Samenstelling
Aanwezig
Patrick Janssens, burgemeester;
Robert Voorhamme, schepen;
Philip Heylen, schepen;
Ludo Van Campenhout, schepen;
Marc Van Peel, schepen;
Luc Bungeneers, schepen;
Guy Lauwers, schepen;
Güler Turan, schepen;
Leen Verbist, schepen;
Roel Verhaert, stadssecretaris
Afwezig
Eddy Baelemans, korpschef
Secretaris
Roel Verhaert, stadssecretaris
Voorzitter
Patrick Janssens, burgemeester
2012_CBS_02832 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Dockx Handling Equipment nv, Westeind 1, 2030 Antwerpen. Dossiernummer AN2011/713/AVG - Goedkeuring
Motivering
Regelgeving: bevoegdheid
Artikel 36,4° van Vlarem I bepaalt dat het college een uitspraak dient te doen over een milieuvergunningsaanvraag klasse 2.
Aanleiding en context
Aanvrager: Dockx Handling Equipment nv, Beeklei 21, 2920 Kalmthout. De aanvraag omvat de uitbreiding van een inrichting voor de verhuur en verkoop van heftrucks.
Argumentatie
Het college beslist op basis van het verslag van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd.
Juridische grond
Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder vergunning of melding een hinderlijk inrichting mag exploiteren.
Besluit
Het college van burgemeester en schepenen beslist:
Artikel 1
Het college beslist een milieuvergunning klasse 2 goed te keuren aan Dockx Handling Equipment nv, Beeklei 21, 2920 Kalmthout, om op het perceel gelegen te 2030 Antwerpen, Westeind 1, een inrichting voor de verhuur en verkoop van heftrucks uit te breiden.
Artikel 2
Het college wijst erop dat de volgende algemene en sectorale voorwaarden van toepassing zijn:
|
V01
|
algemene milieuvoorwaarden – hoofdstuk 4.1, 4.7, 4.9 en bijlagen 4.1.9.1.6, 4.1.9.2.3.1, 4.1.9.2.3.2, 4.1.9.2.3.4 en 4.8;
|
|
V02
|
algemene milieuvoorwaarden, geluid – hoofdstuk 4.5 en bijlagen 2.2.1, 2.2.2, 4.5.1, 4.5.2, 4.5.3, 4.5.4, 4.5.5 en 4.5.6;
|
|
V03
|
algemene milieuvoorwaarden, oppervlaktewater – hoofdstuk 4.2. en bijlagen 4.2.5.1, 4.2.5.2, en 4.2.5.4;
|
|
V37
|
garages, parkeerplaatsen en herstellingswerkplaatsen voor motorvoertuigen - garages, parkeerplaatsen en herstellingswerkplaatsen voor motorvoertuigen - hoofdstuk 5.15;
|
|
V38
|
gassen - gemeenschappelijke bepalingen - afdeling 5.16.1 en bijlage 5.16.5;
|
|
V40
|
gassen - koelinrichtingen / compressoren - afdeling 5.16.3;
|
|
V46A
|
opslag van gevaarlijke producten - algemene bepalingen - afdeling 5.17.1, en bijlage 5.17.1;
|
|
V46C
|
opslag van gevaarlijke producten - opslag van gevaarlijke vloeistoffen in bovengrondse houders - afdeling 5.17.3 en bijlagen 5.17.2 tot 5.17.4 en bijlage 5.17.7;
|
|
V67
|
metalen - hoofdstuk 5.29.
|
Artikel 3
Het college beslist dat de exploitant de volgende brandweervoorwaarden dient na te leven:
-
Snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur 6 kg poeder type ABC - dienen goed verdeeld aangebracht à rato van 1 toestel per 150 m² (binnenruimte). Voor brandcompartimenten kleiner dan 300 m² dienen er in elk geval minstens twee toestellen aanwezig te zijn.
Er mogen nochtans gedeeltelijk mobiele bluseenheden of snelblustoestellen van een ander type aangewend worden op de plaatsen waar zij meer aangewezen zijn, voor zover de aangebrachte blusmiddelen minstens eenzelfde bluseenheid conform NBN EN 3-7 bezitten en evenwaardig zijn aan de bovenvermelde.
-
Snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur 6 kg poeder type ABC - dienen aangebracht bij elk punt of lokaal met verhoogd risico, zoals ondermeer pompen, compressoren, lasposten, belangrijke elektriciteitsborden, enzovoort. In de inrichting dienen minstens twee toestellen aanwezig te zijn.
-
Muurhaspels met axiale voeding (conform NBN EN 671-1) aangesloten via een aangepaste leiding op de openbare waterbedeling of ander gelijkwaardig voedingssysteem, dienen op oordeelkundig gekozen plaatsen opgesteld zodanig dat elk punt van de inrichting kan bespoten worden. Hun aantal wordt zodanig bepaald dat de af te leggen afstand vanaf om het even welk punt tot het dichtst bijgelegen toestel niet meer bedraagt dan de lengte van de gebruikte haspels.
De haspels dienen gevoed met een leiding onder druk zodanig dat het debiet bij de minst bedeelde haspel gelijk is aan of groter dan 24 liter per minuut.
-
De leidingen voor bluswater dienen vervaardigd in staal of in een metaal dat minstens dezelfde waarborgen biedt.
De geplaatste muurhaspels dienen voorzien van een vergrendeling derwijze dat men het afsluitmondstuk niet kan verwijderen zonder het openen van een handbediende afsluiter op de watertoevoer.
De waterlevering moet te allen tijde, ook tijdens vorstperiode, gewaarborgd zijn.
-
Eén bovengrondse hydrant BH 100, conform NBN S 21.019, maar met afsluiters op beide uitgeefkanten van 70 mm diameter dient voorzien.
De voeding gebeurt rechtstreeks op het net van de openbare waterbedeling, door een leiding waarvan de minimale binnendiameter 150 mm bedraagt.
De aansluiting op het voedingsnet dient zodanig te zijn dat het maximum debiet onmiddellijk beschikbaar is bij gebruik van de hydrant.
Artikel 4
Het college beslist dat de milieuvergunning ingaat op 23 maart 2012 en eindigt op 23 maart 2032.
Artikel 5
Dit besluit heeft in principe voor de stad geen financiële gevolgen.