Volgens artikel 2 c van het addendum aan de samenwerkingsovereenkomst tussen stad Antwerpen en AG VESPA kan AG VESPA met het oog op de uitvoering van vastgoedtransacties en – projecten, op vraag van het college met bedrijfseenheden of verzelfstandigde entiteiten een specifieke klantenrelatie aangaan. De opvolging en uitvoering van de opdrachten worden uitgewerkt binnen een mandaatsysteem, gekoppeld aan een transparante rapportage. De samenwerking tussen AG VESPA en de specifieke klant maakt het voorwerp uit van een aparte overeenkomst.
Op 29 februari 2008 (jaarnummer 2183) nam het college kennis van het rapport “Finaal actieplan met betrekking tot de huisvesting van groen en begraafplaatsen”, opgemaakt door nv Connectimmo in opdracht van de bedrijfseenheid patrimoniumonderhoud. In dit rapport werd voorgesteld de huidige stelplaatsen te centraliseren volgens een aantal clusters nabij de grote parken.
Voordelen centralisatie:
Concreet moesten de volgende locatieonderzoeken worden opgestart:
In het masterplan groen en begraafplaatsen werd voor de zuidelijke cluster de centralisatie van volgende stelplaatsen voorgesteld:
Op 9 mei 2008 (jaarnummer 5519) keurde het college de samenwerkingsovereenkomst stad Antwerpen/AG VESPA addendum goed.
In het kader van de mogelijke totaalaanpak die AG VESPA kan bieden bij het realiseren van vastgoed- en bouwprojecten werd gevraagd de haalbaarheid van het project te onderzoeken, waarbij zeker ook zou gefocust worden op een alternatieve financieringswijze.
Op 29 oktober 2010 (jaarnummer 13107) keurde het college het masterplan Schoonselhof goed. Hierbij werd opdracht gegeven aan AG VESPA om voor de Neerhoeve een subsidie- en restauratiedossier met het oog op erfpacht uit te werken dat de financiële gevolgen van de bestemming als stelplaats in beeld brengt en om uit te zoeken of er beroep kan gedaan worden op Europese fondsen.
Op 24 december 2010 (jaarnummer 16350) nam het college kennis van de haalbaarheidsstudie opgemaakt door AG VESPA en keurde het het college goed dat voor de renovatie van de Neerhoeve een samenwerkingsovereenkomst met AG VESPA wordt aangegaan waarin de volledige ontwikkeling aan AG VESPA wordt gedelegeerd.
Na bespreking van de haalbaarheidsstudie werd geopteerd voor scenario 1B waarbij dit scenario uitgebreid wordt met de niet-commerciële functies uit scenario 2:
a. vzw Grafzerkje – deze hebben 1 lokaal nodig, een soort magazijn/lapidarium;
b. makelaarskantoor – 1 lokaal dicht verweven met onthaal en backoffice van de dienst begraafplaatsen;
c. voor de “sociale tewerksteller”, op dit moment Levanto, wil de groendienst graag zijn sanitaire ruimtes en de refter ter beschikking stellen. Eventueel kunnen ze ook een stuk terrein ter beschikking stellen voor opslag grondstoffen.
Op basis van het financieel model opgesteld door AG VESPA rond het uitgebreide scenario 1B (zie samenvattende presentatie in bijlage 1 en rekenmodel in bijlage 2) heeft de bedrijfseenheid stads- en buurtonderhoud bekeken wat de toekomstige budgettaire impact zou zijn. De samenvattende tabel van deze berekening wordt opgenomen als bijlage 3.
Het financiële model vertrekt vanuit een door de bedrijfseenheid stads- en buurtonderhoud aan AG VESPA te betalen 'gemoduleerde' huur of beschikbaarheidsvergoeding. Uitgangspunten hierbij zijn dat:
- alle kosten in alle fases omgezet worden naar huur;
- de beschikbaarheidsvergoeding beperkt zal fluctueren;
- AG VESPA het hele traject faciliteert;
- AG VESPA geen extra winsten doorrekent;
- mogelijke financiële risico's ten laste van de bedrijfseenheid stads- en buurtonderhoud vallen (per fase wordt een financiële prognose opgesteld).
Het financieel model uitgewerkt door AG VESPA loopt over een periode van 35 jaar (2011-2046) waarbij de eigenlijke investering all-in wordt gespreid over drie jaar (het door AG VESPA voorziene investeringsbedrag bedraagt 5.031.010,00 euro). Hier staat een beschikbaarheidsvergoeding tegenover van 253.839,00 euro per jaar (basis 2011, jaarlijks geïndexeerd aan 1,9 procent, te betalen van 2015). Bij de vaststelling van de beschikbaarheidsvergoeding werd door AG VESPA uitgegaan van het verkrijgen van een restauratiepremie ten bedragen van 1.000.000,00 euro.
Het DBFM traject staat voor ‘design, build, finance, maintain’. Onder ‘design’ wordt alles begrepen wat betrekking heeft op het ontwerp, het onderzoek van de haalbaarheid en de aanstelling van de architect. ‘Build’ heeft betrekking op alles wat te maken heeft met het bouwen en de aanstelling van de aannemer(s) van ontmantelingswerken tot oplevering. ‘Finance’ is het financieren van dit volledige proces en ‘Maintain’ betreft het onderhoud en beheer van de gebouwen gedurende de afgesproken periode.
De uitgangspunten van het DBFM traject dat wordt voorgesteld door AG VESPA, houden in dat AG VESPA de volgende taken op zich neemt:
Nadruk moet gelegd worden op het feit dat AG VESPA geen winsten zal aanrekenen, en dat in alle fases de kosten zullen worden omgezet naar de beschikbaarheidsvergoeding.
Om een beeld te krijgen van wat de jaarlijks te betalen beschikbaarheidsvergoeding bij ingebruikname van de vernieuwde renovatie en de bijhorende centralisatiebeweging budgetair betekent ten opzichte van de huidige exploitaitekosten van de te verlaten stelplaatsen, heeft de bedrijfseenheid stads- en buurtonderhoud de te verwachten exploitaitie- en investeringskosten van de huidige stelplaatsen in beeld gebracht en de jaarkost hiervan afgezet tegenover de jaarlijks te betalen beschikbaarheidsvergoeding. Resultaat hiervan is dat de ingebruikname van de vernieuwde Neerhoeve, over de periode 2015-2021 al tot een gecumuleerde besparing leidt van afgerond 650.000,00 euro. Dit betreft dan nog enkel de besparing gerealiseerd op exploitatie- en investeringsuitgaven over deze periode. Hierbij is geen rekening gehouden met de opbrengst, hetzij door verkoop, hetzij door herbestemming, van de te verlaten gebouwen. De centralisatiebeweging zal ongetwijfeld ook onrechtstreekse besparingen tot gevolg hebben door de efficiëntere inzet van personeel en materiaal.
Uitgangspunten bij de rekentabel van de bedrijfseenheid stads- en buurtonderhoud:
Op basis van deze minimale uitgangspunten leidt de investering in de Neerhoeve tot een gecumuleerde besparing van afgerond 650.000,00 euro over de periode 2015-2021 (de deepscans van investerings- en onderhoudskosten voor de bestaande stelplaatsen lopen tot 2021).
De investering in de renovatie van de Neerhoeve via de DBFM-constructie, waarbij AG VESPA geen winsten aanrekent en de kosten van alle fasen worden omgezet naar een beschikbaarheidsvergoeding, vereisen geen bijkomende middelen. Zoals het project vandaag voorligt, wordt het exploitatiebudget van stads- en buurtonderhoud vanaf 2015 bovendien positief beïnvloedt.
Het college neemt kennis van financiële analyse waaruit blijkt dat de investering in de renovatie van de Neerhoeve via de DBFM-constructie, waarbij AG VESPA geen winsten aanrekent en de kosten van alle fasen worden omgezet naar een beschikbaarheidsvergoeding. geen bijkomende stedelijke middelen vereist en dat zoals het project vandaag voorligt, het exploitatiebudget van de bedrijfseenheid stads- en buurtonderhoud vanaf 2015 bovendien positief beïnvloed zal worden.
Het college keurt het voorstel van AG VESPA rond de toepassing van de DBFM-constructie goed.
Het college geeft AG Vespa opdracht een samenwerkingsovereenkomst op te stellen en deze ter goedkeuring aan het college voor te leggen.