In het voorjaar 2012 zou de tramverlenging Deurne-Wijnegem gerealiseerd zijn. Tramlijnen 5 en 10 worden verlengd tot aan het Wijngem Shopping Center (WSC). Omwille van deze tramverlenging, wil De Lijn de lijnvoering van buslijn 780 bijsturen.
Buslijn 780 zal niet meer rijden via de Schotensesteenweg maar wel rechtstreeks via de Merksemsebaan naar zijn eindhalte in Wijnegem. Tijdens de spits zullen enkele ritten functioneel de scholen in Deurne blijven bedienen.
Dit project werd door de auditor 'globaal positief' geadviseerd op de Openbaar Vervoercommissie (OVC) van 17 juni 2011. Stad Antwerpen en district Deurne waren op de OVC aanwezig.
Wanneer zoals in dit project, het openbaar vervoeraanbod structureel wijzigt, moet De Lijn hiervoor een convenant afsluiten met de betrokken partners.
De convenant ter goedkeuring bestaat uit een koepelmodule (11002/ N49) die bestaat uit volgende modules:
1. Module 7: Informatieverstrekking over en promotie van het geregeld vervoer.
Met ondertekening van deze module beslist de stad haar informatiekanalen ter beschikking om te communiceren over het project.
2. Module 8: Doorstromingsmaatregelen voor het geregeld vervoer.
Met de ondertekening van de convenant, engageert de stad zich eveneens voor de uitvoering van een aantal flankerende en doorstromingsbevorderende maatregelen. Op grondgebied van de stad zijn hier geen specifieke maatregelen die de stad uit moet voeren.
3. Module 9: Verhoging van het aanbod van geregeld vervoer.
Deze module houdt geen concrete engagementen voor de stad Antwerpen of het district Deurne in.
Het project is in principe niet in overeenstemming met de plannen van de stad om het aantal radiale streekbuslijnen naar de binnenstad af te bouwen, gelijklopend met de tramverlengingen. Toch wil de stad de modules goedkeuren.
Een heroriëntering van het streekbusaanbod biedt verschillende voordelen:
Wanneer De Lijn ervoor kiest om niet te ontbussen, creëert ze voor zichzelf een situatie die een optimale doorstroming voor hun tramlijn over de hele as erg bemoeilijkt. Het grote aantal busvoertuigen op de trambusbaan brengt onvermijdelijk een slechtere doorstroming aan verkeerslichten en haltes met zich mee op August Van de Wielelei-Turnhoutsebaan (buiten en binnen de R1)-Carnotstraat-Astridplein-Gemeentestraat. Dit leidt tot minder stiptheid en regelmaat van zowel bus als tram.
Ondanks een vertramming tot het WSC wil De Lijn de streekbuslijnen 410, 411, 412 en 414 ongewijzigd verder laten rijden naar het stadscentrum.
De Lijn argumenteert dat zij te weinig trams (zelfs met de bijkomende trams die voorzien werden binnen het Masterplan 2020) kan voorzien om een overstap van bus naar tram op te vangen. Vermits de bezettingsgraad van deze streeklijnen hoog is, moet er voldoende capaciteit geboden kunnen worden om niet vanaf de eerste halte een (over)volle tram richting stadscentrum te hebben.
De stad wil het openbaar vervoergebruik stimuleren. Het vertrammen maakt hier onderdeel van uit. Het ‘ontbussen’ en ‘vertrammen’ is echter maar mogelijk wanneer overstappen comfortabel kan gebeuren, en er voldoende voertuigcapaciteit is om een overstap van bus naar tram mogelijk te maken. Anders is een overstap zowel nadelig voor overstappende reizigers, als voor reizigers die nu reeds gebruik maken van de tram.
Het wijzigen van de reisweg van buslijn 780 is een logische keuze. Lijn 780 rijdt nu rechtstreeks naar de nieuwe tramterminus zonder een ‘ommetje’ langs Deurne te doen.
Omdat tijdens de spits buslijn 780 nog steeds Deurne aandoet, blijft voornamelijk een voor scholieren belangrijke link, behouden.
Wanneer De Lijn onvoldoende tramcapaciteit op de lijn Deurne-Wijnegem kan bieden, is het niet wenselijk een afbouw van het streekbusaanbod te bepleiten. De stad vindt dit een valabel argument. Daarom kan de stad akkoord gaan om de convenant goed te keuren. Dat neemt niet weg dat de stad een afname van het busaanbod en een noodzakelijke verhoging van de tramcapaciteit bepleit.
Deze modules kaderen in de regelgeving zoals opgenomen in:
het decreet betreffende de organisatie van het personenvervoer over de weg en tot de oprichting van de Mobiliteitsraad van Vlaanderen (20 april 2001),
De start van het project is voorzien tegen maart 2012.
De gemeenteraad keurt eenparig het volgende besluit goed.
De gemeenteraad beslist koepelmodule 11002/N48 goed te keuren, in afwachting van een nieuwe koepelmodule op het ogenblik dat er voldoende tramcapaciteit is om het busaanbod af te bouwen.