Volgens de voorschriften van het OCMW-decreet moet het college haar advies verlenen over de budgetten van het OCMW. Rekening houdend met dit voorafgaandelijk advies beslist de raad van het OCMW over het budget 2012 en het meerjarenplan 2012-2013. Vervolgens worden deze stukken ter kennisneming voorgelegd aan de gemeenteraad.
19 september 2011: het college geeft advies over het budget 2012 en het meerjarenplan 2012-2013 van het OCMW (jaarnummer 13667).
4 oktober 2011: bespreking en goedkeuring budget 2012 en meerjarenplanning 2012-2013 op de raad voor maatschappelijk welzijn.
In de zitting van 19 september 2011 stelde het college samen met inspectie financiën vast dat het voorgelegde OCMW-budget 2012 werd opgesteld binnen de perken van de gebudgetteerde stedelijke dotatie en conform:
Het college nam kennis van het advies van inspectie financiën dat opmerkt dat in 2012 naar alle waarschijnlijkheid opnieuw een tekort zal ontstaan bij het OCMW en dat dit tekort, in uitvoering van de decretale bepalingen terzake, door de stad zal moeten worden bijgepast.
Het college heeft de nodige maatregelen genomen om bij begrotingswijziging, met de rekeningoverschotten, de reële tekorten zoals die blijken uit de jaarrekening van het OCMW, bij te leggen.
Het college heeft aan het OCMW gevraagd om deze tekorten tot een minimum te beperken.
Het college heeft aan het OCMW gevraagd om de geplande evaluatie van het Zorgbedrijf effectief door te voeren en daaromtrent een toelichting aan het college te geven.
Het college gaf gunstig advies over het ontwerp budget 2011 en meerjarenplan 2012-2013 van het OCMW.
Het budget 2012 en het meerjarenplan 2012-2013 wordt nu ter kennisneming voorgelegd aan de gemeenteraad.
Het OCMW-decreet van 19 december 2008 betreffende de organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn.
Artikel 149 §1 van het OCMW-decreet van 19 december 2008 stelt dat voor het begin van ieder financieel boekjaar de raad voor maatschappelijk welzijn op basis van het meerjarenplan het budget van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn vaststelt. Het meerjarenplan bestaat uit een strategische nota en een financiële nota (art. 146 §1 OCMW-decreet). Het budget omvat een beleidsnota en een financiële nota (art.151 OCMW-decreet).
Artikel 150 van het OCMW-decreet: “Het budget wordt aan de gemeente bezorgd. De voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn licht het budget toe op de vergadering van de gemeenteraad. Als de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn geen deel uitmaakt van de gemeenteraad, wordt hij ten minste acht dagen voor de dag van die vergadering door de voorzitter van de gemeenteraad daarvan verwittigd. Als een budget past binnen het meerjarenplan, neemt de gemeenteraad er kennis van. Als een budget niet past binnen het meerjarenplan, spreekt de gemeenteraad zich uit over de goedkeuring van het budget. De gemeenteraad kan evenwel in dat geval het budget in overeenstemming brengen met het meerjarenplan. Als de raad voor maatschappelijk welzijn geen meerjarenplan of budget heeft vastgesteld, stelt de gemeenteraad eenzijdig het budget vast. De gemeenteraad neemt de beslissingen, vermeld in het tweede lid, binnen een termijn van vijftig dagen, die ingaat op de dag nadat de beslissing van de raad voor maatschappelijk welzijn bij de gemeente is ingekomen. De gemeente verstuurt haar besluit naar het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn uiterlijk de laatste dag van die termijn. Als binnen die termijn geen beslissing naar het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn is verstuurd, wordt de gemeenteraad geacht te hebben kennisgenomen van het budget, vermeld in het tweede lid, of er zijn goedkeuring aan te hebben verleend. De gemeenteraad bezorgt de beslissingen van goedkeuring, van niet-goedkeuring of van vaststelling van het budget, vermeld in het tweede lid, aan de provinciegouverneur.”
Het OCMW kan, volgens artikel 270 §1, 1° van het OCMW-decreet, alleen beslissen over het meerjarenplan, de aanpassingen aan het meerjarenplan en de budgetten van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, alsook het budget van de ziekenhuizen die afhangen van het centrum, als ze vooraf voor advies zijn voorgelegd aan het college van burgemeester en schepenen.
Het college brengt het advies uit binnen 30 dagen na ontvangst van de ontwerpbeslissing. Het advies van het college van burgemeester en schepenen wordt bij de beslissing gevoegd als die naar de toezichthoudende overheid wordt gestuurd.
Door de opheffing van art 104bis van de OCMW-wet en de inwerkingtreding van artikelen 270 en 282 van het OCMW-decreet is het advies van het college van burgemeester en schepenen verplicht voor de OCMW’s waarvan de voorzitter deel uitmaakt van het college van burgemeester en schepenen.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 25 juni 2010 betreffende de beleids- en beheerscyclus van de gemeenten, de provincies en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn.
Het ministerieel besluit van 1 oktober 2010 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten en de toelichting ervan, en van de rekeningstelsels van de gemeenten, de provincies en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn.
De onderrichtingen van de Minister voor het opstellen van de budgetten voor 2011 en de bijhorende meerjarenplannen van de gemeenten en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. (omzendbrief B2011/3 van 15 juli 2011)
De gemeenteraad neemt kennis van het volgende besluit.
De gemeenteraad neemt kennis van het budget 2012 en de meerjarenplanning 2012-2013 van het OCMW Antwerpen.