Terug

2012_GR_00206 - Mobiliteitsconvenant - Addendum - Goedkeuring

gemeenteraad
ma 05/03/2012 - 19:00 Raadzaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Patrick Janssens, burgemeester-voorzitter; Robert Voorhamme, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Marc Van Peel, schepen; Luc Bungeneers, schepen; Guy Lauwers, schepen; Güler Turan, schepen; Leen Verbist, schepen; Staf Neel, raadslid; Hilda Vienne, raadslid; Johan Van Brusselen, raadslid; Bob Hulstaert, raadslid; Filip Dewinter, raadslid; Nahima Lanjri, raadslid; Jan Penris, raadslid; Tanja Smit, raadslid; Ann Coolsaet, raadslid; Hugo Verhelst, raadslid; Erwin Pairon, raadslid; Claude Marinower, raadslid; Gerolf Annemans, raadslid; Kathleen Van Brempt, raadslid; Freya Piryns, raadslid; Caroline Drieghe, raadslid; Youssef Slassi, raadslid; Wim Wienen, raadslid; Suzette Verhoeven, raadslid; George Ver Eecke, raadslid; Ergün Top, raadslid; Staf Wouters, raadslid; Chris Calluy, raadslid; Anke Van dermeersch, raadslid; Fauzaya Talhaoui, raadslid; Maya Detiège, raadslid; Karim Bachar, raadslid; Bart De Wever, raadslid; Jurgen Verstrepen, raadslid; Bruno Valkeniers, raadslid; Sener Ugurlu, raadslid; Fatma Akbas, raadslid; Greet van Gool, raadslid; Bart Martens, raadslid; Eva Mangelschots, raadslid; Frank Hosteaux, raadslid; Toon Wassenberg, raadslid; Peggy Pooters, raadslid; Jo Vermeulen, raadslid; Eva Wuyts, raadslid; Seppe De Blust, raadslid; Wim Van Osselaer, raadslid; Kris Luyckx, raadslid; Ilse Buyst, raadslid; Nancy Verrijke, raadslid; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Monica De Coninck, raadslid; Eddy Baelemans, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Patrick Janssens, burgemeester-voorzitter
2012_GR_00206 - Mobiliteitsconvenant - Addendum - Goedkeuring 2012_GR_00206 - Mobiliteitsconvenant - Addendum - Goedkeuring

Motivering

Aanleiding en context

Sinds 1996 werkt de Vlaamse overheid voor haar mobiliteitsbeleid met convenanten. Dat wil zeggen dat de steden en gemeenten de kans wordt gegeven een moederconvenant af te sluiten waarin een algemeen kader wordt gecreëerd voor het totstandkomen van het structurele overleg tussen de partijen bij de uitwerking van gemeenschappelijke projecten.

Voor die projecten worden dan mobiliteitsconvenanten afgesloten met daarin afspraken over de inhoud en vorm van het project en de financiering ervan.

Op 9 september 1996 (jaarnummer 1500) keurde de gemeenteraad het Mobiliteitsconvenant met het Vlaamse gewest en De Lijn goed, dat op 23 januari 1997 door alle partijen ondertekend werd. Hierin wordt overeengekomen dat gewerkt wordt aan een gezamenlijk plan voor duurzame lokale mobiliteit (in aanvulling op ondermeer het Masterplan dat de bovenlokale infrastructuurprojecten omvat).
In het kader hiervan werden sindsdien talrijke mobiliteitsconvenanten (modules) afgesloten.

Argumentatie

Modulegebonden mobiliteitsdossiers worden door de centrale dienst van de afdeling  Beleid Mobiliteit en Verkeersveiligheid van de Vlaamse overheid voorgelegd aan de inspecteur van financiën ter goedkeuring. Deze stelt nu dat het oorspronkelijke moederconvenant dat de stad Antwerpen in 1996 goedkeurde dient te worden aangepast aan de recente wetgeving. Daarom dient bij het oorspronkelijke moederconvenant een addendum te worden goedgekeurd en ondertekend door de stad Antwerpen.

Zonder geldige moederconvenant kan een module niet ter goedkeuring voorgelegd worden aan de minister. Daarom stelt stadsontwikkeling/ruimte en mobiliteit/mobiliteit voor om het bijgevoegde addendum goed te keuren. De inhoud ervan strookt met de principes die ook al door de stad worden gehanteerd in haar mobiliteitsbeleid:

  • het participatiebeginsel dat stelt dat voor belangrijke mobiliteitsbeslissingen participatie van de burgers een noodzaak is;
  • het STOP-principe zoals het in het bestuursakkoord (2007-2012) van de stad is opgenomen en intussen werd verankerd in het decreet betreffende het mobiliteitsbeleid (20 maart 2009).

Andere punten in het addendum hebben betrekking op de wijze waarop projecten worden besproken en beoordeeld. Ze zijn een bevestiging van de bestaande praktijk waarbij projecten met de betrokken actoren eerst worden behandeld in de schoot van de Gemeentelijke Begeleidingscommissie (GBC) en nadien in de Provinciale Auditcommissie (PAC).

Juridische grond

Het decreet betreffende de mobiliteitsconvenanten van 20 april 2001.

Het decreet betreffende het mobiliteitsbeleid van 20 maart 2009.

Besluit

De gemeenteraad keurt eenparig het volgende besluit goed.

De gemeenteraad beslist:

Artikel 1

De gemeenteraad keurt het addendum bij het mobiliteitsconvenant goed.

Artikel 2

Dit besluit heeft in principe voor de stad geen financiële gevolgen.