Deze beslissing werd ingetrokken met het collegebesluit van 30 maart 2012 jaarnummer 3344.
Art. 2.2.13.§1. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse regering op 15 mei 2009, zegt dat het college belast is met het opmaken van gemeentelijke ruimtelijkeuitvoeringsplannen en de nodige maatregelen tot opmaak neemt.
Het collegebesluit van 10 juli 2008 (jaarnummer 8600) dat de decretale procedure van opmaak van een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan aanvult. In dit collegebesluit wordt de goedkeuring door het college van proces- en richtnota vermeld.
In 2005 keurde de Vlaamse regering het geactualiseerde Sigmaplan goed, waarin bepaald wordt dat de waterkering ter hoogte van Antwerpen van 8,35 m Tweede Algemene Waterpassing (TAW) tot 9,25 m TAW wordt opgehoogd om de stad in de toekomst te blijven beschermen tegen overstromingen.
Op 9 juli 2010 (jaarnummer 8556) keurde het college het Masterplan Scheldekaaien goed. Het Masterplan Scheldekaaien vormt het richtinggevend document voor alle uitvoeringsprojecten bij de heraanleg van de Scheldekaaien. In het Masterplan Scheldekaaien krijgt het Droogdokkeneiland een bestemming als grootstedelijk park en uitwaaiplek. De waterkering ter hoogte van het Droogdokkeneiland is in het Masterplan Scheldekaaien ingetekend als een vaste dijk langs een zachte oever.
Op 19 november 2010 (jaarnummer 14260) keurde het college de projectdefinitie voor het Droogdokkenpark goed. Op 15 juli 2011 besliste de raad van bestuur van AG Stadsplanning om de studieopdracht voor het ontwerp en de uitvoering van de inrichting van het Droogdokkenpark aan de Tijdelijke Vereniging Van Belle & Medina architects en Vogt Landscape Architects te gunnen. De toekenning van deze studieopdracht gebeurde via de procedure van de Open Oproep van de Vlaams Bouwmeester. Op 16 december 2011 (jaarnummer 2011_CBS_17161) besliste het college om het wedstrijdontwerp voor het Droogdokkenpark en de aandachtspunten voor de verdere uitwerking naar een voorontwerp goed te keuren.
Op 23 september 2011 besliste de raad van bestuur van AG Stadsplanning om de toekenning van de 'raamovereenkomst voor de opmaak van gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen' aan Grontmij Vlaanderen NV goed te keuren. Op 19 december 2011 werd binnen deze raamovereenkomst de deelopdracht voor de opmaak van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan "Droogdokkenpark" opgestart.
Planningscontext
De Scheldekaaien en het Droogdokkeneiland maken in het strategisch Ruimtelijk Structuurplan Antwerpen (s-RSA) deel uit van de 'harde ruggengraat'. De Scheldekaaien compenseren het gebrek aan open en toegankelijke ruimte in de kernstad en zijn determinerend voor het beeld van de stad. De continuïteit van de publieke ruimte op de Scheldekaaien is dan ook een belangrijke voorwaarde voor de kwalitatieve ontwikkeling van de 'harde ruggengraat'. Het noordelijk deel van de kaaien is volgens het s-RSA een overgangszone tussen de eerder natuurlijke inrichting van de oevers en het versteende karakter van het centrale deel van de kaaien, en kan beschouwd worden als het sluitstuk van het kaaiensysteem. Het groene karakter van de Scheldeboord ter hoogte van de het Droogdokkeneiland dient volgens het structuurplan zoveel mogelijk behouden te blijven als aansluiting op de 'zachte ruggengraat' van het Havenpark. Daartoe dient het Droogdokkeneiland zijn groene en open karakter zoveel mogelijk te behouden.
In het Masterplan Scheldekaaien werden deze concepten doorvertaald en kreeg het Droogdokkeneiland een functie als grootstedelijk park en uitwaaiplek.
In het gewestplan is het Droogdokkeneiland bestemd als gebied voor ambachtelijke bedrijven en KMO's. De oeverstrook tussen dijk en Schelde is ingekleurd als gebied voor gemeenschaps- en openbare nutsvoorzieningen.
Om de doelstellingen van het s-RSA en het Masterplan Scheldekaaien te kunnen realiseren dringt een bestemmingswijziging zich op.
Afbakening plangebied
De richtnota houdt nog rekening met 2 scenario's voor de afbakening van het plangebied:
1. Minimale afbakening van het plangebied: Droogdokkenpark
De minimale afbakening behelst de oppervlakte van het Droogdokkenpark, het gebied tussen Schelde en Droogdokkenweg. Voor de uitvoering van het Droogdokkenpark zijn budgetten in de meerjarenbegroting vastgelegd. Om met de uitvoering van de aanleg van het Droogdokkenpark te kunnen starten, dient een bestemmingswijziging doorgevoerd te worden.
Een exacte afbakening van het Droogdokkenpark is op dit moment moeilijk te bepalen omwille van externe lopende planprocessen zoals de verbreding van de Royerssluis.
De minimale afbakening heeft als voordeel dat het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) in dit geval een afspiegeling wordt van het concreet project van het park waardoor de voorschriften vrij helder en eenvoudig kunnen worden geformuleerd. De kans is dan ook klein dat het RUP een vertragende factor zou worden voor de start van de uitvoering.
2. Maximale afbakening van het plangebied: Droogdokkeneiland
De maximale afbakening houdt het volledige Droogdokkeneiland in, inclusief het gebied tussen Droogdokkenweg en het Kattendijkdok, waar momenteel nog steeds havenbedrijvigheid is. Deze havenactiviteiten passen binnen de gewestplanbestemming als zone voor ambachtelijke bedrijven en KMO's. De timing voor een eventuele verhuis van Algemene Werkplaatsen Noord (AWN), is op dit moment niet gekend.
Anderzijds bestaan er wel reeds ideëen voor mogelijke toekomstige programma's op dit deel van het Droogdokkeneiland. Een RUP voor het volledige Droogdokkeneiland kan anticiperen op deze toekomstige functies en formaliseert meteen de visie en de beleidsopties uit het s-RSA in een RUP. De voorschriften in het RUP voor de droogdokkensite moeten wel voldoende flexibel zijn om ook bij gewijzigde inzichten een gepast ruimtelijk kader te bieden.
Een RUP voor het volledige Droogdokkeneiland biedt dus enerzijds de kans om een toekomstige visie op de droogdokkensite al in krachtlijnen vast te leggen, anderzijds zet het gebrek aan een concreet project de deur open voor een lang planningsproces, waardoor de uitvoering van het Droogdokkenpark mogelijk gehypothekeerd kan worden.
De voor- en nadelen van beide scenario's voor de afbakening van het RUP zullen tijdens de opmaak van het voorontwerp verder beargumenteerd en afgewogen worden.
Timing
De procedure voor de opmaak van het RUP (door Grontmij Vlaanderen nv) loopt parallel aan de opmaak van het ontwerp (door TV Van Belle & Medina en Vogt Landscape Architects).
| 1. Proces- en richtnota: opmaak, goedkeuring en advies |
februari - maart 2012 |
| 2. Voorontwerp-RUP: opmaak, goedkeuring en plenaire vergadering | april - juli 2012 |
| 3. Ontwerp-RUP: aanpassingen en voorlopige vaststelling |
augustus - oktober 2012 |
| 4. Openbaar onderzoek en definitieve vaststelling | november 2012- april 2013 |
| 5. Externe goedkeuringsprocedure | mei - juni 2013 |
Advies
De proces- en richtnota zal na goedkeuring door het college ter advies voorgelegd worden aan het disctrictscollege Antwerpen en de GECORO.
Art. 2.2.13 en volgende van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO), goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse regering op 15 mei 2009, die de procedure vastleggen voor de opmaak van de gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen (RUP).
Het college keurt de proces- en richtnota goed als basis voor de opmaak van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) ‘Droogdokkenpark’.
Het college geeft opdracht aan
|
Dienst |
Taak |
|
AG Stadsplanning |
om de proces- en richtnota toe te lichten en te bespreken met het betrokken districtscollege en GECORO |