Op 4 november 2004 werd het mobiliteitsplan conform verklaard door de Provinciale Auditcommissie (PAC). In de zitting van 21 februari 2005 (jaarnummer 332) heeft de gemeenteraad het mobiliteitsplan goedgekeurd.
In het mobiliteitsplan uit 2005 is gekozen voor het scenario ‘grootstedelijke pool’. Er werd ingezet op 1 overkoepelende doelstelling:
Het mobiliteitsplan is een kader voor het mobiliteitsbeleid van de interne en externe mobiliteitspartners en is de basis voor het afsluiten van mobiliteitsmodules die de stad recht geven op gewestelijke subsidies. Het betreft projecten zoals de aanleg van fietspaden, openbare verlichting, sensibiliseringsacties, aanpak van schoolomgevingen en uitbreiding van het openbaar vervoeraanbod.
De conformiteit van het mobiliteitsplan vervalt na vijf jaar. Daarom werd op 21 september 2009 (jaarnummer 1385) door het college van burgemeester en schepenen de procesnota ter herziening van het mobiliteitsplan goedgekeurd. In deze nota werd de opdracht gegeven om werkgroepen op te richten in functie van het te voeren onderzoek.
Met het oog op de herziening van het mobiliteitsplan werden, zoals decretaal bepaald, sinds 2009 volgende stappen gezet die telkens recht gaven op één jaar extra om het mobiliteitsplan te herzien:
De volgende procedurele stap is de synthesenota. De synthesenota bevat de synthese van het onderzoek en beschrijft de relatie met het nog steeds geldende mobiliteitsplan uit 2005. Om de conformiteit te behouden moet de synthesenota in juni op de gemeentelijke begeleidingscommissie (GBC) geagendeerd worden opdat nadien de PAC de synthesenota conform kan verklaren.
Op 23 maart 2012 (jaarnummer 2860) heeft het college bevestigd om in het najaar een mobiliteitsforum in te richten, zoals reeds was bepaald in de procesnota. Op dit forum worden middenveldorganisaties uitgenodigd.
In juni 2013 moet een gecoördineerd mobiliteitsplan, dat vertrekt vanuit het mobiliteitsplan van 2005, op de GBC worden geagendeerd.
Om de synthesenota op te stellen zijn er drie sporen gevolgd:
Zoals bepaald in de procesnota, zijn er zeven werkgroepen opgestart. Voor deze werkgroepen waren alle interne en externe mobiliteitspartners uitgenodigd:
Op vraag van de provincie Antwerpen en vanuit de vaststelling dat het openbaar vervoer de modal shift niet alleen kan opvangen én dat de noodzakelijke modal shift het meest efficiënt kan worden opgevangen door het fietsgebruik te stimuleren, is er een bijkomende werkgroep over fietsen opgericht.
Na afloop van de werkgroep bleek bijkomende ruimtelijke en cijfermatige onderbouwing noodzakelijk. Daarvoor is een intern traject opgezet.
De synthesenota geeft de synthese van het onderzoek weer vanuit:
In deze synthesenota wordt geen nieuwe ambitie geformuleerd. Wel worden de door de stad, Vlaanderen en Europa reeds opgenomen en opgelegde ambities opgenomen.
Deze synthesenota schuift ter aanvulling en ter verfijning van de doelstellingen uit 2005 volgende bijkomende doelstellingen naar voor:
Na de conformverklaring van de synthesenota door de PAC beschikt de stad Antwerpen over een jaar om op basis van de uitdagingen en doelstellingen de ruimtelijke maatregelen, maatregelen op het vlak van de netwerken en flankerende maatregelen te formuleren en om vanuit het mobiliteitsplan 2005 en de synthesenota een gecoördineerd mobiliteitsplan op te maken.
De synthesenota moet door de GBC worden goedgekeurd. Vermits de districten voor de GBC worden uitgenodigd, wordt eerst afzonderlijk aan de districten een toelichting gegeven. Voordat de synthesenota aan de PAC wordt aangeboden, wordt de nota ter goedkeuring aan het college voorgelegd. Nadien moeten de maatregelen worden uitgewerkt en het mobiliteitsforum worden georganiseerd.
Het decreet van 20 april 2001 van de Vlaamse regering betreffende de mobiliteitsconvenants.
Het ministerieel besluit van 22 februari 2007 betreffende de mobiliteitsconvenants.
Omzendbrief MOW/2009/03 betreffende de evaluatie (met sneltoets) en bijsturing van het gemeentelijk mobiliteitsplan.
Het college neemt kennis van de synthesenota voor de verbreding en verdieping van het mobiliteitsplan.
Het college geeft opdracht aan:
| dienst | opdracht |
| SW/RM/MOB |
|