| Fase | Bestuursorgaan | Datum | Jaarnummer |
| vastlegging krediet voor aangegane verbintenissen via investeringstoelagen voor restauratiepremies | college | 6 januari 2012 | 109 |
Het decreet van 3 maart 1976 regelt de bescherming van monumenten en stads- en dorpsgezichten.
Het besluit van de Vlaamse regering van 14 december 2001, gewijzigd bij besluit van 20 september 2002, dat het premiestelsel voor restauratiewerken aan beschermde gebouwen bepaalt.
Volgens bovenstaande decreet en besluiten werden in de voorbije periode voor verschillende privé personen en instanties investeringstoelagen (stadsaandeel restauratiepremie) vastgelegd door de gemeenteraad.
Er werden verbintenissen aangegaan voor een totaalbedrag van 768.677,08 euro, welke niet tijdig aangerekend werden in 2011. In alle gevallen betreft het toelagen voor restauratiewerken aan beschermde privé-eigendommen, waarbij de stad een decretale verplichting tot subsidiëring heeft.
Bij budgetopmaak 2012 werd voor de toekenning van restauratiepremies een jaarbudget van 451.600,00 euro voorzien.
Vermits de uitbetaling van het stadsaandeel gebeurt op basis van afrekeningen opgesteld door het Ministerie van de Vlaamse gemeenschap en de toekenning van toekomstige restauratiepremies eveneens door dit Ministerie gebeurt, achtte patrimoniumonderhoud het noodzakelijk om het budget van de restauratiepremies 2012 maximaal te vrijwaren.
De uitbetaling van de restauratiepremies gebeurt niet altijd op hetzelfde moment. Hierdoor verschuiven de betalingen waardoor we de financiële middelen kunnen voorzien bij budgetwijziging 2012.
In het college van 6 januari 2012 (jaarnummer 109) werd beslist dat de stadsontvanger bij wijze van uitzondering de budgetten van voornoemde bestellingen zou aanrekenen, maar nog niet zou uitbetalen, waardoor het budget van 2012 gevrijwaard zou blijven.
Cel Visum stelde een correctie bij budgetwijziging 2012 voor. Patrimoniumonderhoud zal effectief de betreffende budgetten met budgetwijziging 2012 rechtzetten. De beslissing van 6 januari 2012 (jaarnummer 109) kan op die wijze niet uitgevoerd worden en wordt bijgevolg ingetrokken.
De uitvoeringsbesluiten van de beleids- en beheerscyclus bepalen in hoofdstuk 4, artikel 118:
"Het gedeelte van het transactiekrediet van een niet-afgesloten investeringsenveloppe waarvoor op het einde van een financieel boekjaar geen aanrekeningen zijn geboekt, wordt overgedragen naar het volgende financiële boekjaar binnen dezelfde investeringsenveloppe. Op het einde van het financiële boekjaar vervalt het gedeelte van alle andere transactiekredieten waarvoor geen aanrekeningen werden geboekt."
In artikel 120 van hoofdstuk 5 wordt bepaald:
"In het begin van het financiële boekjaar worden de vastleggingen geregistreerd van de uitgaven die in de loop van het financiële boekjaar gedaan zullen worden als gevolg van verbintenissen uit vorige financiële boekjaren."
Het college trekt zijn beslissing van 6 januari 2012 met jaarnummer 109 in.