Het totale investeringsbedrag bedraagt 1.420.000,00 EUR. Er worden hiervoor inkomsten verwacht uit restauratiepremie en sponsering.
Het ereloon voor het voorontwerp zal verrekend worden op de reeds vastgelegde kredieten van het investeringsbudget 2012. Er is voldoende budget beschikbaar.
Artikel 57 §3, 4° van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005 stelt dat het college van burgemeester en schepenen bevoegd is voor het voeren van de gunningsprocedure, de gunning en de uitvoering van overheidsopdrachten.
|
Fase |
Bestuursorgaan |
Datum |
Jaarnummer |
|
Aanstellen architect. Goedkeuring bestek en procedure. |
college |
9 oktober 2009 |
14094 |
|
Aanstellen architect. Gunning |
college |
23 december 2009 |
18736 |
|
Vastlegging krediet erelonen. Goedkeuring |
college |
10 december 2010 |
15354 |
Het bestuur heeft een restauratiearchitect aangesteld om een holistische visie te ontwikkelen op de bouwkundige toekomst van het Brouwershuis, dat sinds 1930 deel uitmaakt van de stedelijke musea en historische huizen, en om hiervoor een restauratiedossier samen te stellen.
Na verschillende vooronderzoeken, met name archivalisch en iconografische bouwhistorisch, chronostratigrafisch, materiaaltechnisch en stabiliteitsonderzoek, is een voorontwerp opgemaakt met de volgende ambities:
De overkoepelende doelstelling is de maximale conservatie van het beschermd monument en het, op een educatief verantwoorde manier, terug openstellen van het historisch belangrijk pand voor het publiek.
Patrimoniumonderhoud adviseert om het voorontwerp goed te keuren en om de architect de opdracht te geven om de volgende stap in deze architectuuropdracht uit te werken, namelijk de opmaak van een restauratiedossier.
Het huidige Brouwershuis is de aaneengesloten bebouwing tussen Adriaan Brouwersstraat en Brouwersvliet en bestaat uit twee onderscheiden delen:
Waar het waterhuis omwille van zijn hoge erfgoedwaarde niet aanraakbaar is, is het woonhuis wel aanraakbaar en aanpasbaar. Deze tweedeling is van belang bij het bepalen van de bouwhistorische waarde en het formuleren van het restauratieconcept op basis van deze waardebepaling.
Het voorontwerp voorziet een grondige restauratie van het Brouwershuis met het terug beperkt in werking stellen van de installaties van het waterhuis. In het ontwerp wordt geopteerd voor het gebruik van een nieuw waterreservoir om de veiligheid van het gebouw te kunnen garanderen.
Het waterhuis wordt daardoor een in-situ museumbedrijf in volle werking, terwijl het bestaande woonhuis een collectiemuseum wordt dat bezoekers in de gelegenheid stelt om het pand en zijn functie historische te contextualiseren en correct te interpreteren.
De restauratie omvat:
Het voorontwerp biedt een duidelijke meerwaarde ten opzicht van zuivere consolidatie van het gebouw. Op een boogscheut van de 21ste-eeuwse museumtoren, het Museum aan de Stroom, kan de bezoeker zo kennismaken met een belangrijk stuk 16de-eeuwse geschiedenis in volle bedrijf: het Antwerps waterdistributiecentrum van 1565 tot 1930.
De tuigen in werking vormen een visueel spektakel en een indrukwekkend geluidsdecor: de rosmolen en tandwielen draaien, drijven de noria aan, de wateremmers storten hun water uit in de trommel boven de vergaarbak, de zuigers van de pompen gaan op en neer, het water stroomt van de kleine, hoge vergaarbak naar de verborgen vergaarbak, water spuit uit kranen en zwenkarm in de gevel.
De gildenkamer van de brouwersgilde met goudleder en aanpalende ruimte worden hersteld als één van de meest authentieke 17de-eeuwse Antwerpse interieurs.
Indicatieve, niet-limitatieve lijst van uit te voeren werken.
Exterieur:
Interieur:
Onroerend Erfgoed Vlaanderen geeft het volgend advies op het gepresenteerde voorontwerp met restauratienota.
“Het Brouwershuis van Antwerpen werd beschermd als monument op grond van zijn historische, artistieke en oudheidkundige erfgoedwaarde. Naast de industriële installaties zijn de nog gaaf bewaarde historische interieurs van de zogenaamde werkkamer, het trappenhuis en de raadzaal van uitzonderlijk belang. Het terug in werking stellen van de bijzondere waterverdelingssystemen met de bedoeling deze te ontsluiten, kan op het akkoord rekenen van Onroerend Erfgoed. Er is ook geen bezwaar tegen het beperken van het watervolume tot de benodigde capaciteit voor werking van noria en pompen. Er kan dus meegegaan worden in het momenteel door de stad weerhouden tweede scenario, waarbij een "museumbedrijf in volle werking" wordt gerealiseerd en het idee rond een nieuw collectiemuseum in het voormalige woonhuis wordt verlaten.
Verder bouwend op het voorgaande vinden wij het van absoluut belang dat prioriteit wordt verleend aan de instandhouding en conservering van de nog bewaarde authentieke bouwdelen en waardevolle interieurinrichtingen. Dit gaat voor op mogelijke verbouwingen en uitbreidingen, optimaliseren van functies en collectiebeheer. Een conserverende en uitgesproken terughoudende benadering (minimuminterventie) is hier meer dan aangewezen. Het gebruik, de bezoeklast, het verdere beheer en onderhoudsprogramma dienen dan ook afgestemd te worden op de (fragiele) draagkracht van dit erfgoed. (…)
Wat betreft het gebouw bevat de nota vooral historische- en materieel-technische gegevens en zoomt in op een aantal gebreken aan het gebouw. Over de concrete restauratieopties blijft de nota echter vaag, terwijl sommige opties elkaar tegenspreken. (…) De ambitie maximaal te conserveren in de historische ruimten versus het isoleren van wanden, vensters en het versterken van vloerconstructies. Andere werkzaamheden worden onvoldoende gemotiveerd. (…)
Verder gaat de restauratienota uit van de noodzaak van een klimaatinstallatie, gebaseerd op de kwetsbaarheid van bepaalde interieurelementen en van de collectie. Hiervoor wordt er verwezen naar wetenschappelijke literatuur, in de eerste plaats gericht op het behoud van museumcollecties. In de meer recente literatuur worden deze oude restrictieve en te dogmatische klimaatregels ter discussie gesteld. Deze blijken enkel houdbaar tegen een hoge financiële en ecologische kost en houden niet voldoende rekening met de noden en de potenties van het historische gebouw. Klimaatspecificaties moeten immers ook recht doen aan de bouwfysische eigenschappen van de ruimte/gebouw waarvoor ze gelden. De aanleg van een klimaatinstallatie heeft een grote bouwfysische impact op het gebouw en op zijn erfgoedwaarde. Dit wordt niet geëxpliciteerd in de nota. De gevolgen zijn echter ingrijpend. Zo wordt onder meer de zolder volledig opgeofferd voor de klimatisatie, komen er buizenstelsels doorheen historische ruimten, wordt bijkomende isolatie van dak, muren, vloeren en ramen noodzakelijk, enz.
De restauratienota biedt geen coherente visie omtrent het binnenklimaat. Een visie zou – uiteraard samen met de museumverantwoordelijken - moeten ontwikkeld worden: uitgaande van een waardestelling van gebouw en collectie, de bepaling van de mogelijkheden van het gebouw en de bepaling van de noden van de collectie (risicoanalyse van het totaal aan vaste en roerende objecten) kan het gewenste binnenklimaat (en niet het door normen opgelegde klimaat) bepaald worden. Hierbij zal ook een kosten-batenanalyse gemaakt worden: waardeverandering (de mogelijke aantasting van de erfgoedwaarde) en behoud worden gewogen tegen de kosten voor aanpassing én onderhoud.
De ons bekende gegevens over het gebouw en de collectie vormen geen argument om te opteren voor een klimaatinstallatie die bovendien ernstig afbreuk dreigt te doen aan de erfgoedwaarde van het pand en zijn interieur. (…)
Samengevat is er dus een akkoord voor het terug beperkt in werking stellen van het waterverdelingssysteem, is er geen fiat voor de klimaatinstallatie en doen we op dit moment geen uitspraak over de indicatieve lijst van uit te voeren werken.”
Klimatisatie
Het bestuur streeft naar een zo passief mogelijk beheer van het stadspatrimonium, inclusief de historische panden. Hierbij wordt onmiddellijk het atypische karakter van de beschermde monumenten bevestigd. Het streefdoel blijft evenwel om een gunstig binnenklimaat te realiseren met minimale bouwkundige ingrepen en maximale energiezuinigheid en onderhoudsvriendelijkheid.
Het bestuur beaamt het principe om de delicate ruimten hygrostatisch te verwarmen (temperatuur stabiliseert relatieve vochtigheid, waarbij zorg voor de collectie primeert op bezoekerscomfort), maar wil dit verwezenlijken met individuele toestellen die opgesteld zijn in de raadskamer en niet met een technisch meer gecompliceerde luchtgroep op de zolder.
Teneinde het verdere verloop van dit project niet te vertragen, worden – afgezien van archeologisch onderzoek – in dit stadium geen bijkomende bouwfysische en materiaal-technische onderzoeken uitgevoerd, die de keuze van klimaatsconditionering en mogelijk thermisch ingrijpen op de gevel kunnen objectiveren.
Exploitatie
De gebouwgebonden exploitatiekosten (energie + eigenaars-, huurders- en schoonmaakonderhoud) voor een museum met een bruto oppervlakte zoals het Brouwershuis bedraagt op jaarbasis 111.544 EUR (890 m2 x 125,33 EUR).
Omwille van de atypische aard van het pand en zijn functie kunnen deze exploitatiekosten niet koudweg toegepast worden op het voorliggend voorontwerp. Tal van parameters zijn moeilijk kwantificeerbaar: openingstijden van het museum, waterverbruik, frequentie van inwerkingstelling van het waterdistributiesysteem, gewenste binnenklimaat, kost van een onderhoudscontract voor de noria en pompinstallatie, enz.
Om te voldoen aan de randvoorwaarden voor een restauratiepremie, moet de volledige installatie minstens één keer per maand volledig in werking gesteld worden. Dit betekent het in werking stellen van de noria en de pompen door het doen draaien van de rosmolen. Daarnaast moet onderhoud van de rosmolen uitgevoerd worden. Gezien de specificiteit van de rosmolen, die uniek is in België, dient beroep gedaan te worden op een ervaren molenaar, om de installatie te laten draaien en voor het dagelijks onderhoud.
Het college keurt het voorontwerp ‘Restauratie van het Brouwershuis met het terug in werking stellen van het waterhuis’ van 9 december 2011 goed, met uitzondering van de voorgestelde klimatisatie en bijkomende onderzoeken.
Het college keurt goed dat de opdracht wordt gegeven aan Maatwerk_architecten bvba, Korte Van Ruusbroeckstraat 45, 2018 Antwerpen, OND0806.980.018, om – binnen de beschikbare budgettaire middelen – een uitvoeringsdossier op te maken voor de ‘Restauratie van het Brouwershuis met het terug in werking stellen van het waterhuis’, met inbegrip van een aanvraagdossier voor de restauratiepremie van Onroerend Erfgoed, aanvragen voor diverse vergunning en restauratiebestekken.
De stadsontvanger verleent zijn visum en regelt de financiële aspecten als volgt:
|
Omschrijving |
Bedrag |
Boekingsadres |
Bestelbon |
|
Maatwerk_architecten |
8.523,90 EUR, btw inbegrepen |
budgetplaats: 5112000000 |
CS1076099 |
|
|
10.381,93 EUR, btw inbegrepen |
budgetplaats: 5191500000 |
CS1127946 |