Terug

2012_CBS_04330 - Het lichtplan stad Antwerpen - Definitieve versie - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 27/04/2012 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Robert Voorhamme, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Marc Van Peel, schepen; Luc Bungeneers, schepen; Guy Lauwers, schepen; Güler Turan, schepen; Leen Verbist, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Patrick Janssens, burgemeester; Philip Heylen, schepen

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris
2012_CBS_04330 - Het lichtplan stad Antwerpen - Definitieve versie - Goedkeuring 2012_CBS_04330 - Het lichtplan stad Antwerpen - Definitieve versie - Goedkeuring

Motivering

Gekoppelde besluiten

Regelgeving: bevoegdheid

In toepassing van artikel 57 § 3, 1° van het Gemeentedecreet is het college bevoegd voor de daden van beheer over de gemeentelijke inrichtingen en eigendommen.

Aanleiding en context

Actie

Fase

Datum

Jaarnummer

bestek 2009/8215

goedkeuring college

12 juni 2009

7840

goedkeuring gemeenteraad

29 juni 2009

1132

gunning
bestek 2009/8215

goedkeuring college

18 december 2009

18451

presentatie

--

30 maart 2012

-- 

In zitting van 18 december 2009 gunde het college de opdracht voor de opmaak van het lichtplan voor de stad Antwerpen aan de tijdelijke vennootschap Stramien uit Antwerpen/Antico uit Milaan, Italië.

In een eerste fase ontwikkelde de ontwerper een eigen analyse en visie over kunstlicht in de stad en legde die volgens overeenkomst voor aan de interne stuurgroep. De opmaak van de principes en richtlijnen werden vervolgens afgewerkt. Aan de hand van de casestudy in Berchem toonde de ontwerper de werking van het lichtplan aan en werd ze aan de praktijk getoetst.

Het Antwerps lichtplan (ALP) werd gepresenteerd aan het college op 30 maart 2012.

De bedrijfseenheid stadsontwikkeling legt het ALP ter goedkeuring voor.

Argumentatie

Aan de ontwerper van het ALP werd de opdracht gegeven een visie te ontwikkelen over het hele grondgebied van de stad Antwerpen exclusief het havengebied en rekening te houden met de kenmerkende typologieën van de stad Antwerpen bij de opmaak van het ALP. Door detaillering en concretisering aan de hand van werkbare richtlijnen moest de ontwerper een actieplan voorstellen om het ALP in de praktijk om te zetten.

Het lastenboek voor het ALP stelde dat de verlichting de aantrekkelijkheid en de leefbaarheid van de stad Antwerpen moet bevorderen en moet bijdragen tot een energiebewuste en duurzame aanpak van de veiligheid.

Daarmee wil de stad Antwerpen een overkoepelende visie formuleren op de openbare verlichting om er een samenhangend geheel van te maken, een visuele hiërarchie opbouwen in de nachtscenografie. Tegelijk wil ze impact krijgen op de private nachtverlichting en een reductie doorvoeren van het energieverbruik door integratie van de Rationeel Energiegebruik acties (REG acties).

Het ALP is opgebouwd uit 4 delen:

  • deel 1 vertrekt van een analyse, kwantitatief en kwalitatief, en koppelt die respectievelijk aan de probleemstelling (de actuele situatie) en vanuit de waarnemingsprincipes ook aan de doelstellingen die in dit ALP voorop staan (toekomstbeeld);
  • deel 2 bouwt vanuit die waarnemingsprincipes (zie deel 1), een globale visie uit op de aanpak van de ‘stadsverlichting’ in de toekomst. Op basis van een eigen methodiek, wordt de ‘Lichtkaart van Antwerpen’ opgebouwd. Nadien volgen de algemene principes, als basis voor de richtlijnen uit deel 3;
  • deel 3 bevat de technische richtlijnen, te hanteren als instrument voor het algemene beleid door de stedelijke diensten zelf en bruikbaar voor ontwerpers (intern en extern) bij de uitwerking van nieuwe projecten;
  • deel 4 omvat de casestudy die gemaakt is voor Oud-Berchem en die een beeld geeft van de concrete vertaling van de voorgestelde aanpak voor dit deel van de stad Antwerpen.

Het ALP stelt zichzelf duidelijke doelen. Het verbeteren van de nachtelijke kwaliteit door het creëren van een samenhangend geheel afgestemd op de verschillende gebruikers en via een energiebewuste en duurzame aanpak.

Zo zal het ALP pas succesvol zijn:

  • als er geen verblinding meer optreedt;
  • een hoge kleurweergave gerealiseerd wordt in alle voetgangersgebieden;
  • de lichtkleur in overeenstemming is met de omgeving;
  • de verlichtingsniveaus in verhouding staan tot elkaar en afgesteld zijn op de aanwezige functies;
  • een verlichting hiërarchie werd vastgesteld en beheerst wordt;
  • verlichtingssystemen niet als aparte infrastructuren waargenomen worden en de energie op een bewuste manier gebruikt wordt.

Lichtplan en het s-RSA

De belangrijkste rol van het Antwerps Lichtplan (ALP) is de ondersteuning en verbetering van de toekomstige avondlijke stedelijke omgeving, zoals verbeeld in het strategische ruimtelijk structuurplan Antwerpen (s-RSA).

Uit het s-RSA komen twee belangrijke beleidskeuzes voor de stedelijke omgeving naar voor, die in het Antwerps Lichtplan gevolgd moeten worden: de strategische toekomstige ruimten van de stad Antwerpen en de stadsbeelden.

In de strategische ruimten van de stad Antwerpen worden bepaalde specifieke zones gedefinieerd waarvoor verschillende functies, kenmerken en sferen gewenst zijn. In het ALP wordt gekozen om bepaalde kenmerken te benadrukken. Coherente verlichtingzones zijn een basismethode voor het omgaan met masterplannen voor verlichting in grote steden. De meeste van deze ruimten worden gedefinieerd als geografische entiteiten met natuurlijke of kunstmatige grenzen (zoals het grootstedelijk gebied, de harde ruggengraat, de zachte ruggengraat of de vijf stedelijke parken, de groene singel, en het levendig kanaal).

Voor elk van deze zones is een eigen kenmerkend karakter gewenst, overdag waarneembaar door de keuze van verlichtingapparatuur en dragers en ’s avonds zichtbaar wegens de combinatie van factoren zoals de kleurtemperatuur van het licht of de menging en de densiteit van de opeenstapeling van de verlichtingslagen.

In het ALP wordt gekozen voor een verlichtingsmethodologie die, wanneer ze samengevoegd en samen waargenomen worden, het totaalbeeld van de stedelijke avondruimte creëren.

De eerste laag, of basislaag, is steeds aanwezig: de straatverlichting. Door de definitie van deze laag als basislaag worden ook de voorwaarden gecreëerd voor comfortabele en uitnodigende verlichting in zones waar ze de enige bestaande laag is, (bv. woonzones) evenals voor een gecontroleerd energieverbruik. Deze laag wordt strikt gereglementeerd door normen.

De tweede laag, het structurele lineaire systeem, is een verplicht straatverlichtingsysteem dat tevens door normen en standaarden gereglementeerd wordt. Deze laag is bedoeld om de belangrijkste structurele aders te verlichten die per definitie met een groot volume en hoge snelheid verkeer te verwerken krijgen. Hiervoor zijn dan ook hogere verlichtingsniveaus vereist en de dragers bevinden zich in hogere posities. Het is een doorlopend systeem dat verscheidene geografische zones doorkruist.

De derde laag, of sfeerlaag, is verantwoordelijk voor de creatie van visuele interessepunten en geeft de stad en buurten hun karakter en identiteit, hun verschillende sferen, de algemene mogelijkheid om inwoners en bezoekers aan te trekken en hen te overtuigen tijd in de open ruimte door te brengen en geld uit te geven in het stedelijke domein. Het is de verlichtingslaag die ‘s avonds instaat voor de details van de stad: stedelijke ruimten waarin mensen samenkomen, stadszichten en panorama’s, erfgoed en historische sites, opmerkelijke architecturale en structurele bakens, monumenten, openbare kunstwerken, opvallende groene elementen. Deze laag wordt niet gestructureerd en is onafhankelijk van de zones maar kan wel door bepaalde stadsbeelden worden beïnvloed.

Ook de stadsbeelden zoals 'Waterstad’, ‘Ecostad’, ‘Poreuze stad’, ‘Dorpen en Metropool’ en de ‘Havenstad’ hebben invloed, maar ze zijn allemaal onafhankelijk van de verlichtingszones. Aan de hand van themathische regels wordt in het lichtplan beschreven hoe hier mee om te gaan.

Het ALP wordt beïnvloed door beleidskeuzes van het s-RSA: rechtstreeks door de zones gedefinieerd in de toekomstige strategische ruimten en op een subtielere en soms indirecte manier, door de stadsbeelden zoals beschreven in het s-RSA.

Toepassing

Het ALP wordt door middel van de concrete richtlijnen toepasbaar gemaakt. Het ALP omvat de toe te passen richtlijnen en voorschriften voor de uitwerking van concrete projecten rond openbare verlichting. Naast de technische vereisten en de ontwerpprincipes komen ook specifieke thematische aspecten aan bod.

Het beschrijft een methodische aanpak waarin systematisch alle stappen worden doorlopen, gekoppeld aan de technische vereisten. Aan de hand van matrices, illustraties en richtlijnen kan een concrete uitwerking van lichtprojecten worden uitgevoerd. De commissie openbaar domein bewaakt de goede uitvoering van het ALP.

Casestudy

Het doel van de casestudy bestaat er in om de systematische aanpak die in het ALP is opgebouwd, te illustreren aan de hand van het ontwerp van de openbare verlichting voor een concreet stadsdeel. Een grondige survey ligt aan de basis, de keuze van de juiste verlichting wordt ‘begeleid’ doorheen het proces.

De resultaten van de casestudy tonen aan dat de goede uitvoering van het ALP leidt tot een reductie van de aanwezige types armaturen en lampen, waardoor onderhoudskosten gereduceerd worden. Tegelijkertijd toont het lichtplan aan dat door toepassing van lagere vermogens een energievermindering kan worden bekomen.

Het ALP streeft een zo hoog mogelijke kwaliteit na. De keuze van de lampen in de casestudy is afgestemd op de keuze van de lichtkleur en kleurweergave-index uit het ALP. Rekening houdend met de beschikbare lichttechniek levert dit geen maximale besparing op. De toepassing van lampen met hogere energieëfficientie, maar met een verminderde kleurweergave dringt zich op om een maximale energiebesparing te realiseren. Binnen het perspectief van een snel evoluerende lichttechniek (bv. LED) kan de hoge kwaliteit van de verlichting pas op termijn gerealiseerd worden. Hiermee wordt tegemoet gekomen aan de vraag om een maximale energiebesparing te realiseren.

Implementatie

Na goedkeuring van het ALP dient een aanvang te worden gegeven naar de implementatie van:

  • de werkwijze van een systematische en geintegreerde opmaak van uitvoeringsplannen openbaar domein;
  • coördinatie van goedkeuring van alle lichtprojecten (intern en extern);
  • bepalen van de families en vereisten van verlichtingsarmaturen en lamptypes per laag;
  • afspraken tussen de verschillende betrokken externe partners, (bv Eandis, Infrax, De Lijn,...);
  • analyse van de inloed van het ALP op de bestaande regelgeving: bouwcode, vergunningen, nieuw openbaar domein, Onroerend Erfgoed,...;
  • evaluatie van de REG acties en implementatie van nieuwe REG acties;
  • onderzoek hoe de stad best technisch de nieuwe lichttechnieken kan implementeren: Ledverlichting; lichtsturing- en beheerssystemen; bekabeling, doving en diming...;
  • opmaak van investeringsplannen voor de uitvoering van specifieke lichtprojecten;
  • Updaten van de beschikbare informatie en bijlagen van het ALP.

De bedrijfseenheid stadsontwikkeling legt het ALP ter goedkeuring voor.

Adviezen

dienst energie en milieu Antwerpen (EMA) Gunstig advies

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college keurt het lichtplan voor de stad Antwerpen goed.

Artikel 2

Dit besluit heeft in principe voor de stad geen financiële gevolgen.

Artikel 3

Het college geeft opdracht aan:

Dienst Taak
SW/O&U implementatieplan opmaken rekening houdend met het ontvangen advies.

Bijlagen

  • 20120329_ALP_S1(1).pdf
  • 20120329_ALP_S2(1).pdf
  • 20120329_ALP_S3(1).pdf
  • 20120329_ALP_S4(1).pdf
  • A0_plannen(1_5).pdf
  • A0_plannen(2_5).pdf
  • A0_plannen(3_5).pdf
  • A0_plannen(4_5).pdf
  • A0_plannen(5_5).pdf