Terug

2011_CBS_17024 - Masterplan site Emiel Vloorsstraat - Aanstellen ontwerper - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 23/12/2011 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Patrick Janssens, burgemeester; Robert Voorhamme, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Marc Van Peel, schepen; Luc Bungeneers, schepen; Guy Lauwers, schepen; Leen Verbist, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Philip Heylen, schepen; Eddy Baelemans, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Patrick Janssens, burgemeester
2011_CBS_17024 - Masterplan site Emiel Vloorsstraat - Aanstellen ontwerper - Goedkeuring 2011_CBS_17024 - Masterplan site Emiel Vloorsstraat - Aanstellen ontwerper - Goedkeuring

Motivering

Gekoppelde besluiten

Algemene financiƫle opmerkingen

Het bestaande raamcontract (bestek 2008/8132) voorziet in een bedrag van 500.000,00 EUR op begrotingsprogramma 510010600. De premie waarvan de kostprijs wordt geraamd op 53.080,00 EUR exclusief btw of 64.226,80 EUR inclusief btw, kan volledig worden verrekend op dit raamcontract.

De stadsontvanger verleent zijn visum voor het huidige dienstjaar, conform artikels 94 en 160§2 van het Gemeentedecreet.

Aanleiding en context

In zitting van 20 oktober 2008 (jaarnummer 1870) besliste de gemeenteraad het bestek 2008/8132 goed te keuren voor een raamovereenkomst voor het aanstellen van een pool ontwerpers voor masterplannen. In zitting van 30 december 2008 (jaarnummer 17210) besliste het college dertien ontwerpbureaus op te nemen in de pool van ontwerpers voor het bestek 2008/8132.

Op 25 maart 2011( jaarnummer 3190) besliste het college om de site Emiel Vloorsstraat naar voor te schuiven als locatie voor de zuidelijke tram- en busstelplaats, ter vervanging van de bestaande tramstelplaats in Hoboken en de busstelplaats in Zurenborg. Voor de gehele site dient een masterplan te worden opgemaakt.

In zitting van 26 augustus 2011 ( jaarnummer 13079) besliste het college de projectdefinitie voor het masterplan site Emiel Vloorsstraat goed te keuren en volgende kandidaten aan te duiden om deel te nemen aan de minicompetitie:

  • THV office & Technum & Tritel;
  • URA & Bas Smets & Mint & Philippe Loomans;
  • Urhahn Urban Desing & Witteveen+Bos.

Tussen AG Stadsplanning en stadsontwikkeling/ruimte en mobiliteit/ruimtelijk beleid werd afgesproken dat AG Stadsplanning de rol van projectleider op zich zal nemen tot en met de keuze van de ontwerper. Vanaf de opmaak van het masterplan door de geselecteerde ontwerper zal stadsontwikkeling/ruimte en mobiliteit/ruimtelijk beleid de rol van projectleider op zich nemen en dus ook de opmaak van het RUP.

De aanleiding voor de opmaak van het masterplan voor dit gebied is tweeledig:

  • enerzijds de vraag om in dit gebied een bijkomend functioneel programma op te nemen en te realiseren;
  • anderzijds de ambitie van de stad Antwerpen om het gebied ruimtelijke, sociaal, economisch en inzake uitstraling beter te doen aansluiten op de geplande ontwikkelingen in dit zuidelijk deel van Antwerpen.

Het projectgebied is geen onbebouwd terrein, maar een gebied met een grote diversiteit aan functies en waarvoor een vraag naar bijkomend programma bestaat. Het bijkomende programma bestaat uit vier grote onderdelen: de uitbreiding van de bestaande technische campus, de realisatie van een gecentraliseerde technische cluster voor de onderhoudsactiviteiten van de stad Antwerpen, de bouw van een nieuwe tram- en busstelplaats en de realisatie van parkeercluster(s).

Uitgaande van het weinig gestructureerde karakter van het projectgebied wil de stad Antwerpen met de opmaak van het masterplan een nieuwe visie neerschrijven die coherent is met de gestelde ambities voor het zuiden van Antwerpen (Groothandelsmarkt, Blue Gate Antwerp, Knoop Zuid, Nieuw Zuid) en die het gebied kwalitatief kan opwaarderen.

De uitdaging ligt dan ook in het zoeken naar een nieuw concept dat er in slaagt een bestaande context te combineren met en/of op te nemen in een nieuw programma met nieuwe ambities. De stad Antwerpen is er zich van bewust dat alles behouden niet mogelijk is, net zoals alles vernieuwen onmogelijk is. Ook hier ligt een uitdaging voor het plan om (ruimtelijk en financieel) haalbare scenario’s voor te stellen en verder uit te werken tot één gedragen visie.

Met het masterplan wil de stad Antwerpen een ruimtelijk kader opmaken dat enerzijds de basis vormt voor de opmaak van een ruimtelijk uitvoeringsplan en dat anderzijds een autonome uitwerking van de verschillende programmaonderdelen mogelijk maakt.

In een eerste fase van de opmaak van het masterplan wordt daarom een onderzoek naar de ruimtelijke haalbaarheid gevraagd. Bedoeling is dat de ontwerper het programma van eisen aftoetst aan het projectgebied en zoekt naar mogelijkheden om het programma te kunnen realiseren. De voorgestelde scenario’s zullen na een eerste ruimtelijke afweging en stedenbouwkundige keuze op hun financiële haalbaarheid worden getoetst door AG VESPA. Deze haalbaarheidsonderzoeken moeten resulteren in één voorkeurscenario dat als basis zal dienen voor de opmaak van het masterplan.

Argumentatie

Op basis van de projectdefinitie maakten de drie kandidaten een voorstel. De jury vond plaats op 1 december 2011. De jury weerhield de kandidaat Tritel-Technum-Tractebel Engineering nv als ontwerper voor het masterplan. De jury geeft hiervoor volgende argumentatie.

1. Tritel-Technum-Tractebel Engineering nv

Kwaliteit van concept en visievorming (54/60)

Aanpak duurzaamheid

De aanpak rond duurzaamheid is op alle schaalniveaus verduidelijkt. In het voorstel zijn vele aspecten van duurzaamheid aangehaald: uitbouwen van een ecologische hoofdstructuur (gebaseerd op de waterhuishouding), flexibel bouwen en aanpasbaarheid in gebruik, energie-efficiëntie, hergebruik van aanwezige natuurwaarden, biodiversiteit, opvangen van negatieve milieueffecten zoals geluidsoverlast, ... .

Structuur en herkenbaarheid

De voorgestelde structuur voor het gebied en de inpassing ervan in de omgeving is zeer duidelijk. Deze structuur is helder gedefinieerd en heeft voldoende flexibiliteit in zich om doorheen het verdere planproces en het overleg met de diverse actoren nog aangepast te kunnen worden zonder dat daarbij het concept vervalt. Het voorstel wijst ook op de mogelijkheden van het gebied, het geeft geen eindbeeld maar een simulatie van een mogelijke invulling. Het toont hoe verschillende ontwerpkwesties en verschillende ruimteclaims in 1 visie kunnen geïntegreerd worden. De visie bevat ook duidelijke uitspraken over zowel aspecten die op de grote schaal van toepassing zijn als aspecten die representatief zijn voor de kleine schaal. Deze aanpak toont aan dat de inschrijver met de verschillende schaalniveaus van het projectgebied kan omgaan. De ontwerpstrategie met de drie voorgestelde onderzoeksvragen structureert het gebied en deelt het in in 4 deelgebieden (“4 ecologieën”) met elk een eigen ontwerpopgave en identiteit, maar met een gemeenschappelijk ecologisch netwerk als basis en met een verankering in de stedelijke omgeving. Binnen elk van de voorgestelde strategieën, die op zich getuigen van een grote realiteitszin, staan duurzaamheid en beeldkwaliteit centraal. Samengevat kan worden gezegd dat het voorstel uitgaat van een nuchtere realiteit waaraan ruimtelijke en stedelijke kwaliteiten worden gekoppeld. Dit vertaalt zich in ideeën voor bijvoorbeeld: de afwerking van de gebouwen aan de meest publieke zijden, of in het voorzien van een centraal gelegen zachte verkeersas (met  tramlijn) die aantakt op de omgeving. Iets minder sterk is de uitwerking van de meest noordelijke zone, waar de beoordelingscommissie vragen had over de technische haalbaarheid van de voorgestelde tramlijn en de nieuwe brug over de treinsporen. De inschrijver beaamde dit tijdens de mondelinge toelichting, waar hij ook een bereidheid toonde dit verder te willen onderzoeken en uitwerken.

Ontsluiting en parkeren

Positief is het voorstel om centraal doorheen het projectgebied een nieuwe verkeersas te maken. Dit geeft de mogelijkheid om de verschillende straten in gebruik te differentiëren. De nieuwe as wordt de publiekstoegang tot de bedrijfshallen (westzijde) en de technische campus (oostzijde). Deze is voorzien van voet- en fietspaden, een tramlijn en een autoweg met parkeerplaatsen. Het Kielsbroek wordt de logistieke ontsluiting voor het bestaande waterzuiveringstation en voor de bedrijfshallen. Deze wordt bestemd voor vrachtverkeer. Een pluspunt is dat de tramlijn op de nieuwe as ook de nieuwe tramstelplaats zal ontsluiten, waardoor het technische spoor als exploitatielijn door de beheerder van het tramnetwerk kan benut worden. Het voorzien van deze as biedt mogelijkheden om de Generaal Armstrongweg aan te passen en/of gedeeltelijk af te schaffen. Ook hier is het voorstel voldoende flexibel om nog verder te zoeken naar het meest optimale scenario voor de diverse modi (al dan niet doorverbinden van deze as met omliggende straten). Wat betreft parkeren vertrekt het voorstel opnieuw van een realistische benadering. Het voorziet in een aantal parkeerplaatsen op die plaatsen waar de vraag het grootst is, zijnde thv. de bedrijfshallen (op openbaar domein) en thv. de site van Digipolis (parkeergebouw).

Plan van aanpak (27/30)

De inschrijver begint met het verduidelijken van wat zij verstaan onder de opmaak van een masterplan, wat gezien de complexiteit van deze opdracht (groot aantal ruimteclaims, publieke en private actoren) niet overbodig lijkt. De inschrijver beschouwt het ingediende voorstel als uitgangspunt en inhoudelijke basis voor de opmaak van het masterplan. Verder bevestigt hij de verschillende fasen in het tot stand komen van het masterplan. Positief is dat de inschrijver het tijdig afstemmen met de diverse betrokken actoren van het ingediende voorstel voorziet in de eerste fase en het fijn stemmen van de onderzoeksvragen met de opdrachtgever aan het begin van het haalbaarheidsonderzoek (tweede fase). De inschrijver benadrukt ook het belang van het ontwerpend onderzoek, waarbij “het ruimtelijk ontwerp als negotiatiemiddel” wordt ingezet: ontwerpend onderzoek maakt ideeën concreter, faciliteert het communiceren over een ontwerp en creëert zo een grotere betrokkenheid bij de verschillende actoren doorheen het gehele  ontwerpproces. De inschrijver stelt een multidisciplinair team voor: stedenbouwkundigen, (ir.-)architecten, een landschapsarchitect, een milieuexpert, een mobiliteitsexpert, expertise (naargelang de noodzaak zich voordoet) in bodem en publiekprivate samenwerking en bouwkundig ingenieurs. Het team staat onder leiding van een tandem van projectleiders, waarvan één het aanspreekpunt voor de opdrachtgever is. De inschrijver bevestigt het belang van goede conceptuele en communicatieve documenten.

Timing van de uitvoering van de opdracht en financieel voorstel (8/10)

De door de opdrachtgever voorgestelde timing wordt bevestigd. De opgegeven raming is 6.420,00 euro boven de raming van de opdrachtgever. De inschrijver geeft aan meer uren nodig te hebben, vnl. in de visiefase (ruimtelijk haalbaarheidsonderzoek), en meer expertise te moeten inschakelen (niveau senior, projectleider en junior). De beoordelingscommissie vindt dit aanvaardbaar gezien de degelijk uitgewerkte aanpak (zie hoger) en het belang dat de inschrijver hecht aan het maken van duidelijke afspraken aan het begin van elke fase. Bovendien is deze inschrijver de enige die een realistische inschatting maakt van de tijdsbesteding voor de diverse overleg-  en presentatiemomenten (4u/moment, 2 personen die aanwezig zijn en/of het overleg voorbereiden).

2. URA bvba

Kwaliteit van concept en visievorming (36/60)

Aanpak duurzaamheid

De aanpak van het aspect duurzaamheid is onderbelicht.  De parkstructuur wordt aangesloten op het systeem van de groene Singel. Waterbeheer gebeurt in de ruimte van de aangepaste spaghettiknoop. Andere aspecten worden niet vermeld.

Structuur en herkenbaarheid

De inschrijver focust op het belang van één visie voor het gebied om het een nieuw imago te kunnen geven. Deze transformatie moet zich op een rustige en gefaseerde manier voltooien. “Artefacten” (grote markante gebouwen), hogere gebouwen (“torentjes”) en publieke functies vormen de nieuwe randen van het gebied en geven de site zichtbaarheid. Een centrale parkstrip moet het gebied ordenen en een publieke identiteit geven. Het ingediende voorstel overtuigt niet. Woord en daad komen niet overeen in die zin dat er bij de beoordelingscommissie twijfel bestaat of wat er wordt voorgesteld wel echt werkt. Een voorbeeld hiervan is de parkstrip: is deze voldoende ruim en sterk om er de identiteit en de ordening van het hele gebied aan op te hangen; kan deze tegelijk grote programma’s ontsluiten en lokale publieke ruimte zijn (tramstelplaats, stedelijke diensten); hoe kan het een groene verbinding vanuit Kiel naar stad zijn zonder opgave van de wijze waarop de verbinding concreet wordt voorzien. Hetzelfde geldt voor de tramstelplaats. De beoordelingscommissie stelt de gebruiksmogelijkheden ervan in vraag.  De driehoekige vorm lijkt op het eerste zicht niet erg ruimte-efficiënt te zijn. Daarnaast trekt de beoordelingscommissie de ruimtelijke en financiële haalbaarheid van deze transformatie erg in twijfel. Na voltooiing van het nieuwe imago is heel het gebied vernieuwd, de bestaande gebouwen zijn dan allemaal vervangen. Er wordt met andere woorden uitgegaan van een tabula rasa van het gebied, zij het gefaseerd. De commissie stelt zich ook de vraag of zo’n drastische transformatie wel noodzakelijk is om het gebied meer uitstraling en een sociale, economische en ruimtelijke opwaardering te kunnen geven en om bijkomend programma te kunnen opvangen. De inschrijver neemt ook een risico door de realisatie van een deel van het programma afhankelijk te maken van de herinrichting van de spaghettiknoop; immers dan pas kan de Generaal Armstrongweg verlegd worden. Tijdens de toelichting ging de inschrijver onvoldoende in op de vraag om alternatieven voor te stellen.

Ontsluiting en parkeren

Positief is dat de inschrijver voorstellen formuleert ter verbetering van de ontsluiting van het gebied, met aandacht voor het uit elkaar halen van de diverse modi en voor het gemeenschappelijk schoolvervoer. Wat dit laatste betreft, bestaat de indruk dat het schoolvervoer overdreven aandacht krijgt. De nieuwe tramlijn ligt dan weer heel excentrisch ten aanzien van het gebied. De voorgestelde parkeervisie gaat uit van geconcentreerd parkeren in enerzijds parkeerpockets, anderzijds in 2 parkeergebouwen. Op het eerste zicht lijkt dit aantrekkelijk, aan de andere kant lijkt dit ook een zeer dure oplossing.

Plan van aanpak (21/30)

Het plan van aanpak is heel beknopt. Het bevestigt de verschillende fasen in het tot stand komen van het masterplan en geeft kort de voorgestelde werkwijze weer. Positief is dat de inschrijver in de analysefase gesprekken met bewoners, gebruikers en private en publieke  actoren wil voeren teneinde grondig inzicht in de bestaande situatie en het programma te verkrijgen. Wat de inschrijver verstaat onder een masterplan is erg beknopt omschreven, maar voldoet aan de verwachtingen van de opdrachtgever zoals geformuleerd in de projectdefinitie. Het beeldkwaliteitplan beperkt zich echter tot de open ruimte. Een supervisieopdracht is als optie aangegeven, maar de noodzaak ervan is nauwelijks gemotiveerd. Het voorgestelde team heeft volgende expertises: architectuur, stedenbouw, landschap en mobiliteit.

Timing van de uitvoering van de opdracht en financieel voorstel (6/10)

De inschrijver geeft aan dat hij een langere tijdspanne nodig heeft voor het uitvoeren van de opdracht, 12 maanden ipv. de door de opdrachtgever opgegeven 9 maanden, maar dit heeft geen hogere prijs als gevolg. Het financieel voorstel blijft net onder de raming van de opdrachtgever, doch is minder geloofwaardig om reden van kostenefficiëntie. Zo worden alle overlegmomenten bijgewoond en/of voorbereid door 3 personen (senior, projectleider, junior) terwijl het plan van aanpak hiervan de noodzaak niet aantoont. Bovendien voorziet de inschrijver volgens de beoordelingscommissie te weinig uren per overleg- of presentatiemoment (2 u/moment). Het voorstel geeft geen inzicht in de aanrekening van de verplaatsingtijd en tijd voor voorbereiding en verslaggeving.

3. Urhahn Urban Design bv

Kwaliteit van concept en visievorming (36/60)

Aanpak duurzaamheid

De aanpak van het aspect duurzaamheid is te beperkt. De focus ligt voornamelijk op gebouwniveau en op energietoepassingen (programmatische uitwisseling, warmte-koude uitwisseling tussen functies, recuperatie restwarmte, zonnepanelen, waterretentie, ijsproductie).

Structuur en herkenbaarheid

De visie voor het gebied wordt volledig opgehangen aan het concept van de “lekkerstraat”. De inschrijver kiest voor een expliciete identiteit waarbij het openstellen en het programmeren van de site centraal staan. Hierdoor worden de andere en onderliggende ideeën, concepten of structuren volledig in de nota overspoeld. De beoordelingscommissie is dan ook van mening dat “de “lekkerstraat” te eendimensionaal is en niet de lading van het gebied dekt. De vraag stelt zich in hoeverre de “lekkerstraat” herkenbaar is voor heel het gebied en voor de andere partners (bouwheren) in het proces (bv. tramstelplaats). Voor de beoordelingscommissie mogen ook utilitaire gebouwen gezien worden en het gebied mee opwaarderen. Bovendien stelt de commissie zich de vraag of de stad zit te wachten op nog een nieuw aantrekkingspunt, dat bovendien dan nog buiten de wijkcentra ligt. Tijdens de mondeling toelichting van de offerte werd het concept wat genuanceerd en kregen ook andere aspecten meer uitleg. Wel positief aan het concept van de “lekkerstraat” is de koppeling met de omgeving (paden en tramlijn). Ook deze inschrijver neemt een risico door de tramstelplaats en een deel van het parkeerprogramma buiten de site te situeren en wat  tramstelplaats betreft afhankelijk te maken van de herinrichting van de spaghettiknoop. Op de vraag, tijdens de toelichtingzitting van de offerte,  of er een alternatieve locatie voor de stelplaats is, bevestigde de inschrijver deze locatie als voorkeurslocatie om reden van extensieve ruimtegebruik van de stelplaats en te weinig beeldwaarde. De inschrijver gaf zo blijk van een eerder starre houding ten aanzien van het ingediende voorstel. Bovendien hypothekeert de voorgestelde ligging van de tramstelplaats het samenvallen van het technisch spoor (op herlegde generaal Armstrongweg) en de exploitatielijn (in “lekkerstraat”). Verder blijft de commissie in het ongewisse over de technische haalbaarheid van de spooroverkapping met voorgestelde parking en station. Ook over de combinatie van tram en “lekkerstraat” bestaan twijfels inzake gebruik, veiligheid en belevingswaarde.

Ontsluiting en parkeren

Een nieuwe ontsluitingstructuur wordt voorgesteld, waarbij het gemotoriseerd en vrachtverkeer wordt gescheiden van zacht ververkeer. Parkeren gebeurt op 3 verschillende manieren. De inschrijver licht dit verder toe tijdens de mondelinge presentatie van de offerte: geclusterd parkeren ten noorden van de site (buiten het projectgebied) gericht op evenementen, collectief parkeren aan de zuidzijde van de site  en verspreid parkeren, op eigen terrein aan de randen van de site. Hier formuleert de beoordelingscommissie enerzijds bedenkingen bij de noordelijke parking en de haalbaarheid (technisch, financieel, ontsluiting) ervan. Anderzijds is de zachte as met tramlijn verder te onderzoeken op profiel en veiligheid.

Plan van aanpak (24/30)

De inschrijver bevestigt de doelstellingen van het masterplan. Bij het formuleren van de onderzoeksvragen ligt opnieuw het accent op de ontwikkeling van de “lekkerstraat” met de vragen hoe deze tot een sterk adres kan uitgroeien en hoe de energie-uitwisseling hier kan plaatsvinden. Het beeldkwaliteitplan zal uitspraken doen over de openbare ruimte, over de overgangen privé-publiek en over de gebouwen. Positief bij de aanpak van het actieplan is dat er nagedacht wordt over de quick wins die het nieuwe imago kunnen inleiden en het voorstel om het actieplan regelmatig te actualiseren. De inschrijver volgt de door de opdrachtgever voorgestelde stappen. In de analysefase wordt de nadruk gelegd op het belang van een goede opgave en eenduidige doelstellingen voor de opmaak van het masterplan en haalbaarheidsstudie. De inschrijver bevraagt hiervoor sleutelfiguren en koppelt later het voorontwerp met hen terug. Vraag is of dit niet wat laat is in het proces en of een meer participatieve houding niet aangewezen is. Het voorgestelde team bestaat uit: stedenbouwkundigen, ontwerper openbare ruimte, tekenaar, grafisch vormgever, architect.

Timing van de uitvoering van de opdracht en financieel voorstel (7/10)

De inschrijver kan de opdracht in 8 maanden (31 weken) uitvoeren. Dit is 1 maand korter dan de door de opdrachtgever voorgestelde timing. Maar dit is op voorwaarde dat de opmaak van de beeldkwaliteit parallel kan verlopen met het financiële onderzoek dat door AG Vespa zal uitgevoerd worden. Het financieel voorstel ligt heel dicht bij de raming van de opdrachtgever, maar de inschatting van de prestaties voor overlegmomenten is minder geloofwaardig. Voor de meeste overlegmomenten worden maar 2u/moment voorzien. Het voorstel geeft geen inzicht in de manier waarop wordt omgegaan met verplaatsingtijd, voorbereiding en verslaggeving.

Overzicht beoordeling

Inschrijver

Tritel-Technum_Tractebel Engineering nv

URA bvba

Urhahn Urban Design bv

Kwaliteit van concept en visievorming

 

54/60

36/60

26/60

Plan van aanpak

 

27/30

21/30

24/30

Timing en financieel voorstel

 

8/10

6/10

7/10

Totaal

89/100

63/100

67/100

 

Juridische grond

De gemeenteraadsbeslissing van 20 oktober 2008 (jaarnummer 1870) houdende goedkeuring van het bestek 2008/8132 voor het aanstellen van een pool van ontwerpers voor masterplannen. In dit bestek werd de procedure opgenomen rond de gunning van de deelopdrachten door middel van een minicompetitie.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college beslist het studiebureau Tritel-Technum-Tractebel Engineering nv aan te stellen voor het opmaken van het masterplan site Emiel Vloorsstraat.

Artikel 2

Het college beslist om de overeenkomst voor de deelopdracht masterplan site Emiel Vloorsstraat goed te keuren.

Artikel 3

De stadsontvanger verleent zijn visum voor het huidige dienstjaar en regelt de financiële aspecten als volgt:

Omschrijving Bedrag Boekingsadres Bestelbon
Opmaak masterplan 'site Emiel Vloorsstraat' 64.226,80 EUR
inclusief btw
budgetplaats:5152000000
budgetpositie:613
functiegebied:FDSW010201A00000
subsidie:sub_nr
fonds:intern
begrotingsprogramma:510010600
budgetperiode:1100
 4005022978