Terug

2012_CBS_00347 - Tweede pensioenpijler - Toetreding tot RSZPPO - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
ma 16/01/2012 - 15:00 digitaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Patrick Janssens, burgemeester; Robert Voorhamme, schepen; Philip Heylen, schepen; Marc Van Peel, schepen; Luc Bungeneers, schepen; Guy Lauwers, schepen; Güler Turan, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Ludo Van Campenhout, schepen; Leen Verbist, schepen; Eddy Baelemans, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Patrick Janssens, burgemeester
2012_CBS_00347 - Tweede pensioenpijler - Toetreding tot RSZPPO - Goedkeuring 2012_CBS_00347 - Tweede pensioenpijler - Toetreding tot RSZPPO - Goedkeuring

Motivering

Algemene financiële opmerkingen

De totale kostprijs voor de stad is de premie (op basis van contractuele lonen en bijdragepercentages) plus de sociale zekerheidsbijdrage van 8,86 % die de werkgever daarop moet betalen. Op de gestorte premies wordt een beheersvergoeding van 0,48% ingehouden. Deze beheersvergoeding is reeds inbegrepen in het geschatte gemiddelde afdrachtpercentage van 5,76%. Dit geschatte percentage is tot stand gekomen op basis van de leeftijden en lonen van de huidige personeelsbezetting van de stad Antwerpen. Indien het gemiddelde afdrachtpercentage en de daarop te betalen RSZ-bijdrage worden samengenomen komt men op een totaal kostenpercentage van 6,28% op het pensioengevend loon.

  2010 2011 2012

Pensioengevend loon

73.222.096,18 EUR

67.071.429,87 EUR

68.412.858,47 EUR

5,76 % gemiddelde afdracht

4.170.817,56 EUR

3.820.468,30 EUR

3.896.877,66 EUR

0,48% beheersvergoeding

20.116,48 EUR

18.426,70 EUR

18.795,23 EUR

8,86% RSZ afdracht

407.413,60 EUR

373.190,80 EUR

380.654,62 EUR

Totale geschatte kosten

4.598.347,64 EUR

4.212.085,80 EUR

4.296.327,51 EUR

Bovenstaande kosten zijn voor 2010 en 2011 berekend op basis van de reëel uitbetaalde lonen en vergoedingen van de contractuele personeelsleden. Voor 2010 is dit nog met inbegrip van de personeelsleden van de autonome gemeentebedrijven stedelijk onderwijs en kinderopvang Antwerpen. Hierbij is het geschatte totale kosten percentage van 6,28% gebruikt. Om een inschatting te maken van de kostprijs in 2012 is het pensioengevend loon van 2011 met 2% geïndexeerd. De uiteindelijke reële te betalen afdrachten kunnen licht afwijken van de hierboven genoemde inschattingen.

Momenteel is er in het budget 2012 4.862.300,00 euro voorzien voor de tweede pensioenpijler. De geschatte kostprijs voor 2012 blijft binnen dit budget. Tevens zullen bij budgetwijziging de niet gebruikte budgetten voor de tweede pensioenpijler voor 2010 en 2011 terug opgevraagd worden uit de rekening voor gebruik in 2012. Dit betreft een voorzien budget van 5.047.400,00 euro voor 2010 en een voorzien budget van 4.467.800,00 euro voor 2011. Ook de geschatte kostprijs van 2010 en 2011 blijft dus binnen de grenzen van de beschikbare budgetten.

Het budget voor de tweede pensioenpijler is momenteel voorzien op een centraal krediet. Bij budgetwijziging 2012 zal dit krediet conform de boekhoudkundige instructies van het agentschap voor binnenlands bestuur verspreid worden over de personeelskredieten. Dit komt daarbij op een drietal budgetposities: budgetpositie 6222 voor de basisafdrachten, 611 voor de beheersvergoeding en budgetpositie 6212 voor de RSZ-afdrachten.

Aanleiding en context

De gemeenteraad keurde op 15 januari 2007 (jaarnummer 22) het Bestuursakkoord 2007-2012 goed. Dit bestuursakkoord stelt het volgende: “Het contractuele personeel evenwaardiger vergoeden dan vandaag en hierbij de verhouding tussen het aantal contractuele en het aantal statutaire personeelsleden laten evolueren naar het gemiddelde van de Vlaamse gemeenten.”

Het college keurde op 12 juni 2009 (jaarnummer 8091) de uitvoering van het sectoraal akkoord 2008-2013 goed. Hierin stond over de tweede pensioenpijler het volgende: "Het stadsbestuur wenst de contractuele personeelsleden op een gelijkwaardigere manier te verlonen dan de statutaire personeelsleden. Momenteel is er een groot verschil tussen het pensioen na een loopbaan als statutair personeelslid en een loopbaan als contractueel personeelslid. Een tweede pensioenpijler, betaald door de werkgever, komt hieraan tegemoet. Dit akkoord legt wel de criteria vast waartegen elk voorstel zal afgetoetst worden:

  • de tweede pensioenpijler moet de kloof tussen een statutair en contractueel pensioen in grote mate overbruggen;
  • de contractuele prestaties vanaf 1 januari 2010 worden gedekt, ook indien de opstart van de tweede pensioenpijler op een latere datum gebeurt;
  • het stadsbestuur engageert zich om in de financiële meerjarenplanning de nodige budgetten te voorzien vanaf 2010; 
  • een uitsluitend patronale financiering;
  • de betrokkenheid van de representatieve vakbonden bij de beslissing over de tweede pensioenpijler.”

De gemeenteraad besliste op 21 juni 2010 (jaarnummer 942):

  • "De gemeenteraad keurt goed dat een collectief pensioenfonds voor prestaties vanaf 1 januari 2010 wordt georganiseerd voor de contractanten van de stad en het OCMW waarbij gestreefd wordt naar een overbrugging van 60% van het bruto verschil tussen de statutaire en de contractuele pensioenen, gespreid over een loopbaan van 45 jaar en een einde loopbaan op 65 jaar. 
  • De gemeenteraad keurt goed dat aan de personeelsdienst van stad en OCMW opdracht wordt gegeven een pensioenreglement op te stellen vertrekkende vanuit de uitgangspunten van het sectoraal akkoord en zoals omschreven in artikel 1 van dit besluit."

Op 24 december 2010 (jaarnummer 16321) keurde het college een bestek goed voor het administratief en financieel beheer van een tweede pensioenpijler in de vorm van een vast prestatieplan, met als doel het dichten van 60% van de bruto kloof tussen het contractuele en het statutaire pensioen.

Op 14 oktober 2011 (jaarnummer 14406) besliste het college deze procedure stop te zetten zonder gunning. Na analyse van de beschikbare offertes bleken de voordelen van een te bereiken doelsysteem niet op te wegen tegen de nadelen. Het advies van inspectie financiën luidde dat stad Antwerpen en OCMW Antwerpen met dit soort overeenkomst van vaste prestaties een financieel risico nemen in de toekomst. Het college volgde dit advies en wenste in de huidige financiële en economische omstandigheden geen onverantwoorde risico’s te nemen op lange termijn.

Op 18 november 2011 opteerde het college (jaarnummer 15397) voor een systeem met vaste bijdragen en concretiseerde dit als volgt:

  • tot de leeftijd van 35 jaar: een bijdrage van 5% op het stuk loon onder het gekozen pensioenplafond + 15% op het stuk loon boven het gekozen pensioenplafond;
  • vanaf de leeftijd van 35 jaar: een bijdrage van 6% op het stuk loon onder het gekozen pensioenplafond + 15% op het stuk loon boven het gekozen pensioenplafond;
  • de grensleeftijd van 35 jaar ligt vast. Het gekozen pensioenplafond wordt geïndexeerd conform de lonen.

Er werd opdracht gegeven aan de bedrijfseenheden financiën en personeelsmanagement om de juridische, contractuele en financiële details van het pensioenplan van de rijksdienst voor sociale zekerheid van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten (hierna RSZPPO) te onderzoeken en met de betrokken actoren te bespreken. Er moest gerapporteerd worden aan het college in hoeverre dit plan verenigbaar is met bovenstaande percentages en goede financiële voorwaarden en garanties biedt.

Het pensioenplan van RSZPPO kwam tot stand op initiatief van de Vereniging voor Vlaamse Steden en Gemeenten (hierna VVSG) en is contractueel verbonden met de tijdelijke handelsvennootschap Ethias en Dexia Verzekeringen België (hierna DIB-Ethias). Volgende documenten regelen dit plan en de contractuele verbintenissen tussen de verschillende partijen:

  • kaderreglement tweede pensioenpijler contractanten, zoals aangevuld met de aanvullende nota bij het kaderreglement tweede pensioenpijler contractanten van 26 mei 2011;
  • groepsverzekeringsreglement voor de personeelsleden onder arbeidsovereenkomst;
  • winstdelingsreglement van het afgezonderde fonds DIB-RSZPPO; 
  • winstdelingsreglement van het afgezonderde fonds Ethias-RSZPPO;
  • protocolovereenkomst tussen RSZPPO en DIB-Ethias.

Deze documenten werden onderzocht. Op een vergadering met vertegenwoordigers van RSZPPO en DIB-Ethias werden nog bijkomende vragen van de stad beantwoord.

Op 23 december 2011 (jaarnummer 16692) besliste het college principieel toe te treden tot het pensioenplan van RSZPPO met vaste bijdragen. Dit werd als volgt geconcretiseerd:

  • tot leeftijd van 35 jaar: een bijdrage van 5% op het stuk loon onder het gekozen pensioenplafond + 15% op het stuk loon boven het gekozen pensioenplafond; 
  • vanaf de leeftijd van 35 jaar: een bijdrage van 6% op het stuk loon onder het gekozen pensioenplafond + 15% op het stuk loon boven het gekozen pensioenplafond; 
  • de grensleeftijd van 35 jaar ligt vast, het gekozen pensioenplafond wordt geïndexeerd conform de lonen.

Het college engageerde zich op 23 december 2011 om ook voor de autonome gemeentebedrijven een regeling te treffen voor de tweede pensioenpijler.

Argumentatie

Het verkleinen van het verschil in (geldelijk) statuut tussen statutaire en contractuele personeelsleden is de basisdoelstelling van de invoering van de tweede pensioenpijler. Dit werd geconcretiseerd in de beslissing tot het dichten van 60% van de bruto kloof tussen het contractuele (wettelijke) pensioen en het statutaire pensioen in gelijke omstandigheden, met een pensioenleeftijd van 65 jaar, en voor een volledige loopbaan van 45 jaar. Het nettoverschil tussen beide soorten pensioen wordt dan kleiner dan 60%.

Omwille van de financiële zekerheid op lange termijn zal de stad Antwerpen een vast bijdragesysteem hanteren om dit doel te benaderen. Er werden enkele simulaties gemaakt om te berekenen welk bijdragepercentage nodig is om de overbrugging te realiseren. Met andere woorden: welke bijdrage is nodig om tegen de leeftijd van 65 een kapitaal te sparen dat overeenkomt met 60% van het benodigde kapitaal voor het dichten van de kloof met een volledig statutair pensioen. Er werd gewerkt met voorzichtige uitgangspunten: 

  • toepassing van een indexaanpassing van 2% per jaar op de lonen, op het wettelijke pensioenplafond (in 2010 werd dit vastgesteld op 47.171,84 euro en in 2011 op 47.960,29 euro) en op de pensioenrente die vanaf 65 jaar betaald wordt;
  • voorzien van een rendement van 4% per jaar (3,25% gegarandeerd + 0,75% winstdeelname) op de gestortte premies;
  • een omrekening van kapitaal in rente voor vrouwen (langere levensverwachting dus meer kapitaal te sparen dan voor mannen);
  • een raming van het contractueel pensioen voor iemand zonder gezinslast op 55% van het laatste jaarloon (of van het wettelijk pensioenplafond indien lager);
  • een raming van het statutaire pensioen op 81,75% van het laatste jaarloon;
  • een fictieve loonevolutie door verhoging van de geldelijke anciënniteit, functionele loopbaan en promoties: er werd gewerkt met een loonstijging van 2% tot 47 jaar en 1% van 47 jaar tot 65 jaar. Hierbij werd geen rekening gehouden met de eventuele indexatie. Dit is een maximaal scenario. Op een loopbaan van 45 jaar zou het loon van iedereen hiermee verdubbelen, wat overeenkomt met minstens twee bevorderingen. Zeker in de lagere niveaus is de loonstijging door de opbouw van de geldelijke anciënniteit en bevordering kleiner.

Dit zijn theoretische uitgangspunten. Een vast bijdragesysteem is een individueel spaarsysteem waarvan het resultaat individueel verschilt naargelang de eigen situatie en loopbaan.

Bij het toepassen van deze uitgangspunten zal vanaf een vast bijdragepercentage van 5,75% het dichten van de 60%-kloof gerealiseerd worden voor sommige looncategorieën, maar niet voor allemaal. Een vast bijdragepercentage heeft twee nadelen:

  • Het realiseert het doel niet voor personeelsleden die in de loop van hun carrière het wettelijk loonplafond (in 2010 werd dit vastgesteld op 47.171,84 euro en in 2011 op 47.960,29 euro) overschrijden. Het loon boven het pensioenplafond telt immers niet mee voor het wettelijk pensioen.
  • Het realiseert het doel niet voor latere instapleeftijden. De eerste jaren brengen door de rentecumulatie het meeste op, de laatste jaren voor het pensioen het minste. Een vast percentage is nadeliger voor oudere werknemers.

Werken met variabele bijdragepercentages kan deze effecten compenseren. De doelstellingen die de stad daarmee concreet beoogt, zijn de volgende:

  • primaire doelstelling: de grote meerderheid van de contractuele personeelsleden overbrugt 60% van het verschil met het statutaire pensioen;
  • secundaire doelstelling "retentie van hogere niveaus": ook de personeelsleden die het pensioenplafond overschrijden, overbruggen minstens 45% van het verschil met het statutaire pensioen. Momenteel overschrijdt 4% van de contractuelen dit plafond, maar op de ganse personeelspopulatie is dit 9%. Omdat er enkel nog contractuelen worden geworven zal die 4% stijgen;
  • tertiaire doelstelling "retentie van hogere leeftijden": ook de personeelsleden die op een latere leeftijd instappen realiseren een gelijkaardig overbruggingspercentage tegenover vroegere instappers (uiteraard in verhouding tot het aantal dienstjaren). Een verhoging van het bijdragepercentage vanaf een bepaalde leeftijd realiseert dit. Momenteel is 39% van de contractuelen jonger dan 35 jaar, op de ganse populatie is dit 25%. Het aandeel hogere leeftijden bij de contractuelen zal ook toenemen door de veralgemeende contractuele werving.

Volgend plan met variabele bijdragen voldoet aan deze gewenste resultaten:

  • tot de leeftijd van 35 jaar: een bijdrage van 5% op het stuk loon onder het gekozen pensioenplafond + 15% op het stuk loon boven het gekozen pensioenplafond;
  • vanaf de leeftijd van 35 jaar: een bijdrage van 6% op het stuk loon onder het gekozen pensioenplafond + 15% op het stuk loon boven het gekozen pensioenplafond.

De grensleeftijd van 35 jaar ligt vast. Als pensioenplafond wordt gekozen voor het wettelijk pensioenplafond van 2010, zijnde 47.171,84 euro, aan de toenmalige index van de overheidslonen, zijnde 1,4859. Dit gekozen pensioenplafond zal geïndexeerd worden conform de lonen, waardoor het onafhankelijk wordt van de reële evolutie van het wettelijk pensioenplafond, dat de stad niet zelf in de handen heeft.

Om dit pensioenplan te realiseren kan de stad Antwerpen ofwel zelf een bestek uitschrijven ofwel toetreden tot een bestaand initiatief. Het pensioenplan van RSZPPO in samenwerking met VVSG en contractueel verbonden met Dexia en Ethias is een bestaand initiatief waartoe de stad Antwerpen, het OCMW Antwerpen en hun dochters snel kunnen toetreden.

De belangrijkste redenen om te kiezen voor dit pensioenplan van RSZPPO zijn de volgende:

  • de stad, OCMW en dochters (ook stedelijke vzw’s) kunnen instappen zonder zelf een overheidsopdracht te moeten uitvaardigen. RSZPPO fungeert als opdrachtcentrale;
  • het pensioenplan is een systeem met vaste bijdrage;
  • de RSZPPO is akkoord met de variabele bijdragen naargelang leeftijd en loon die de stad wenst. De bijkomende implementatiekosten om de gedifferentieerde bijdragen te berekenen (± 180.000 euro) komen ten laste van de stad, tenzij de stad deze berekeningen zelf doet en aanlevert via de multifunctionele aangifte (DMFA-aangifte);
  • de verzekeringnemer heeft het recht de bedragen van de premies te wijzigen (door wijziging van het pensioenreglement ten gevolge van economische omstandigheden of wet- of reglementswijzigingen), mits naleving van alle contractuele en wettelijke bepalingen dienaangaande;
  • het pensioenplan voorziet in de uitbetaling van een rente vanaf 65 jaar. Een vervroegde uitkering vanaf 60 jaar is mogelijk. De rente wordt forfaitair geïndexeerd met 2% per jaar;
  • het pensioenplan voorziet in een overlijdensdekking. Dit houdt in dat er een uitkering zal plaatsvinden aan de rechthebbenden (partner of kinderen tot 25 jaar) indien aangeslotene overlijdt voor de voorziene einddatum van 65 jaar;
  • het pensioengevend jaarloon omvat de elementen onderworpen aan de sociale zekerheidsbijdragen. Dit houdt in: het normaal loon en de meeste toelagen, premies en vergoedingen;
  • hr wordt een gegarandeerd rendement van 3,35% toegekend voor stortingen vóór 1 januari 2013. Nadien zal minimum het verplichte percentage dat de werkgever moet garanderen op basis van artikel 24§2 en §3 van de WAP toegekend worden. Momenteel bedraagt dit verplicht percentage 3,25%;
  • het is mogelijk om een inhaaltoelage toe te kennen waardoor het mogelijk is om terug te gaan tot 1 januari 2010;
  • de lage kostprijs voor het administratief en actuarieel beheer. Momenteel worden er 0,40% beheerskosten afgehouden van de gestorte premies door DIB-Dexia en 0,08% inningskosten door RSZPPO. De beheerskosten van DIB-Ethias kunnen vanaf 2016 verhoogd worden naar 0,90%, indien het dubbel van de premies van de eerste twee kwartalen van 2015 niet hoger is dan 50.000.000 euro;
  • winstdeling = ((95% x nettorendement) - (kost voor het financieel beheer (0,26%) + bedrag dat overeenstemt met de gewaarborgde rentevoet (3,35%));
  • inningen recurrente bijdragen gebeuren automatisch door RSZPPO per kwartaal. Overig administratief beheer (o.a. uitbetaling rentes) gebeurt door DIB-Ethias;
  • DIB-Ethias zorgt voor de jaarlijkse persoonlijke pensioenfiche van de contractuele personeelsleden;
  • er is een financieel comité dat tot doel heeft elk jaar de gerealiseerde financiële prestaties te evalueren;
  • het groepsverzekeringsreglement is vanaf 1 januari 2014 jaarlijks opzegbaar, mits een aangetekend schrijven verzonden wordt minstens 9 maanden voor elke vervaldag van het reglement.

Dit plan bevat de nodige financiële zekerheden die de stad vooropstelt:

  • vaste bijdrage, dus financiële zekerheid, en de bijdrage is steeds aanpasbaar in de toekomst;
  • een gewaarborgd rendement dat steeds het verplichte percentage dekt dat de stad als werkgever moet garanderen. Daarbovenop wordt eventueel een winstdeelname toegekend;
  • de stad stapt in een collectief systeem waarbij RSZPPO ook betrokken is. Momenteel zijn al 502 besturen toegetreden, met in totaal 48.266 contractuelen;
  • er is een beheerscomité dat meteen ook het financieel comité is. Dit is paritair samengesteld uit vertegenwoordigers van representatieve werkgeversorganisaties en van representatieve werknemersorganisaties. RSZPPO zetelt met raadgevende stem. Er werd aangegeven dat Antwerpen zal kunnen toetreden tot dit comité, gezien haar bijdrage (bijna 1/3 van de totale bijdragen).

Een aantal elementen verdienen extra aandacht:

  • de kans is reëel dat de beheerskosten vanaf 2016 stijgen van 0,48% naar 0,98%. De jaarlijkse bijdragen van de huidige toetreders bedragen op dit moment 11,6 miljoen euro. De stad zal met een bijdrage van ongeveer 5 miljoen toetreden. Of het totaal van de jaarlijkse bijdragen van alle toetreders nog zal stijgen tot 50 miljoen euro is moeilijk te voorspellen, maar eerder onwaarschijnlijk. In het gesprek met de verzekeringsmaatschappijen gaven zij aan dat de huidige beheerskost van 0,48% zeer laag was en dat indien de beheerskost zou stijgen tot 0,98% dit nog steeds een marktconforme beheerskost zou zijn;
  • bij de uittredingsmodaliteiten is het volgende opgenomen: “een verzekeringnemer die uitstapt, krijgt de theoretische afkoopwaarde van zijn reserves in liquide middelen uitbetaald. Er wordt een afkoopvergoeding afgehouden die overeenstemt met de kosten en gerealiseerde minwaardes die eigen zijn aan de realisatie van de activa, die eventueel nodig zijn om de afkoop te realiseren zonder het beheer van het fonds te ontwrichten.” De verzekeraars bevestigden dat het niet de bedoeling is om het uittredend bestuur met alle minwaarden op te zadelen, maar enkel om dit op een evenwichtige manier te doen ter bescherming van de resterende besturen. Op vraag van de stad heeft DIB-Ethias het toezichtscomité er van op de hoogte gebracht dat de huidige formulering van de afkoopvergoeding mogelijkerwijze onvoldoende formele garanties geeft op een financieel evenwichtige uittredingsvergoeding voor een individueel bestuur, met name met betrekking tot het niveau van minwaardes die gerealiseerd zouden worden en ten laste zouden gelegd worden in kader van een dergelijke afkoop. DIB-Ethias is bereid om in het winstdelingsreglement formeel garanties op te nemen die een financieel onevenwichtige uittredingsvergoeding voorkomen. Onder voorbehoud van de goedkeuring van de precieze formulering van een dergelijke bijkomende clausule, heeft het toezichtscomité er mee ingestemd een dergelijke clausule toe te voegen die uiteraard van toepassing zal zijn voor alle toegetreden besturen;
  • de winstdelingsreglementen voorzien een minimale belegging in obligaties en gelijkgestelde effecten van 80%. In de praktijk is dit momenteel zelfs ruim 95%. Het betreft een defensieve beleggingsportefeuille, die vooral werd opgebouwd vanaf juli/augustus 2011. Over de huidige tussentijdse resultaten zegt DIB-Ethias het volgende: "Je zal merken dat op 30 november 2011 de marktwaarde van de portefeuille licht onder de boekwaarde staat. Zoals gezegd geeft dat louter een indicatie van de evolutie van de marktrente in de tijd tussen enerzijds het aankoopmoment van de betreffende obligaties en anderzijds de evaluatiedatum. Bij een rente die opnieuw daalt, zoals de laatste dagen, zal de marktwaarde weer terug stijgen. Bovendien is het in principe niet de bedoeling om de obligaties in portefeuille vroegtijdig te verkopen en zullen de huidige minwaardes zich dus niet materialiseren. De obligaties dienen, dankzij de coupons, het fonds te verzekeren van een recurrente inkomensstroom die in de komende jaren en in functie van de duratie van de verzekeringsverplichtingen het benodigd rendement oplevert.". Hoe dit zal evolueren de komende maanden en jaren is niet te voorspellen. De eerste bijdragestorting van de stad zal waarschijnlijk nog enkele maanden duren, vanaf dan wordt er per kwartaal een bijdragestorting gedaan;
  • de implementatiekost voor het berekenen van de variabele bijdragen die RSZPPO vooropstelt bedraagt ± 180.000,00 euro. De stad verkiest die berekeningen zelf te doen en de kosten daardoor te beperken. Een eerste voorlopige berekening door Digipolis, na een analysesessie met personeelsmanagement en telefonisch onderhoud met RSZPPO op woensdag 7 december 2011, levert volgende kostenraming op:
Activiteit Partij Kostprijs

Analyse, opzet en testen

Digipolis

5 mandagen

Configuratie Payroll en DMFAPPL aangifte

SD/Worx

10 mandagen aan 830,90 EUR exclusief BTW

Totaal

 

8.309,00 EUR exclusief BTW + 5 mandagen Digipolis

Het college had de opname van een vertegenwoordiging van de stad Antwerpen in het beheers- en financieel comité van het pensioenplan en de aanpassing van het winstdelingsreglement met een clausule ter voorkoming van een financieel onevenwichtige uittredingsvergoeding als voorwaarde gesteld. Dit werd informeel al toegezegd en zal in een volgend beheerscomité geformaliseerd worden.

Het college concludeert dat dit pensioenplan voldoet aan de wensen van het bestuur inzake financiële zekerheid en garanties en stelt bijgevolg aan de gemeenteraad voor om toe te treden tot het pensioenplan van de RSZPPO.

Juridische grond

  1. Artikel 105 van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005 stelt dat de gemeenteraad de rechtspositieregeling van het personeel vaststelt.
  2. De wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid, legt de basisregels vast rond de aanvullende pensioenen (hierna WAP).
  3. De wet van 15 juni 2006 betreffende overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten.

Fasering

  1. In uitvoering van artikel 2 van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel, moet dit besluit onderhandeld worden met de representatieve vakorganisaties.
  2. In uitvoering van artikel 270 van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005, moet advies gevraagd worden aan de raad voor maatschappelijk welzijn. 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college stelt voor aan de gemeenteraad om de invoering van de tweede pensioenpijler voor zijn contractuele personeelsleden vanaf 1 januari 2010 goed te keuren en om het college te belasten met de verdere uitvoering van deze beslissing.

Artikel 2

Het college stelt voor aan de gemeenteraad om goed te keuren dat RSZPPO in dit kader zal optreden als opdrachtencentrale in de zin van artikel 2,4° van de wet van 15 juni 2006. De RSZPPO heeft reeds de overheidsopdracht uitgeschreven en beslist over de gunning aan een verzekeringsinstelling die belast werd met de uitvoering van de pensioentoezegging voor de contractuele personeelsleden (tweede pensioenpijler).

Artikel 3

Het college stelt voor aan de gemeenteraad om het als bijlage opgenomen bestek, opgemaakt door RSZPPO in haar hoedanigheid van opdrachtencentrale, goed te keuren en kennis te nemen van de gunning van de opdracht door RSZPPO aan de tijdelijke handelsvennootschap “DIB-Ethias lokale contractanten”.

Artikel 4

Het college stelt voor aan de gemeenteraad om het als bijlage opgenomen kaderreglement tweede pensioenpijler contractanten van 9 december 2009, zoals aangepast op 26 mei 2011, en het als bijlage opgenomen groepsverzekeringsreglement goed te keuren.

Artikel 5

Het college stelt voor aan de gemeenteraad om kennis te nemen van het winstdelingsreglement van het afgezonderde fonds DIB-RSZPPO en van het afgezonderde fonds Ethias-RSZPPO.

Artikel 6

Het college stelt voor aan de gemeenteraad om de pensioentoelage als volgt vast te stellen:

  • tot de leeftijd van 35 jaar: een bijdrage van 5% op het pensioengevend jaarloon onder het pensioenplafond + 15% op het pensioengevend jaarloon boven het pensioenplafond;
  • vanaf de leeftijd van 35 jaar: een bijdrage van 6% op het pensioengevend jaarloon onder het pensioenplafond + 15% op het pensioengevend jaarloon boven het pensioenplafond;
  • het pensioenplafond wordt geïndexeerd conform de lonen en bedraagt 47.171,84 euro (index 1,4859);
  • de grensleeftijd van 35 jaar ligt vast.

Artikel 7

Het college stelt voor aan de gemeenteraad om het pensioenreglement, met name het gemeenteraadsbesluit en het kaderreglement tweede pensioenpijler contractanten, ter beschikking te stellen van de contractuele personeelsleden.

Artikel 8

De stadsontvanger verleent zijn visum voor het huidige dienstjaar en regelt de financiële aspecten als volgt:

Omschrijving Bedrag Boekingsadres Bestelbon
Geschatte kosten tweede pensioenpijler 2010 4.598.347,64 EUR

budgetplaats: 5200000000
budgetpositie: 6242
functiegebied: BUBA300205A00000
subsidie: Sub_nr
fonds: Intern
begrotingsprogramma: 510300112
budgetperiode: 1100

Bijkomende toelichting: Bij budgetwijziging 2012 zal dit niet gebruikte krediet van 2011 worden opgevraagd uit de rekening. Dit budget zal vervolgens worden verdeeld over de personeelskredieten van de verschillende bedrijfseenheden.
Niet van toepassing
Geschatte kosten tweede pensioenpijler 2011 4.212.085,80 EUR

budgetplaats: 5200000000
budgetpositie: 6242
functiegebied: BUBA300205A00000
subsidie: Sub_nr
fonds: Intern
begrotingsprogramma: 510300112
budgetperiode: 1100

Bijkomende toelichting: Bij budgetwijziging 2012 zal dit niet gebruikte krediet van 2011 worden opgevraagd uit de rekening. Dit budget zal vervolgens worden verdeeld over de personeelskredieten van de verschillende bedrijfseenheden.
Niet van toepassing
Geschatte kosten tweede pensioenpijler 2012 4.296.327,51 EUR

budgetplaats: 5200000000
budgetpositie: 6242
functiegebied: BUBA300205A00000
subsidie: Sub_nr
fonds: Intern
begrotingsprogramma: 510300112
budgetperiode: 1200

Bijkomende toelichting: Bij budgetwijziging 2012 zal dit budget worden verdeeld over de personeelskredieten van de verschillende bedrijfseenheden.
Niet van toepassing

Bijlagen