Terug

2012_CBS_04426 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Goudblomme vzw - Van Maerlantstraat 48-50 - 2060 Antwerpen. Dossiernummer AN2012/69/IB - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 04/05/2012 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Robert Voorhamme, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Marc Van Peel, schepen; Luc Bungeneers, schepen; Guy Lauwers, schepen; Güler Turan, schepen; Leen Verbist, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Patrick Janssens, burgemeester; Eddy Baelemans, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris
2012_CBS_04426 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Goudblomme vzw - Van Maerlantstraat 48-50 - 2060 Antwerpen. Dossiernummer AN2012/69/IB - Goedkeuring 2012_CBS_04426 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Goudblomme vzw - Van Maerlantstraat 48-50 - 2060 Antwerpen. Dossiernummer AN2012/69/IB - Goedkeuring

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 36,4° van Vlarem I bepaalt dat het college een uitspraak dient te doen over een milieuvergunningsaanvraag klasse 2.

Aanleiding en context

Aanvrager: Goudblomme vzw - Markgravelei 133 - 2018 Antwerpen. De aanvraag omvat een woonzorgcentrum.

Argumentatie

Het college beslist op basis van het verslag van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd.

Juridische grond

Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder vergunning of melding een hinderlijk inrichting mag exploiteren.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college beslist een milieuvergunning klasse 2 goed te keuren aan Goudblomme, Markgravelei 133, 2018 Antwerpen, voor het exploiteren van een woonzorgcentrum gelegen te 2060 Antwerpen, Van Maerlantstraat 48-50, 2060 Antwerpen. De vergunning heeft als voorwerp het exploiteren van een woonzorgcentrum.

Artikel 2

Het college wijst erop dat voor de exploitant volgende algemene en sectorale voorwaarden van toepassing zijn:

V01 Algemene milieuvoorwaarden (hoofdstuk 4.1)
V02 Algemene milieuvoorwaarden, geluid (hoofdstuk 4.5)
V03 Algemene milieuvoorwaarden, oppervlaktewater (hoofdstuk 4.2)
V35 Elektriciteit (hoofdstuk 5.12)
V38 Gassen, algemeen (hoofdstuk 5.16, afdeling 5.16.1)
V40 Gassen, compressoren en koelinrichtingen (hoofdstuk 5.16, afdeling 5.16.3)
V67 Metalen (hoofdstuk 5.29)
V78 Rouwkamers (hoofdstuk 5.35)
V88 Wasserijen (hoofdstuk 5.46)
V90 Ziekenhuizen en verzorgingsinstellingen (hoofdstuk 5.49)

Artikel 3

Het college beslist dat de exploitant de volgende brandweervoorwaarden dient na te leven:

I. Muurhaspels met axiale voeding (conform NBN EN 671-1) + muurhydrant (volgens de norm NBN 571 en voorzien van vaste koppelstukken doormeter 45 mm volgens KB van 30 januari 1975) met gemeenschappelijke watertoevoer met een binnendiameter van tenminste 70 mm dienen op oordeelkundig gekozen plaatsen opgesteld zodanig dat elk punt van de inrichting kan bespoten worden. Hun aantal wordt zodanig bepaald dat de af te leggen afstand vanaf om het even welk punt tot het dichtst bijgelegen toestel niet meer bedraagt dan de lengte van de gebruikte haspels. De haspels dienen gevoed met een leiding onder druk zodanig dat het debiet bij de minst bedeelde haspel gelijk is aan of groter dan 24 liter per minuut. De leidingen voor bluswater dienen vervaardigd in staal of in een metaal dat minstens dezelfde waarborgen biedt. De geplaatste muurhaspels dienen voorzien van een vergrendeling derwijze dat men het afsluitmondstuk niet kan verwijderen zonder het openen van de handbediende afsluiter op de watertoevoer.

 2. Snelblustoestellen van minstens een bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur 6 kg poeder type ABC - dienen aangebracht bij elk punt of lokaal met verhoogd risico, zoals onder meer pompen, compressoren, lasposten, belangrijke elektriciteitsborden, enz.

Er mogen nochtans gedeeltelijk mobiele bluseenheden of snelblustoestellen van een ander type aangewend worden op de plaatsen waar zij meer aangewezen zijn, voor zover de aangebrachte blusmiddelen minstens eenzelfde bluseenheid conform NBN EN 3-7 bezitten en evenwaardig zijn aan de bovenvermelde.

 3. Snelblustoestellen van minstens een bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur 6 kg poeder type ABC - dienen aangebracht op volgende plaatsen:

• Nabij elke haspel:                            • 1 Stuk.

• Stookplaats:                                    • 2 Stuks.

Verder dient men de overige snelblustoestellen van minstens een bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur 6 kg poeder type ABC - doelmatig te verdelen over de inrichting tot men in totaal over 1 toestel per 150 m2 beschikt. 

4. Een snelblustoestel van 5 kg C02 – ½  bluseenheid conform NBN EN 3-7 - dient aangebracht nabij de toegang tot de hoogspanningscabine. 

5. Het gebouw dient uitgerust te worden met een algemene en automatische branddetectieinstallatie aangevuld met een manueel systeem om ontruiming te bevelen. Het aantal, de aard en de plaatsing van de toestellen worden bepaald door de afmetingen van de lokalen en het risico in de lokalen.  

6. Er dienen inrichtingen voorzien voor melding, waarschuwing en alarm.  

7. De inrichting moet voorzien worden van veiligheidsverlichting, die onmiddellijk en automatisch in dienst treedt bij het uitvallen van de stroom. Minimaal dienen armaturen aangebracht te worden boven elke uitgangsdeur, in alle evacuatiewegen (gangen en trappen), in de nabijheid van de brandbestrijdingsmiddelen en in alle lokalen die uitsluitend door kunstlicht bediend worden. De veiligheidsverlichting dient verder uitgebreid te worden zodanig dat de plaatsing en de verlichtingssterkte voldoende is om een gemakkelijke ontruiming te waarborgen. De veiligheidsverlichting moet tenminste gedurende 1 uur zonder onderbreking kunnen functioneren.

Artikel 4

Het college beslist dat de milieuvergunning ingaat op 4 mei 2012 en eindigt op 4 mei 2032

Artikel 5

Dit besluit heeft in principe voor de stad geen financiële gevolgen.