Artikel 57 § 3,4 van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005 stelt dat het college bevoegd is voor het voeren van de gunningsprocedure, de gunning en de uitvoering van overheidsopdrachten.
| Fase | Bestuursorgaan | Datum | Jaarnummer |
| goedkeuring bestek en procedure bouwhistorisch onderzoek | college | 5 februari 2010 | 1258 |
| goedkeuring aangepast bestek | college | 2 juli 2010 | 8207 |
| goedkeuring gunning bouwhistorisch onderzoek | college | 22 oktober 2010 | 12871 |
| kennisneming aangepaste gunningscriteria | college | 24 december 2010 | 16324 |
| goedkeuring aanvullende dienst kunsthistorisch onderzoek | college | 25 juli 2011 | 12035 |
Op 22 oktober 2010 (jaarnummer 12871) heeft het college op basis van bestek PO/14693271 de tijdelijke vereniging Declercq-Maclot-Van Ginneken de opdracht gegund om een diepgaand bouwhistorisch onderzoek van het stadhuis uit te voeren.
Het doel van dit onderzoek is het op wetenschappelijke wijze beschrijven van de bouw-, verbouwings- en gebruiksgeschiedenis in de voorbije vier en een halve eeuw en de erfgoedwaarde van het stadhuis. Aan de bevindingen wordt een waardestelling gekoppeld die zal dienen als uitgangspunt en toetsingskader voor de restauratie en die de monumentwaarde van het beschermd monument vastlegt. Het bestuur laat dezelfde tijdelijke vereniging Declercq-Maclot-Van Ginneken een aanvullend kunsthistorisch onderzoek uitvoeren naar de oorsprong en de gebruiksgeschiedenis van het roerend erfgoed of de collectie van het stadhuis.
Het doel van deze aanvullende studie, op basis van diverse interne inventarissen, is niet alleen om een waardebepaling te kunnen meegeven aan de objecten, maar ook om het roerend erfgoed historisch verantwoord te kunnen situeren in de context van het onroerend erfgoed. De uitvoeringstermijn bedraagt vier maanden, ingaand na oplevering van de bouwhistorische studie.
De tijdelijke vereniging Declercq-Maclot-Van Ginneken vraagt termijnverlenging aan omdat de door de tijdelijke vereniging aan de opdrachtgever gevraagde plannen later aangeleverd werden dan initieel vooropgesteld.
Deze omstandigheid kon de tijdelijke vereniging Declercq-Maclot-Van Ginneken redelijkerwijze niet voorzien, kon zij niet ontwijken en hiervan kon zij de gevolgen niet verhelpen, alhoewel zij daarvoor al het nodige gedaan heeft. De tijdelijke vereniging Declercq-Maclot-Van Ginneken heeft deze omstandigheid tijdig aan de aanbestedende overheid kenbaar gemaakt.
De bedrijfseenheid patrimoniumonderhoud adviseert positief wat de aanvraag tot termijnverlenging betreft om de hiernavolgende reden.
Het bouw- en kunsthistorisch onderzoek vormt een op zichzelf staande studie waarvan het verdagen van de opleveringsdatum geen repercussies heeft op andere projecten of projectonderdelen.
In concreto betekent dit dat de opleveringsdatum van de bouwhistorische studie verschoven wordt van 19 december 2011 naar 19 april 2012. Overeenkomstig wordt de opleveringsdatum van de kunsthistorische studie verschoven van 19 april 2012 naar 6 juli 2012, namelijk volgens overeenkomst vier maanden na oplevering van de bouwhistorische studie. De termijnverlenging vormt geen aanleiding tot het vorderen van bijkomende kosten.
In toepassing van het artikel 16 van het Koninklijk Besluit van 8 januari 1996, dient de aannemer van een opdracht voor werken, onverminderd de bepalingen betreffende de erkenning van aannemers van werken en overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 18 en 19, zijn financiële en economische draagkracht en zijn technische bekwaamheid aan te tonen.
Het college beslist om voor het bouwhistorisch onderzoek van het stadhuis aan de Grote Markt 1, 2000 Antwerpen een termijnverlenging tot 19 april 2012 zonder bijkomende kosten toe te staan aan de tijdelijke vereniging Declercq-Maclot-Van Ginneken, Liersebaan 122A bus 1, 2240 Zandhoven.