Samenstelling
Aanwezig
Patrick Janssens, burgemeester;
Robert Voorhamme, schepen;
Philip Heylen, schepen;
Ludo Van Campenhout, schepen;
Marc Van Peel, schepen;
Luc Bungeneers, schepen;
Guy Lauwers, schepen;
Leen Verbist, schepen;
Roel Verhaert, stadssecretaris
Afwezig
Güler Turan, schepen;
Eddy Baelemans, korpschef
Secretaris
Roel Verhaert, stadssecretaris
Voorzitter
Patrick Janssens, burgemeester
2012_CBS_00944 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 3 bijzondere voorwaarden - Garage met carwash Sint-Bernardsesteenweg 680, 2660 Hoboken-Antwerpen. Dossiernummer AN2011/509/JW - Kennisneming
Motivering
Regelgeving: bevoegdheid
Artikel 4 § 1 van Vlarem I bepaalt dat het college akte moet nemen van meldingen van klasse 3-inrichtingen.
Aanleiding en context
Periodiek worden de meldingen van klasse 3-inrichtingen aan het college bekendgemaakt. De melding opgenomen als bijlage betreffende een garage met carwash werden op de afdeling milieuvergunningen binnengebracht en geregistreerd.
Argumentatie
De volgende melding van klasse 3-inrichting(en) werd volledig en ontvankelijk bevonden zodat van deze melding akte kan worden genomen zoals voorzien in de Vlarem-procedure.
Juridische grond
Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder voorafgaande en schriftelijke vergunning of melding een als hinderlijk ingedeelde inrichting klasse 1, 2 of 3 mag exploiteren of veranderen.
Artikel 4 § 2 van het milieuvergunningendecreet bepaalt dat niemand zonder daarvan vooraf melding te hebben gemaakt, een inrichting die tot de klasse 3 behoort, mag exploiteren of veranderen.
Artikel 20 van het milieuvergunningendecreet en artikel 3.3.0.2 van Vlarem II bepalen dat aan inrichtingen van klasse 3 bijzondere vergunningswaarden kunnen worden opgelegd.
Besluit
Het college van burgemeester en schepenen beslist:
Artikel 1
Het college neemt akte van de klasse 3-inrichting zoals vermeld in het verslag van de dienst milieuvergunningen dat werd opgenomen in bijlage.
Artikel 2
Het college wijst erop dat de volgende standaardvoorwaarden voor garages van toepassing zijn:
| V104 |
standaardgarages - hoofdstuk 5bis.0 en 5bis.15.5 |
Artikel 3
Het college beslist dat de exploitant volgende bijzondere voorwaarden dient na te leven:
- wachtende klanten mogen zich nooit opstellen op de rijbaan. Ook na reiniging blijven de wagens opgesteld in de bedrijfsruimte;
- tijdens het gebruik van de hogedrukreiniger en de stofzuiger moet de toegangspoort te allen tijde gesloten blijven om de geluidsoverdracht naar de openbare weg te beperken;
- wegrijdende auto’s moeten droog zijn om ijzelvorming in de winter te vermijden;
- de gebruikte zepen, shampoos en waxen moeten minimum 90% biologisch afbreekbaar zijn;
- gevaarlijke producten moeten opgeslagen worden boven een voldoende grote inkuiping of opvangbak;
- de exploitant houdt een register bij aan de hand waarvan hij kan aantonen dat alle gevaarlijke bedrijfsafvalstoffen opgehaald werden door een erkende ophaler;
- de exploitant houdt een register bij aan de hand waarvan hij kan aantonen hoeveel wagens er gewassen worden.
Artikel 4
Dit besluit heeft in principe voor de stad geen financiële gevolgen.