Het openbaar onderzoek leverde geen bezwaren op.
Artikel 36,4° van Vlarem I bepaalt dat het college een uitspraak dient te doen over een milieuvergunningsaanvraag klasse 2.
Aanvrager: Aannemingen Van Wellen nv - Klinkaardstraat 198 - 2950 Kapellen. De aanvraag omvat de exploitatie van een betoncentrale.
Het college beslist op basis van het verslag van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd. Voor het niet plaatsen van een groenscherm beslist het college de beoordeling van de dienst milieuvergunningen niet te volgen.
Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder vergunning of melding een hinderlijke inrichting mag exploiteren.
Het college beslist een milieuvergunning klasse 2 goed te keuren aan de firma Aannemingen Van Wellen nv, Klinkaardstraat 198, 2950 Kapellen, voor de inrichting gelegen op het adres: Havanastraat zonder nummer (zn), 2030 Antwerpen. De vergunning heeft als voorwerp de exploitatie van een betoncentrale.
Het college wijst erop dat voor de exploitant de volgende algemene en sectorale voorwaarden van toepassing zijn:
|
V01 |
algemene milieuvoorwaarden - hoofdstuk 4.1; |
|
V02 |
algemene milieuvoorwaarden - geluid - hoofdstuk 4.5; |
|
V109 |
algemene milieuvoorwaarden - lichthinder - hoofdstuk 4.6; |
|
V07 |
verwerking van afvalstoffen – algemeen – afdeling 5.2.1; |
|
V13 |
opslag en behandeling van ongevaarlijke vaste afvalstoffen – subafdeling 5.2.2.4; |
|
V35 |
elektriciteit - hoofdstuk 5.12; |
|
V46A |
opslag van gevaarlijke producten - algemene bepalingen – hoofdstuk 5.17 - afdeling 5.17.1; |
|
V46C |
opslag van gevaarlijke producten - opslag van gevaarlijke vloeistoffen in bovengrondse houders – hoofdstuk 5.17 - afdeling 5.17.3; |
|
V68A |
bouwmaterialen en minerale producten – algemeen – hoofdstuk 5.30 – afdeling 5.30.0; |
|
V69 |
motoren met inwendige verbranding - hoofdstuk 5.31; |
|
V100 |
tussentijdse opslagplaatsen voor uitgegraven bodem – hoofdstuk 5.61. |
Het college beslist dat de exploitant de volgende bijzondere voorwaarden en brandweervoorwaarden dient na te leven:
1 Bijzondere voorwaarden:
- De exploitant neemt de nodige maatregelen om stofhinder te vermijden.
- De exploitant staat in voor het reinigen van de aan- en afvoerwegen.
- De exploitant ziet er op toe dat de granulaten steeds aan de geldende kwaliteitseisen voldoen zoals beschreven in de Copro-reglementering of een hiermee gelijkgestelde keuring.
- De exploitant neemt de nodige maatregelen op de verkeersveiligheid aan de werfingang te garanderen.
2 Brandweervoorwaarden:
Onafhankelijk van de verplichtingen aan de houder van de milieuvergunning opgelegd via de vigerende milieureglementering alsmede via het milieuvergunningsbesluit, en onverminderd de maatregelen ter voorkoming en bestrijding van brand, door de houder van de milieuvergunning te treffen in uitvoering van de algemene en sectorale milieuvoorwaarden, dient de houder van de milieuvergunning reeds te voorzien in de hierna vermelde blusmiddelen voor eerste tussenkomst:
Snelblustoestellen van minstens een bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur 9 kg poeder type ABC - dienen aangebracht bij elk punt of lokaal met verhoogd risico, zoals ondermeer pompen, compressoren, lasposten, belangrijke elektriciteitsborden, enzovoort. In de inrichting dienen minstens twee toestellen aanwezig te zijn.
Het college beslist dat de afwijking van de sectorale voorwaarden van Vlarem II wordt toegestaan voor het niet plaatsen van een weegbrug en een omheining, respectievelijk artikelen 5.2.1.2 §2 en 5.2.1.5 §5.
Het college beslist dat de afwijking van de sectorale voorwaarden van Vlarem II niet wordt toegestaan voor het niet plaatsen van een uithangbord en het niet plaatsen van een groenscherm, respectievelijk artikelen 5.2.1.5 §1 en 5.2.1.5 §2.
Het college beslist dat de milieuvergunning ingaat op 27 januari 2012 en eindigt op 28 februari 2013.