Artikel 43 van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005 stelt dat de gemeenteraad bevoegd is voor de beslissingen tot oprichting, deelname of vertegenwoordiging in instellingen, verenigingen en ondernemingen.
OCMW-voorzitster Monica De Coninck diende op 8 december 2011 haar ontslag in als OCMW-voorzitster en daardoor van rechtswege ook als schepen voor sociale zaken, diversiteit en loketten. De gemeenteraad nam hiervan kennis op 23 december 2011 (jaarnummer 1507).
Op 23 december 2011 (jaarnummer 1510) legde Leen Verbist de eed af als OCMW-voorzitster en daardoor van rechtswege ook als schepen voor sociale zaken, diversiteit en loketten, ter vervanging van ontslagnemend OCMW-voorzitster Monica De Coninck.
Monica De Coninck zetelde als ondervoorzitster in de raad van bestuur van vzw Werkhaven Antwerpen.
Op 17 januari 2012 besliste de raadszitting Concern van het OCMW om mevrouw Leen Verbist, OCMW-voorzitster, aan te duiden als afgevaardigde voor de raad van bestuur van vzw Werkhaven Antwerpen.
Er wordt door vzw Werkhaven Antwerpen aan de gemeenteraad voorgesteld Monica De Coninck te vervangen, als ondervoorzitster in de raad van bestuur van vzw Werkhaven Antwerpen, door Leen Verbist.
Artikels 44 §3 en 312 §1 van het Gemeentedecreet bepalen dat de OCMW-voorzitter van rechtswege schepen is vanaf het ogenblik dat hij/zij door de OCMW-raad verkozen is, tenzij de gemeenteraad anders beslist op de installatievergadering van de gemeenteraad.
Artikel 11 van de statuten van de vzw Werkhaven Antwerpen bepaalt dat de gemeenteraad van de stad Antwerpen bevoegd is voor het voordragen van een bestuursmandataris.
De gemeenteraad keurt eenparig artikelen 2 en 3 goed.
Bij artikel 1 wordt er geheim gestemd.
De gemeenteraad beslist, met 33 stemmen tegen 7, er zijn 5 onthoudingen en 3 raadsleden brachten geen stem uit, om Monica De Coninck te vervangen als ondervoorzitster van de raad van bestuur van vzw Werkhaven Antwerpen door OCMW-voorzitster Leen Verbist.
De gemeenteraad beslist dat de afgevaardigde bij het uitoefenen van de verplichtingen verbonden aan de afvaardiging, steeds het bestuursakkoord als uitgangspunt moet nemen en waar nodig dient te overleggen met het college.