Het Vlaamse milieubeleidsplan stelt dat tegen 2036 100% van de historisch verontreinigde gronden gesaneerd moet zijn. Het wettelijk kader om bodemverontreiniging aan te pakken werd in 1995 door de Vlaamse regering gecreëerd met de goedkeuring van het bodemdecreet. Dit decreet werd in 2006 vernieuwd.
Het bodemdecreet voorziet dat elke gemeente of stad in Vlaanderen een Gemeentelijke Inventaris van Risicogronden opmaakt. Een risicogrond is een perceel waarop een risicoactiviteit of -inrichting gevestigd is of was. Deze activiteiten of inrichtingen zijn opgelijst in het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering en de bodembescherming (Vlarebo) en worden ook vlarebo-activiteiten genoemd. Door het opstellen en bijhouden van de Gemeentelijke Inventaris van Risicogronden worden stelselmatig de gronden met mogelijke bodemverontreiniging in kaart gebracht.
De Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM) wil de gemeenten en steden bij de opmaak van de inventaris ondersteunen door het opstarten van woonzoneprojecten. OVAM inventariseert hiertoe bewoonde zones waar in het verleden risicoactiviteiten hebben plaatsgevonden.
Op basis van een aantal uitsluitingscriteria en een historisch vooronderzoek naar vlarebo-activiteiten in de stad Antwerpen, werd de omgeving Zuiderdokken geselecteerd als mogelijke zone voor een woonzoneproject. De omgeving Zuiderdokken wordt begrensd door de De Gerlachekaai, de Cockerillkaai, de Sint-Michielskaai, de Goede Hoopstraat, de Kloosterstraat, de Graaf Van Egmontstraat, de Leopold de Waelplaats, de Lambermontplaats, de Emiel Banningstraat, de Jan Van Gentstraat, de Gentplaats en de Van der Sweepstraat.
De OVAM beschikt over de nodige middelen om voor dit woonzoneproject de inventarisatiestudie uit te voeren. De OVAM vraagt aan de stad de goedkeuring om te starten met de inventarisatiestudie.
Bij de overdracht van een grond waarop in het verleden risicoactiviteiten hebben plaatsgevonden wordt een particuliere eigenaar aangemaand tot het uitvoeren van een oriënterend bodemonderzoek. Dit oriënterend bodemonderzoek moet op eigen kosten worden uitgevoerd (kostprijs 3.000-6.000 Euro). Wanneer bodemverontreiniging wordt vastgesteld en het betreft een historische verontreiniging die niet door de particuliere eigenaar werd veroorzaakt, kan de eigenaar dan het statuut "onschuldige eigenaar" aanvragen.
Met de uitvoering van woonzoneprojecten tracht OVAM particulieren die de eventueel aanwezige bodemverontreiniging op hun perceel niet zelf hebben veroorzaakt (onschuldige eigenaars) op voorhand vrij te stellen van de onderzoeksplicht. Bij een woonzoneproject worden de percelen van een woonzone door OVAM juridisch en administratief gegroepeerd in een sitebesluit. Zo kan er één globaal onderzoek op de woonzone uitgevoerd worden en worden de individuele particuliere eigenaars vrijgesteld van hun onderzoeksplicht. Bij een overdracht worden ze niet meer aangemaand tot het uitvoeren van een oriënterend bodemonderzoek. Door deze globale aanpak verlaagt de administratieve en financiële last voor de particuliere eigenaars en bewoners. Bovendien krijgt men sneller een volledig beeld van de kwaliteit van de bodem en van de mogelijke risico's van de bodemverontreiniging.
De praktische uitwerking van een woonzoneproject bestaat uit 3 fasen: inventarisatiefase, bodemonderzoek en eventuele sanering.
De inventarisatiefase dient om de historische risicoactiviteiten in de woonzone gedetailleerd in beeld te brengen. Alle milieuvergunningen (van ontstaan perceel tot nu) van de percelen van een woonzone worden gescreend op mogelijke vlarebo-activiteiten. Verder wordt onderzocht welke percelen bewoond zijn en welke niet. Percelen die voor minder dan 75% gebruikt worden voor bewoning, worden uit het woonzoneproject gehaald. In deze gevallen blijven de gewone procedures volgens het bodemdecreet gelden.
OVAM kan een inventarisatiestudie laten uitvoeren door een erkend bodemsaneringsdeskundige op de voorgestelde locatie "Zuiderdokken". De inventarisatiestudie wordt volledig door OVAM gefinancierd. Aan de stad wordt gevraagd ondersteuning te bieden aan de bodemsaneringsdeskundige door hem toegang te bieden tot de archieven. De uitvoering van de inventarisatiestudie wordt gepland in de loop van 2012. In deze fase worden de eigenaren van de percelen nog niet op de hoogte gebracht.
Na de inventarisatiestudie wordt door OVAM bepaald op welke percelen verder bodemonderzoek aangewezen is. Indien wordt beslist verdere bodemonderzoeken uit te voeren, worden deze ook door OVAM gefinancierd.
De volgende decreten en besluiten zijn van toepassing:
Het college beslist in te stemmen met de uitvoering door OVAM van de inventarisatiestudie in het kader van het woonzoneproject Zuiderdokken.
Het college keurt de collegiale brief aan OVAM over de uitvoering van de inventarisatiestudie in het kader van het woonzoneproject Zuiderdokken goed.