Op basis van een subsidiefiche zullen de inkomsten en uitgaven die gepaard gaan met het project, ingeschreven worden in de begroting.
Op 1 april 2011 hechtte het college zijn goedkeuring aan de deelname van de stad Antwerpen aan het MIP3-projectvoorstel 'HEAT' inzake de haalbaarheid van warmtenetten. Dit voorstel werd ingediend bij het Milieu- en energietechnologie Innovatie Platform (MIP) van de Vlaamse overheid, dat haalbaarheidsstudies inzake duurzame product- en procescycli subsidieert.
Het projectvoorstel bouwt verder op het collegebesluit van 24 december 2010 (jaarnummer 16276) over de haalbaarheidsstudie inzake wijkverwarming in de Cadixwijk en op het collegebesluit van 28 januari 2011 over het klimaatplan van de stad Antwerpen (jaarnummer 835), waarin de nood aan verder onderzoek over de haalbaarheid en exploitatie van warmtenetten gekaderd wordt. In aanvulling hierop sluit het projectvoorstel goed aan bij een lopende MIP2-haalbaarheidsstudie (onder leiding van het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen) over het gebruik van restwarmte van bedrijven in de haven van Antwerpen.
De hoofdvragen van het MIP3-voorstel 'HEAT' luiden als volgt: wat is de haalbaarheid van lokale warmtenetten toegespitst op twee geselecteerde energieclusters, en wat is voor de stad Antwerpen de meest geschikte exploitatievorm? Wat de clusters betreft, wordt gekozen voor enerzijds een selectie van publieke gebouwen (waarbij aan niet-publieke gebouwen in de nabijheid van het traject de mogelijkheid wordt geboden om aan te sluiten) en anderzijds een nieuw stadsontwikkelingsproject, zijnde het ontwikkelingsgebied Nieuw-Zuid in combinatie met het nabij gelegen Blue Gate Antwerp.
Het projectvoorstel brengt volgende partners samen: stad Antwerpen (Energie en Milieu Antwerpen), Autonoom Gemeentebedrijf Stadsplanning, Vzw Werk en Economie (ter vertegenwoordiging van Blue Gate Antwerp NV), Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen, Infrax (netbeheerder voor aardgas en elektriciteit), en EDF Luminus (voormalig SPE Luminus en tweede grootste energieproducent in België). Het projectvoorstel verduidelijkt dat een substantieel deel van het onderzoek uitbesteed zal worden aan een gespecialiseerde onderzoeksinstelling.
Op 20 september 2011 besliste de Raad van Bestuur van VITO (zijnde het beslissingsorgaan voor MIP-subsidies) het projectvoorstel 'HEAT' goed te keuren, onder voorbehoud van enkele voorwaarden. Deze voorwaarden hadden hoofdzakelijk betrekking op de subsidiabiliteit van de stad Antwerpen en de stedelijke partners AG Stadsplanning en Vzw Werk en Economie. De MIP-richtlijnen stipuleren dat enkel 'bedrijven' projectfinanciering kunnen ontvangen. Hoewel het begrip 'bedrijven' ruim geïnterpreteerd mag worden (zo vallen ook maatschappelijke instellingen onder de noemer 'bedrijven'), werden stad Antwerpen en de stedelijke partners toch gevraagd zich terug te trekken als subsidiabele projectpartner.
In onderling overleg met MIP-Vlaanderen werd overeengekomen dat stad Antwerpen en de stedelijke partners nog steeds zullen deelnemen aan de uitvoering van het project, zonder daarvoor rechtstreekse steun te ontvangen. Bovendien werd bekomen dat stad Antwerpen zal optreden als formele projectleider, alsook als 'doorgeefluik' voor de subsidie naar het consortium toe. In het licht van deze afspraken werd het projectvoorstel (zie bijlage) en het totale subsidiebedrag aangepast. De totale projectkost (met co-financiering van Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen, Infrax en EDF Luminus) bedraagt 332.065,00 EUR, waarvan 166.032,00 EUR gesubsidieerd wordt. Het project zal van start gaan op 1 februari 2012, een looptijd hebben van 20 maanden, en aldus eindigen op 30 september 2013.
Niettegenstaande de strikte subsidiabiliteitsvoorwaarden die door MIP worden opgelegd, zal de stad Antwerpen (Energie en Milieu Antwerpen) optreden als formele projectleider en aldus coördinator van het consortium. In deze hoedanigheid zal de stad Antwerpen ook de subsidie van 166.032,00 EUR ontvangen. Dit zal gebeuren in drie verschillende schijven, respectievelijk na de ondertekening van de Algemene Voorwaarden (zie bijlage), na controle van het tweede voortgangsverslag en na controle van het eindverslag. Met de subsidie zullen de kosten die gemaakt worden door de subsidiabele consortiumpartners, vergoed worden. Zoals bepaald in het finale projectvoorstel, worden de subsidiabele consortiumpartners verzocht om op basis van een schriftelijk verzoek de stad Antwerpen te vragen de subsidiegelden over te maken.
Wat gemaakte kosten betreft, gaat het hier in eerste instantie om de uitbesteding van een substantieel deel van het onderzoek naar een gespecialiseerde onderzoeksinstelling. Deze aanbesteding zal door projectpartner EDF Luminus uitgevoerd worden. Het opstellen van het bestek zal in samenwerking met de consortiumpartners gebeuren. De verplichtingen van de projectpartners worden uiteengezet in de Algemene Voorwaarden en de partnerschapsovereenkomst. Deze documenten gaan als bijlage en worden door de projectpartners ondertekend.
Hoewel de stad Antwerpen optreedt als 'doorgeefluik' voor de subsidie en zelf geen rechtstreekse begunstigde is, wordt deze subsidie gebruikt ten voordele van de stad: het onderzoek dat in het kader van het subsidieproject wordt uitgevoerd, gaat na in welke mate en op basis van welke exploitatievorm lokale warmtenetten een realiteit kunnen worden in de stad Antwerpen. De resultaten van het gevoerde onderzoek zijn eigendom van het ganse consortium.
De bijdrage van AG Stadsplanning en Vzw Werk en Economie zal erin bestaan de basisgegevens te achterhalen voor de clusterselectie en -afbakening rond Nieuw-Zuid (inclusief Blue Gate Antwerp), alsook de inpasbaarheid van de voorgestelde technische concepten voor warmtenetten te toetsen aan het voorliggende ruimtelijk ontwerp, de projectplanning en de visie op de cluster. AG Stadsplanning en Vzw Werk en Economie zullen respectievelijk vanuit ruimtelijk en economisch perspectief de nodige kritische massa inbrengen om de projectuitvoering en -resultaten te bewaken.
De gemeenteraad keurt het MIP3-subsidieproject 'HEAT' inzake de haalbaarheid van warmtenetten goed, en ondertekent hiertoe de Algemene Voorwaarden en de partnerschapsovereenkomst.