Terug

2011_CBS_16878 - Rechtspositieregeling - Wijziging - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 23/12/2011 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Patrick Janssens, burgemeester; Robert Voorhamme, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Marc Van Peel, schepen; Luc Bungeneers, schepen; Guy Lauwers, schepen; Leen Verbist, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Philip Heylen, schepen; Eddy Baelemans, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Patrick Janssens, burgemeester
2011_CBS_16878 - Rechtspositieregeling - Wijziging - Goedkeuring 2011_CBS_16878 - Rechtspositieregeling - Wijziging - Goedkeuring

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 105 van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005 stelt dat de gemeenteraad de rechtspositieregeling van het personeel vaststelt. De minimale voorwaarden hiervoor werden door de Vlaamse Regering vastgesteld in het uitvoeringsbesluit van 7 december 2007. Deze voorwaarden zijn in werking getreden op 1 januari 2008.

Aanleiding en context

Op 22 september 2008 (jaarnummer 1522) werd de nieuwe rechtspositieregeling van het stadspersoneel door de gemeenteraad vastgesteld. In de besluiten van 24 november 2008 (jaarnummer 1970), 15 december 2008 (jaarnummers 2258 en 2259), 16 februari 2009 (jaarnummers 241 en 242), 23 maart 2009 (jaarnummer 480), 27 april 2009 (jaarnummer 778), 29 juni 2009 (jaarnummers 1182 en 1183),14 december 2009 (jaarnummer 2137), 21 juni 2010 (jaarnummer 825), 25 oktober 2010 (jaarnummer 1408) en 24 januari 2011 (jaarnummer 33) keurde de gemeenteraad de wijzigingen aan de rechtspositieregeling goed.
Hierna wordt naar de rechtspositieregeling en haar wijzigingen verwezen onder de term ‘rechtspositieregeling’.

Op 18 november 2011 (jaarnummer 15390) werden de voorgestelde wijzigingen aan de rechtspositieregeling door het college goedgekeurd.

Op 16 december vond er een overleg plaats met de representatieve vakbondsorganisaties waarop wijzigingen aan het collegebesluit van 18 november werden geformuleerd. Eveneens werden er door personeelsmanagement nog enkele wijzigingen aangereikt.

Argumentatie

Het besluit dat nu voorligt omvat de wijzigingen die sinds 18 november 2011 werden aangebracht:

Deel RPR

Titel RPR

Artikel RPR

Wijziging

2

 

 

10

Zoals reeds aangepast in deel 5, brengt het personeelslid steeds info+ of de decentrale personeelsdienst op de hoogte ingeval van ziekte. De tekst moest ook hier aan nieuwe formulering worden aangepast.

 

3

 

 

visie

Het begrip groepsbrede contingent wordt verduidelijkt.

Er wordt in de visie niet meer gespecificeerd wie als "interne" wordt beschouwd en het statuut behoudt, aangezien deze opsomming binnen de groep na verloop van tijd gedateerd zal zijn.

 

3

3.3

6

Een externe kandidaat behoudt toch zijn statuut indien hij  valt onder de regeling tot behoud van statuut die onder titel 3.5 (externe mobiliteit binnen de groep) is opgenomen.

 

3

3.4

3

De datum van opname in een selectiepool is afgestemd op de mogelijkheid tot verruiming van de duur van de selectiepool.

 

3

3.4

7

Bij al dan niet toestaan van het uitstel van indiensttreding behoudt de kandidaat in elk geval zijn plaats in de werfreserve.

 

4

4.1

3

Het verkorten van de proeftijd gebeurt steeds op vraag van het personeelslid.

 

4

4.2

8

De waardering wordt door de chef-waardeerder uitgebracht binnen 3 maanden na het verstrijken van de waarderingsperiode. Van deze termijn kan worden afgeweken om redenen van overmacht. De begin- en einddatum van de waarderingsperiode wordt vastgelegd door de stadssecretaris. Voor sommige categorieën van personeelsleden, zoals mandaathouders, kan de waarderingsperiode op een ander tijdstip vallen.

5

5.1

8

In artikel 9 wordt verduidelijkt aan wie een schriftelijk bewijs bij een nutteloos huisbezoek aan een ziek personeelslid bezorgd moet worden.

 

5

5.1

9

Bij afwezigheid ingeval van controle van een ziek personeelslid moet het schriftelijk bewijs enkel bezorgd worden als de stad hierom vraagt.

 

5

5.1

10

De acties die ondernomen moeten worden na ontslag uit een medische instelling worden verduidelijkt.

 

5

5.1

13

Voor de leesbaarheid worden de bepalingen omtrent de verlenging van ziekteverlof en werkhervatting verduidelijkt.

 

5

5.1

19

Het personeelslid krijgt zijn ziektekredietdagen die hij had opgebouwd voor hij in disponibiliteit werd geplaatst, toegekend van zodra hij minstens 14 dagen na elkaar heeft gewerkt.

 

5

5.2

2

Voor de leesbaarheid worden de onderrichtingen bij medische ongeschiktheid naar aanleiding van een arbeidsongeval van artikel 3 aan artikel 2 toegevoegd.

 

5

5.2

3

De onderrichtingen over medische ongeschiktheid naar aanleiding van een arbeidsongeval worden in artikel 2 geïntegreerd.

 

5

5.3

7

Voor de toekenning van het bevallingsverlof moet enkel de bevallingsdatum doorgegeven worden.

 

5

5.3

16

De afspraken die op het managementteam van 8 juni 2011 zijn gemaakt over de volgorde van opname van onbetaald verlof worden aan het artikel toegevoegd.

 

5

5.3

19

Voor de duidelijkheid wordt toegevoegd dat de stadssecretaris het goedkeuren van dienstvrijstellingen kan delegeren.

 

5

5.3

27

Bij toepassing van het systeem van vrijwillige vierdagenweek krijgt het personeelslid bovenop zijn salaris een salariscomplement ten laste van het stadsbestuur van € 64,80 aan 100%.

 

5

5.3

28

Voor de duidelijkheid wordt naar de geldende bepalingen in de wetgeving omtrent politiek verlof verwezen.

 

7

7.1

8

Verduidelijking wie de evaluatie van kabinets-en fractiepersoneel doet.

 

7

7.2

8

Het uitvoeringsbesluit waar naar verwezen wordt, is niet meer van kracht en wordt daarom geschrapt.

 

7

7.3

2

De functie adjunct-stadsecretaris bestaat niet meer en wordt daarom geschrapt uit deze titel.

 

8

-

2

De opzegtermijn voor een statutair personeelslid wordt verminderd naar 1 maand per 5 jaar dienst.

 

9

-

1

Het brandweerpersoneel beschikt over een eigen telematicacode en wordt daarom uitgesloten van die van de stad.

 

10

10.2

4

De verplichting om de verplaatsingskosten naar de arbeidsgeneesheer te betalen is opgenomen in hogere wetgeving en wordt daarom geschrapt.

 

12

12.2

1

Aangezien de wijzigingen aan de gemeenteraad van 30 januari 2012 worden voorgelegd, kunnen ze op 1 februari 2012 reeds in werking treden.

 

12

12.3

11

De vergoeding voor huisbewaarders wordt aangepast aan de noden van vandaag.

 

Juridische grond

Artikel 105 van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005 stelt dat de gemeenteraad de rechtspositieregeling van het personeel vaststelt.

De minimale voorwaarden voor de rechtspositieregeling werden door de Vlaamse Regering vastgesteld in het uitvoeringsbesluit van 7 december 2007. Deze voorwaarden zijn in werking getreden op 1 januari 2008.

Fasering

Dit besluit moet worden onderhandeld met de representatieve vakbondsorganisaties en er wordt een protocol afgesloten. Dit besluit werd eveneens overlegd met de OCMW-administratie en er wordt advies gevraagd aan de Raad voor Maatschappelijk Welzijn.

Volgende stappen werden genomen voor de goedkeuring van dit besluit:

- Op 16 december 2011 werden tijdens een informeel overleg de wijzigingen aan de rechtspositieregeling aan de vakbonden voorgelegd.

- Op 23 december 2011 wordt door het college advies gevraagd aan de Raad voor Maatschappelijk Welzijn en wordt het besluit goedgekeurd onder voorbehoud van positief advies.

- De Raad voor Maatschappelijk Welzijn reikt op 10 januari 2012 een advies uit.

- Op het Hoog Overlegcomité van 18 januari 2012 worden de wijzigingen aan de rechtspositieregeling aan de vakbonden voorgelegd en wordt een protocol afgesloten.

- De Raad voor Maatschappelijk Welzijn vraagt op 24 januari 2012 op haar beurt advies aan het college over de rechtspositieregeling van het OCMW en keurt het besluit goed onder voorbehoud van positief advies.

- Op 27 januari 2012 neemt het college kennis van het advies van de Raad voor Maatschappelijk Welzijn en geeft advies aan de Raad voor Maatschappelijk Welzijn.

- Op 30 januari wordt de nieuwe gecoördineerde versie van de rechtspositieregeling ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeenteraad.

Beleidsdoelstellingen

Stad en OCMW bewaken de randvoorwaarden om een strategisch personeelsbeleid te voeren
PM bewaakt de randvoorwaarden om een strategisch personeelsbeleid te voeren

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen legt het volgende voor aan de gemeenteraad:

Artikel 1

De gemeenteraad beslist om, nadat hierover onderhandeld werd met de representatieve vakbonden en onder voorwaarde van gunstig advies van de Raad voor Maatschappelijk Welzijn, de rechtspositieregeling en het arbeidsreglement goed te keuren.

Artikel 2

De gemeenteraad beslist dat de rechtspositieregeling in werking treedt op 1 februari 2012.

De vorige besluiten betreffende de rechtspositieregeling worden met deze beslissing opgeheven waardoor er voor de rechtspositieregeling naar het nieuwe besluit van de gemeenteraad verwezen mag worden als de rechtspositieregeling.

Artikel 3

De gemeenteraad beslist dat het Besluit van de Vlaamse Regering van 7 december 2007 houdende de minimale voorwaarden voor de personeelsformatie, de rechtspositieregeling en het mandaatstelsel van het gemeentepersoneel (BVR RPR) ten allen tijde rechtstreeks van toepassing is op de rechtspositieregeling, tenzij anders bepaald.  Dit betekent ook dat elke toekomstige wijziging aan het BVR RPR onmiddellijk onderdeel uitmaakt van de rechtspositieregeling van de stad Antwerpen.

Artikel 4

Dit besluit heeft in principe voor de stad geen financiƫle gevolgen.

Bijlagen

  • Bijlage I_def.pdf
  • Bijlage_II_afwezigheden_anci?nniteiten.pdf
  • Bijlage_3a_samenvatting_roosters_2011.pdf
  • Bijlage_3b_werkplannen.pdf
  • Bijlage_3c_dagroosters.pdf
  • Bijlage IV.pdf
  • 20111220_TEKST_RPR_vr_CBS.pdf
  • 20111121_volledige_RPR_wijzigingen.pdf