Terug

2011_CBS_16692 - Tweede pensioenpijler - Toetreding bij RSZPPO - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 23/12/2011 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Patrick Janssens, burgemeester; Robert Voorhamme, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Marc Van Peel, schepen; Luc Bungeneers, schepen; Guy Lauwers, schepen; Leen Verbist, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Philip Heylen, schepen; Eddy Baelemans, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Patrick Janssens, burgemeester
2011_CBS_16692 - Tweede pensioenpijler - Toetreding bij RSZPPO - Goedkeuring 2011_CBS_16692 - Tweede pensioenpijler - Toetreding bij RSZPPO - Goedkeuring

Motivering

Algemene financiƫle opmerkingen

De kostprijs blijft binnen de voorziene budgetten in de begroting. De totale kostprijs voor de stad is de premie (op basis van contractuele lonen en bijdragepercentages), plus de sociale zekerheidsbijdrage van 8,86 % die de werkgever daarop moet betalen.

vaste bijdrage premie % salaris premie incl 8,86% % salaris incl 8,86%
5%S1 + 15%S2 tot 35,
6%S1 + 15%S2 daarna
3.938.531,00 EUR 5,76% 4.287.485,00 EUR 6,28%

Aanleiding en context

De gemeenteraad keurde op 15 januari 2007 (jaarnummer 22) het Bestuursakkoord 2007-2012 goed. Dit bestuursakkoord stelt het volgende: “Het contractuele personeel evenwaardiger vergoeden dan vandaag en hierbij de verhouding tussen het aantal contractuele en het aantal statutaire personeelsleden laten evolueren naar het gemiddelde van de Vlaamse gemeenten.”

Het college keurde op 12 juni 2009 (jaarnummer 8091) de uitvoering van het sectoraal akkoord 2008-2013 goed. Hierin stond over de tweede pensioenpijler het volgende: "Het stadsbestuur wenst de contractuele personeelsleden op een gelijkwaardigere manier te verlonen dan de statutaire personeelsleden. Momenteel is er een groot verschil tussen het pensioen na een loopbaan als statutair personeelslid en een loopbaan als contractueel personeelslid. Een tweede pensioenpijler, betaald door de werkgever, komt hieraan tegemoet. Dit akkoord legt wel de criteria vast waartegen elk voorstel zal afgetoetst worden:

  • De tweede pensioenpijler moet de kloof tussen een statutair en contractueel pensioen in grote mate overbruggen;
  • De contractuele prestaties vanaf 1 januari 2010 worden gedekt, ook indien de opstart van de tweede pensioenpijler op een latere datum gebeurt;
  • Het stadsbestuur engageert zich om in de financiële meerjarenplanning de nodige budgetten te voorzien vanaf 2010;
  • Uitsluitend patronale financiering;
  • Betrokkenheid van de representatieve vakbonden bij de beslissing over de tweede pensioenpijler.”

De gemeenteraad besliste op 21 juni 2010 (jaarnummer 942):

  • "De gemeenteraad keurt goed dat een collectief pensioenfonds voor prestaties vanaf 1 januari 2010 wordt georganiseerd voor de contractanten van de stad en het OCMW waarbij gestreefd naar een overbrugging van 60% van het bruto verschil tussen de statutaire en de contractuele pensioenen, gespreid over een loopbaan van 45 jaar en een einde loopbaan op 65 jaar.
  • De gemeenteraad keurt goed dat aan de personeelsdienst van stad en OCMW opdracht wordt gegeven een pensioenreglement op te stellen vertrekkende vanuit de uitgangspunten van het sectoraal akkoord en zoals omschreven in artikel 1 van dit besluit."

Op 24 december 2010 (jaarnummer 16321) keurde het college een bestek goed voor het administratief en financieel beheer van een tweede pensioenpijler in de vorm van een vast prestatieplan, met als doel het dichtrijden van 60% van de bruto kloof tussen het contractuele en het statutaire pensioen.

Op 14 oktober 2011 (jaarnummer 14406) besliste het college deze procedure stop te zetten zonder gunning. Na analyse van de beschikbare offertes bleken de voordelen van een te bereiken doel- of vast prestatiesysteem niet op te wegen tegen de nadelen. Het advies van inspectie financiën luidde dat stad Antwerpen en OCMW Antwerpen met dit soort overeenkomst van vaste prestaties een financieel risico nemen in de toekomst. Het college volgde dit advies en wenste in de huidige financiële en economische omstandigheden geen onverantwoorde risico’s te nemen op lange termijn.

Op 18 november concretiseerde het college (jaarnummer 15397) de tweede pensioenpijler binnen een systeem van vaste bijdragen als volgt:

  • Tot leeftijd 35 jaar: bijdrage van 5% op het stuk loon onder het gekozen pensioenplafond + 15% op het stuk loon boven het gekozen pensioenplafond;
  • Vanaf 35 jaar: bijdrage van 6% op het stuk loon onder het gekozen pensioenplafond + 15% op het stuk loon boven het gekozen pensioenplafond;
  • De grensleeftijd 35 jaar ligt vast, het gekozen pensioenplafond wordt geïndexeerd conform de lonen.

Er werd opdracht gegeven aan financiën en personeelsmanagement om de juridische, contractuele en financiële details van het pensioenplan van de rijksdienst voor sociale zekerheid van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten (hierna RSZPPO) te onderzoeken en met de betrokken actoren te bespreken. Er moest gerapporteerd worden aan het college in hoeverre dit plan verenigbaar is met bovenstaande percentages en goede financiële voorwaarden en garanties biedt.

Het pensioenplan van RSZPPO kwam tot stand op initiatief van de vereniging voor Vlaamse steden en gemeenten en is contractueel verbonden met de tijdelijke handelsvennootschap Ethias en Dexia Verzekeringen België (hierna DIB-Ethias). Volgende documenten regelen dit plan en de contractuele verbintenissen tussen de verschillende partijen:

  • Kaderreglement tweede pensioenpijler contractanten, zoals aangevuld met de aanvullende nota bij het kaderreglement tweede pensioenpijler contractanten van 26 mei 2011;
  • Groepsverzekeringsreglement voor de personeelsleden onder arbeidsovereenkomst;
  • Winstdelingsreglement van het afgezonderde fonds DIB-RSZPPO;
  • Winstdelingsreglement van het afgezonderde fonds Ethias-RSZPPO;
  • Protocolovereenkomst tussen de rijksdienst voor sociale zekerheid van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten en DIB-Ethias lokale contractanten.

Deze documenten werden onderzocht. Op een vergadering met vertegenwoordigers van RSZPPO, DIB-Ethias werden nog bijkomende vragen van de stad beantwoord.

Argumentatie

De belangrijkste elementen van het pensioenplan van RSZPPO zijn de volgende:

  • Stad, OCMW en dochters (ook stedelijke vzw’s) kunnen instappen zonder zelf een overheidsopdracht te moeten voeren. RSZPPO fungeert als opdrachtcentrale;
  • Vast bijdragesysteem;
  • RSZPPO is akkoord met de variabele bijdragen naargelang leeftijd en loon die de stad wenst. De bijkomende implementatiekosten om de gedifferentieerde bijdragen te berekenen (± € 180.000) komen ten laste van de stad, tenzij de stad deze berekeningen zelf doet en aanlevert via de multifunctionele aangifte (DMFA-aangifte);
  • De verzekeringnemer heeft het recht de bedragen van de premies te wijzigen (door wijziging van het pensioenreglement ten gevolge van economische omstandigheden of wet- of reglementswijzigingen, mits naleving van alle contractuele en wettelijke bepalingen dienaangaande;
  • Pensioen in rente, vanaf 65 jaar; ook vervroegde uitkering vanaf 60 jaar mogelijk, de rente wordt forfaitair geïndexeerd met 2% per jaar;
  • Overlijdensdekking: uitkering aan rechthebbenden (partner of kinderen tot 25 jaar) indien aangeslotene overlijdt voor de voorziene einddatum (65 jaar);
  • Pensioengevend jaarloon zijn de elementen onderworpen aan sociale zekerheidsbijdrage = normaal loon + de meeste toelagen, premies en vergoedingen;
  • Gegarandeerd rendement 3,35% voor stortingen vóór 1 januari 2013. Nadien minimum het verplichte percentage dat de werkgever moet garanderen (art. 24§2 en §3 van de WAP). Momenteel is dit verplichte percentage 3,25%;
  • Inhaaltoelage is mogelijk om terug te gaan tot ingangsdatum 1/1/2010;
  • Kostprijs voor het administratief en actuarieel beheer: 0,40% beheerskosten wordt afgehouden van de gestorte premies door DIB-Dexia, 0,08% inningskost door RSZPPO. De beheerskosten van DIB-Ethias worden vanaf 2016 verhoogd naar 0,90% indien het dubbel van de premies van de eerste twee kwartalen van 2015 niet hoger is dan € 50.000.000;
  • Winstdeling = ((95% x nettorendement) - (kost voor het financieel beheer (0,26%) + bedrag dat overeenstemt met de gewaarborgde rentevoet (3,35%));
  • Inningen recurrente bijdragen gebeuren automatisch door RSZPPO per kwartaal. Overig administratief beheer (o.a. uitbetaling rentes) gebeurt door DIB-Ethias;
  • DIB-Ethias zorgt voor de jaarlijkse persoonlijke pensioenfiche van de contractuele personeelsleden;
  • Er is een financieel comité (zelfde samenstelling als toezichtscomité) dat tot doel heeft elk jaar de gerealiseerde financiële prestaties te evalueren;
  • Het groepsverzekeringsreglement is jaarlijks opzegbaar vanaf 1 januari 2014 mits een aangetekend schrijven verzonden minstens 9 maanden voor elke vervaldag van het reglement.

Dit plan bevat de nodige financiële zekerheden die de stad vooropstelt:

  • Vaste bijdrage, dus financiële zekerheid, en de bijdrage is steeds aanpasbaar naar de toekomst;
  • Een gewaarborgd rendement dat steeds het verplichte percentage dekt dat de stad als werkgever moet garanderen. Daarbovenop wordt eventueel een winstdeelname toegekend;
  • De stad stapt in een collectief systeem waarbij RSZPPO ook betrokken is. Momenteel zijn al 502 besturen toegetreden, met in totaal 48.266 contractuelen;
  • Er is een beheerscomité dat meteen ook het financieel comité is. Dit is paritair samengesteld uit vertegenwoordigers van representatieve werkgeversorganisaties en van representatieve werknemersorganisaties. RSZPPO zetelt met raadgevende stem. Er werd aangegeven dat een toetreding van Antwerpen tot dit comité mogelijk was, gezien haar bijdrage (bijna 1/3e van de totale bijdragen).

Een aantal elementen verdienen extra aandacht:

  • De kans is reëel dat de beheerskosten vanaf 2016 stijgen van 0,48% naar 0,98%. De jaarlijkse bijdragen bedragen op dit moment 11,6 miljoen euro. De stad zal met een bijdrage van ongeveer 5 miljoen toetreden. Dat dit nog stijgt tot 50 miljoen euro is moeilijk te voorspellen, maar eerder onwaarschijnlijk. In het gesprek met de verzekeringsmaatschappijen gaven zij aan dat de kost van 0,48% zeer laag was en 0,98% nog steeds een marktconforme beheerskost is.
  • Bij de uittredingsmodaliteiten is het volgende opgenomen: “een verzekeringnemer die uitstapt krijgt de theoretische afkoopwaarde van zijn reserves in liquide middelen uitbetaald. Er wordt een afkoopvergoeding afgehouden die overeenstemt met de kosten en gerealiseerde minwaardes die eigen zijn aan de realisatie van de activa, die eventueel nodig zijn om de afkoop te realiseren zonder het beheer van het fonds te ontwrichten.” De verzekeraars bevestigden dat het niet de bedoeling is om het uittredend bestuur met alle minwaarden op te zadelen, maar enkel om dit op een evenwichtige manier te doen ter bescherming van de resterende besturen. Op vraag van de stad heeft DIB-Ethias het Toezichtscomité er van op de hoogte gebracht dat de huidige formulering van de afkoopvergoeding mogelijkerwijze onvoldoende formele garanties geeft op een financieel evenwichtige uittredingsvergoeding voor een individueeel bestuur, met name met betrekking tot het niveau van minwaardes die gerealiseerd zouden worden en ten laste zouden gelegd worden in kader van een dergelijke afkoop. DIB-Ethias is bereid om in het winstdelingsreglement formeel garanties op te nemen die een financieel onevenwichtige uittredingsvergoeding voorkomt. Onder voorbehoud van de goedkeuring van de precieze formulering van een dergelijke bijkomende clausule, heeft het Toezichtscomité er mee ingestemd een dergelijke clausule toe te voegen die uiteraard van toepassing zal zijn voor alle toegetreden besturen.
  • De winstdelingsreglementen voorzien een minimale belegging in obligaties en gelijkgestelde effecten van 80%. In de praktijk is dit momenteel zelfs ruim 95%. Het is dus zeker een defensieve beleggingsportefeuille, die vooral werd opgebouwd vanaf juli/augustus 2011. Over de huidige tussentijdse resultaten zegt DIB-Ethias het volgende: "Je zal merken dat op 30 november 2011 de marktwaarde van de portefeuille licht onder de boekwaarde staat. Zoals gezegd geeft dat louter een indicatie van de evolutie van de marktrente in de tijd tussen enerzijds het aankoopmoment van de betreffende obligaties en anderzijds de evaluatiedatum. Bij een rente die opnieuw daalt, zoals de laatste dagen, zal de marktwaarde weer terug stijgen. Bovendien is het in principe niet de bedoeling om de obligaties in portefeuille vroegtijdig te verkopen en zullen de huidige minwaardes zich dus niet materialiseren. De obligaties dienen, dankzij de coupons, het fonds te verzekeren van een recurrente inkomensstroom die in de komende jaren en in functie van de duratie van de verzekeringsverplichtingen het benodigd rendement oplevert.". Hoe dit zal evolueren de komende maanden en jaren is niet te voorspellen. De eerste bijdragestorting van de stad zal waarschijnlijk nog enkele maanden duren, vanaf dan wordt er per kwartaal een bijdragestorting gedaan.
  • De implementatiekost voor het berekenen van de variabele bijdragen die RSZPPO vooropstelt bedragen ± € 180.000. De stad verkiest om die berekeningen zelf te doen en de kosten daardoor te beperken. Een eerste voorlopige berekening door Digipolis, na een analysesessie met personeelsmanagement en telefonisch onderhoud met RSZPPO op woensdag 7 december 2011, levert volgende kostenraming op:
Activiteit Partij Kostprijs
Analyse, opzet en testen Digipolis 5 mandagen
Configuratie Payroll en DMFAPPL aangifte SD/Worx 10 mandagen aan 830,90 EUR exclusief BTW
Totaal   8.309,00 EUR exclusief BTW + 5 mandagen Digipolis


Het college concludeert dat dit pensioenplan voldoet aan de wensen van het bestuur inzake financiële zekerheid en garanties. De daaraan verbonden kosten zijn voor zover gekend marktconform en zeker niet buitensporig. De stad zou ook kunnen toetreden tot het toezichtscomité en financieel comité.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college beslist principieel toe te treden tot het pensioenplan van de RSZPPO met vaste bijdragen. Dit systeem wordt geconcretiseerd als volgt:

  • Tot leeftijd 35 jaar: bijdrage van 5% op het stuk loon onder het gekozen pensioenplafond + 15% op het stuk loon boven het gekozen pensioenplafond;
  • Vanaf 35 jaar: bijdrage van 6% op het stuk loon onder het gekozen pensioenplafond + 15% op het stuk loon boven het gekozen pensioenplafond;
  • De grensleeftijd 35 jaar ligt vast, het gekozen pensioenplafond wordt geïndexeerd conform de lonen.

Artikel 2

Het college stelt hierbij de opname van een vertegenwoordiging van de stad Antwerpen in het beheers- en financieel comité van de pensioenplan als voorwaarde, alsook de beloofde aanpassing van het winstdelingsreglement met een clausule ter voorkoming van een financieel onevenwichtige uittredingsvergoeding.

Artikel 3

Het college engageert zich om ook voor de Autonome Gemeentebedrijfen een regeling te treffen voor de tweede pensioenpijler.

Artikel 4

Dit besluit heeft in principe voor de stad geen financiƫle gevolgen.

Bijlagen

  • 111202 - Presentatie stad Antwerpen 20111130.pptx
  • GroepsverzekeringsreglementDIBap?riteur 20110526.doc
  • MDL d1182 - kaderreglement_aanvpensioencontractanten_1dec09 (aangevuld 26.05.2011).doc
  • Protocol RSZPPO - DIB-Ethias definitievedraft 20110526 (2).doc
  • WinstdeelnamereglementRSZPPO DIB 20110526 (2).doc
  • WinstdeelnamereglementRSZPPO Ethias 20110526 (2).doc