Terug

2012_CBS_05347 - Masterplan Recreatiecluster Moerelei - Visienota en meerwerken - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 25/05/2012 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Patrick Janssens, burgemeester; Robert Voorhamme, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Marc Van Peel, schepen; Luc Bungeneers, schepen; Guy Lauwers, schepen; Güler Turan, schepen; Leen Verbist, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Eddy Baelemans, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Patrick Janssens, burgemeester
2012_CBS_05347 - Masterplan Recreatiecluster Moerelei - Visienota en meerwerken - Goedkeuring 2012_CBS_05347 - Masterplan Recreatiecluster Moerelei - Visienota en meerwerken - Goedkeuring

Motivering

Gekoppelde besluiten

Algemene financiële opmerkingen

De stadsontvanger verleent zijn visum, conform artikel 94 en 160§2 van het Gemeentedecreet.

De meerwerken worden verrekend binnen de raamovereenkomst voor het aanstellen van een pool ontwerpers voor masterplannen (bestek 2008/8132), gegund door het college op 30 december 2008 (jaarnummer 17210).

Aanleiding en context

In zitting van 26 november 2010 (jaarnummer 14466) gaf het college de opdracht aan de dienst stadsontwikkeling/ruimtelijke&mobiliteit/ruimtelijk beleid een masterplan voor de kinderboerderij en omgeving op te maken.

In zitting van 1 juli 2011 (jaarnummer 11721) besliste het college de projectdefinitie voor het masterplan Recreatiecluster Moerelei goed te keuren.

In zitting van 16 december 2011 (jaarnummer 16648) besliste het college het studiebureau SUM Research aan te stellen als ontwerper voor het masterplan.

In zitting van 16 maart 2012 (jaarnummer 2717) keurde het college het communicatietraject voor het masterplanproces goed.

In zitting van 11 mei 2012 werd de visienota voorgesteld aan het college.

Het projectgebied van het masterplan is de volledige recreatiecluster, namelijk het gebied tussen de Moerelei, de Oudebaan en de Electronicalaan. De aanleiding voor de opmaak van het masterplan is de concrete vraag tot een opwaardering van de kinderboerderij en de inbedding ervan in een ruimere buurtparkzone. Naast deze concrete doelstelling zijn er nog een aantal knelpunten en potenties in de nabije omgeving die eveneens door middel van het masterplan onderzocht kunnen worden zoals de relatie tussen de recreatiecluster en de industriezone en de link tussen de recreatiecluster en de nabijgelegen stedelijke groene hoofdstructuur.

Argumentatie

Macroniveau (inbedding in de omgeving)

Het is de ambitie om het projectgebied als een groene educatieve recreatiecluster te ontwikkelen. Om dit te kunnen realiseren dient de relatie met de zachte ruggengraat, strategisch Ruimtelijk Structuurplan Antwerpen (s-RSA), specifiek het Schoonselhof en Fort 7, verbeterd te worden. De status van de Moerelei speelt hierin een cruciale rol. Als hypothese wordt gestart met de ambitie om de Moerelei te wijzigen van drukke verkeersweg naar groene activiteitenboulevard en verbinding voor langzaam verkeer. In de volgende planfase wordt onderzocht welke flankerende maatregelen nodig zijn om de transformatie van de Moerelei mogelijk te maken, zonder de ontsluiting van de naastliggende industriezone te hypothekeren. Er wordt gestreefd naar een win-win situatie, waarbij ook huidige ontsluitingsproblemen van het bedrijventerrein aangepakt worden. De aanpassing van enkele kruispunten met de N177, de inrichting van nieuwe wegvakken en de creatie van een portaalzone zijn verder uit te werken alternatieven. De herinrichting van de Moereleien een alternatieve ontsluiting voor het bedrijventerrein zijn gekoppelde ingrepen: er wordt eerst een gedragen alternatief voor de ontsluiting van de bedrijvenzone gerealiseerd vooraleer een wijziging van de functie van de Moerelei doorgevoerd kan worden.

Mesoniveau (projectgebied)

Momenteel is de recreatiecluster erg gefragmenteerd waardoor de synergieën tussen de verschillende activiteiten onderbenut worden. Doelstelling is de fragmentatie op te heffen en de recreatiecluster om te vormen tot één geheel. De aanleg van een lokale 'zachte ruggengraat' die de verschillende activiteiten met elkaar verbindt is hiervoor het middel. De nieuwe zachte ruggengraat zal ingericht worden tussen de twee landmarks in het gebied, namelijk de wip en de skipiste. Ter hoogte van deze landmarks worden de toegangen tot de recreatiecluster georganiseerd door onder andere een bundeling en herschikking van parkeerfaciliteiten. Andere ingrepen zijn:

  • de inrichting van de zachte ruggengraat als een educatief traject op basis van de actieve voedselpiramide;
  • de inrichting van een waterbuffer om de waterhuishouding te verbeteren;
  • een uitbreiding van de kinderboerderij om de nodige ruimte aan de dieren te geven;
  • de oprichting van een eetboerderij, gekoppeld aan lokale productie van ingrediënten;
  • een nieuwe locatie voor de gevechtsclub en lokalen van de voetbalclubs om een optimalere benutting van de sportruimte mogelijk te maken. Er wordt ook bekeken of een klimmuur als extra sportactiviteit kan geïntegreerd worden;
  • de transformatie van de wip tot een onthaal- en educatieve ruimte.

Microniveau (kinderboerderij)

De kinderboerderij wordt gereorganiseerd zodat ze voldoet aan alle hedendaagse normen. De basis hiervoor vormt een herschikking van functies rond het binnenplein zodat een duidelijk centraal erft wordt gecreeerd. Dit erf functioneert als levendige binnenkoer. Enkele oudere stallen worden gesloopt en ververvangen door een nieuwe L-vorminge stal langs het erf. Er wordt zoveel mogelijk van de aanwezige groenelementen behouden. Andere ingrepen zijn:

  • een herschikking van weilanden (en dieren) in samenhang met de nieuwe stallen (nog verder te onderzoeken);
  • inrichting huidig woonhuis tot ruimte voor personeel en hoevecafé;
  • inrichting oude woning tot conciergewoning;
  • transformatie behouden stal tot opslagruimte voor boerderijmaterriaal;
  • intergratie speelbos.

Alle voorgestelde ingrepen worden in de volgende fase verder onderzocht en uitgewerkt tot een ontwerp-masterplan.

Om de alternatieve ontsluitingsvoorstellen voor het bedrijventerrein te kunnen onderbouwen, dient extra mobiliteitsonderzoek te gebeuren. Dit kan gebeuren door de ontwerper van het masterplan. Er worden hiervoor meerwerken gegund.

De visienota werd op 21 mei 2012 voor advies voorgelegd aan het districtcollege van Wilrijk

  • Het districtcollege staat positief tegenover de aansluiting van de kinderboerderij bij het Schoonselhof en Fort 7, welke gepaard gaat met de doortrekking van de elektronicalaan zodat een alternatieve ontsluiting van de industriezone via de Oudebaan/Moerelei naar de A12 gerealiseerd wordt.
  • Het districtcollege deelt het standpunt dat de mobiliteitseffecten verder dienen onderzocht te worden.
  • Het districtcollege is tevens van mening dat de herprofilering van de Moerelei pas in voege kan gaan zodra de nieuwe doortrekking van de Elektronicalaan een feit is.

De visienota werd op 22 mei 2012 voorgelegd aan HIW en VOKA

  • Voor het bedrijventerrein zijn momenteel zowel de Terbekehofdreef als de Moerelei hoofdassen HIW heeft op basis van het beeldkwaliteitsplan dat zij in 2009 liet opmaken reeds concrete plannen met betrekking tot verbetering van de signalisatie in het bedrijventerrein. Hiervoor werden subsidies bij POM aangevraagd. HIW betreurt dat deze plannen nu mogelijk gehypothekeerd worden. HIW zal de uitvoering ervan voorlopig on hold zetten in functie van het nieuw onderzoek op korte termijn door de stad Antwerpen.
  • HIW en VOKA zijn van mening dat er eerst een grondig mobiliteitsonderzoek dient te gebeuren alvorens een standpunt omtrent alternatieven voor de Moerelei ingenomen kan worden. HIW wenst betrokken te worden bij het opzet van het bijkomend mobiliteitsonderzoek.
  • HIW wijst op de noodzaak dat alternatieven rekening dienen te houden met de dimensionering en manoeuvreerruimte van grote vrachtwagens.

Juridische grond

In toepassing van het artikel 17, § 2, 2°, a, van de wet van 24 december 1993, zal deze opdracht voor aanvullende diensten, die de 50 procent van de hoofdaanneming niet overschrijden, gegund worden volgens de onderhandelingsprocedure met de oorspronkelijke aannemer die de dienst uitvoert, omdat zij ingevolge onvoorziene omstandigheden noodzakelijk zijn geworden voor de uitvoering van de beschreven dienst. Deze aanvullende diensten kunnen, technisch of economisch, niet zonder bezwaar van de hoofdaanneming gescheiden worden.

Artikel 57 § 3,5° van het gemeentedecreet van 15 juli 2005 stelt dat het college van burgemeester en schepenen bevoegd is voor het vaststellen van de wijze van gunning en de voorwaarden van overheidsopdrachten als het gaat om een opdracht van dagelijks bestuur.

Met het gemeenteraadsbesluit van 25 juni 2007, jaarnummer 1521, besliste de gemeenteraad in toepassing van artikel 43 § 2, 10° van de gemeentedecreet welke opdrachten voor werken, leveringen en diensten kunnen beschouwd worden als opdrachten van dagelijks bestuur.

Artikel 57 § 3,4° van het gemeentedecreet van 15 juli 2005 stelt dat het college van burgemeester en schepenen bevoegd is voor het voeren van de gunningsprocedure, de gunning en de uitvoering van overheidsopdrachten.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college neemt kennis van het advies van het district Wilrijk en de verenigingen Voka en HIW met betrekking tot de visienota.

Artikel 2

Het college keurt de visienota voor het masterplan Recreatiecluster Moerelei als uitgangshypothese voor de recreatiezone goed. Hiermee neemt het college nog geen beslissing met betrekking tot het statuut van de Moerelei. Het standpunt met betrekking tot de Moerelei wordt pas ingenomen na kennisname van het bijkomende mobiliteitsonderzoek en nieuwe adviezen van het district, HIW en Voka.

Artikel 3

Het college gunt ten behoeve van bijkomend mobiliteitsonderzoekmeerwerken aan het studiebureau SUM research & TML & Dirk VandeKerkhove, de ontwerper van het masterplan.

Artikel 4

De stadsontvanger verleent zijn visum en regelt de financiële aspecten als volgt:

Omschrijving

Bedrag

Boekingadres

Bestelbon

Meerwerken mobiliteit

SUM Research&TML&Dirk VandeKerkhove

Waterloolaan 90

1000 Brussel

NBE 0454010181

BE 97000169299049

42.350,00 euro

budgetplaats:5152000000

budgetpositie:613

functiegebied:FDSW010201A00000

subsidie:SUB_NR

fonds:intern

begrotingsprogramma:510010600

budgetperiode:1200

Onder voorbehoud van goedkeuring BegrotingsWijziging 2012 door college, gemeenteraad en hogere overheid.