Terug

2012_GR_00244 - Gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Binnenstad - Definitieve vaststelling - Goedkeuring

gemeenteraad
ma 05/03/2012 - 19:00 Raadzaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Patrick Janssens, burgemeester-voorzitter; Robert Voorhamme, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Marc Van Peel, schepen; Luc Bungeneers, schepen; Guy Lauwers, schepen; Güler Turan, schepen; Leen Verbist, schepen; Staf Neel, raadslid; Hilda Vienne, raadslid; Johan Van Brusselen, raadslid; Bob Hulstaert, raadslid; Filip Dewinter, raadslid; Nahima Lanjri, raadslid; Jan Penris, raadslid; Tanja Smit, raadslid; Ann Coolsaet, raadslid; Hugo Verhelst, raadslid; Erwin Pairon, raadslid; Claude Marinower, raadslid; Gerolf Annemans, raadslid; Kathleen Van Brempt, raadslid; Freya Piryns, raadslid; Caroline Drieghe, raadslid; Youssef Slassi, raadslid; Wim Wienen, raadslid; Suzette Verhoeven, raadslid; George Ver Eecke, raadslid; Ergün Top, raadslid; Staf Wouters, raadslid; Chris Calluy, raadslid; Anke Van dermeersch, raadslid; Fauzaya Talhaoui, raadslid; Maya Detiège, raadslid; Karim Bachar, raadslid; Bart De Wever, raadslid; Jurgen Verstrepen, raadslid; Bruno Valkeniers, raadslid; Sener Ugurlu, raadslid; Fatma Akbas, raadslid; Greet van Gool, raadslid; Bart Martens, raadslid; Eva Mangelschots, raadslid; Frank Hosteaux, raadslid; Toon Wassenberg, raadslid; Peggy Pooters, raadslid; Jo Vermeulen, raadslid; Eva Wuyts, raadslid; Seppe De Blust, raadslid; Wim Van Osselaer, raadslid; Kris Luyckx, raadslid; Ilse Buyst, raadslid; Nancy Verrijke, raadslid; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Monica De Coninck, raadslid; Eddy Baelemans, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Patrick Janssens, burgemeester-voorzitter
2012_GR_00244 - Gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Binnenstad - Definitieve vaststelling - Goedkeuring 2012_GR_00244 - Gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Binnenstad - Definitieve vaststelling - Goedkeuring

Motivering

Onderzoek

Het openbaar onderzoek van het ruimtelijk uitvoeringsplan RUP Binnenstad liep van 1 augustus 2011 tot en met 29 september 2011. 

Tijdens deze periode werden 23 bezwaarschriften ingediend. De behandeling van deze bezwaarschriften zitten verwerkt in het advies van de GECORO. In het kader van het openbaar onderzoek werden tevens adviezen ontvangen van de provincie Antwerpen en de Vlaamse overheid.

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 2.2.14. §6 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO), goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse regering op 15 mei 2009, zegt dat de gemeenteraad binnen 180 dagen (verlengbaar) na het einde van het openbaar onderzoek het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan definitief vaststelt. Deze vervaldatum is 27 maart 2012 voor het RUP Binnenstad.

Aanleiding en context

Het bijzonder plan van aanleg (BPA) Binnenstad werd goedgekeurd bij ministerieel besluit van 25 maart 1980. Het BPA Antwerpen-Zuid-aan de Leien werd goedgekeurd bij ministerieel besluit van 2 december 1985. Het BPA nummer 24 Zwanengang en omgeving werd goedgekeurd bij Koninklijk Besluit van 24 januari 1957. Er werden tussen 1980 en 1988 negen BPA’s goedgekeurd die enclaves vormen in het BPA Binnenstad. Er werden tussen 1991 en 2007 tien BPA’s goedgekeurd die een herziening waren van het BPA Binnenstad.

Het gewestplan werd goedgekeurd bij Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979. Een herziening van het gewestplan, die het woongebied met culturele, historische en esthetische waarde (CHE-gebied) afbakent, werd goedgekeurd bij ministerieel besluit van 28 oktober 1998. Een herziening van het gewestplan die de bijzondere voorschriften betreffende de hoogte van de gebouwen in de binnenstad veranderde, werd goedgekeurd bij ministerieel besluit van 7 juli 2000.

Het strategisch Ruimtelijk Structuurplan Antwerpen (s-RSA) werd goedgekeurd door de deputatie van 21 december 2006 en voorziet een aanpassing van het BPA Binnenstad naar aanleiding van wijzigende maatschappelijke omstandigheden, bouwblokprojecten of beeldkwaliteitplannen.

Op 10 juli 2008 (jaarnummer 8600) keurde het college het handboek RUP goed. Dit handboek, met begrippenlijst, wordt toegepast als leidraad bij het opmaken van alle gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen.

In het kader van het meerjarenplan 2008-2012, werd de vraag gesteld aan de bedrijfseenheid stadsontwikkeling voor het herbestemmen van enkele gebouwen gelegen in de zone voor gemeenschapsuitrusting naar aanleiding van de valorisatie van verschillende stadseigendommen.

Plangebied: Het plangebied van dit ruimtelijk uitvoeringsplan ligt tussen de Scheldekaaien en de Leien. Het grenst in het noorden aan de Brouwersvliet-Oudeleeuwenrui-Ankerrui-Koeikensgracht in het zuiden aan de Namenstraat-Van der Sweepstraat en de zuidelijke grens van de percelen aan de Jan van Gentstraat. Het BPA Binnenstad (gedeelte Falconplein – Zeemanshuis) is uit het plangebied gehouden omdat dit plan pas in 2006 werd goedgekeurd en de visie van dit BPA is niet veranderd. Bovendien is het BPA Binnenstad (gedeelte Falconplein – Zeemanshuis) opgemaakt om een nieuw project en nieuwe bebouwing te begeleiden voor heel het bouwblok. Nieuwbouw vraagt veel striktere regels dan een bestaand weefsel. Voor nieuwbouw is het interessant om de exacte afmetingen, bouwhoogte, … mee te geven. In een bestaand weefsel wordt een harmonieregel gebruikt.

In zitting van 17 februari 2012 (jaarnummer 2012_CBS_01658) besliste het college:

  1. de gemeenteraad voor te stellen om het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) Binnenstad definitief vast te stellen. Dit collegepunt werd eerder verdaagd in zitting van 10 februari 2012 (jaarnummer 2012_CBS_01367);
  2. opdracht te geven aan het gemeentelijk autonoom parkeerbedrijf en stadsontwikkeling/ruimte en mobiliteit/ruimtelijk beleid om een bestek parkeerplanologische impactstudie uit te schrijven waarin volgende delen onderzocht worden: een analyse van de huidige situatie, benchmarking en beleidsvoorstellen in verband met het parkeer- en stallingsbeleid van de Kernstad. De beleidsvoorstellen kunnen zowel infrastructureel als niet-infrastructureel zijn en zijn niet noodzakelijk gebiedsgebonden. Deze studie zal als basis dienen voor de opmaak van een stedenbouwkundige verordening stallen en parkeren voor de Kernstad;
  3. het advies van de GECORO met betrekking tot de Gildekamerstraat niet te volgen. Dit bouwblok zal zoals in het BPA Binnenstad in de zone Ce5 en de zone Wo1 liggen. Het college zal erop toezien dat bij de stedenbouwkundige aanvraag er minimaal 1,5m voor kwalitatieve tuin wordt voorzien en dat een eventuele inrit voor ondergrondse constructie enkel gebundeld mogelijk is via bestaande inrit Parking Grote Markt

 

Argumentatie

GECORO

De gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening (GECORO) behandelde de bezwaarschriften en adviezen in de zitting van 7 december 2011. Naast de adviezen die hieronder besproken worden en die leiden tot aanpassingen van de stedenbouwkundige voorschriften, de toelichtingsnota, de grafische plannen of de plannen feitelijke en juridische toestand of als bijlage zijn toegevoegd, zijn er ook aanbevelingen die niet in dit ruimtelijk uitvoeringsplan kunnen opgenomen worden. Deze aanbevelingen leiden tot nieuwe opdrachten of adviezen:

  • De GECORO adviseert elk voorschrift over parkeren uit het RUP te halen en na een onderzoek in een verordening voorschriften rond parkeren op te nemen voor de ganse Kernstad.
  • De GECORO vraagt dat er werk wordt gemaakt van criteria waaraan een CHE-rapport moet voldoen.
  • De GECORO adviseert om verder uit te zoeken op welke manier de stedenbouwkundige last en een wijkontwikkelingsfonds gebruikt kan worden om een duurzaam grond- en pandenbeleid voor verenigingen en gemeenschapsfuncties in de binnenstad te financieren.
  • De GECORO adviseert de opmaak van een wijkcirculatieplan steeds samen te laten gaan met de opmaak van een speelweefselplan. Dit geeft de mogelijkheid om de categorie woonstraat nog verder te verfijnen. De GECORO adviseert om in een wijkcirculatieplan de inventarisatie bij te voegen van de trottoirbreedtes van de straten, om te kijken welke ruimte de stappers in het publiek domein krijgen.

Tijdens de evaluatie werden de ingediende bezwaarschriften afgetoetst met de doelstellingen van het RUP, namelijk:

  1. wonen stimuleren in de ganse binnenstad;
  2. mix tussen verschillende functies behouden;
  3. de identiteit en schaal van de binnenstad behouden.

A Verfijning advies GECORO op volgende punten:

Op basis van de evaluatie worden een aantal aanpassingen aan de stedenbouwkundige voorschriften, de toelichtingsnota, de grafische plannen en de plannen van de feitelijke en juridische toestand voorgesteld. Het college neemt het advies van de GECORO over en verfijnt de argumentatie op de volgende punten:

Bezwaarschrift Elia (1.1):

Bezwaar 1.1.1: zoals behandeld in punt 3.6 van het advies van de GECORO, eveneens wil het college verwijzen naar de toelichtingsnota, hoofdstuk 1.1 aanleiding van het RUP, waar de problemen met betrekking tot het begrip gemeenschapsuitrusting worden toegelicht. 

Bezwaarschrift Gedempte Zuiderdokken – Lexeco advocaten (1.4):

Bezwaar 1.4.1: zoals behandeld in punt 3.2 van het advies van de GECORO. Het college wil tevens verwijzen naar punt 3.4 van het advies van de GECORO. Het college wil hier ook het volgende aan toevoegen: 

1. Bestaande juridische toestand.

De Zuiderdokken werden gedempt in 1969.

Na de demping waren deze dokken oorspronkelijk, in het BPA nr. 76 dat op 23 juni 1972 werd goedgekeurd, bestemd als zone voor openbaar plantsoen en recreatie met als voorschrift dat plantsoen, sport en spel toegelaten is.

In 1979 werd het gewestplan Antwerpen van kracht: daarin werden de dokken aangeduid als een parkgebied.

Het BPA Antwerpen-Zuid aan de Leien nam de parkbestemming over in 1985 en vertaalde deze bestemming al naar zone voor park en recreatie.

2. Bestaande feitelijke toestand.

In de praktijk is de bestemming parkgebied op de Gedempte Zuiderdokken nooit (volledig) verwezenlijkt.

Immers: in de noordelijke kop van het gebied werd een speelplein gerealiseerd (het Regenboogpark). Dit speelplein werd in 2006 heraangelegd, na het bekomen van een vergunning daartoe bij de gewestelijk stedenbouwkundig ambtenaar (vergunning van 28 november 2006). Deze invulling strookt met het gewestplan en het BPA.

Het middengedeelte van het gebied werd sedert de demping in 1969 aangelegd als een terrein dat wordt aangewend voor twee gebruiken, namelijk in hoofdzaak betreft het een parking en occasioneel worden er ook evenementen georganiseerd zoals de Sinksenfoor.

De Sinksenfoor is een kermis die jaarlijks vanaf het begin van de 20ste eeuw op de Leien heeft plaatsgevonden, en in 1969 naar de Gedempte Zuiderdokken is verhuisd. Deze jaarlijkse kermis vond al plaats vóór de goedkeuring van het gewestplan.

De evenementen zoals de Sinksenfoor worden niet geregeld via een stedenbouwkundige vergunning die getoetst wordt aan de wetgeving ruimtelijke ordening, maar krijgen een tijdelijke vergunning die volgens de milieuwetgeving en de politiecodex worden uitgereikt. 

In de zuidelijke kop van het gebied is er eveneens een inrichting als speel- en sportterrein (het Waterpoortpark). Dit terrein werd in 2010-2011 heraangelegd. Voor de heraanleg van het speelterrein gebeurde dit na het bekomen van de vergunning van 10 juni 2011 van de gewestelijke stedenbouwkundig ambtenaar. Het sportterrein (basketbalveldje) werd reeds eerder heraangelegd. Hiervoor werd geen stedenbouwkundige vergunning aangevraagd, aangezien het besluit van de Vlaamse regering van 14 april 2000 (en latere wijzigingen) tot bepaling van de vergunningsplichtige functiewijzigingen en van de werken, handelingen en wijzigingen bepaalde dat hiervoor geen stedenbouwkundige vergunning vereist is. Deze invulling strookt met het gewestplan en het BPA.

3. Gewenste juridische toestand/bestemming (afwijking van het gewestplan)

Het RUP wenst de Gedempte Zuiderdokken onder te brengen in een zone voor publiek domein.

In tegenstelling tot wat in het voorontwerp RUP daarover staat, betreft dit geen verfijning van de bestemming parkgebied uit het gewestplan, maar een afwijking daarvan.

Een RUP kan het gewestplan veranderen (artikel 7.4.5 Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, VCRO).

Een afwijking van de gewestplanbestemming parkgebied is wenselijk voor de Gedempte Zuiderdokken op grond van de hiernavolgende ruimtelijke afweging. 

Vooreerst wordt er op gewezen dat ontwikkeling als zuiver parkgebied onrealistisch/achterhaald is… Immers : van in den beginne was het steeds de bedoeling dat de dokken niet zouden ingericht worden als een “zuiver” parkgebied, dat wil zeggen “een terrein dat door beplanting met bomen en heesters tot een wandel- en rustplaats is ingericht”, maar wel degelijk als een multifunctionele sociale zone waar niet alleen groen, maar ook sport en spelfuncties centraal staan.

Zoals hierboven aangehaald werden de Gedempte Zuiderdokken eerst bestemd als zone voor plantsoen, sport en spel in het BPA nr. 76 dat op 23 juni 1972 werd goedgekeurd.

Ten tijde van het gewestplan werd reeds in de toelichtingsnota van het gewestplan aangehaald dat de groengebieden (zoals een parkgebied) een belangrijke sociale functie hadden. Zij omschreven dit als volgt: ‘Als norm kan vooropgesteld worden dat in 10 vierkante meter per inwoner, aan openbaar groen dient voorzien per nabuurschap (1000 tot 1500 inwoners), zo het gaat over een wijk met eengezinswoningen. De 10 vierkante meter kan gesplitst worden in 2 vierkante meter per inwoner ten behoeve van de kinderspeelpleinen, 3 vierkante meter ten behoeve van sport- en speelweiden, 5 vierkante meter per inwoner ten behoeve van het nodige buurtgroen, voetgangersverbindingen en verkeersgroen’. We kunnen zeggen dat deze beschrijving in dezelfde geest lag als de oorspronkelijke bestemming van het BPA.

Dit werd nog eens bevestigd door het BPA Antwerpen Zuid aan de Leien dat in de jaren ’80 deze zone weer als zone voor park en recreatie bestemde.

Met andere woorden: de geest van het gewestplan en de voorafgaande en navolgende BPA’s was telkens dat deze zone een multifunctioneel gebruik had waar groen, sport en spelfuncties centraal staan. De herbestemming die wordt voorgesteld naar zone voor publiek domein kan in diezelfde geest worden gelezen, als een multifunctioneel plein. Het idee van sommige bezwaarindieners, nl. dat de dokken ingericht behoren te worden als een louter wandel- en rustoord, strookt niet met de geest van de plannen. 

Het idee van sommige bezwaarindieners, nl. dat de dokken ingericht behoren te worden als een louter wandel- en rustoord, strookt ook niet met de realiteit sedert de demping. Hierbij wil het college verwijzen naar feitelijk gebruik van het middenstuk van de dokken sinds demping (zie hoger de bestaande feitelijke toestand), waaruit blijkt dat het nooit een wandel- en rustoord geweest is. Bovendien: in dit verband wordt er op gewezen dat de binnenstad een dicht bebouwde plek is die geclaimd wordt door heel veel actoren en activiteiten. Zoals beschreven wordt in de toelichtingsnota is de binnenstad het kerngebied voor toerisme; het is het grootste concentratiegebied van monumenten en tegelijkertijd de rijkste archeologische zone. Het winkelhart van de stad ligt in dit plangebied, verweven tussen de grootste concentratie horecakernen. En deze functies dienen allemaal vervlochten te worden met een dichte woonomgeving. 

Verder wordt erop gewezen dat de beslissing om de Gedempte Zuiderdokken in de zone voor publiek domein onder te brengen, vanuit het ruimtelijk structuurplan (s-RSA ‘Antwerpen Ontwerpen') komt. Hier werden de Zuiderdokken aangeduid als strategisch project. Welk strategisch project werd niet gespecificeerd, er werd enkel gezegd dat er een aantal pistes worden onderzocht. Als we de verwachtingen voor een heraanleg van de Zuiderdokken horen, dan komen allerlei functies naar boven.

Sommige mensen willen de dokken integraal terug open en een jachthaven mogelijk maken, anderen willen een park, nog anderen een mineraal plein of een groot speelplein voor kinderen, anderen willen er een sportplein of een sporthal of een combinatie van dit alles. Wat het uiteindelijk wordt zal in de toekomst op basis van een ontwerp onderzocht en beslist worden. Tot vandaag is dus nog niet besloten welk soort plek de Gedempte Zuiderdokken gaat worden, maar het staat al vast dat het waarschijnlijk een multifunctioneel plein zal zijn waar meerdere wensen samen worden gebundeld, een plein ook dat voor verschillende activiteiten gebruikt kan worden.

Om dergelijk strategisch project te realiseren, dient evenwel te worden afgestapt van het voorschrift inzake parkgebieden, dat hiervoor te star wordt geacht. De zone voor publiek domein geeft hier de meeste mogelijkheden. Bijvoorbeeld voor het openleggen van de dokken zijn er zeer uitgebreide graafwerken nodig. Ook zijn er grote herstellingswerken nodig om de bestaande dokwanden terug waterdicht te maken en de scheuren en barsten te herstellen. Dit zijn zware infrastructurele werken die niet vergunbaar zijn in een parkgebied. Vele bezwaarindieners vragen daarom tegenstrijdige voorschriften door zowel het openleggen van de dokken als het behoud van het voorschrift voor parkgebied te vragen. Om alle mogelijke inrichtingen van dit publiek domein open te laten wordt dan ook afgestapt van de bestemming parkgebied en wordt geopteerd om dit te wijzigen naar de zone voor publiek domein.

In tegenstelling tot wat de bezwaarindiener(s) stellen, heeft de herbestemming van de Gedempte Zuiderdokken niet als doel het regulariseren van voldongen feiten/onwettige toestanden, maar gebeurt dit integendeel op grond van bovengaande ruimtelijke afweging, waaruit volgt dat de nieuwe bestemming van in het begin de meest passende en aanvaardbare bestemming betreft voor het gebied.

Bovendien zijn de toestanden waar de bezwaarindieners naar refereren (parking en evenementen in parkgebied) geen onwettige toestanden, nu deze vermoed worden vergund te zijn (artikel 4.2.14 VCRO).

Immers: de verharding en de parking is al aangelegd en wordt al gebruikt sedert 1969 (tien jaar vóór het inwerkingtreden van het gewestplan in 1979) en het gebruik van de dokken voor occasionele evenementen zoals de Sinksenfoor – die op zich geen stedenbouwkundige vergunning behoeft, doch enkel een tijdelijke vergunning volgens milieuwetgeving en politiecodex – dateert eveneens van 1969.

Zelfs indien deze toestanden thans als onwettig beschouwd zouden worden, wat niet het geval is, dan nog is de regularisatie hiervan door de herbestemming van de dokken niet het opzet van het RUP (zie daarvoor de ruimtelijke afweging hoger), doch hoogstens een gevolg hiervan (zie bv. bij analogie Omzendbrief 2000/01 over planologisch attest, het bedrijfs-BPA en het sectoraal BPA – zonevreemde bedrijven).

Bezwaar 1.4.2: zoals behandeld in punt 3.15 van het advies van de GECORO. De feitelijke toestand van de Gedempte Zuiderdokken zijn parking, occasioneel en tijdelijk wordt dit plein gebruikt voor evenementen zoals de Sinksenfoor. Dit werd toegevoegd aan de toelichtingsnota, zoals hierboven beschreven bij bezwaar 1.4.1.

Bezwaar 1.4.3: het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen, richtinggevend deel voorziet in hoofdstuk 4.10 een behoud en ontwikkeling van stedelijke natuurelementen en randstedelijke groengebieden.

In het RSV worden de stedelijke natuurelementen omschreven als “enerzijds de gebieden van de natuurlijke structuur die doordringen tot in het stedelijk gebied (natuurgebieden, boscomplexen en parken) en anderzijds onderdelen van de ecologische infrastructuur zoals tuinen, bermen, oevers en beplanting.” De Gedempte Zuiderdokken vallen niet onder deze noemer. De dokken zijn geen onderdeel van een natuurlijke structuur, noch toen ze nog open waren, noch na de demping in 1969, en al zeker niet van een natuurlijke structuur die van buiten de stad doordringt tot in het stedelijk gebied. De facto is dit na de demping steeds een parking geweest, waarop occasioneel evenementen georganiseerd werden. Bovendien zijn de Gedempte Zuiderdokken ook geen onderdeel van een ecologische infrastructuur zoals tuinen, bermen, oevers en beplanting.

In het RSV worden de randstedelijke groengebieden omschreven als de “groengebieden waartoe ook parken behoren, gebieden met een open en multifunctioneel karakter”. Gelet op de ligging van de Gedempte Zuiderdokken midden in de binnenstad vallen deze echter ook niet onder de noemer van de randstedelijke groengebieden.

Zodoende wordt er met het RUP niet afgeweken van het richtinggevend deel van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen. Het bezwaar 1.4.3 is dan ook ongegrond.

Bezwaar 1.4.4: zoals behandeld in punt 3.4 van het advies van de GECORO. Het college wenst hier aan toe te voegen dat er bij de opmaak van het RUP wel degelijk rekening gehouden werd met alle relevante aspecten in de zin van het artikel 1.1.4 VCRO.

Wat betreft de klachten van de buurtbewoners inzake overlast van het evenementenplein, zoals weergegeven in het bezwaarschrift (overlast, lichthinder, geluidshinder), verwijst het college naar de MER-screening in de toelichtingsnota. Tevens wijst het er op dat de feitelijke situatie op de dokken met de Sinksefoor al plaatsvindt sedert 1969 en dat het RUP hier geen verandering in brengt. Zie daarvoor ook hoger de weerlegging van bezwaar 1.4.1.waar wordt uitgelegd waarom er wordt afgeweken van de bestemming parkgebied. Tenslotte wijst het college erop dat evenementen gehouden zijn aan de geluids- en andere normen en dat inbreuken hierop bestraft kunnen worden conform de milieuwetgeving en de politiecodex in het kader van het handhavingsluik.

Bezwaar 1.4.5: de MER-screening is wel wettig, omdat de geluidsoverlast niet zal toenemen door de verandering van parkgebied (gewestplan) naar zone voor publiek domein. De Gedempte Zuiderdokken zijn sinds de demping steeds een plek geweest die ingenomen werd door het publiek. (zie hoger de repliek op bezwaar 1.4.1 in verband met de parking en de Sinksenfoor) Pleinen en parken in de binnenstad zijn ook aantrekkingspolen voor mensen, maar ook voor cafés en restaurants. Ook zij kunnen een zekere vorm van overlast veroorzaken, en dit is op de Gedempte Zuiderdokken niet anders. In de MER-screening wordt dan ook terecht gesteld dat er met betrekking tot de bestaande geluidsoverlast in de Binnenstad geen verandering in de referentiesituatie wordt verwacht. De feitelijke geluidsoverlast wordt bestreden door het optreden van de milieupolitie die ongeacht de vergunning zaken kan sluiten. Dit is een andere wetgeving. Toch is het wenselijk om deze gelegenheden toe te staan in een metropolitaanse binnenstad en voornamelijk op de pleinen van deze binnenstad. Het is net deze mix van functies en van mensen die de binnenstad haar eigen karakter geeft. Daarnaast wordt er in het RUP Binnenstad een belangrijke beperking opgelegd op dansgelegenheden, die in de meeste zones niet toegelaten zijn en in de overdruk restaurant café (reca) slechts toegelaten zijn met een maximaal netto handelsoppervlakte van 750m². Dit is een beperking tegenover de bestaande situatie in het BPA Binnenstad, waar geen voorschriften tegenover dansgelegenheden werden opgenomen. 

Bezwaar 1.4.6: de stad heeft een participatiemoment georganiseerd rond de opmaak van de projectdefinitie voor de heraanleg van de Gedempte Zuiderdokken, gevolgd door een aantal ronde tafel gesprekken met bewoners en horeca.  Daarna heeft de stad een belevingsonderzoek bij alle doelgroepen opgestart.  Dit is nog lopende. Dit RUP zorgt er niet voor de heraanleg. Dit RUP zorgt er ook niet voor dat een dialoog op projectniveau niet langer nodig is of niet langer kan. Het RUP Binnenstad zorgt er enkel voor dat de verschillende mogelijkheden die besproken worden: plein, park, water, speeltuinen, e.d. ook juridisch mogelijk zijn.  De dialoog en de discussie kan verder op projectniveau gevoerd worden. Het vertrouwensbeginsel wordt zodoende niet geschonden.

Bezwaar 1.4.7: de categorie wonen, woongebied is gekozen van de bestemmingscategorieën van het VCRO. Wonen wordt hier geïnterpreteerd als een gemengde woonomgeving, hier valt openbaar domein ook onder zoals de Groenplaats, Grote Markt, een deel van de Leien, de Kruidtuin e.d.

Bezwaarschrift 1.5.1. Ankerrui-Stijfselrui: zoals beantwoord in punt 3.6 van het advies van de GECORO. De grens tussen de zone voor wonen en zone voor centrumfuncties werd op basis van de perceelsgrens genomen in navolging van het BPA Binnenstad. Maar dit perceel heeft een atypische scherpe hoek, terwijl het verschil in beide voorschriften eerder betrekking hebben op de gebouwen, dan wel op de onbebouwde ruimte. Daarom wordt er gekozen om de grens te trekken volgens de gebouwen.

Bezwaarschrift 1.8 Rijkswachtkazerne – GSJ advocaten: bezwaren 1.8.1 tot 1.8.3: zoals beantwoord in punt 3.1 en 3.8 van het advies van de GECORO. Het college verduidelijkt dat dit bezwaarschrift wordt ingewilligd wat betreft de gebouwen van de Rijkswachtkazerne. De Rijkswachtkazerne ligt in zone voor wonen Wo1 en het Prekersplein ligt in zone voor groen. 

Bezwaar 1.9.1: zoals beantwoord in punt 3.4 van het advies van de GECORO. Verder wordt verwezen naar het antwoord hierboven op het bezwaarschrift 1.4 van Gedempte Zuiderdokken – Lexeco.

Bezwaar 1.10.2: zoals beantwoord in punt 3.9 van het advies van de GECORO. Het college voegt hieraan toe dat in de zone voor centrumfuncties niet “alles kan en alles mag”. De bestemmingsvoorschriften zijn hier losser dan de voorschriften in de woonzones, maar de algemene bouwvoorschriften en algemene stedenbouwkundige voorschriften gelden hier nog steeds. Ook de overige wetgeving, zoals de gewestelijke verordeningen, de bouwcode, en dergelijke blijven gelden. Elk project moet nog een beoordeling ondergaan bij de stedenbouwkundige aanvraag.

Bezwaar 1.10.7: zoals beantwoord in punt 3.2 van het advies van de GECORO. Voor het Pagadderplein verwijst het college naar punt 3.3 van het advies van de GECORO. Publieke toegankelijkheid kan niet via een bestemmingszone in een RUP worden opgelegd. Zelfs publiek domein kan (tijdelijk) afgesloten worden.

Bezwaar 1.10.8: zoals beantwoord in punt 3.1 van het advies van de GECORO. Parkje Prekersstraat wordt benoemd als Prekersplein.

Bezwaarschrift Kerkfabriek Sint-Paulus (1.11):

Bezwaar 1.11.1: de juiste bescherming van de verschillende delen van het bouwblok werden na onderzoek opgenomen in het plan van de feitelijke en juridische toestand. De eigendomssituatie komt niet altijd overeen met de kadastrale informatie. De onderlegger van de grafische plannen en de plannen feitelijke en juridische toestand is het kadastrale plan.

Bezwaar 1.11.3: zoals beantwoord in punt 3.10 van het advies van de GECORO. Het college voegt hieraan toe dat de stedenbouwkundige voorschriften in een RUP zich niet moeten conformeren aan conventionele voorwaarden die partijen in een overeenkomst gesloten hebben, nu de ruimtelijke ordening (publiek recht) en het verbintenisrecht (burgerlijk recht) elk hun eigen doel hebben en naast elkaar bestaan.

Bezwaarschriften 13 tot 16 (buurtbewoners Sint-Pauluskerk):

Het college wil het advies van de GECORO hier verder verduidelijken.

De kerk is een beschermd monument. De functie in deze kerk is een gemeenschapsfunctie. Dit kan zonder problemen in de zone voor centrumfuncties Ce5. 

Het klooster was vroeger een gemeenschapsfunctie maar is vandaag (gedeeltelijk) verkocht en gedeeltelijk heropgebouwd. Dit klooster is samen met de kerk beschermd als monument. In een beschermd monument [kunnen] meer functies toegelaten worden, indien deze functies  zo uitgevoerd worden dat zij het monument ten goede komen en dat de dienst Onroerend Erfgoed Vlaanderen hierover positief adviseert. Dit is buiten het bereik van het ruimtelijk uitvoeringsplan. Het klooster zal volgens de huidige stedenbouwkundige vergunning verbouwd moeten worden, ofwel moeten zij opnieuw een vergunning aanvragen.

Het klooster hoort thuis in de zone Ce5 omdat  het een ruimtelijk geheel vormt met de kerk en de ruïne waardoor zij het beste in een dezelfde bestemmingszone ondergebracht worden. Verder is het klooster een multifunctioneel gebouw, een typisch gebouw van de zone Ce5 (zoals beschreven in de toelichtingsnota) dat meerdere functies aankan. Dit is geen traditioneel woonhuis, dat grondig verbouwd moet worden om andere functies toe te laten. Het klooster kan beter niet in een zone Wo1 omdat een respectvolle renovatie van dit beschermde monument met kwalitatieve materialen en eerbied voor het gebouw en het bouwblok belangrijker is dan de specifieke functie die zich in het pand bevindt.

De ruïne was vroeger een deel van het klooster. Dit gedeelte is nog niet opgebouwd. Het is samen met het klooster en de kerk beschermd als monument. Een deel van de ruïne ligt in het centrum van het bouwblok. Het vormt ruimtelijk echter één geheel met het klooster en kan niet in een andere zone liggen. Ook is het moeilijk om een beschermd monument in een zone onder te brengen waar geen constructies zijn toegelaten.

Bezwaarschrift 1.17.2: zoals beantwoord in punt 3.14, eerste streepje van het advies van de GECORO. Het college voegt hier aan toe dat de verwijzing in punt 3.14, eerste streepje naar de parkeervoorschriften vervalt, gelet op datgene wat uiteengezet wordt in punt 3.5 van het advies.

De voorschriften rond open ruimte waarnaar verwezen word in 3.14, eerste streepje zijn de stedenbouwkundige voorschriften hoofdstuk 2.2.5 onbebouwde ruimte en terrassen.

Bezwaar 1.18.2: zoals beantwoord in punt 3.9 van het advies van de GECORO. Het college wil eveneens verwijzen naar de toelichtingsnota naar de aanleiding van het RUP waar de problemen met betrekking tot het begrip gemeenschapsuitrusting worden toegelicht.

Bezwaar 1.18.8: zoals beantwoord in het punt 3.12 van het advies van de GECORO. Het college wil ook verwijzen naar het punt 3.9 van het advies van de GECORO in antwoord op dit bezwaar.

Bezwaar 1.18.9: zoals beantwoord in punt 3.14, vijfde streepje. Het college wil hieraan toevoegen dat dit niet alleen geldt voor zone voor wonen Wo1, maar ook voor Wo2, Wo3 en Wo4.

Bezwaar 1.18.11: in de zone voor centrumfuncties is meer toegelaten dan in de zones voor wonen. Dit was reeds zo in het BPA Binnenstad. De Binnenstad is een mix van allerlei functies en gebouwen. Sommige straten zijn typische woonstraten, hier wordt het wonen beschermd, maar andere straten zijn dat niet. Wonen kan in de zone voor centrumfuncties nog steeds zonder beperkingen, maar andere functies zijn hier eveneens toegelaten. Het blijft een evenwicht zoeken tussen het beschermen van wonen en de metropolitaanse multifunctionele binnenstad.

Bezwaarschrift Gedempte Zuiderdokken – artikel 10 overdruk reca (handel, restaurant en café) (1-2) (1.19-20):

Bezwaar 1.19.2: zoals beantwoord in punt 3.4 van het advies van de GECORO. Het college voegt hier toe dat de milieuwetgeving en veiligheidswetgeving aparte wetgevingen zijn, waar een ruimtelijk uitvoeringsplan geen vat op heeft. Deze wetgevingen worden niet uitgehold door het RUP doch moeten telkens gerespecteerd en nageleefd worden.

Het college wil hier ook aan toevoegen dat er vandaag geen maximum geldt voor het aantal personen toegelaten in een café. Het RUP stelt in woonstraten een maximum van 200 m² netto handelsoppervlakte, een verstrenging tegenover het BPA Binnenstad. Op bepaalde plaatsen, voornamelijk pleinen van de binnenstad kan meer, maar toch wordt ook hier gekozen om een maximum van 750 m² netto handelsoppervlakte op te leggen. Ook dit is strenger dan het BPA Binnenstad. Hierdoor worden grote uitgaansgelegenheden niet langer mogelijk in de binnenstad.

Bezwaarschrift stedelijke jeugdraad:

Bezwaar 1.21.3: zoals beantwoord in punt 3.3 van het advies van de GECORO, niet punt 3.2.

Bezwaar 1.21.4: zoals beantwoord in punt 3.3 van het advies van de GECORO. Het college wil eveneens verwijzen naar punt 3.1 van het advies van de GECORO.

Bezwaar 1.21.9: zoals beantwoord in punt 3.13 van het advies van de GECORO. Het college wil aanvullen dat woonerven eerder opgenomen worden in wijkcirculatieplannen en in de aanleg van openbaar domein. Dit wordt niet vastgelegd in een ruimtelijk uitvoeringsplan.

Bezwaar 1.10.4, 1.10.5, 1.10.13, 1.10.13, 1.10.14, 1.10.15, 1.10.16, 1.17.1, 1.18.15, 1.18.16, advies deputatie, advies agentschap Ruimte en Erfgoed: Het college verduidelijkt punt 3.5 van het advies van de GECORO.

B Advies GECORO met betrekking tot bezwaarschrift 1.2.1 wordt niet overgenomen

De gemeenteraad beslist het advies van de GECORO met betrekking tot de Gildekamerstraat niet te volgen. Dit bouwblok zal zoals in het BPA Binnenstad in de zone Ce5 en de zone Wo1 liggen. Het college zal erop toezien dat bij de stedenbouwkundige aanvraag er minimaal 1,5m voorzien wordt voor kwalitatieve tuin wordt voorzien en dat een eventuele inrit voor ondergrondse constructie enkel gebundeld mogelijk is via bestaande inrit Parking Grote Markt

 

MER-screening:

aanvraag adressen adviesinstanties

19 september 2008

aanvraag advies bij adviesinstanties

14 oktober 2008

verzending screeningsdossier naar dienst MER

24 december 2008

beslissing dienst MER

21 januari 2009

MER:

Op 21 januari 2009 besliste de dienst MER (Vlaams gewest, Departement Leefmilieu, Natuur en Energie) dat het plan geen aanleiding geeft tot aanzienlijke milieugevolgen en dat de opmaak van een plan-MER niet nodig is.

Watertoets:

In toepassing van artikel 8 van het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003 moeten alle uitvoeringsplannen worden onderworpen aan een watertoets. Voor dit plan werd de watertoets onderzocht. Het plan is verenigbaar met het watersysteem en heeft geen negatieve effecten op de waterhuishouding. Het plangebied is immers niet gelegen in een mogelijk of effectief overstromingsgevoelig gebied volgens de kaart met de overstromingsgevoelige gebieden (bijlage IX bij het besluit van de Vlaamse regering van 20 juli 2006 tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de watertoets).

Verkavelingen:

Volgende verkavelingsvergunningen worden volledig opgeheven:

1. Schoytestraat 54-56/Aalmoezenierstraat 61 (collegebesluit 20 juni 2008, jaarnummer 7351);
2. Bogaardestraat/Happaertstraat sectie D 1480-1482A-1483A EA (collegebesluit 20 juni 2008, jaarnummer 7351);
3. Lange Ridderstraat 60/66-Kloosterstraat 45-49 sectie D 3202 (collegebesluit 30 maart 2007, jaarnummer 4053);
4. Korte Gasthuisstraat 24/Everdijstraat 43-47/Lombardevest (collegebesluit 30 maart 2007, jaarnummer 4053).

Rooilijnplannen:

Volgende rooilijnplannen worden volledig opgeheven: 

  1. Cockerillkaai – wijziging rooilijn (gemeenteraad 12 februari 1996, jaarnummer 163);
  2. Oudaan – Kammenstraat wijziging (gemeenteraad 25 april 1995, jaarnummer 527);
  3. Leuvenstraat (gemeenteraad 18 oktober 1994, jaarnummer 1767);
  4. Sint-Michielskaai – wijziging (gemeenteraad 23 april 1991, jaarnummer 508);
  5. Vleeshouwersstraat – Oude Beurs – wijziging rooilijn (gemeenteraad 14 maart 1989, jaarnummer 459);
  6. Dries nummer 24-40 – Keistraat nummer 30-38 – regularisatie rooilijn – ruiling grondstroken met overleg (advies bestendige deputatie 3 mei 1989);
  7. Begijnenstraat – rooilijnwijziging (gemeenteraad 22 november 1989, jaarnummer 2378);
  8. Steenhouwersvest – voorstel tot opheffing KB 28 september 1881 (collegebesluit 25 juni 1976);
  9. Hamerstraat – afschaffing deel vna – (Koninklijk Besluit 1 februari 1972);
  10. Lange Klarenstraat – deel uitmakende Rijksweg Brussel – Breda (nummer 1) – Korte Klarenstraat (Koninklijk Besluit 17 maart 1949);
  11. Steenbergstraat – ontwerp tot wijziging noordelijke rooilijn (ontwerp of aanvraag 4 januari 1946);
  12. Steenhouwersvest – ontwerp tot aanpassing KB 28/09/1881 (ontwerp of aanvraag 18 juli 1945);
  13. Van Craesbeeckstraat – openen straat tussen de Lepelstraat (momenteel Willem Lepelstraat) en de Kronenburgstraat en het verbreden van deel van Lepelstraat (Koninklijk Besluit 16 september 1939);
  14. Korte Riddersstraat- Afschaffing Van De Gang (Bijzondere Weg) Gelegen In De Korte Riddersstraat Tussen De Huizen nummer 13 en 17 (momenteel 21 en 23) (Koninklijk Besluit 16 september 1938);
  15. Hofstraat- Oude Beurs - Verbetering van de rooilijnen- Bouwen van een burelencomplex voor de stadsdiensten - Rooi- en onteigeningsplan (Koninklijk Besluit 7 maart 1938);
  16. Korte Klarenstraat - intrekking besluit 27/05/1904 (collegebesluit 12 juni 1937);
  17. Prekersstraat -verbreding tot 12m - verlenging rooilijn Koninklijk Besluit 20 januari 1882 (Koninklijk Besluit 3 september 1928);
  18. Oude Beurs -verbetering lijnrichting van een gedeelte van (ontwerp of aanvaarding 22 juni 1928);
  19. Kammenstraat - Everdijstraat - rooiing en onteigening bij stroken (Koninklijk Besluit 25 maart 1921);
  20. Steegsken (ontwerp of aanvraag 9 maart 1919);
  21. Grote Baan van Antwerpen naar Turnhout - meerbepaald Sint-Jacobsmarkt-Kipdorpbrug en Carnotstraat (ontwerp of aanvraag 1 maart 1915);
  22. Schrijnwerkerstraat (gemeenteraad voorlopig goedgekeurd 29 september 1911);
  23. Kuipersstraat - Oude Beurs (collegebesluit 16 december 1910);
  24. Rijke Beukelaarstraat (collegebesluit 3 april 1907);
  25. Lange Riddersstraat-Korte Riddersstraat (ministerieel besluit 6 juni 1906);
  26. Kathedraal (ontwerp of aanvraag 6 juli 1893);
  27. Saucierstraat (collegebesluit 6 april 1888);
  28. Stoofstraat (Koninklijk Besluit 28 oktober 1887);
  29. Grote Baan van Antwerpen naar Turnhout - meerbepaald Sint-Jacobsmarkt-Kipdorpbrug en Carnotstraat (Koninklijk Besluit 6 september 1887);
  30. Lange Riddersstraat (Koninklijk Besluit 18 februari 1886);
  31. Prekersstraat -verbreding tot 12m (Koninklijk Besluit 20 januari1882);
  32. Pompstraat- verbreding tot 12m (Koninklijk Besluit 4 februari 1882);
  33. Steenbergstraat -verbreding tot 12m (Koninklijk Besluit 4 februari 1882);
  34. Schoytestraat (Koninklijk Besluit 4 februari 1882);
  35. Steenhouwersvest -verbreding tot 12m (Koninklijk Besluit 28 september 1881);
  36. Keizerstraat (Koninklijk Besluit 16 mei 1881);
  37. Oude Beurs (Koninklijk Besluit 23 september1879);
  38. Grote Baan van Antwerpen naar Turnhout – meer bepaald Sint-Jacobsmarkt-Kipdorpbrug en Carnotstraat (Koninklijk Besluit 26 augustus 1873);
  39. La Chaussee de Malines et de la Rue de la Porte St Georges depuis la commune de Berchem jusqu’a la plaine de Malines - grande voirie (Koninklijk Besluit 3 januari 1873);
  40. Traverse de la Rue Leopold vers la Chaussee de Malines (Koninklijk Besluit 17 april 1866).  

Voorkooprecht:  

Op de kavel 1100 211 L 3973 C 2 is het voorkooprecht van toepassing voor 15 jaar. Het voorkooprecht wordt toegekend aan, volgens de volgende prioriteit:

  1. Vlaams gewest;
  2. stad Antwerpen.

Juridische grond

Artikel 2.2.13 en volgende van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse regering op 15 mei 2009, die de procedure vastleggen voor de opmaak van de gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen (RUP).

Besluit van de Vlaamse regering van 12 oktober 2007 betreffende de milieueffectrapportage over plannen en programma’s waarin de procedure ‘onderzoek tot milieueffectrapportage’ (screening) wordt vastgelegd.

Decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, artikel 8, §1 en 2. Besluit van de Vlaamse regering van 20 juli 2006 tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de watertoets, artikel 2 en 4. Bij het besluit van de Vlaamse regering van 20 juli 2006 tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de watertoets de in bijlage IX tot XV opgenomen kaarten

Fasering

Stap

Datum

startvergadering stadsontwikkeling, autonoom gemeentebedrijf Stadsplanning, AG VESPA en stadsbouwmeester. Een algemene herziening van alle BPA’s in de binnenstad werd voorgesteld

13 september 2007

collegebeslissing: procesnota

26 oktober 2007 (jaarnummer 14095)

overleg met provincie en Vlaams gewest over methodologie en procesnota

8 november 2007

GECORO: voorstelling procesnota

6 februari 2008

beleidsadviesraad Detailhandel: voorstelling procesnota

21 april 2008

college: toelichting richtnota en overleg rond gemeenschapsvoorzieningen

4 juli 2008 en 14 juli 2008

collegebeslissing: richtnota

18 juli 2008 (jaarnummer 9299)

GECORO: voorstelling richtnota

3 september 2008

districtsraad Antwerpen: voorstelling richtnota

25 augustus 2008

participatienamiddag RUP Binnenstad voor professionelen en verenigingen

15 september 2008

overleg stedenbouwkundige voorschriften met kabinetten, district, OCMW, AG VESPA en de stad Antwerpen

augustus en september 2009

overleg met provincie en Vlaams gewest over voorschriften

25 augustus 2009 en 2 oktober 2009

collegebeslissing: ontwikkelingsplan Munthof

26 februari 2010 (jaarnummer 2308)

infonamiddag bewoners

27 februari  2010

collegebeslissing: kennisneming voorontwerp-RUP en start procedure

21 mei 2010 (jaarnummer 943)

plenaire vergadering + adviezen

27 augustus 2010

interkabinettenwerkgroep (IKW) toelichting ontwerp-RUP

28 februari 2011

collegebeslissing: voorstel aan gemeenteraad om ontwerp-RUP voorlopig vast te stellen

8 april 2011 (jaarnummer 3682)

gemeenteraad: voorlopige vaststelling ontwerp-RUP

2 mei 2011 (jaarnummer 632)

openbaar onderzoek

1 augustus 2011 tot en met 29 september2011

collegebeslissing: sluiting openbaar onderzoek

14 oktober 2011 (jaarnummer 14483)

GECORO advies bezwaarschriften

7 december 2011

overleg provincie en Vlaams gewest

24 januari 2012

collegebeslissing: definitieve vaststelling RUP Binnenstad

10 februari 2012 (jaarnummer 2012_CBS_1367) en 17 februari 2012 (jaarnummer 2012_CBS_01658)

gemeenteraadsbeslissing: definitieve vaststelling RUP Binnenstad

5  maart 2012

gepland: goedkeuring deputatie

mei – juni 2012

Besluit

De gemeenteraad keurt bij monde van de fractievoorzitters volgend besluit goed.
Stemden ja: sp.a, CD&V-N/VA, Open VLD en raadslid George Ver Eecke
Stemden nee: Vlaams Belang-Vlott
Hebben zich onthouden: Groen!

De gemeenteraad beslist:

Artikel 1

De gemeenteraad neemt kennis van de volgende tijdstabel:

uiterste uitspraakdatum van de gemeenteraad

5 maart 2012

Artikel 2

De gemeenteraad stelt het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) Binnenstad, district Antwerpen, definitief vast.

Dit RUP bestaat uit een grafisch plan, de stedenbouwkundige voorschriften, een plan bestaande feitelijke en juridische toestand en een toelichtingsnota. 

Dit impliceert tevens het voorkooprecht op de kavel 1100 211 L 3973 C 2 en de opheffing van volgende verkavelingsvergunningen en rooilijnplannen:

Verkavelingen:

Volgende verkavelingsvergunningen worden volledig opgeheven:

1. Schoytestraat 54-56/Aalmoezenierstraat 61 (collegebesluit 20 juni 2008, jaarnummer 7351);
2. Bogaardestraat/Happaertstraat sectie D 1480-1482A-1483A EA (collegebesluit 20 juni 2008, jaarnummer 7351);
3. Lange Ridderstraat 60/66-Kloosterstraat 45-49 sectie D 3202 (collegebesluit 30 maart 2007, jaarnummer 4053);
4. Korte Gasthuisstraat 24/Everdijstraat 43-47/Lombardevest (collegebesluit 30 maart 2007, jaarnummer 4053).

Rooilijnplannen:

Volgende rooilijnplannen worden volledig opgeheven: 

  1. Cockerillkaai – wijziging rooilijn (gemeenteraad 12 februari 1996, jaarnummer 163);
  2. Oudaan – Kammenstraat wijziging (gemeenteraad 25 april 1995, jaarnummer 527);
  3. Leuvenstraat (gemeenteraad 18 oktober 1994, jaarnummer 1767);
  4. Sint-Michielskaai – wijziging (gemeenteraad 23 april 1991, jaarnummer 508);
  5. Vleeshouwersstraat – Oude Beurs – wijziging rooilijn (gemeenteraad 14 maart 1989, jaarnummer 459);
  6. Dries nummer 24-40 – Keistraat nummer 30-38 – regularisatie rooilijn – ruiling grondstroken met overleg (advies bestendige deputatie 3 mei 1989);
  7. Begijnenstraat – rooilijnwijziging (gemeenteraad 22 november 1989, jaarnummer 2378);
  8. Steenhouwersvest – voorstel tot opheffing KB 28 september 1881 (collegebesluit 25 juni 1976);
  9. Hamerstraat – afschaffing deel vna – (Koninklijk Besluit 1 februari 1972);
  10. Lange Klarenstraat – deel uitmakende Rijksweg Brussel – Breda (nummer 1) – Korte Klarenstraat (Koninklijk Besluit 17 maart 1949);
  11. Steenbergstraat – ontwerp tot wijziging noordelijke rooilijn (ontwerp of aanvraag 4 januari 1946);
  12. Steenhouwersvest – ontwerp tot aanpassing KB 28/09/1881 (ontwerp of aanvraag 18 juli 1945);
  13. Van Craesbeeckstraat – openen straat tussen de Lepelstraat (momenteel Willem Lepelstraat) en de Kronenburgstraat en het verbreden van deel van Lepelstraat (Koninklijk Besluit 16 september 1939);
  14. Korte Riddersstraat- Afschaffing Van De Gang (Bijzondere Weg) Gelegen In De Korte Riddersstraat Tussen De Huizen nummer 13 en 17 (momenteel 21 en 23) (Koninklijk Besluit 16 september 1938);
  15. Hofstraat- Oude Beurs - Verbetering van de rooilijnen- Bouwen van een burelencomplex voor de stadsdiensten - Rooi- en onteigeningsplan (Koninklijk Besluit 7 maart 1938);
  16. Korte Klarenstraat - intrekking besluit 27/05/1904 (collegebesluit 12 juni 1937);
  17. Prekersstraat -verbreding tot 12m - verlenging rooilijn Koninklijk Besluit 20 januari 1882 (Koninklijk Besluit 3 september 1928);
  18. Oude Beurs -verbetering lijnrichting van een gedeelte van (ontwerp of aanvaarding 22 juni 1928);
  19. Kammenstraat - Everdijstraat - rooiing en onteigening bij stroken (Koninklijk Besluit 25 maart 1921);
  20. Steegsken (ontwerp of aanvraag 9 maart 1919);
  21. Grote Baan van Antwerpen naar Turnhout - meerbepaald Sint-Jacobsmarkt-Kipdorpbrug en Carnotstraat (ontwerp of aanvraag 1 maart 1915);
  22. Schrijnwerkerstraat (gemeenteraad voorlopig goedgekeurd 29 september 1911);
  23. Kuipersstraat - Oude Beurs (collegebesluit 16 december 1910);
  24. Rijke Beukelaarstraat (collegebesluit 3 april 1907);
  25. Lange Riddersstraat-Korte Riddersstraat (ministerieel besluit 6 juni 1906);
  26. Kathedraal (ontwerp of aanvraag 6 juli 1893);
  27. Saucierstraat (collegebesluit 6 april 1888);
  28. Stoofstraat (Koninklijk Besluit 28 oktober 1887);
  29. Grote Baan van Antwerpen naar Turnhout - meerbepaald Sint-Jacobsmarkt-Kipdorpbrug en Carnotstraat (Koninklijk Besluit 6 september 1887);
  30. Lange Riddersstraat (Koninklijk Besluit 18 februari 1886);
  31. Prekersstraat -verbreding tot 12m (Koninklijk Besluit 20 januari1882);
  32. Pompstraat- verbreding tot 12m (Koninklijk Besluit 4 februari 1882);
  33. Steenbergstraat -verbreding tot 12m (Koninklijk Besluit 4 februari 1882);
  34. Schoytestraat (Koninklijk Besluit 4 februari 1882);
  35. Steenhouwersvest -verbreding tot 12m (Koninklijk Besluit 28 september 1881);
  36. Keizerstraat (Koninklijk Besluit 16 mei 1881);
  37. Oude Beurs (Koninklijk Besluit 23 september1879);
  38. Grote Baan van Antwerpen naar Turnhout – meer bepaald Sint-Jacobsmarkt-Kipdorpbrug en Carnotstraat (Koninklijk Besluit 26 augustus 1873);
  39. La Chaussee de Malines et de la Rue de la Porte St Georges depuis la commune de Berchem jusqu’a la plaine de Malines - grande voirie (Koninklijk Besluit 3 januari 1873);
  40. Traverse de la Rue Leopold vers la Chaussee de Malines (Koninklijk Besluit 17 april 1866).  

Voorkooprecht

Op de kavel 1100 211 L 3973 C 2 is het voorkooprecht van toepassing voor 15 jaar. Het voorkooprecht wordt toegekend aan, volgens de volgende prioriteit:

  1. Vlaams gewest;
  2. stad Antwerpen.

Artikel 3

Dit besluit heeft in principe voor de stad geen financiële gevolgen.