Sinds 1996 werkt de Vlaamse overheid voor haar mobiliteitsbeleid met convenanten. Dat wil zeggen dat de steden en gemeenten de kans wordt gegeven een moederconvenant af te sluiten waarin een algemeen kader wordt gecreëerd voor het totstandkomen van het structurele overleg tussen de partijen bij de uitwerking van gemeenschappelijke projecten.
Voor die projecten worden dan mobiliteitsconvenanten afgesloten met daarin afspraken over de inhoud en vorm van het project en de financiering ervan.
Op 9 september 1996 (jaarnummer 1500) keurde de gemeenteraad het Mobiliteitsconvenant met het Vlaamse gewest en De Lijn goed, dat op 23 januari 1997 door alle partijen ondertekend werd. Hierin wordt overeengekomen dat gewerkt wordt aan een gezamenlijk plan voor duurzame lokale mobiliteit (in aanvulling op ondermeer het Masterplan dat de bovenlokale infrastructuurprojecten omvat).
In het kader hiervan werden sindsdien talrijke mobiliteitsconvenanten (modules) afgesloten.
Modulegebonden mobiliteitsdossiers worden door de centrale dienst van de afdeling Beleid Mobiliteit en Verkeersveiligheid van de Vlaamse overheid voorgelegd aan de inspecteur van financiën ter goedkeuring. Deze stelt nu dat het oorspronkelijke moederconvenant dat de stad Antwerpen in 1996 goedkeurde dient te worden aangepast aan de recente wetgeving. Daarom dient bij het oorspronkelijke moederconvenant een addendum te worden goedgekeurd en ondertekend door de stad Antwerpen.
Zonder geldige moederconvenant kan een module niet ter goedkeuring voorgelegd worden aan de minister. Daarom stelt stadsontwikkeling/ruimte en mobiliteit/mobiliteit voor om het bijgevoegde addendum goed te keuren. De inhoud ervan strookt met de principes die ook al door de stad worden gehanteerd in haar mobiliteitsbeleid:
Andere punten in het addendum hebben betrekking op de wijze waarop projecten worden besproken en beoordeeld. Ze zijn een bevestiging van de bestaande praktijk waarbij projecten met de betrokken actoren eerst worden behandeld in de schoot van de Gemeentelijke Begeleidingscommissie (GBC) en nadien in de Provinciale Auditcommissie (PAC).
Het decreet betreffende de mobiliteitsconvenanten van 20 april 2001.
Het decreet betreffende het mobiliteitsbeleid van 20 maart 2009.
De gemeenteraad keurt eenparig het volgende besluit goed.
De gemeenteraad keurt het addendum bij het mobiliteitsconvenant goed.