De totale kostprijs voor de stad is de premie (op basis van contractuele lonen en bijdragepercentages) plus de sociale zekerheidsbijdrage van 8,86 % die de werkgever daarop moet betalen. Op de gestorte premies wordt een beheersvergoeding van 0,48% ingehouden. Deze beheersvergoeding is reeds inbegrepen in het geschatte gemiddelde afdrachtpercentage van 5,76%. Dit geschatte percentage is tot stand gekomen op basis van de leeftijden en lonen van de huidige personeelsbezetting van de stad Antwerpen. Indien het gemiddelde afdrachtpercentage en de daarop te betalen RSZ-bijdrage worden samengenomen komt men op een totaal kostenpercentage van 6,28% op het pensioengevend loon.
| 2010 | 2011 | 2012 | |
|
Pensioengevend loon |
73.222.096,18 EUR |
67.071.429,87 EUR |
68.412.858,47 EUR |
|
5,76 % gemiddelde afdracht |
4.170.817,56 EUR |
3.820.468,30 EUR |
3.896.877,66 EUR |
|
0,48% beheersvergoeding |
20.116,48 EUR |
18.426,70 EUR |
18.795,23 EUR |
|
8,86% RSZ afdracht |
407.413,60 EUR |
373.190,80 EUR |
380.654,62 EUR |
|
Totale geschatte kosten |
4.598.347,64 EUR |
4.212.085,80 EUR |
4.296.327,51 EUR |
Bovenstaande kosten zijn voor 2010 en 2011 berekend op basis van de reëel uitbetaalde lonen en vergoedingen van de contractuele personeelsleden. Voor 2010 is dit nog met inbegrip van de personeelsleden van de autonome gemeentebedrijven stedelijk onderwijs en kinderopvang Antwerpen. Hierbij is het geschatte totale kosten percentage van 6,28% gebruikt. Om een inschatting te maken van de kostprijs in 2012 is het pensioengevend loon van 2011 met 2% geïndexeerd. De uiteindelijke reële te betalen afdrachten kunnen licht afwijken van de hierboven genoemde inschattingen.
Momenteel is er in het budget 2012 4.862.300,00 euro voorzien voor de tweede pensioenpijler. De geschatte kostprijs voor 2012 blijft binnen dit budget. Tevens zullen bij budgetwijziging de niet gebruikte budgetten voor de tweede pensioenpijler voor 2010 en 2011 terug opgevraagd worden uit de rekening voor gebruik in 2012. Dit betreft een voorzien budget van 5.047.400,00 euro voor 2010 en een voorzien budget van 4.467.800,00 euro voor 2011. Ook de geschatte kostprijs van 2010 en 2011 blijft dus binnen de grenzen van de beschikbare budgetten.
Het budget voor de tweede pensioenpijler is momenteel voorzien op een centraal krediet. Bij budgetwijziging 2012 zal dit krediet conform de boekhoudkundige instructies van het agentschap voor binnenlands bestuur verspreid worden over de personeelskredieten. Dit komt daarbij op een drietal budgetposities: budgetpositie 6222 voor de basisafdrachten, 611 voor de beheersvergoeding en budgetpositie 6212 voor de RSZ-afdrachten.
De gemeenteraad keurde op 15 januari 2007 (jaarnummer 22) het Bestuursakkoord 2007-2012 goed. Dit bestuursakkoord stelt het volgende: “Het contractuele personeel evenwaardiger vergoeden dan vandaag en hierbij de verhouding tussen het aantal contractuele en het aantal statutaire personeelsleden laten evolueren naar het gemiddelde van de Vlaamse gemeenten.”
Het college keurde op 12 juni 2009 (jaarnummer 8091) de uitvoering van het sectoraal akkoord 2008-2013 goed. Hierin stond over de tweede pensioenpijler het volgende: "Het stadsbestuur wenst de contractuele personeelsleden op een gelijkwaardigere manier te verlonen dan de statutaire personeelsleden. Momenteel is er een groot verschil tussen het pensioen na een loopbaan als statutair personeelslid en een loopbaan als contractueel personeelslid. Een tweede pensioenpijler, betaald door de werkgever, komt hieraan tegemoet. Dit akkoord legt wel de criteria vast waartegen elk voorstel zal afgetoetst worden:
De gemeenteraad besliste op 21 juni 2010 (jaarnummer 942):
Op 24 december 2010 (jaarnummer 16321) keurde het college een bestek goed voor het administratief en financieel beheer van een tweede pensioenpijler in de vorm van een vast prestatieplan, met als doel het dichten van 60% van de bruto kloof tussen het contractuele en het statutaire pensioen.
Op 14 oktober 2011 (jaarnummer 14406) besliste het college deze procedure stop te zetten zonder gunning. Na analyse van de beschikbare offertes bleken de voordelen van een te bereiken doelsysteem niet op te wegen tegen de nadelen. Het advies van inspectie financiën luidde dat stad Antwerpen en OCMW Antwerpen met dit soort overeenkomst van vaste prestaties een financieel risico nemen in de toekomst. Het college volgde dit advies en wenste in de huidige financiële en economische omstandigheden geen onverantwoorde risico’s te nemen op lange termijn.
Op 18 november 2011 opteerde het college (jaarnummer 15397) voor een systeem met vaste bijdragen en concretiseerde dit als volgt:
Er werd opdracht gegeven aan de bedrijfseenheden financiën en personeelsmanagement om de juridische, contractuele en financiële details van het pensioenplan van de rijksdienst voor sociale zekerheid van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten (hierna RSZPPO) te onderzoeken en met de betrokken actoren te bespreken. Er moest gerapporteerd worden aan het college in hoeverre dit plan verenigbaar is met bovenstaande percentages en goede financiële voorwaarden en garanties biedt.
Het pensioenplan van RSZPPO kwam tot stand op initiatief van de Vereniging voor Vlaamse Steden en Gemeenten (hierna VVSG) en is contractueel verbonden met de tijdelijke handelsvennootschap Ethias en Dexia Verzekeringen België (hierna DIB-Ethias). Volgende documenten regelen dit plan en de contractuele verbintenissen tussen de verschillende partijen:
Deze documenten werden onderzocht. Op een vergadering met vertegenwoordigers van RSZPPO en DIB-Ethias werden nog bijkomende vragen van de stad beantwoord.
Op 23 december 2011 (jaarnummer 16692) besliste het college principieel toe te treden tot het pensioenplan van RSZPPO met vaste bijdragen. Dit werd als volgt geconcretiseerd:
Het college engageerde zich op 23 december 2011 om ook voor de autonome gemeentebedrijven een regeling te treffen voor de tweede pensioenpijler.
Het verkleinen van het verschil in (geldelijk) statuut tussen statutaire en contractuele personeelsleden is de basisdoelstelling van de invoering van de tweede pensioenpijler. Dit werd geconcretiseerd in de beslissing tot het dichten van 60% van de bruto kloof tussen het contractuele (wettelijke) pensioen en het statutaire pensioen in gelijke omstandigheden, met een pensioenleeftijd van 65 jaar, en voor een volledige loopbaan van 45 jaar. Het nettoverschil tussen beide soorten pensioen wordt dan kleiner dan 60%.
Omwille van de financiële zekerheid op lange termijn zal de stad Antwerpen een vast bijdragesysteem hanteren om dit doel te benaderen. Er werden enkele simulaties gemaakt om te berekenen welk bijdragepercentage nodig is om de overbrugging te realiseren. Met andere woorden: welke bijdrage is nodig om tegen de leeftijd van 65 een kapitaal te sparen dat overeenkomt met 60% van het benodigde kapitaal voor het dichten van de kloof met een volledig statutair pensioen. Er werd gewerkt met voorzichtige uitgangspunten:
Dit zijn theoretische uitgangspunten. Een vast bijdragesysteem is een individueel spaarsysteem waarvan het resultaat individueel verschilt naargelang de eigen situatie en loopbaan.
Bij het toepassen van deze uitgangspunten zal vanaf een vast bijdragepercentage van 5,75% het dichten van de 60%-kloof gerealiseerd worden voor sommige looncategorieën, maar niet voor allemaal. Een vast bijdragepercentage heeft twee nadelen:
Werken met variabele bijdragepercentages kan deze effecten compenseren. De doelstellingen die de stad daarmee concreet beoogt, zijn de volgende:
Volgend plan met variabele bijdragen voldoet aan deze gewenste resultaten:
De grensleeftijd van 35 jaar ligt vast. Als pensioenplafond wordt gekozen voor het wettelijk pensioenplafond van 2010, zijnde 47.171,84 euro, aan de toenmalige index van de overheidslonen, zijnde 1,4859. Dit gekozen pensioenplafond zal geïndexeerd worden conform de lonen, waardoor het onafhankelijk wordt van de reële evolutie van het wettelijk pensioenplafond, dat de stad niet zelf in de handen heeft.
Om dit pensioenplan te realiseren kan de stad Antwerpen ofwel zelf een bestek uitschrijven ofwel toetreden tot een bestaand initiatief. Het pensioenplan van RSZPPO in samenwerking met VVSG en contractueel verbonden met Dexia en Ethias is een bestaand initiatief waartoe de stad Antwerpen, het OCMW Antwerpen en hun dochters snel kunnen toetreden.
De belangrijkste redenen om te kiezen voor dit pensioenplan van RSZPPO zijn de volgende:
Dit plan bevat de nodige financiële zekerheden die de stad vooropstelt:
Een aantal elementen verdienen extra aandacht:
| Activiteit | Partij | Kostprijs |
|
Analyse, opzet en testen |
Digipolis |
5 mandagen |
|
Configuratie Payroll en DMFAPPL aangifte |
SD/Worx |
10 mandagen aan 830,90 EUR exclusief BTW |
|
Totaal |
8.309,00 EUR exclusief BTW + 5 mandagen Digipolis |
Het college had de opname van een vertegenwoordiging van de stad Antwerpen in het beheers- en financieel comité van het pensioenplan en de aanpassing van het winstdelingsreglement met een clausule ter voorkoming van een financieel onevenwichtige uittredingsvergoeding als voorwaarde gesteld. Dit werd informeel al toegezegd en zal in een volgend beheerscomité geformaliseerd worden.
Het college concludeert dat dit pensioenplan voldoet aan de wensen van het bestuur inzake financiële zekerheid en garanties en stelt bijgevolg aan de gemeenteraad voor om toe te treden tot het pensioenplan van de RSZPPO.
Het college stelt voor aan de gemeenteraad om de invoering van de tweede pensioenpijler voor zijn contractuele personeelsleden vanaf 1 januari 2010 goed te keuren en om het college te belasten met de verdere uitvoering van deze beslissing.
Het college stelt voor aan de gemeenteraad om goed te keuren dat RSZPPO in dit kader zal optreden als opdrachtencentrale in de zin van artikel 2,4° van de wet van 15 juni 2006. De RSZPPO heeft reeds de overheidsopdracht uitgeschreven en beslist over de gunning aan een verzekeringsinstelling die belast werd met de uitvoering van de pensioentoezegging voor de contractuele personeelsleden (tweede pensioenpijler).
Het college stelt voor aan de gemeenteraad om het als bijlage opgenomen bestek, opgemaakt door RSZPPO in haar hoedanigheid van opdrachtencentrale, goed te keuren en kennis te nemen van de gunning van de opdracht door RSZPPO aan de tijdelijke handelsvennootschap “DIB-Ethias lokale contractanten”.
Het college stelt voor aan de gemeenteraad om het als bijlage opgenomen kaderreglement tweede pensioenpijler contractanten van 9 december 2009, zoals aangepast op 26 mei 2011, en het als bijlage opgenomen groepsverzekeringsreglement goed te keuren.
Het college stelt voor aan de gemeenteraad om kennis te nemen van het winstdelingsreglement van het afgezonderde fonds DIB-RSZPPO en van het afgezonderde fonds Ethias-RSZPPO.
Het college stelt voor aan de gemeenteraad om de pensioentoelage als volgt vast te stellen:
Het college stelt voor aan de gemeenteraad om het pensioenreglement, met name het gemeenteraadsbesluit en het kaderreglement tweede pensioenpijler contractanten, ter beschikking te stellen van de contractuele personeelsleden.
De stadsontvanger verleent zijn visum voor het huidige dienstjaar en regelt de financiële aspecten als volgt:
| Omschrijving | Bedrag | Boekingsadres | Bestelbon |
| Geschatte kosten tweede pensioenpijler 2010 | 4.598.347,64 EUR |
budgetplaats: 5200000000 |
Niet van toepassing |
| Geschatte kosten tweede pensioenpijler 2011 | 4.212.085,80 EUR |
budgetplaats: 5200000000 |
Niet van toepassing |
| Geschatte kosten tweede pensioenpijler 2012 | 4.296.327,51 EUR |
budgetplaats: 5200000000 |
Niet van toepassing |