Deze overeenkomst vormt een uitvoering van de principebeslissing van het college van 2 december 2011 (jaarnummer 15992).
Het merkhouderschap berust bij de stad Antwerpen, vertegenwoordigd door het college. Artikel 57, §3, 8° b van het Gemeentedecreet bepaalt dat het college bevoegd is voor het stellen van daden van beschikking met betrekking tot roerende goederen.
Op 2 december 2011 (jaarnummer 15992) keurde het college de principes en uitgangspunten voor de merkbescherming van het stedelijk merk en zijn submerken goed. In dit besluit gaf het college de opdracht aan de bedrijfseenheid cultuur, sport en jeugd en de bedrijfseenheid marketing & communicatie om het merkhouderschap van het woord- en beeldmerk 'Red Star Line' via een overeenkomst over te dragen van de vzw Musea en Erfgoed Antwerpen aan de stad Antwerpen, vertegenwoordigd door het college.
Momenteel zijn er niet één maar meer merkhouders voor het stedelijke merk en zijn submerken. Het college besliste dat het merkhouderschap voor het stedelijk moedermerk en zijn submerken idealiter rust bij de stad Antwerpen, vertegenwoordigd door het college. Op die manier worden wijzigingen in het merkenregister vermeden wanneer de stedelijke organisatie wijzigt. Elke wijziging brengt immers kosten met zich mee.
Het merkhouderschap van het woord- en beeldmerk "Red Star Line" voor de klassen 16, 39 en 41 berust momenteel nog bij de vzw Musea en Erfgoed Antwerpen. Zij dienen het merkhouderschap aan de hand van een overeenkomst over te dragen aan de stad Antwerpen, vertegenwoordigd door het college.
Het college keurt de overeenkomst voor de overdracht van het merkhouderschap van "Red Star Line" van de vzw Musea en Erfgoed naar de stad Antwerpen goed.
Het college geeft opdracht aan:
| Dienst | Taak |
| CS | om de "merkhouder" in de relevante merkregisters te laten aanpassen |