Terug

2012_CBS_00783 - Bestek GAC/2011/951. Aanstellen extern studiebureau mbt de optimale organisatie van de lokale samenwerkingsverbanden. - Bestek en procedure - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 27/01/2012 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Patrick Janssens, burgemeester; Robert Voorhamme, schepen; Philip Heylen, schepen; Marc Van Peel, schepen; Luc Bungeneers, schepen; Guy Lauwers, schepen; Güler Turan, schepen; Leen Verbist, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Ludo Van Campenhout, schepen; Eddy Baelemans, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Patrick Janssens, burgemeester
2012_CBS_00783 - Bestek GAC/2011/951. Aanstellen extern studiebureau mbt de optimale organisatie van de lokale samenwerkingsverbanden. - Bestek en procedure - Goedkeuring 2012_CBS_00783 - Bestek GAC/2011/951. Aanstellen extern studiebureau mbt de optimale organisatie van de lokale samenwerkingsverbanden. - Bestek en procedure - Goedkeuring

Motivering

Algemene financiële opmerkingen

Het voorziene budget zal bij budgetwijziging stadsbreed gecompenseerd worden aangezien dit een beleidsdomein-overstijgende studie betreft. Voorlopig wordt dit echter geprefinancierd via de code erelonen milieudienst.

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 57§3,5° van het Gemeentedecreet stelt dat het college bevoegd is voor het vaststellen van de wijze van gunning en de voorwaarden van overheidsopdrachten als het gaat om een opdracht van dagelijks bestuur.

Aanleiding en context

De stad Antwerpen draagt de beleidsverantwoordelijkheid van taken en activiteiten van ‘gemeentelijk belang’ en organiseert deze zelf o.m. onder de vorm van diensten, intern en extern verzelfstandigde agentschappen of heeft deze exclusief toevertrouwd door middel van beheersoverdracht aan intergemeentelijke samenwerkingsverbanden.

Zo heeft de stad het beheer van de infrastructuren met betrekking tot netbeheer (gas, elektriciteit, kabel, waterdistributie en riolen) toevertrouwd aan intergemeentelijke samenwerkingsverbanden.  

Door de beheersoverdrachten houdt de stad Antwerpen belangrijke participaties aan in de verschillende intergemeentelijke  samenwerkingsverbanden, die  actief zijn in verschillende beleidsdomeinen en in verschillende werkingsgebieden.
Ze hebben ook verschillende organisatiestructuren.

De intergemeentelijke samenwerkingsverbanden vallen onder de bepalingen van het decreet van intergemeentelijke samenwerking en opereren verder binnen specifieke Europese en verschillende Vlaamse regelgevende/regulerende kaders (o.a. energiedecreet , milieudecreet, drinkwaterdecreet, binnen programmadecreet gereorganiseerde watersector met gemeentelijke saneringsplicht en ééngemaakte waterfactuur, …).

De stad participeert bovendien in een aantal financieringsentiteiten verbonden aan deze intergemeentelijke samenwerkingsverbanden.

Vaststelling is, voornamelijk bij de financieringsentiteiten, dat het aantal vennootschappen en tussenvennootschappen en de onderlinge verbanden complex en ondoorzichtig zijn en dat de invloed van de stad t.a.v. het beleid van deze maatschappijen ten gevolge van deze versnippering sterk verwaterd is.

Ten opzichte van al deze entiteiten bevindt de stad zich in verschillende hoedanigheden: als aandeelhouder, als bestuurder, als contractant, als klant en als politiek (beleids)verantwoordelijke voor wat betreft de dienstverlening en tarifering van deze entiteiten aan haar burgers enerzijds en voor wat betreft de activiteiten die deze entiteiten elk voor zich ontplooien op haar grondgebied (openbaar domein) anderzijds.
Deze entiteiten genereren tevens voor de stad substantiële opbrengsten onder de vorm van dividenden en vergoedingen.

De stad Antwerpen wenst deze entiteiten die werken in specifieke beleidsdomeinen:

  • dichter te betrekken bij haar beleidsdoelstellingen,
  • meer doeltreffend en gestructureerd aan te sturen,
  • op een meer gecoördineerde wijze in te schakelen,

zodat ook duidelijkheid is in de verschillende financieringsbehoeften en er prioriteiten gesteld kunnen worden.

Daarom dient onderzocht te worden met welke organisatorische structuur en op welke wijze dit het best kan gerealiseerd worden vanuit de stad Antwerpen.
Tegelijkertijd dient onderzocht te worden welke rol de stad kan opnemen in de ontwikkeling van decentrale energieproductie en collectieve warmtenetten en welk vehikel hiervoor best gebruikt wordt.

Argumentatie

Uitsluitingsgronden

Door een offerte in te dienen voor deze opdracht verklaart de inschrijver zich niet in een toestand van uitsluiting te bevinden, zoals bedoeld in het KB van 8 januari 1996 betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten en de concessies voor openbare werken:

  1. in staat van faillissement of van vereffening te verkeren, zijn werkzaamheden te hebben gestaakt of een gerechtelijk akkoord te hebben bekomen, of in een overeenstemmende toestand te verkeren als gevolg van een gelijkaardige procedure die bestaat in andere nationale wetgevingen en reglementeringen;
  2. aangifte te hebben gedaan van zijn faillissement, een procedure van vereffening of een gerechtelijk akkoord aanhangig te hebben of een gelijkaardige procedure lopende te hebben bestaande in andere nationale wetgevingen en reglementeringen;
  3. niet in orde te zijn met de sociale (sociale zekerheid) en fiscale verplichtingen (directe belastingen en BTW);
  4. bij een vonnis in kracht van gewijsde veroordeeld te zijn voor een misdrijf dat de beroepsmoraal aantast;
  5. bij de beroepsuitoefening een ernstige fout te hebben begaan;
  6. in ernstige mate schuldig te zijn aan het afleggen van valse verklaringen bij het verstrekken van inlichtingen.
  7. bij een vonnis in kracht van gewijsde veroordeeld te zijn voor:
    a) deelname aan een criminele organisatie als bedoeld in art. 324bis van het Strafwetboek
    b) omkoping als bedoeld in artikel 246 van het Strafwetboek
    c) fraude als bedoeld in artikel 1 van de overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschap, goedgekeurd door de wet van 17 februari 2002
    d) witwassen van geld.

De gunning van de opdracht zal in twee fasen gebeuren:

Fase 1:  Selectiecriteria

De inschrijver dient aan te tonen dat hij voldoet aan onderstaande selectiecriteria:

  • Vakkundigheid:
    Vermelden van opleidingsniveau en -attesten van het bureau / inschrijver op het vlak van:
    • complexe organisatievormen;
    • de werking van de verschillende werkingsgebieden van de nutssector.

           Aan de hand van de voorgelegde documenten zal de opdrachtgever een kwalitatieve rangschikking van de
           vakkundigheid van de verschillende inschrijvers opstellen.

  • Ervaring:
    Voorleggen en presenteren van recente referenties (maximaal vijf jaar oud), met opgave van contactpersonen, met betrekking tot:
    • eerder uitgevoerde vergelijkbare reorganisatie- en optimalisatie­opdrachten in opdracht van een overheid;
    • (begeleiding van) het implementeren van nieuwe organisatiestructuren.

            Aan de hand van de voorgelegde referenties zal de opdrachtgever een beoordeling maken van de behaalde  
            doeltreffendheid (met betrekking tot de blijvende resultaten van de uitgevoerde opdracht), het kwaliteitsniveau en
            de relevantie van de voorgelegde referenties

Op basis van bovenstaande selectiecriteria worden de beste kandidaten weerhouden voor de tweede fase. (minimum 3 kandidaten)

Fase 2: Gunningscriteria

De gunning geschiedt aan de inschrijver die de voor het bestuur voordeligste regelmatige offerte heeft neergelegd, rekening houdend met de volgende gunningscriteria:

  • Prijs: 40 punten;
    De volgende formule wordt gebruikt bij puntentoekenning :
    p = Pmax . L/x

    waarbij :
    -p = aantal behaalde punten
    -Pmax = maximaal te behalen punten
    -L = laagste offerte
    -x = onderzochte offerte

    De prijs wordt bepaald door het product van de door de inschrijver opgegeven eenheidsprijzen met de door de inschrijver opgegeven mandagen.

     
  •  Visie en plan van aanpak : 40 punten

    De inschrijver geeft door middel van een heldere en beknopte nota zijn visie op en plan van aanpak voor deze opdracht. In deze nota beschrijft de inschrijver minstens:
    -         zijn voorstel voor werkplanning, tijdpad en toegepaste methoden en werkwijze bij de uitvoering van de opdracht (met onder meer de betrokkenheid van de verschillende beleidsniveaus, stedelijke diensten en lokale samenwerkingsverbanden bij de inhoudelijke uitwerking van de opdracht) (25 punten)
    -         zijn voorstel van tussentijdse terugkoppeling naar de stuurgroep, inclusief de samenwerking met het opdrachtgevend bestuur, en de wijze van rapportering en voorstelling van de onderzoeksresultaten (15 punten). 
  • Samenstelling projectteam : 20 punten
    De inschrijver omschrijft de geboden knowhow/competenties, ervaring en de meerwaarde van het bureau en zijn medewerkers in functie van de opdracht. De inschrijver beschrijft de verdeling van de verantwoordelijkheden binnen het team en duidt één persoon van het team aan als trekker en contactpersoon voor de stad. De namen die opgegeven worden in de offerte zijn aldus bindend voor de uitvoering van de opdracht. Uit de samenstelling van het team moet blijken dat, in geval van eventuele (tijdelijke) afwezigheid van personeelsleden, deze afwezigheid kan opgevangen worden door de (tijdelijke) aanstelling van kwalitatief gelijkwaardig personeel. Deze vervanging dient te gebeuren in overleg en akkoord met de opdrachtgever.
    Bij zijn voorstel van samenstelling van het team geeft de opdrachtgever ook aan wat de spreiding van de verschillende teamleden tijdens de duur van de opdracht zal zijn rekening houdend met de doorlooptijd gesteld in het bestek.

Juridische grond

In toepassing van het artikel 17, paragraaf 3, ten 4°, van de wet van 24 december 1993, zal deze opdracht van diensten gegund worden volgens de onderhandelingsprocedure met naleving van de bekendmakingregels, omdat de aard van de dienst zodanig is dat de specificaties van de opdracht niet met voldoende nauwkeurigheid kunnen bepaald worden om de toewijzing toe te laten volgens de procedure van aanbesteding of offerteaanvraag.

In toepassing van het artikel 68 van het Koninklijk Besluit van 8 januari 1996 betreffende de overheidsopdrachten, dient de dienstverlener van een opdracht voor diensten, overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 70 en 71 zijn financiële en economische draagkracht en zijn technische bekwaamheid aan te tonen.

In toepassing van het artikel 115 van het Koninklijk Besluit van 8 januari 1996 betreffende de overheidsopdrachten worden de ingediende offertes beoordeeld aan de hand van de vermelde gunningscriteria.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college keurt het bestek 2011/951 voor het aanstellen van een extern studiebureau met betrekking tot de optimale organisatie van de lokale samenwerkingsverbanden goed en keurt eveneens goed dat hiervoor een onderhandelingsprocedure met bekendmaking wordt uitgeschreven;

Artikel 2

Het college beslist dat de stuurgroep als volgt wordt samengesteld:

  • Patrick Janssens, burgemeester, of zijn vertegenwoordiger;
  • Guy Lauwers, schepen voor openbare werken, stads- en buurtonderhoud, leefmilieu, binnengemeentelijke decentralisatie en patrimoniumonderhoud, of zijn vertegenwoordiger;
  • Philip Heylen, schepen voor cultuur en toerisme, of zijn vertegenwoordiger;
  • Luc Bungeneers, schepen voor financiën, intercommunales, rechtszaken, markten en foren en dierenwelzijn, of zijn vertegenwoordiger.

Artikel 3

Het college beslist dat de begeleidende werkgroep als volgt wordt samengesteld:

  • Roeland Gielen, strategisch coördinator;
  • Patricia De Somer, bedrijfsdirecteur stadsontwikkeling;
  • Sven Cauwelier, bedrijfsdirecteur stads- en buurtonderhoud.

De begeleidende werkgroep staat onder leiding van Roeland Gielen.

Artikel 4

Het college beslist dat de onafhankelijke dienst inspectie financiën de stuurgroep en de begeleidende werkgroep ondersteunt en adviseert.

Artikel 5

Het college beslist in afwachting van de resultaten van de studies en de conclusies die hieruit zullen worden getrokken door het stadsbestuur, om geen enkel engagement te nemen in de dossiers van de distributie- en netbeheerders.

Artikel 6

De stadsontvanger verleent zijn visum voor het huidige dienstjaar en regelt de financiële aspecten als volgt:

Omschrijving Bedrag Boekingsadres Bestelbon
 Aanstellen extern studiebureau   budgetplaats:5152500000
budgetpositie:613
functiegebied:SDSW030101A00000
subsidie:SUB_NR
fonds:intern
begrotingsprogramma:510040320
budgetperiode:1200
ATB  10053492

Het voorziene budget zal bij budgetwijziging stadsbreed gecompenseerd worden aangezien dit een beleidsdomein-overstijgende studie betreft. Voorlopig wordt dit echter geprefinancierd via de code erelonen milieudienst.


Bijlagen

  • bestek_951.pdf