In 2014 verdwijnt de enige autocarparking van de stad aan kaai 19 door de heraanleg van dit deel van de Scheldekaaien. Bovendien is er de vaststelling dat autocars steeds vaker hun eigen weg zoeken en her en der in de stad parkeren. Nochtans vragen zowel bestuursakkoord als het strategisch plan toerisme speciale aandacht voor deze doelgroep. Conclusie: er is nood aan gebiedsgerichte uitspraken over het parkeerbeleid van autocars. Dit blijkt trouwens ook binnen andere stedenbouwkundige programma's.
Het bestuursakkoord 2007-2012 stelt : “Antwerpen wil ijveren voor de bereikbaarheid van de binnenstad per autocar en de mogelijkheid tot stationeren van autocars garanderen. Ook het nachtelijk parkeren voor autocars wil de stad onderzoeken.”
Het ‘strategisch plan toerisme Antwerpen 2006-2015’ stelt: “De bereikbaarheid van Antwerpen met de autocar blijft aandacht vragen. ... De stad Antwerpen dient duidelijke richtlijnen uit te werken voor de mobiliteit, bereikbaarheid en de stationering van autocars in het primair toeristisch gebied. Er dient op korte termijn een oplossing gevonden te worden voor de problematiek van de Zoo. In de omgeving van de Zoo moet een autocarparking zijn, dit is gewoon een conditio sine qua non. Op regelmatige basis kan een onderzoek gevoerd worden naar het functioneren van het touringcarsegment.”
Antwerpen wil zich profileren als een bereikbare stad, open voor iedereen. Deze bereikbaarheid wordt – internationaal – echter niet als optimaal ervaren door de autocarsector. Een sterk stedelijk autocarbeleid zou een troef kunnen betekenen voor het autocartoerisme naar Antwerpen. De aandacht voor autocars in mobiliteits- en parkeerplannen is tot op vandaag beperkt. Nochtans is vervoer per autocar zeer duurzaam en komt het de bereikbaarheid van de stad ten goede. De stad heeft dus alle reden om de autocar een rechtmatige plaats te geven binnen haar mobiliteitsbeleid.
Naar schatting doen jaarlijks minstens 10.000 autocars Antwerpen aan. Ze vormen een belangrijk onderdeel van het stedelijk toerisme. Gemiddeld 16% van de bezoekers van de Vlaamse kunststeden, waaronder Antwerpen, blijkt per autocar de stad te bezoeken.Toeristen komen van veraf naar de stad, of maken vanuit Antwerpen daguitstappen naar toeristische trekpleisters in de omgeving of elders in het land. Bovendien is het internationaal groepstoerisme een groeiend segment in Antwerpen (China, Rusland, Japan, Oost-Europa, Oostenrijk en vooral ook Duitsland en Spanje).
Wil de stad Antwerpen verdere stappen ondernemen om het touringcartoerisme te ondersteunen, dan zijn er twee elementen van bijzonder belang:
AUTOCARROUTES EN -HALTES
In vergelijking met de rest van de stad stelt het probleem zich het sterkst in de binnenstad en de omgeving van het centraal station. Dit gebied duiden we aan als primair toeristisch gebied. Het aantal bestemmingen voor autocarbezoekers is in de rest van de stad veel kleiner en minder geconcentreerd. De noodzaak van het vaststellen van routes of stringente uitspraken met betrekking tot halteren dringt zich hier niet of in veel mindere mate op. Enkel voor de binnenstad worden daarom autocarroutes met bijhorende halteplaatsen vastgelegd.
De geselecteerde parkeerroutes in de binnenstad lopen vaak door smalle straten, waardoor het niet wenselijk is autocars hier door te sturen. De ontsluiting van het stadscentrum door autocars verloopt idealiter dan ook volgens drie autocarroutes, met langs deze routes op- en afstapplaatsen. Aandachtspunt is wel dat het gebruik van een autocarroute niet afdwingbaar is, omdat er voor de binnenstad geen zoneringsreglementen gelden voor zware of lange voertuigen. Het invoeren van dergelijke autocarroutes dient dan ook gepaard te gaan met een heldere en effectieve manier van communiceren in functie van het gebruik van de routes.
Drie autocarroutes zullen het stadscentrum ontsluiten:
Deze routes zullen mee opgenomen worden in het wijkcirculatieplan (WCP) Binnenstad.
Langsheen deze routes worden op- en afstaphaltes voorzien. In praktijk zullen deze vaak samenvallen met bestaande laad- en loszones. Onderzoek naar bijkomende laad- en loszones moet ook opgenomen worden in lopende projecten (Scheldekaaien, inrichting knooppunt Groenplaats in het kader van het WCP, Astridplein - tegen de realisatie van het congrescentrum, Kattendijkdok-Westkaai).
Het efficiënt communiceren van deze routes naar de autocarsector zal essentieel zijn aangezien we het volgen van deze routes niet kunnen afdwingen.
AUTOCARPARKINGS
Autocarparkeren op lange termijn:
sites Sportpaleis en nieuw voetbalstadion
Het parkeerbeleid van de stad streeft ernaar om langparkeren zoveel mogelijk aan de stadsrand te organiseren. Dit principe wordt ook weerhouden voor autocars. Het is evident belangrijk dat voorzien wordt in een vlotte aansluiting met de binnenstad. De aanrijroute van en naar de touringcarroutes is bij voorkeur niet te lang en niet te congestiegevoelig. In functie van een optimale nabijheid, wordt voorgesteld te werken met een noordelijke en een zuidelijke autocarparking. Dit beperkt tevens noord-zuidverkeer via Leien of Scheldekaaien. Op deze autocarparkings moeten plaatsen zowel overdag als 's nachts en in de week als in het weekend beschikbaar zijn. Het nachtelijk parkeren van autocars blijkt echter zeer beperkt.
Op lange termijn worden de sites van het Sportpaleis en het voetbalstadion opportuun geacht. De (toekomstige) vraag naar parkeerplaatsen voor autocars wordt ingeschat op 75 tot 100. Beide sites kunnen echter niet complementair gebruikt worden, want ze zijn doorgaans actief binnen hetzelfde tijdsvenster.
park&rides bieden aanvullende opportuniteiten
De mogelijkheid tot natransport met de tram vanaf een P&R (park & ride) kan een meerwaarde bieden voor toeristen. Een overstap maakt het immers mogelijk dat autocars niet per se door moeten rijden tot aan de binnenstad of een andere plaats van bestemming. Op die manier kunnen toeristen zich heel wat oponthoud in het verkeer besparen, waardoor ze meer netto-bezoektijd overhouden. Ook geeft dit buschauffeurs de mogelijkheid de stad bezoeken. Wanneer geen natransport naar de stad mogelijk is, zijn chauffeurs quasi genoodzaakt permanent op de autocarparking te verblijven. Zowel autopendelaars als autocaristen zijn gebaat bij meer ‘beweging’ (en dus sociale controle) op de parking. De autocarsector stelt op korte termijn weinig heil te zien in dit aanbod.
Het aanbieden van parkeercapaciteit voor autocars op P&R’s moet echter gezien worden als een ‘surplus’, bovenop het andere parkeeraanbod dichter bij het stadscentrum gelegen. De capaciteit op P&R's zal daardoor ook eerder beperkt zijn. Stadsontwikkeling/mobiliteit stelt voor om 2 autocarparkeerplaatsen op elke nieuwe P&R te integreren. Het gebruik van P&R’s vergt enerzijds een grote omslag voor de autocarsector, anderzijds stellen bepaalde toeristische doelgroepen specifieke eisen en blijft het essentieel om halteplaatsen te voorzien in de onmiddellijke omgeving van hotels en attracties.
Uiteraard is het een randvoorwaarde dat:
Opportuniteiten die zich aandienen zijn:
Autocarparkeren op korte termijn (2014):
Straatsburgbrug en Petrol
De capaciteit waarvan sprake aan het Sportpaleis en het voetbalstadion is vandaag, en ook op korte termijn, niet aanwezig. Met in het achterhoofd de beslissing om in 2014 de huidige parking te laten verdwijnen, moet er ook nagedacht worden over oplossingen op korte termijn. Ook in deze tussenperiode wordt geopteerd voor een parking aan de noord- en aan de zuidzijde. De sites moeten beschikbaar zijn voor de hele duur van deze overbruggingsperiode. Op basis van een locatieonderzoek werden verschillende plekken overwogen als autocarparking. Tijdens het themacollege van 16 december 2011 werd geopteerd om de locaties Petrol en Straatsburgbrug te weerhouden.
Ook autocarparkeren aan de Quinten Matsijslei is intern bekeken. Dit kan mogelijk een optie zijn na de realisatie van Brabo II (na 2016) en zal op dat moment verder opgenomen worden.
De autocarparkings moeten bepaalde faciliteiten aanbieden aan de chauffeurs. Aangezien de voorstellen die op korte termijn gerealiseerd worden niet op wandelafstand van het centrum of andere voorzieningen liggen is de aanwezigheid van sanitaire voorzieningen gewenst. De chauffeurs moeten hier toch langere tijd wachten.
Een afstemming tussen de verschillende werven (Oosterweelverbinding, Straatsburgbrug, Brabo II, Havenhuis) zal onderzocht worden in functie van de realisatie van de touringcarparking aan Straatsburgbrug.
Na de principebeslissing over de autocarroutes en de parkings kan aan de concrete uitwerking van de beslissing begonnen worden. Concreet omvat dit:
Nieuwe autocarparkings moeten gerealiseerd zijn voordat de huidige autocarparking aan kaai 19 verdwijnt of niet meer bereikbaar zou zijn door de heraanleg van de Scheldekaaien.
Het college beslist 3 autocarroutes te selecteren en te integreren in het wijkcirculatieplan Binnenstad:
Het college beslist principieel om op twee locaties een tijdelijke autocarparking te realiseren tegen 2014:
Het college beslist om binnen de stedenbouwkundige programma's voor omgeving Sportpaleis en nieuw voetbalstadion een touringcarprogramma op te nemen dat voldoet aan de vraag vanuit de toerismemarkt.
Het college beslist om het creëren van een zeer beperkt aantal parkeerplaatsen voor touringcars te onderzoeken binnen de programma's van nieuwe en bestaande P&R's en stadsrandparkings.
Het college geeft opdracht aan:
| bedrijf | opdracht |
| autonoom gemeentebedrijf vastgoed en stadsprojecten Antwerpen (AG VESPA) |
onderhandelingen opstarten betreffende beschikbaarheid/concessie sites autocarparkings: parking Petrol en terrein grenzend aan Straatsburgbrug |
| stadsontwiikkeling/ontwerp en uitvoering en stadsontwikkeling/ruimte en mobiliteit | opmaak ontwerp autocarparkings en bewegwijzeringsplan autocarparking |
| gemeentelijk autonoom parkeerbedrijf Antwerpen (GAPA) |
exacte haltelocaties bepalen, in overleg met stadsontwikkeling |
| AG Stadsplanning |
afstemming onderzoeken tussen de verschillende werven (Oosterweelverbinding, Straatsburgbrug, Brabo II, havenhuis) in functie van de realisatie van de touringcarparking aan Straatsburgbrug |
| actieve stad/toerisme en congres | opmaak communicatieplan en -strategie |