Terug

2012_CBS_06008 - Fondsen. Subsidieverwerving - Partnerschapscontract deelname aan Interreg project 'Maritime Incident Response Groups' - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 08/06/2012 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Patrick Janssens, burgemeester; Robert Voorhamme, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Luc Bungeneers, schepen; Guy Lauwers, schepen; Güler Turan, schepen; Leen Verbist, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Marc Van Peel, schepen; Serge Muyters, hoofdcommissaris van politie, vervangend korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Patrick Janssens, burgemeester
2012_CBS_06008 - Fondsen. Subsidieverwerving - Partnerschapscontract deelname aan Interreg project 'Maritime Incident Response Groups' - Goedkeuring 2012_CBS_06008 - Fondsen. Subsidieverwerving - Partnerschapscontract deelname aan Interreg project 'Maritime Incident Response Groups' - Goedkeuring

Motivering

Gekoppelde besluiten

Algemene financiële opmerkingen

Het steunpercentage van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling voor het MIRG project bedraagt 50%. Brandweer Antwerpen zet bestaande personeelskost in als cofinanciering.

Aanleiding en context

Op de zitting van 24 juni 2011 keurde het college de deelname van brandweer Antwerpen aan het Europees samenwerkingsproject 'Maritime Incident Response Groups' (MIRG) principieel goed. Op 8 juli 2011 keurde het college een rechtzetting op dit besluit goed en werd de intentieverklaring ondertekend.

Het project werd inmiddels goedgekeurd door de stuurgroep van het Interreg IVa 2 zeeënprogramma, waardoor tot uitvoering mag overgegaan worden.

Het project beoogt de organisatie, opleiding en training van één volledig operationeel MIRG team, samengesteld uit leden uit de brandweerkorpsen uit alle partnersteden en regio's. Deze teams dienen 24 uur op 24, 7 dagen op 7 beschikbaar en inzetbaar te zijn en zullen over de vereiste kennis beschikken om efficiënt en doelgericht op te treden tijdens incidenten op passagiers -en vrachtschepen. Zij zijn specialisten ter zake en hebben de vereiste kennis inzake brandbestrijding, gevaarlijke goederen en scheepsbouw. Op dit moment is er nauwelijks sprake van een gestructureerde en georganiseerde samenwerking tussen België, Nederland, Frankrijk en Groot-Brittannië inzake scheepsbrandbestrijding.

De opleidingen en oefeningen in het kader van het project zullen gevolgd worden door personeel van de brandweer Antwerpen. De opgeleide brandweermannen zullen opgeroepen worden wanneer zich een scheepsincident voordoet. Brandweer Antwerpen zal hiervoor een aantal mensen leveren die samen het internationale interventieteam MIRG zullen vormen. De inzet van personeel van de brandweer kan vergeleken worden met de inzet voor B-fast.

 

Argumentatie

Het subsidiecontract wordt afgesloten tussen de hoofdpartner (Veiligheidsregio Zeeland) en de beheersautoriteit. Tussen de hoofdpartner en de overige partners (brandweer Gent, brandweer Beveren, service départemental d'incendie et de secours du Pas-de-Calais, Kent Fire & Rescue Service, provincie Zeeland) dient een partnerschapsovereenkomst te worden afgesloten.  De partnerschapsovereenkomst legt de wijze van samenwerking en de verschillende verantwoordelijkheden tussen de partners vast. Het is deze partnerschapsovereenkomst die nu ter goedkeuring voorligt.

Beleidsdoelstellingen

De structuurfondsen en potentiële bovenlokale subsidies worden optimaal aangetrokken en efficiënt beheerd. Antwerpen positioneert zich als actieve speler binnen Europa.
Het verwerven van bijkomende bovenlokale subsidies gebeurt optimaal.
Het opstellen, indienen en opvolgen van subsidieaanvragen door stedelijke bedrijfseenheden krijgt vakkundige ondersteuning op maat

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college keurt de partnerschapsovereenkomst die de wijze van samenwerken tussen de partners waaronder brandweer Antwerpen regelt, goed en legt dit voor aan de gemeenteraad.

Artikel 2

Dit besluit heeft in principe voor de stad geen financiële gevolgen.

Bijlagen