Artikel 105 van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005 stelt dat de gemeenteraad de rechtspositieregeling van het personeel vaststelt. De minimale voorwaarden hiervoor werden door de Vlaamse regering vastgelegd in het uitvoeringsbesluit van 7 december 2007. Deze voorwaarden zijn in werking getreden op 1 januari 2008.
Op het hoog overlegcomité van 18 januari 2012 werd aan de vakbonden een protocol betreffende de wijzigingen aan de rechtspositieregeling voorgelegd.
De schrapping van het principe van het selecteren van personeelsleden zonder rangschikking en van de opzegtermijn voor statutairen van 1 maand per 5 jaar dienst na een ontslag wegens ongunstige waardering, waren een voorwaarde voor de vakbonden om het protocol voor akkoord te tekenen.
Als organisatie streven wij naar een goede verstandhouding en samenwerking met de vakbonden. Er wordt daarom voorgesteld om de twee hierboven vermelde principes voorlopig te schrappen. Ze zullen onderdeel uitmaken van verdere onderhandeling.
Artikel 105 van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005 stelt dat de gemeenteraad de rechtspositieregeling van het personeel vaststelt. De minimale voorwaarden hiervoor werden door de Vlaamse regering vastgelegd in het uitvoeringsbesluit van 7 december 2007. Deze voorwaarden zijn in werking getreden op 1 januari 2008.
Dit besluit werd onderhandeld met de representatieve vakbondsorganisaties en er werd een protocol afgesloten. Dit besluit werd eveneens overlegd met de OCMW-administratie en er wordt advies gevraagd aan de raad voor maatschappelijk welzijn. De raad voor maatschappelijk welzijn zal eveneens een advies uitreiken aan het college.
De gemeenteraad beslist om in de voorgestelde wijzigingen aan de rechtspositieregeling de principes te schrappen van het selecteren van personeelsleden zonder rangschikking en van de opzegtermijn voor statutaire personeelsleden van 1 maand per 5 jaar dienst bij ontslag na ongunstige waardering.
De overige voorgestelde wijzigingen blijven onveranderd.