid, en geeft m.b.t. groen, mobiliteit en energie aan welke maatregelen en ingrepen moeten gebeuren gelijktijdig met de gefaseerde bouw van de nieuwe stadswijk.
Aandachtspunten voor de verdere uitwerking naar een definitief masterplan/stadsontwerp Nieuw Zuid
Bij de uitwerking van het concept masterplan/stadsontwerp Nieuw Zuid naar het definitief masterplan/stadsontwerp vragen bepaalde elementen nadrukkelijk om nadere aandacht.
Aan het college wordt gevraagd volgende aandachtspunten voor de verdere uitwerking naar een definitief masterplan/stadsontwerp goed te keuren.
Bebouwde ruimte en programma
- De locatie, grootte, synergie met ander programma van de voorzieningen nodig voor kinderdagverblijven, kinderopvang, schoolinfrastructuur, cultuur-, sport- en jeugdvoorzieningen, en ouderenzorg dienen waar nodig aangepast, aangevuld en verder uitgewerkt te worden, dit rekening houdend met de specifieke richtlijnen van de stad Antwerpen (o.a. m.b.t. generieke kindercampus) en het Zorgbedrijf.
- Het concept masterplan is onduidelijk over welke de onveranderbare visie-elementen zijn en welke elementen de mogelijkheid hebben om te evolueren. Duidelijk moet worden gemaakt of de footprint, plaatsing en hoogte van de gebouwen, de scheiding tussen private en publieke ruimte kunnen evolueren, binnen welke richtlijnen en randvoorwaarden en hoe dit als basis kan dienen voor de opmaak van een juridisch bestemmingsplan en het beoordelen van toekomstige vergunningsaanvragen.
- Het concept masterplan is onduidelijk over de gewenste vloeroppervlakte en programma van de voorgestelde bebouwing langsheen de Nieuwe Singel. De verdere uitwerking hiervan is af te stemmen met Visie Groene Singel en het in opmaak zijnde Beeldkwaliteitsplan Groene Singel. Daarbij dient ook rekening te worden gehouden met de nabijheid van het station Antwerpen Zuid waarbij vanuit locatiebeleid voornamelijk een programma van bovenlokale voorzieningen en kantoren wordt geadviseerd.
- De voorgestelde invulling van de kaaizone, en dit in relatie tot de achterliggende wijk, dient verder uitgewerkt te worden op vlak van gewenste bebouwingsvolumes en programma. Deze uitwerking is af te stemmen met het Masterplan Scheldekaaien en de bijhorende deelstudies.
- Het masterplan/stadsontwerp dient voorstellen te bevatten naar al dan niet behoud en integratie binnen het plangebied voor het bouwlok langs Jan van Genstraat en de gebouwen op de site van Administratie Wegen en Verkeer/Federale Verkeerspolitie.
- De beoogde beeldkwaliteit van de bebouwde ruimte, met inbegrip van het concept ‘bigger and cheaper’ of andere vormen van duurzaam wonen, dient geconcretiseerd te worden.
- Er dient inzichtelijk te worden gemaakt hoe de gevraagde mix van woningtypes (sociaal aandeel, grootte, vernieuwende woonvormen, senioren, grondgebonden woningen) voorzien kan worden binnen de geplande bouwvolumes, alsook welke de aangewezen locatie is van bepaalde woningtypes in de wijk.
- Het is nodig een meer concrete uitwerking te doen van de verweving van economische functies met ander programma, dit ook in relatie tot de publieke ruimte en de omgeving (omliggende wijken, station Antwerpen Zuid, toekomstige ontwikkeling Blue Gate Antwerp en site Emiel Vloorsstraat).
- Er wordt gevraagd een aantal criteria te toetsen uit het ontwerp van Hoogbouwnota van de stad Antwerpen die relevant zijn bij het stedenbouwkundig ontwerp van de wijk, onder meer de impact op de beeld- en belevingskwaliteit van de omgeving, de impact op de privacy van de naastliggende lagere bebouwingsvolumes, de verblijfs- en omgevingskwaliteit rond de torens (schaduwimpact, windval).
Mobiliteit
- Randvoorwaarden voor de verdere uitwerking van de tramlijnen zijn een hoge kwaliteit van looproutes vanuit de wijk naar de haltes, een evidente positie en zichtbaarheid van de haltes, en wat betreft de tramlijn op de kaaiweg een afstemming van positie en interval van de haltes op deze van de kaaienlijn in zijn geheel.
- Het in het concept masterplan opgenomen voorstel qua compactering van Knoop Zuid en positie van de Nieuwe Singel is onder voorbehoud van de resultaten van verder infrastructureel onderzoek naar Knoop Zuid door de Vlaamse overheid.
- Er dient een nadere afstemming te gebeuren tussen de voorgestelde netwerken voor de verschillende modi, de verwachte verkeersintensiteiten en de beoogde inrichting van het openbaar domein. Een concrete uitwerking van de wegprofielen is hierbij nodig. Specifiek vergen volgende opgaven een nadrukkelijk onderzoek vanuit ruimtelijke- en mobiliteitsoverwegingen:
(1) De schakelzone tussen Nieuw Zuid en de gedempte Zuiderdokken. De ruimtelijke kwaliteit en functionaliteit van deze zone dient in combinatie met de verwachte verkeersfunctie beter onderbouwd en uitgewerkt te worden.
(2) De woonerven tussen de hoofdstraat en de Scheldekaaien. Met het voorliggende voorstel is de verwachting dat, door hun verbinde functie tussen de hoofdstraat en de kaaien en door de situering van de toegangen tot een aantal clusterparkings, deze woonerven een te hoge verkeersintensiteit zullen te verwerken krijgen waardoor het beoogde woonerfkarakter mogelijk niet gegarandeerd kan worden en de verkeersveiligheid zal dalen. Er dient aangetoond te worden welke maatregelen worden genomen opdat de verwachte verkeersintensiteit verzoenbaar is met het gewenste woonerfkarakter.
(3) Tevens is het verzoenen van de hoofdstraat met een 30km/u regime door de ononderbroken lengte en voorgestelde aansluiting op Nieuwe Singel en Jan van Gentstraat niet eenvoudig af te dwingen. Er dient aangetoond te worden welke maatregelen worden genomen opdat de verwachte verkeersintensiteit verzoenbaar is met het gewenste 30km/u regime en karakter van de hoofdstraat.
(4) Ook het daadwerkelijk mogelijk maken van de beoogde verlaging van verkeersintensiteit op de bestaande Singel, dit door de nieuw voorgestelde wegenstructuur in het plangebied, dient verder onderbouwd te worden.
- Er dient duidelijk gemaakt te worden hoe de vervoersstromen van de verschillende modi met elkaar in interactie of confrontatie gaan. Dit geeft inzicht in de mogelijke conflictpunten en geeft tevens aan hoe ofwel de netwerken moeten herontworpen worden of welke maatregelen genomen moeten worden om de conflictsituaties te regelen. Aangezien op Nieuw Zuid een duurzaam verplaatsingsgedrag wordt beoogd, dienen daarbij de principes van keuzearchitectuur als uitgangspunt te worden genomen.
- De netwerken voor voetgangers en fietsers in het plangebied, en hun aansluiting op het bestaande langzaam verkeernetwerk, dienen verder uitgewerkt te worden, rekening houdende met de aandachtspunten geformuleerd vanuit mobiliteitsmanagement. Ook het aantal en de inplanting van stalplaatsen voor fietsen in het gebied dient duidelijk te worden gemaakt.
- Qua parkeren en stallen van de wagen dient duidelijk gemaakt te worden welke voorzieningen worden getroffen voor bewoners- en bezoekersparkeren, dit zowel bovengronds voor laden en lossen of kortparkeren, als ondergronds in de clusterparkings. Ook het aantal en de locatie van clusterparkings voor bovenlokale functies, inclusief de integratie van de huidige parking aan Justitiepaleis, dient duidelijk te worden gemaakt.
Groen, water en publieke ruimte
- De groeninvulling van het plangebied dient nader uitgewerkt te worden. De globale inrichting en inrichtingsprincipes van het grote park moeten duidelijk worden gemaakt. Ook de beoogde sfeer en beeldkwaliteit, vegetatie, toegankelijkheid en verbindingen, functie, programma, bebouwde en open ruimte voorzieningen moeten aangegeven worden. Dit dient te gebeuren in afstemming met het Masterplan Scheldekaaien en het in opmaak zijnde Beeldkwaliteitsplan Groene Singel.
- De haalbaarheid van het voorstel van wadi’s in het bermenlandschap van Knoop Zuid en op Konijnenwei dient voldoende aangetoond en technisch onderbouwd te zijn
- Om het bestaande groen in de nieuwe ontwikkeling te kunnen integreren en de voorgestelde strategie van ‘pre-verdissement’ te laten slagen, zal maximaal aandacht moeten gaan naar zowel ontwerp als uitvoering ervan. Er dient aangegeven te worden welke vegetatie te behouden is en welke niet, dit ook in relatie tot de bouwfasering en mogelijke technische beperkingen daarbij (aanpassingen van reliëf en gewijzigde drainage van het terrein, bemaling en werken tijdens werffase).
- Binnen het projectgebied dient een gedetailleerde ontwerpstudie van de publieke buitenruimte inzicht te geven in de gewenste structuur, beeldkwaliteit, locatie, functionele invulling, adressen en toegangen, oplossing voor verschillen in terreinhoogte, en inrichtingsconcepten van de verschillende onderdelen van de open ruimte (parken, pleinen, waterpartijen, speel- en sportinfrastructuur etc.). Daarbij moet een voldoende gevarieerde publieke ruimte, dit in relatie tot verschillende plekken in de woonwijk, worden gerealiseerd. Gegeven de reliëfverschillen in het terrein, dienen de principes van integrale toegankelijkheid gevolgd te worden.
Energie, bodem, afval, geluid en lucht
- Belangrijk in het licht van duurzaamheid is het verder inzetten op collectiviteit van stromen, diensten en plekken. Niet enkel voor wat betreft de meer technische aspecten (energie, water, afval) maar ook de wijze waarop men voorziet in gezamenlijk te gebruiken ruimten in bouwvolumes, het delen van voorzieningen door meerdere groepen, en andere collectieve elementen die de sociale cohesie in de wijk verhogen, dienen deel te zijn van het masterplan Nieuw Zuid als een drager van een andere, duurzame manier van leven.
- Het ondergronds brengsysteem qua afvalinzameling (sorteerstraatjes) dient verder uitgewerkt te worden conform de richtlijnen van de stad Antwerpen aangaande maximale loopafstanden, aantal containers, fractieverdeling, positie in het publiek domein en technische eisen.
- Het rioleringssysteem voor afvalwater dient voor het gehele plangebied verder uitgewerkt te worden. Daarbij moet rekening worden gehouden met de bestaande leidingen en pompstation in het gebied, en de wijze waarop synergie kan worden gezocht met het nabije waterzuiveringsstation van Aquafin.
- Het energieconcept voor Nieuw Zuid dient verder uitgewerkt te worden. Specifieke aandachtspunten hierbij zijn de impact van een mogelijke keuze voor passiefbouw, zowel wat betreft techniek, energetische prestaties, kostprijs, woningtypologieën en beeldkwaliteit van de gebouwen.
- Ook de implementatie van een collectief warmtenet op Nieuw Zuid dient verder onderzocht te worden, zowel wat betreft energieproductie, -distributie, fasering, en synergie met bestaande en toekomstige bebouwing in de omgeving.
- De geluidsstudie dient verder uitgewerkt te worden, met aandacht voor het in beeld brengen van alle mogelijke geluidsbronnen qua omgevingsgeluid, het hanteren van de juiste aannames, normen, streefwaarden en methodes, en het correct inschatten van de effecten van de voorgestelde remediërende maatregelen.
- Het concept masterplan/stadsontwerp besteedt geen aandacht aan mogelijke problemen inzake luchtkwaliteit. Dit hoofdstuk dient toegevoegd. Maatregelen die de luchtkwaliteit kunnen verbeteren en de blootstelling van bewoners aan polluenten beperken, moeten onderzocht worden.
Ontwikkelingsstrategie en aanwezige bebouwing
- De voorgestelde fasering in tijd dient verder uitgewerkt te worden in een ruimtelijke ontwikkelingsstrategie die volgende kenmerken heeft:
(1) elke fase van de ontwikkeling moet een coherent geheel zijn wat betreft ruimtelijke en programmatorische kwaliteit;
(2) elke ontwikkelingsstap is een stap in de richting van de realisatie van de lange termijn visie opgenomen in het masterplan/stadsontwerp Nieuw Zuid;
(3) er wordt rekening gehouden met de bestaande context op de site, en een antwoord geboden op hoe in een gefaseerde ontwikkeling van Nieuw Zuid wordt omgegaan met de aanwezige bebouwing en eigendomsstructuren;
(4) er wordt rekening gehouden met de onzekerheden van een aantal aanliggende lange termijn projecten zoals (her)aanleg kaaizone, Nieuwe Singel, Knoop Zuid en Blue Gate Antwerp.
Overmaken aan de ontwerpers en opdrachtgever van alle ontvangen adviezen als input voor het definitief masterplan/stadsontwerp Nieuw Zuid
De krachtlijnen en aandachtspunten zoals hierboven geformuleerd geven de belangrijkste elementen weer zoals voorkomend in de ontvangen adviezen van de verschillende bedrijfseenheden, diensten en adviesraden. In deze adviezen worden nog bijkomende suggesties en opmerkingen op het concept masterplan/stadsontwerp Nieuw Zuid gegeven. Ook hierop dient het ontwerpteam in het definitief masterplan/stadsontwerp Nieuw Zuid de juiste antwoorden en argumenten te formuleren.
Indicatieve timing van vervolgtraject naar het definitief masterplan/stadsontwerp Nieuw Zuid
|
Mijlpaal |
Streefdatum |
|
Eindnota Masterplan en Stadsontwerp Nieuw Zuid |
|
|
Verdere uitwerking masterplan en stadsontwerp door ontwerpteam, |
april-juni 2012 |
|
Oplevering eindnota masterplan/stadsontwerp door ontwerpteam |
juni 2012 |
|
Evaluatie volledigheid eindnota door projectleiders |
juni 2012 |
|
Voorstelling eindnota op Stuurgroep Nieuw Zuid |
juni 2012 |
|
Kennisname en goedkeuring krachtlijnen door College |
juli 2012 |
|
Adviesverlening door betrokken administraties |
augustus 2012 |
|
Bijwerking eindnota door ontwerpteam aan de hand van geleverde adviezen |
september 2012 |
|
Oplevering finale versie eindnota Masterplan/Stadsontwerp Nieuw Zuid door ontwerpteam, inclusief goedkeuring door College |
september-oktober 2012 |
|
Communicatie en participatie |
najaar 2012 |
|
plan-MER in opdracht van Stadsontwikkeling Antwerpen Zuid nv |
|
|
Opmaak plan-MER voor plangebied Nieuw Zuid |
2012 |
|
Ruimtelijk Uitvoeringsplan i.o.v. AG Stadsplanning |
|
|
Opmaak Ruimtelijk Uitvoeringsplan voor plangebied Nieuw Zuid |
2012-2013 |
|
Realisatie door Stadsontwikkeling Antwerpen Zuid nv |
|
|
Gefaseerde ontwikkeling per striga |
2012-2024 |
Wedstrijdontwerp: opmaak en periode van adviesverlening
Na een ontwerpwedstrijd besliste de raad van bestuur van AG Stadsplanning op 15 juli 2011 om de voorgedragen laureaat, een multidisciplinair team rond het Italiaanse stedenbouwkundige bureau Studio Associato Secchi-Viganò, goed te keuren.
De start van de opdracht tot opmaak van Masterplan Nieuw Zuid vond plaats in september 2011.
In diezelfde periode werd het geselecteerde wedstrijdontwerp voorgesteld aan de bevolking en advies gevraagd aan de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening (Gecoro), de districtsraad, de seniorenraad en de jeugdraad van het district Antwerpen. De suggesties die hier uit kwamen zijn meegegeven aan het ontwerpteam voor de opmaak van het concept masterplan/stadsontwerp Nieuw Zuid. Zij zijn integraal in bijlage bij dit collegebesluit te vinden.
Concept masterplan/stadsontwerp: opmaak en periode van adviesverlening
Het concept masterplan/stadsontwerp werd op 8 maart 2012 opgeleverd en op 13 maart 2012 door de private ontwikkelaar en het ontwerpteam toegelicht aan de Stuurgroep Nieuw Zuid, waarin tevens politieke vertegenwoordiging van het college.
In diezelfde periode werd dit document ook verspreid en toegelicht aan alle betrokken stedelijke administraties en hen gevraagd om advies uit te brengen tegen 30 maart 2012.
Er werden adviezen aangeleverd door de diensten stadsontwikkeling/ruimte, mobiliteit en erfgoed, stadsontwikkeling/vergunningen, stadsontwikkeling/energie en milieu Antwerpen, stadsontwikkeling/team stadsbouwmeester, samen leven/woonregie, actieve stad/algemeen onderwijsbeleid, actieve stad/regie kinderopvang, actieve stad/werk en economie, en de bedrijfseenheid stads- en buurtonderhoud. Alle ontvangen adviezen zijn integraal in bijlage bij dit collegebesluit te vinden en op hoofdlijnen meegenomen in de krachtlijnen en aandachtspunten zoals vermeld bij argumentatie.
De adviezen van de bedrijfseenheid Cultuur, sport en jeugd, van de dienst stadsontwikkeling/ontwerp en uitvoering, en van het Zorgbedrijf zijn opgevraagd maar nog niet ontvangen. Zij worden bij ontvangst alsnog overgemaakt aan het ontwerpteam als input voor de opmaak van het definitief masterplan/stadsontwerp Nieuw Zuid.
Het college beslist de krachtlijnen van het concept masterplan/stadsontwerp Nieuw Zuid, zoals opgenomen in de argumentatie, goed te keuren als basis voor de verdere uitwerking naar een definitief masterplan/stadsontwerp.
Het college beslist de aandachtspunten voor de verdere uitwerking naar een definitief masterplan/stadsontwerp Nieuw Zuid, zoals opgenomen in de argumentatie, goed te keuren.
Het college beslist om het stedelijk standpunt en alle ingewonnen adviezen over te maken aan de ontwerpers en de opdrachtgever van het Masterplan Nieuw Zuid als input voor de opmaak van het definitief masterplan/stadsontwerp Nieuw Zuid.