Terug

2012_CBS_00398 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 3 - Royal AS bvba - Diksmuidelaan 49 - 2600 Berchem-Antwerpen. Dossiernummer AN2011/659/JW - Kennisneming

college van burgemeester en schepenen
vr 20/01/2012 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Kennis genomen

Samenstelling

Aanwezig

Robert Voorhamme, schepen; Philip Heylen, schepen; Marc Van Peel, schepen; Luc Bungeneers, schepen; Guy Lauwers, schepen; Güler Turan, schepen; Leen Verbist, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Patrick Janssens, burgemeester; Ludo Van Campenhout, schepen; Eddy Baelemans, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris
2012_CBS_00398 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 3 - Royal AS bvba - Diksmuidelaan 49 - 2600 Berchem-Antwerpen. Dossiernummer AN2011/659/JW - Kennisneming 2012_CBS_00398 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 3 - Royal AS bvba - Diksmuidelaan 49 - 2600 Berchem-Antwerpen. Dossiernummer AN2011/659/JW - Kennisneming

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 4 § 1 van Vlarem I bepaalt dat het college akte moet nemen van meldingen van klasse 3-inrichtingen.

Aanleiding en context

Meldingen van klasse 3-inrichtingen worden conform de wetgeving aan het college bekendgemaakt. De melding opgenomen als bijlage werd op de afdeling milieuvergunningen binnengebracht en geregistreerd.

Argumentatie

De volgende melding van klasse 3-inrichting(en) werd volledig en ontvankelijk bevonden zodat van deze melding akte kan worden genomen zoals voorzien in de Vlarem-procedure.

Juridische grond

Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder voorafgaande en schriftelijke vergunning of melding een als hinderlijk ingedeelde inrichting klasse 1, 2 of 3 mag exploiteren of veranderen.
Artikel 4 § 2 van het milieuvergunningendecreet bepaalt dat niemand zonder daarvan vooraf melding te hebben gemaakt, een inrichting die tot de klasse 3 behoort, mag exploiteren of veranderen.
Artikel 20 van het milieuvergunningendecreet en artikel 3.3.0.2 van Vlarem II bepalen dat aan inrichtingen van klasse 3 bijzondere vergunningswaarden kunnen worden opgelegd.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college neemt akte van de klasse 3-inrichtingen zoals vermeld in het verslag van de dienst milieuvergunningen dat werd opgenomen in bijlage.

Artikel 2

Het college wijst erop dat de volgende algemene en sectorale voorwaarden van toepassing zijn:

1 Algemene voorwaarden:

V01 algemene milieuvoorwaarden – algemeen – hoofdstuk 4.1 , 4.7, 4.9 en bijlagen 4.1.9.1.6, 4.1.9.2.3.1, 4.1.9.2.3.2, 4.1.9.2.3.4 en 4.8;
V02 algemene milieuvoorwaarden – geluid – hoofdstuk 4.5 en bijlagen 2.2.1, 2.2.2, 4.5.1, 4.5.2 ,4.5.3, 4.5.4, 4.5.5 en 4.5.6;
V03 algemene milieuvoorwaarden – oppervlaktewater – hoofdstuk 4.2 en bijlagen 4.2.5.1, 4.2.5.2 en 4.2.5.4.

2 Sectorale voorwaarden:

V26 bedrijfsafvalwaters – afdeling 5.3.2 + bijlage 5.3.2;
V37 garages, parkeerplaatsen en herstellingswerkplaatsen voor motorvoertuigen – hoofdstuk 5.15;
V46A opslag van gevaarlijke stoffen / ondergrondse en bovengrondse houders – afdeling 5.17.1, en bijlage 5.17.1;
V46C opslag van gevaarlijke stoffen: bovengrondse houders – afdeling 5.17.3 en bijlagen 5.17.2 tot 5.17.4 en bijlage 5.17.7.

 

Artikel 3

Het college beslist dat de exploitant volgende bijzondere voorwaarden dient na te leven:

  • tijdens het gebruik van de hoge druk reiniger en de stofzuiger moet de toegangspoort te allen tijde gesloten blijven om de geluidsoverdracht naar de openbare weg te beperken;
  • de exploitant stelt een reeks maatregelen voor die zullen worden toegepast om hinder op de openbare weg als gevolg van de uitbating van de carwash, zowel binnen als buiten de openingsuren, te voorkomen. Wachtende klanten mogen zich nooit opstellen op de rijbaan. Ook na reiniging blijven de wagens opgesteld in de bedrijfsruimte;
  • wegrijdende auto's moeten droog zijn om ijzelvorming in de winter te vermijden;
  • de gebruikte zepen, shampoos en waxen moeten minimum 90% biologisch afbreekbaar zijn;
  • gevaarlijke producten moeten opgeslagen worden boven een voldoende grote inkuiping of opvangbak;
  • de exploitant houdt een register bij aan de hand waarvan hij kan aantonen hoeveel wagens er gewassen worden;
  • de exploitant houdt een register bij aan de hand waarvan hij kan aantonen dat alle gevaarlijke bedrijfsafvalstoffen opgehaald werden door een erkende ophaler.

Artikel 4

Dit besluit heeft in principe voor de stad geen financiële gevolgen.