Op 19 december 2011 verstuurde de vzw Valorfrit een aangetekende zending waarin ze liet weten dat ze een bedrag van 58.088 EUR claimt dat hen volgens een overeenkomst met de vzw Vlaamse Vereniging voor Steden en Gemeenten (VVSG) zou toekomen voor het voeren van overkoepelende communicatieacties.
Op 9 februari 2012 liet de vzw Valorfrit via mail weten dat ze een bedrag van 65.842,70 EUR claimt voor het voeren van overkoepelende communicatieacties voor het kalenderjaar 2012.
Op basis van artikel 4§3 van het ministerieel besluit van 18 juli 2005 houdende vaststelling van nadere regels voor de aanrekening van de inzamelkosten op containerparken door producenten in het kader van de aanvaardingsplicht is het duidelijk dat de kosten voor communicatieactiviteiten gedragen worden door de producenten en niet door de publieke rechtspersonen die hun medewerking verlenen aan de inzameling van frituuroliën en -vetten.
Overeenkomstig artikel 8§8 van de milieubeleidsovereenkomst van 13 juli 2006 betreffende de uitvoering van de aanvaardingsplicht voor gebruikte frituuroliën en –vetten, afgesloten door het Vlaamse gewest en de federaties FEVIA, FEVIA Vlaanderen en FEDIS, maakt de stad Antwerpen aanspraak op een vergoeding voor de kosten verbonden aan de inzameling, de ophaling en de verwerking van ingezamelde gebruikte frituuroliën en -vetten. Tot vandaag heeft de stad Antwerpen enkel een vergoeding ontvangen voor het referentiejaar 2006.
De overeenkomst die de vzw Valorfrit met de VVSG heeft afgesloten primeert niet op dit ministerieel besluit, noch op de milieubeleidsovereenkomst van 13 juli 2006 betreffende de uitvoering van de aanvaardingsplicht voor gebruikte frituuroliën en –vetten.
Er werd advies gevraagd aan de juridische dienst (BZ/JUR/19032012). Met hun opmerkingen werd rekening gehouden.
De bedrijfseenheid stads-en buurtonderhoud stelt voor om beide claims formeel te protesteren.
Artikel 4§3 van het ministerieel besluit van 18 juli 2005 houdende vaststelling van nadere regels voor de aanrekening van de inzamelkosten op containerparken door producenten in het kader van de aanvaardingsplicht luidt: ‘De producenten stellen voldoende uniforme communicatievoorzieningen gratis ter beschikking van de rechtspersonen van publiek recht. Indien een rechtspersoon van publiek recht, mits akkoord van de producenten, zelf voorziet in de nodige communicatievoorzieningen, verkrijgt de rechtspersoon van publiek recht een vergoeding die overeenstemt met een gemiddelde kostprijs van de door de producenten ter beschikking gestelde communicatievoorzieningen bij de overige rechtspersonen van publiek recht en die maximum de werkelijke kost bedraagt van het door de rechtspersoon van publiek recht gebruikte communicatievoorzieningen.’
Artikel 8§8 van de milieubeleidsovereenkomst van 13 juli 2006 betreffende de uitvoering van de aanvaardingsplicht voor gebruikte frituuroliën en –vetten, afgesloten door het Vlaamse gewest en de federaties FEVIA, FEVIA Vlaanderen en FEDIS, bepaalt dat de rechtspersonen naar publiek recht worden vergoed voor hun kosten verbonden en toewijsbaar aan de inzameling, de ophaling en de verwerking van de door hen ingezamelde gebruikte frituuroliën en -vetten.
Het college keurt de collegiale brief aan de vzw Valorfrit goed om formeel te protesteren tegen de gevraagde vergoeding van 123.930,70 EUR die de vzw Valorfrit claimt voor de opzet van overkoepelende communicatieacties.