De gecoördineerde grondwet verleent bij artikels 41, 162/2e, 170/paragraaf 4 en 173 aan de gemeenten fiscale autonomie.
In de gemeenteraadsbeslissing van 17 december 2007 (jaarnummer 2603) werden de krijtlijnen goedgekeurd voor de toepassing van artikel 94, lid 2 van het Gemeentedecreet. In dit besluit werden ook de invorderingsprocedure en bijhorende kostenaanrekening weergegeven met betrekking tot invordering van niet-fiscale vorderingen.
De procedure die voorafgaat aan het betekenen van het dwangbevel door een gerechtsdeurwaarder, brengt een aantal administratieve kosten met zich mee. Deze inningskosten behoren eigenlijk tot de algemene werkingskosten van de gemeente en moeten in de mate van het mogelijke gefinancierd worden met algemene middelen. Dit heeft tot gevolg dat de ‘belastingbetaler’ mee instaat voor de extra-kosten die veroorzaakt worden door nalatige, onwillige betalers. Het is dan ook billijker om deze extra-kosten aan te rekenen aan de nalatige, onwillige betalers. Dit wordt op de website van het agentschap voor binnenlands bestuur van de Vlaamse overheid benadrukt en door verschillende gemeentebesturen gevolgd en toegepast. Hiervoor is een retributiereglement noodzakelijk, dat duidelijk bepaalt welk tarief er voor welke kosten zal worden aangerekend.
De stad rekent sedert 1998 administratie- en aanmaningskosten door aan wanbetalers van niet-fiscale schuldvorderingen, zoals voorzien in het collegebesluit van 28 mei 1998 (jaarnummer 7013) en de gemeenteraadsbeslissing van 17 december 2007 (jaarnummer 2603). Uit de praktijk blijkt dat bepaalde van deze kosten aan herziening toe zijn. Hiervoor wordt nu een afzonderlijk retributiereglement opgesteld, dat ter goedkeuring voorligt op de huidige gemeenteraad.
Teneinde de krijtlijnen vastgelegd in de gemeenteraadsbeslissing van 17 december 2007 (jaarnummer 2603) conform te maken aan het goed te keuren retributiereglement, dienen deze krijtlijnen eveneens te worden aangepast. Aangezien de procedure van invordering van niet-fiscale vorderingen inhoudelijk niet wijzigt, worden enkel de aan de wanbetaler aan te rekenen kosten aangepast.
Artikel 94, 2° van het Gemeentedecreet bepaalt dat de financieel beheerder een dwangbevel kan uitvaardigen dat wordt betekend bij gerechtsdeurwaardersexploot.
De gemeenteraad keurt eenparig het volgende besluit goed.
De gemeenteraad beslist de aangepaste procedure inzake invordering van niet-fiscale schuldvorderingen goed te keuren.